E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2021:10735
Rechtbank Den Haag, NL21.4376

Inhoudsindicatie:

Dublin Malta – verwijzing naar het Hof van Justitie voor het stellen van prejudiciële vragen.

De rechtbank stelt prejudiciële vragen over de reikwijdte en strekking van het interstatelijk vertrouwensbeginsel – de rechtbank verzoekt het Hof om uit te leggen of schendingen van grondrechten door onder meer pushbacks, pullbacks en standaardmatige detentie door de mogelijke verantwoordelijke lidstaat ten aanzien van derdelanders in het algemeen en/of ten aanzien van de verzoeker voorafgaand aan de overdracht meebrengen dat overdracht moet worden verboden, dan wel dat niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de overdragende lidstaat de bewijslast krijgt dat na overdracht geen schending van artikel 4 van het Handvest en /of andere grondrechten plaatsvindt - de rechtbank wil tevens weten welke bewijsmiddelen een Dublinterugkeerder heeft en welke bewijsmaatstaf geldt als wordt aangevoerd dat overdracht op grond van artikel 3, tweede lid, Dublinverordening moet worden verboden en of er in Dublinprocedures een samenwerkingsplicht geldt en of in een situatie als in Malta aan de orde de overdragende lidstaat zich moet vergewissen en/of individuele garanties moet vragen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie