< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bewaring, MOB vertrokken, geen medewerking aan overdracht, beroep ongegrond, mondelinge uitspraak

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4643

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H. Palanciyan),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.M.E. Disselkamp).

Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 ( Vw ) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. A.D. Kupelian, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer A. Biada. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de

Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft als zware gronden1 vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;

en als lichte gronden2 vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

2. De rechtbank stelt vast dat eiser alleen de zware grond onder 3k betwist. De feitelijke juistheid van de zware grond onder 3a wordt dus niet weersproken. De grond is voldoende gemotiveerd in de maatregel van bewaring en het staat dus vast dat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen. De zware grond 3k is ook feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Op 20 augustus 2020 zou eiser immers op vrijwillige basis worden overgedragen aan Spanje, maar hij is toen niet verschenen op het afgesproken tijdstip en is met onbekende bestemming vertrokken. Eiser heeft dus geen medewerking verleend aan de overdracht aan Spanje. De beroepsgrond slaagt niet.

3. Tijdens de zitting heeft eiser gesteld dat hij nu wel wil meewerken aan de overdracht aan Spanje, maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk. Daarbij is van belang dat de eerdere overdrachtspoging is mislukt doordat eiser niet is verschenen en hij daarna met onbekende bestemming is vertrokken. Daarnaast heeft eiser zowel in het gehoor voor inbewaringstelling op 26 maart 2021 als in het vertrekgesprek op 30 maart 2021 aangegeven dat hij niet naar Spanje wil terugkeren. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2021 door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.

1. Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).

2 Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb .

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

12 april 2021

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature