E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2021:1103
Rechtbank Den Haag, NL20.19498

Inhoudsindicatie:

Horen en beoordelen verklaringen minderjarige over geaardheid – gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak TQ met betrekking tot het opleggen van een terugkeerplicht aan niet-begeleide minderjarigen.

Uit het gehoor van eiser en uit de beoordeling van het asielrelaas niet blijkt dat kenbaar rekening is gehouden met de minderjarigheid van eiser. Verweerder heeft op geen enkele wijze gemotiveerd dat hij over kennis beschikt over het gedrag en de handelwijze van minderjarigen die ontdekken dat ze homoseksueel zijn en opgroeien in een omgeving waar het uiten van deze geaardheid niet wordt geaccepteerd. Verweerder gaat uit van vooronderstellingen dat een minderjarige in de leeftijd van eiser zich laat leiden door ratio in plaats van gevoelens en een risico-taxatie maakt bij de vraag waar en wanneer hij seksuele handelingen verricht. De rechtbank heeft ook overwogen dat voor zover wel van de verklaringen van eiser zou mogen worden uitgegaan, eiser consistent heeft verklaard en dat de twee geconstateerde tegenstrijdigheden het relaas niet regarderen en weinig relevant zijn. Overigens valt niet in te zien, gelet op door eiser afgelegde consistente verklaringen, waarom aan eiser niet het voordeel van de twijfel wordt gegund.

Verweerder heeft in de besluitvorming niet grondig en concreet onderzocht of er voor eiser, als 16-jarige, adequate opvang beschikbaar is in Guinee. Verweerder heeft echter na aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 2021 het besluitonderdeel dat een terugkeerbesluit behelst ingetrokken. De handelwijze van verweerder om eenvoudigweg het terugkeerbesluit in te trekken en vervolgens te bepalen dat geen rechtmatig verblijf wordt toegekend is in strijd met het Unierecht. Verweerder is gehouden een meeromvattende beschikking te nemen op een asielaanvraag. Indien verweerder beslist dat de asielaanvraag niet wordt ingewilligd dient hij een terugkeerplicht vast te stellen. Indien hij dat niet kan omdat hij niet (tijdig) in staat is het onderzoek naar adequate opvang te verrichten conform de uitleg die het Hof van Justitie in het arrest TQ van 14 januari 2021 heeft gegeven volgt er dus geen vaststelling van onrechtmatig verblijf vanwege het niet voldoen aan een terugkeerplicht. Reeds hierom ontstaat rechtmatig verblijf voor de minderjarige vreemdeling. Het Hof van Justitie heeft expliciet overwogen dat minderjarigen geen feitelijk verblijf kan worden toegestaan op grond van een “gedoogconstructie”. Indien verweerder, zoals hij thans heeft gedaan door het terugkeerbesluit in te trekken bepaalt dat eiser na afwijzing van zijn asielaanvraag geen terugkeerplicht heeft en dus niet onrechtmatig in Nederland verblijft, kan het niet anders worden uitgelegd dan dat eiser sinds de afwijzing van de asielaanvraag rechtmatig verblijf heeft gehad. Dat verweerder thans onvoldoende in staat is geweest om de gevolgen van het arrest van 14 januari 2021 te duiden en om te zetten in beleid doet hieraan niet af. De rechtbank stelt dan ook vast dat eiser in ieder geval vanaf de datum van afwijzing van de asielaanvraag in het bestreden besluit rechtmatig in Nederland verblijft. Dit is enkel anders indien verweerder bij het nieuw te nemen besluit alsnog tot inwilliging van de asielaanvraag van eiser overgaat. Dan heeft immers te gelden dat eiser vanaf de datum van zijn asielaanvraag voor vergunningverlening in aanmerking moet worden gebracht.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie