< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Asiel. Videohoren, werkinstructie 2019/17. Homoseksualiteit en gestelde problemen heeft V ongeloofwaardig mogen vinden. Over geen van thema's overtuigend verklaard. Beroep ongegrond.

Uitspraak



uitspraak RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.13775

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M.H.R. de Boer),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. V. Ilic).

Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen K.F. Halood. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Iraanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1975] .

2. Eiser heeft Iran verlaten omdat de zwager van eisers vriend aan collega's en familieleden heeft verteld dat eiser en zijn vriend een homoseksuele relatie hebben. Om die reden is eiser bedreigd door familieleden en collega's. De zwager van eisers vriend heeft ook gedreigd om deze informatie door te spelen aan de autoriteiten. Nadat eiser in Nederland is aangekomen heeft eiser gehoord dat de politie bij zijn moeder aan de deur is geweest om hem te zoeken. Van eisers Iraanse advocaat heeft eiser gehoord dat er een arrestatiebevel is. Vanwege de situatie voor homoseksuelen in Iran vindt eiser een terugkeer niet veilig onder deze omstandigheden.

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;

homoseksualiteit;

problemen naar aanleiding van homoseksualiteit.

Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig worden geacht. De gestelde homoseksualiteit vindt verweerder niet geloofwaardig omdat op geen van de thema's overtuigende verklaringen zijn afgelegd. Aangezien de homoseksualiteit niet geloofwaardig wordt gevonden, wordt eiser ook niet gevolgd in zijn verklaringen over de problemen naar aanleiding van zijn gestelde homoseksualiteit.

4. Eiser voert aan dat het videohoren onzorgvuldig is geweest. Er is geen rekening gehouden met het feit dat videohoren niet uitnodigt om uitgebreid te verklaren over zijn homoseksualiteit. Verder heeft eiser aangevoerd dat verweerder gelet op de Werkinstructie 2019/17 niet voldoende heeft doorgevraagd. Zo is onvoldoende doorgevraagd op relaties die eiser heeft gehad met andere mannen dan met [A] . Ten aanzien van het relevante element homoseksualiteit heeft eiser wel voldoende verklaard, er is geen sprake van summiere of vage verklaringen. Door gesprekken die hij heeft gevoerd met de arts werd het eiser duidelijk wat zijn ware gevoelens waren. Dat heeft ervoor gezorgd dat hij tot zelfacceptatie is gekomen. Daarover is ten onrechte niet doorgevraagd bij het nader gehoor. Verder voert eiser aan dat het kopie van het arrestatiebevel dat hij heeft overgelegd authentiek is. Eiser is niet in staat om de originele versie te krijgen aangezien hij geen contact meer kan krijgen met zijn advocaat. Ook blijkt uit het Algemeen Ambtsbericht Iran van mei 2012 dat de inhoud van enveloppen en pakketjes in Iran streng wordt gecontroleerd. Het per post sturen van het arrestatiebevel is dus een groot risico. Het arrestatiebevel is door de plaatselijke politie afgegeven, waardoor eiser het land legaal kon verlaten. Daarnaast voert eiser aan dat verweerder niet is ingegaan op de omstandigheden die zijn aangevoerd waarom eiser 'pas' op 26 oktober is vertrokken uit Iran. Hij is alleen even in [plaats] langsgegaan om afscheid van zijn dochter te nemen. Tot slot voert eiser aan dat verweerder er aan voorbij gaat dat het gebruik van alcohol ten strengste verboden is in Iran. Ter onderbouwing daarvan heeft eiser een krantenartikel overgelegd waaruit blijkt dat er een man is ge ëxecuteerd wegens het drinken van alcohol. Op de foto die is gemaakt door de zwager van eisers vriend staan ook alcoholische dranken. Daaruit kan worden afgeleid dat eiser in bezit was van alcohol.

5. Eiser heeft ook een grond aangevoerd over de rechterlijke dwangsom die deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, aan verweerder heeft opgelegd bij uitspraak van

29 januari 2020 (NL19.31090) wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Op de zitting heeft eiser deze grond ingetrokken. Dit zal de rechtbank dan ook niet betrekken bij zijn oordeel.

Videohoren

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd waarom kon worden volstaan met het horen via videoverbinding. Dat deze manier van horen anders verloopt dan de gebruikelijke manier van horen, omdat er geen rechtstreeks contact is, betekent niet dat deze gehoormethode niet voldoet aan de daaraan te stellen (minimum)eisen. Evenmin is gebleken dat eiser andere verklaringen zou hebben afgelegd tijdens een fysiek gehoor dan tijdens een gehoor via videoverbinding. De rechtbank is ook niet gebleken dat eiser de tolk en/of de gehoormedewerkers tijdens de geboren niet heeft begrepen dan wel heeft verstaan. Ook heeft eiser desgevraagd aan het

begin van het gehoor aangegeven de tolk goed te verstaan en te begrijpen, dat hij het aan zou geven als dit niet langer het geval was en dat hij het goed vond dat het gehoor plaatsvond via een videoverbinding. Aan het einde van het gehoor is aan eiser de vraag gesteld of hij tijdens het gehoor de strekking van de woorden van de gehoormedewerker in de vertaling van de tolk goed heeft kunnen begrijpen. Deze vraag heeft eiser bevestigend beantwoord en hij heeft geen op- of aanmerkingen over de werkwijze van de tolk naar voren gebracht. Ook ten aanzien van het nader gehoor heeft eiser geen kritiek geuit, heeft hij bevestigd dat de tolk goed verstaanbaar is geweest en dat hij alles heeft kunnen vertellen.

Uit het verslag van het eerste gehoor en het nader gehoor blijkt ook niet dat eiser korte antwoorden heeft gegeven en dat het verhoor korter zou zijn geweest dan bij een fysiek gehoor. De rechtbank ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat eiser door de afwezigheid van een 'gebruikelijk' gehoor in zijn belangen zou zijn geschaad. De enkele omstandigheid dat het de persoonlijke voorkeur is om fysiek bij elkaar te zitten, vindt de rechtbank hiertoe onvoldoende. Eiser heeft ten slotte op geen enkele wijze onderbouwd welke specifieke verklaringen die hij heeft afgelegd, zouden hebben geleden onder het feit dat deze tijdens een videogehoor zijn afgelegd. Indien de inhoud van de verklaringen op bepaalde punten aangevuld of gecorrigeerd hadden moeten worden, dan is eiser daartoe in de gelegenheid gesteld middels de correcties en aanvullingen op de gehoren. Hieruit is niet naar voren gekomen dat eiser zich niet op de gewenste manier heeft kunnen uiten.

Toepassing Werkinstructie 2019/17

7. Verder volgt de rechtbank eiser niet in zijn standpunt dat verweerder onvoldoende doorgevraagd heeft. Verweerder heeft overeenkomstig de Werkinstructie 2019/17 gehandeld door tijdens het eerste gehoor en het nader gehoor eiser op de verschillende thema's van de Werkinstructie te bevragen. Ook heeft verweerder doorgevraagd op gegeven antwoorden. Uit de Werkinstructie volgt niet dat verweerder eiser over alle relaties die eiser heeft gehad had moeten doorvragen. De uitleg van verweerder dat hij heeft doorgevraagd op

de relatie die eiser heeft gehad met [A] omdat eiser zelf heeft verklaard dat hij al sinds zijn jeugd bevriend is met [A] , vindt de rechtbank niet onredelijk. Indien eiser van mening was dat nadere verklaringen over zijn andere relaties van belang waren voor zijn asielrelaas, had hij ook na de gehoren een aanvullende verklaring kunnen overleggen. Dat heeft eiser niet gedaan. Anders van eiser stelt, heeft verweerder doorgevraagd over de gesprekken die eiser zou hebben gevoerd met zijn arts. Dit blijkt uit pagina 12 en 13 van het nader gehoor. Aangezien eiser zelf heeft aangegeven dat hij door de gesprekken met zijn arts tot zelfacceptatie is gekomen, heeft verweerder daarop doorgevraagd. De antwoorden die eiser vervolgens heeft gegeven, heeft verweerder betrokken bij zijn beoordeling. De rechtbank ziet niet in dat verweerder daarmee de nadruk heeft gelegd op zelfacceptatie.

Arrestatiebevel

8. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het overgelegde arrestatiebevel niet op authenticiteit kan worden onderzocht aangezien het een kopie is. Gelet daarop heeft verweerder kunnen oordelen dat het kopie niet kan bijdragen aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Eisers stelling dat met een kopie van een arrestatiebevel ook de authenticiteit kan worden vastgesteld, is onjuist. Dat eiser geen originele versie van het arrestatiebevel kan overleggen, komt voor risico van eiser.

Relevante elementen

9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het relevante element homoseksualiteit niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Verweerder heeft kunnen stellen dat

eiser over van de thema's waarop hij is bevraagd geen overtuigende verklaringen heeft afgelegd. Anders dan eiser stelt, heeft hij summiere en vage verklaringen afgelegd.

Zo heeft verweerder over het thema privéleven kunnen vaststellen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij tot de ontdekking kwam dat hij homoseksueel is. Eiser verklaart in het nader gehoor (zie pagina 11) alleen dat hij vanaf zijn dertiende of veertiende levensjaar wist dat hij op mannen valt. Op de vraag wat voor gevoelens hij had bij deze ontdekking, antwoordde eiser: 'Ik voelde me veel prettiger bij mannen, dan bij meisjes.' En op de vraag hoe het tot uiting kwam dat eiser zich veel prettiger voelde bij mannen antwoordde eiser: 'Ik ging veel meer met mannen om. (... ).' En op de volgende vraag of het mogelijk was in Iran met vrouwen op stap te gaan antwoordde eiser: 'Nee, dat is niet mogelijk. Vooral in die periode was dit niet mogelijk.' Gelet op deze summiere antwoorden heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser geen inzicht heeft gegeven hoe hij tot de ontdekking kwam dat hij homoseksueel is.

Over het thema huidige en voorgaande relaties, heeft verweerder kunnen overwegen dat eiser summier heeft verklaard over zijn relatie met [A] . Op de vraag hoe de relatie met [A] zich heeft ontwikkeld van een vriendschap naar een liefdesrelatie, heeft eiser geantwoord (zie pagina 14 van het nader gehoor): 'Als kind speelden we veel samen. We speelden veel buiten. Dan gingen we voetballen samen en andere dingen. Op een gegeven moment waren we ouder op school. We gingen veel met elkaar om. Tijdens militaire dienst gingen we veel met elkaar om. Ons contact werd intensiever. Wij begonnen steeds meer gehecht te raken aan elkaar. Ik merkte dat ik hem leuk vond en hij mij ook.' Vervolgens antwoordde eiser op de vraag ' Hoe kwam u er achter dat hij u leuk vond?' 'Omdat hij dezelfde gevoelens had die ik ook naar hem toe had.' Verweerder heeft hierover niet ten onrechte gesteld dat eiser geen antwoord geeft op de vraag hoe eiser er achter kwam dat [A] dezelfde gevoelens had als eiser. Ook heeft verweerder hieraan de conclusie kunnen verbinden dat deze verklaring ook betrekking zou kunnen hebben op een gewone vriendschap. Verder heeft verweerder kunnen overwegen dat eiser niet heeft kunnen verklaren over diepere gevoelens die hij had voor [A] . Als eiser wordt gevraagd of hij zijn diepere gevoelens kan beschrijven, antwoordt eiser: 'Op het moment dat ik telefonisch met hem praatte voelde ik me daar heel gelukkig bij. Als ik met hem ergens naar toe ging, bijvoorbeeld eten in een restaurant. Dan voelde dat heel prettig.' Hiermee heeft eiser een algemeen antwoord gegeven en is hij niet ingegaan op diepere gevoelens.

Ten aanzien van het thema contact met lhbti's heeft verweerder kunnen betrekken dat, gelet

op de verklaringen van eiser dat hij graag in vrijheid wil leven in Nederland, het opvallend is dat eiser geen actie heeft ondernomen om andere homoseksuelen te ontmoeten. Het is geen vereiste om contact met lhbti's te hebben, maar gelet op eisers verklaringen heeft verweerder dit kunnen betrekken bij zijn oordeel.

10. Gelet op de voorgaande overweging heeft verweerder de gestelde homoseksualiteit van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de gestelde problemen naar aanleiding van zijn homoseksualiteit daarom niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden.

Alcohol

11. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de enkele stelling dat een foto is gemaakt van een tafel waarop alcoholische dranken stonden, onvoldoende is om te concluderen dat eiser te vrezen heeft voor ernstige schade op grond van artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden (EVRM).

Conclusie

12. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij verdragsvluchteling is dan wel een reëel risico loopt in Iran te worden onderworpen aan een behandeling, die in strijd is met artikel 3 van het EVRM . Eiser komt derhalve niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a ofb, van de Vreemdelingenwet.

13. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Foppen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

05 januari 2021

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature