< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Asiel / LHBTI / De rechtbank is van oordeel dat verweerder het asielrelaas van eiseres niet ten

onrechte ongeloofwaardig heeft geacht /

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.9350

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres

[V-Nummer]

(gemachtigde: mr. G.W. Mettendaf),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.G. van den Berg).

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres

tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene

procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek op de zitting van de enkelvoudige kamer (hierna: de rechtbank) heeft

plaatsgevonden op 5 juli 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als

tolk is verschenen, K.A. Mensah. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn

gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk

mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt voorop dat de rechtbank het soort zaken zoals dat van eiseres

alleen terughoudend kan toetsen. Verweerder beoordeelt de geloofwaardigheid van het

asielrelaas van eiseres en de rechtbank beoordeelt vervolgens of verweerder deze beoordeling zorgvuldig en goed gemotiveerd heeft opgeschreven. De rechtbank moet bij die

beoordeling met name kijken naar wat in de dossierstukken staat vermeld.

2. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het asielrelaas van eiseres niet ten

onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank legt dit hierna uit.

3. Verweerder heeft in de gehoren voldoende doorgevraagd en open vragen aan

eiseres gesteld. Uit de rapporten van de gehoren blijkt dat eiseres goed in staat was te

verklaren en dat zij voldoende in de gelegenheid is gesteld om alles naar voren te brengen

wat van belang was. Uit die rapporten blijkt ook dat eiseres, als zij een vraag niet begreep,

aan de gehoormedewerker de vraag stelde ‘Wat bedoelt u?’ en dat verweerder die vraag dan

vervolgens aan eiseres uitlegde of anders formuleerde. Daarnaast blijkt uit de

besluitvorming dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de culturele

aspecten toegespitst op de zaak en de persoon van eiseres. Verweerder heeft in het

voornemen een duidelijk referentiekader van eiseres omschreven om te bepalen wat van

haar kan worden verwacht bij het vertellen van haar asielrelaas. Zo heeft verweerder

rekening gehouden met de opleiding van eiseres, met haar baan als zelfstandig ondernemer

in de hoofdstad (Kampala) van Uganda en met haar leeftijd. Verweerder heeft op basis

daarvan van eiseres mogen verwachten dat zij uitgebreider en diepgaander over haar

ervaringen en gevoelens had verklaard dan zij heeft gedaan. Verweerder heeft op goede

gronden gesteld dat eiseres daarover summier en oppervlakkig heeft verklaard.

4. Het beroep van eiseres op het rapport van Bureau Kleurkracht van 13 juni 2016

leidt niet tot een ander oordeel. Over de weging van het rapport van Bureau Kleurkracht is

recente vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Daaruit volgt – kort gezegd – dat verweerder naar dat rapport moet kijken maar dat het op

de weg van de asielzoeker ligt om goed te duiden wat de asielzoeker vanwege een

cultuurverschil niet heeft kunnen verklaren of welke verklaring om welke reden anders moet

worden geduid. Dit heeft eiseres in haar gronden van beroep onvoldoende gedaan. Eiseres

heeft alleen in zijn algemeenheid verwezen naar enkele passages uit het rapport en dat is

niet voldoende. Eiseres heeft namelijk met de verwijzing naar enkele zinnen uit dat rapport

onvoldoende nader inzichtelijk gemaakt dat zij vanwege een cultuurverschil verkeerd zou

zijn begrepen of geduid. Op de zitting heeft de rechtbank eiseres en haar gemachtigde

daarom gevraagd om concreet te duiden wat eiseres in het licht van het rapport anders zou

hebben verklaard. Dit hebben eiseres en haar gemachtigde ook op zitting onvoldoende

kunnen duiden. Ook het rapport van LGBT Asylum Support dat eiseres op 4 juli 2021 heeft

ingediend, leidt niet tot een ander oordeel. Dat rapport geeft slechts een andere duiding van

de verklaringen van eiseres maar dat is niet voldoende.

5. Verder heeft de rechtbank eiseres op de zitting nader uitgelegd waarom verweerder

haar asielrelaas ongeloofwaardig heeft kunnen achten. Verweerder heeft eiseres kunnen

tegenwerpen dat zij summier heeft verklaard over [vriendin] en de gevoelens die zij voor haar

zou hebben gehad. Eiseres heeft verklaard dat zij al veel eerder bevriend was met [vriendin]

voordat zij gevoelens voor haar kreeg. Die gevoelens kunnen veranderen maar dan mag

verweerder wel van eiseres verwachten dat zij meer kan verklaren over de momenten

waarop haar gevoelens voor [vriendin] begonnen te ontluiken. Verder heeft verweerder kunnen

betrekken dat eiseres met haar verklaringen onvoldoende inzicht heeft gegeven over de

manier waarop haar gevoelens voor vrouwen zich na haar veertiende verder hebben

ontwikkeld. Zij heeft namelijk alleen verklaard dat zij in de war was en dat zij doorging met

bidden in de hoop dat de lesbische gevoelens zouden verdwijnen. Het is aan eiseres om het

bewustwordings- en ontdekkingsproces van haar gestelde gevoelens voor vrouwen

aannemelijk te maken met haar verklaringen en daarin is eiseres niet geslaagd. Bovendien

heeft verweerder terecht gesteld dat eiseres onvoldoende concreet en summier heeft

verklaard over haar gestelde relatie met [ex-vriendin] . Nu eiseres heeft verklaard achttien jaar een

relatie te hebben gehad met [ex-vriendin] , mag verweerder van haar verwachten dat zij meer kan

verklaren over [ex-vriendin] en over de relatie die zij met haar heeft gehad. Tot slot heeft

verweerder de problemen die eiseres stelt te hebben gekregen als gevolg van haar lesbische

geaardheid ongeloofwaardig kunnen achten. Dit standpunt heeft verweerder voldoende

gemotiveerd ingenomen in het bestreden besluit.

6. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling

bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2021 door mr. A.K. Mireku,

rechter, in aanwezigheid van mr. R.S.H.M. Hussien, griffier.

Mr. A.K. MirekuR.S.H.M. Hussien

Rechter

Griffier

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover daarbij is beslist op het beroep, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zie onder meer ECLI:NL:RVS:2021:121 en ECLI:NL:RVS:2020:341.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature