E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2021:8430
Rechtbank Den Haag, NL21.8014

Inhoudsindicatie:

AMV – TQ – verweerder brengt zijn beleid niet in overeenstemming met arrest Hof van Justitie maar lijkt te wachten tot de Afdeling een uitspraak doet over de reikwijdte van TQ voor de nationale rechtspraak – rechtbank voorziet zelf en bepaalt dat aan eiser een verblijfsrecht moet worden verleend met ingang van de datum van de asielaanvraag.

Eiser is in Europa geregistreerd met zeven aliassen en verschillende namen. Verweerder beslist niet van welke registratie wordt uitgegaan maar gaat wel uit van de minderjarigheid van eiser. Verweerder beslist dat eiser niet in aanmerking komt voor bescherming of regulier verblijf maar neemt geen TKB omdat er onderzoek moet worden verricht naar adequate opvang.

Verweerder is echter gehouden een meeromvattende beschikking te nemen. Indien niet wordt vastgesteld dat sprake is van onrechtmatig verblijf kan het niet anders zijn dan dat verweerder het verblijf rechtmatig acht. Feitelijk verblijf toestaan zonder een keuze te maken over de rechtmatigheid van voortgezet verblijf, terwijl eiser niet kan worden uitgezet is onverenigbaar met de Terugkeerrichtlijn en het belang van het kind zoals onder meer is vastgelegd in artikel 24 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.

De rechtbank constateert dat gelet op de gevolgen voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen de handelwijze van verweerder vòòr TQ niet wezenlijk verschilt van de handelwijze na TQ.

De rechtbank kan gelet op het tijdsverloop sinds 14 januari 2021 niet anders dan concluderen dat verweerder eenvoudigweg nalaat om zijn beleid in overeenstemming te brengen met het arrest van het Hof. De rechtbank acht dit uitermate ernstig.

Verweerder lijkt te wachten op een uitspraak van de Afdeling over de reikwijdte van het arrest voor de Nederlandse rechtspraktijk. De rechtbank overweegt dat het passief wachten op een uitspraak van de hoogste nationale rechter terwijl de hoogste Europese rechter reeds uitspraak heeft gedaan, in strijd is met het belang van het kind. Het Hof heeft nu juist overwogen dat bij alle handelingen waarbij minderjarigen zijn betrokken het belang van het kind steeds een essentiële overweging moet zijn.

De rechtbank concludeert dat verweerder zijn essentiële rol als beslisautoriteit niet naar behoren invult. Nu verweerder dit niet doet en vooralsnog niet voornemens is om alsnog binnen afzienbare termijn te doen is het aan de rechter om uitvoering van het arrest te bewerkstelligen.

De rechtbank zal om deze reden zelf voorzien in de zaak en bepalen dat deze uitspraak in plaats treedt van het bestreden besluit.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie