E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2021:2376
Rechtbank Den Haag, NL18.7421 en AWB 19/4175

Inhoudsindicatie:

Einduitspraak na verwijzing en arrest van het Hof van 14 januari 2021 in de zaak TQ – verweerder past zijn handelwijze niet aan – rechtbank komt tot voortschrijdend inzicht met betrekking tot de ingangsdatum van het verblijfsrecht dat op grond van TQ moet worden toegekend - rechtbank voorziet zelf.

In deze procedure heeft de rechtbank prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld over de vraag wanneer een terugkeerbesluit kan worden uitgevaardigd tegen een niet-begeleide minderjarige vreemdeling die een asielaanvraag doet, of verweerder onderscheid op basis van leeftijd mag maken bij de beoordeling of een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuld-beleid wordt toegekend en of verweerder onrechtmatig verblijf mag gedogen door na het opleggen van een terugkeerbesluit te wachten met uitzetting totdat de niet-begeleide minderjarige de leeftijd van 18 jaar bereikt.

De rechtbank zet uiteen wat de gevolgen van het arrest voor de nationale rechtspraktijk en voor eiser in het bijzonder zijn.

De rechtbank komt met betrekking tot het verblijfsrecht dat moet worden toegekend zelf tot voortschrijdend inzicht ten aanzien van haar uitspraak van 15 februari 2021 in die zin dat verblijf moet worden toegekend vanaf de datum van de asielaanvraag en niet vanaf de datum van de beslissing dat de niet-begeleide minderjarige niet in aanmerking komt voor verblijf.

De rechtbank stelt voorts vast dat de handelwijze van verweerder van na het arrest niet wezenlijk anders is terwijl uit het arrest onmiskenbaar volgt dat het buitenschuld-beleid sinds de invoering hiervan in 2013 in strijd is met het Unierecht en meer in het bijzonder in strijd is met het belang van kind.

Anders dan de Afdeling in haar uitspraak na het arrest Mahdi heeft gedaan vermag de rechtbank niet in te zien waarom aan verweerder een termijn zou moeten worden gegund om zijn beleid in overeenstemming van het arrest te brengen, reeds omdat het discriminatieverbod en het belang van het kind niet verenigbaar zijn met een overgangstermijn. Bovendien behelst de beantwoording van prejudiciële vragen de uitleg van reeds bestaande Europeesrechtelijke regelgeving en niet het tot stand komen van nieuwe regelgeving of toetsingskaders. Verweerder kan zijn beleid eenvoudig in overeenstemming brengen met de inhoud en strekking van het arrest TQ, maar kiest ervoor om te betogen dat het arrest en het waarborgen van het fundamentele karakter van de rechten van het kind geen wezenlijk ander beleid vergt.

De rechtbank onderkent de essentiële rol van de beslisautoriteiten en dat het in die zin in de eerste plaats aan verweerder is om te beoordelen of een uitspraak leidt tot vergunningverlening. Verweerder vult de essentiële rol van de beslisautoriteit thans in door te pogen met een nieuwe handelwijze de kennelijk onwenselijk geachte gevolgen van TQ te voorkomen. De rechtbank stelt vast dat verweerder hiermee oneigenlijk en onbehoorlijk gebruik maakt van zijn positie als beslisautoriteit. In de situatie dat verweerder geen enkele andere beslissing kan nemen dan een verblijfsrecht met als ingangsdatum de datum van de asielaanvraag toekennen, leidt de rechtbank uit het arrest van het Hof in de zaak Torubarov af dat juist deze feiten en omstandigheden een bevoegdheid voor de rechter creëren om in te grijpen en zelf te voorzien door de rechterlijke uitspraak in plaats van het te vernietigen besluit te stellen. De rechtbank zal dan ook, ondanks de zeer strikte jurisprudentie van de Afdeling, in deze zaak gebruik maken van haar Unierechtelijke en nationaalrechtelijke bevoegdheid en bepalen dat de uitspraak van de rechtbank in plaats van het bestreden besluit treedt.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie