< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Beroep gegrond, ingangsdatum asielvergunning in geschil. Er is sprake van een bestuurlijke heroverweging van een eerdere afwijzing van een asielaanvraag. Aanvraag toegewezen na wijziging landenbeleid (risicogroep en niet langer vestigingsalternatief). Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder de gekozen ingangsdatum had dienen te motiveren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het moment van de wijziging van het landenbeleid doorslaggevend is voor de ingangsdatum van eisers asielvergunning. Mogelijk deden de omstandigheden die reden waren voor wijziging van het landenbeleid zich reeds voor ten tijde van eisers eerste asielprocedure. De periode die in het algemeen ambtsbericht (dat aan de beleidswijziging ten grondslag ligt) wordt besproken overlapt immers de periode van eisers eerdere asielprocedure. Verweerder kan er niet mee volstaan te stellen dat er niet een ‘kantelpunt’ kan worden aangewezen.

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.28947

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.M.G.M. Raafs),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Saive).

Procesverloop Bij besluit van 1 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 ( Vw ) met ingang van 14 maart 2019, geldig tot 14 maart 2024.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2020. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Afghaanse nationaliteit. Op

25 augustus 2015 heeft hij in Nederland zijn eerste asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 11 januari 2017 heeft verweerder deze aanvraag als ongegrond afgewezen. Het beroep tegen dit besluit is bij uitspraak van 4 april 2018 door deze rechtbank, zittingsplaats

‘s-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) op 14 november 2018 bevestigd. Op 14 maart 2019 heeft eiser een schriftelijke kennisgeving M35-O ingediend. Bij de opvolgende aanvraag heeft eiser nieuwe stukken overgelegd ter staving van het asielrelaas en heeft eiser beargumenteerd waarom Kabul niet langer als vestigingsalternatief kan worden tegengeworpen. Dit heeft geleid tot het bestreden besluit.

2. Verweerder heeft eisers verzoek tot een verblijfsvergunning ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw met ingang van 14 maart 2019, geldig tot 14 maart 2024.

3. Eiser heeft aan zijn beroepschrift ten grondslag gelegd dat verweerder ten onrechte de ingangsdatum van de verblijfsvergunning heeft vastgesteld op 14 maart 2019, de indieningsdatum van de schriftelijke kennisgeving M35-O, en niet op 25 augustus 2015, de dag van zijn eerste asielaanvraag. Eiser heeft aan zijn opvolgende aanvraag hetzelfde asielrelaas ten grondslag gelegd.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Procesbelang

4. Allereerst ziet de rechtbank zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het door hem ingestelde beroep. Verweerder heeft immers de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan eiser verleend. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling kan een vreemdeling belang hebben bij beoordeling van de ingangsdatum van de aan hem verleende verblijfsvergunning. De rechtbank is van oordeel dat eiser procesbelang heeft en zal overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Motiveringsgebrek

5. In zijn verweerschrift heeft verweerder het standpunt ingenomen dat hij gehouden was naar aanleiding van het herzieningsverzoek inhoudelijk te motiveren waarom is gekozen voor de ingangsdatum zoals opgenomen in het bestreden besluit en dat hij dit heeft nagelaten. Nu tussen partij niet langer in geschil is dat er sprake is van een motiveringsgebrek, zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren. Partijen blijven wel verdeeld over de vraag wat de juiste ingangsdatum dient te zijn.

Ingangsdatum

6. Op grond van artikel 44, tweede lid, van de Vw wordt de aanvraag voor een asielvergunning ingewilligd met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen. Artikel 44, tweede lid van de Vw staat er echter niet aan in de weg dat wordt uit gegaan van een eerdere ingangsdatum dan de datum van de opvolgende aanvraag, indien eiser heeft verzocht om een bestuurlijke heroverweging van een oordeel. Dit volgt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 1 februari 2019.

7. Bij een beslissing op een verzoek om bestuurlijke heroverweging als hier aan de orde dient de ingangsdatum van de verleende verblijfsvergunning te worden vastgesteld op de datum waarop eiser aan alle vereisten voldoet.

8. In het onderhavige geval is van belang dat in eisers eerste procedure in rechte is komen vast te staan dat hij afkomstig is uit [geboortedatum] en dat hij behoort tot de Hazara. Deze rechtbank, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 4 april 2018 geoordeeld dat verweerder niet afdoende heeft gemotiveerd dat eisers asielrelaas ongeloofwaardig is. Eisers beroep is echter ongegrond verklaard, omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder Kabul als vestigingsalternatief heeft mogen tegenwerpen.

9. De rechtbank stelt allereerst vast dat eiser alsnog in aanmerking is gekomen voor een asielvergunning, omdat hij volgens het gewijzigde landenbeleid ten aanzien van Afghanistan van 26 juli 2019 onder de (verruimde) risicogroep valt en het vestigingsalternatief voor Kabul wordt niet langer tegengeworpen. Dit landenbeleid is gewijzigd op basis van (in elk geval) gegevens uit het algemeen ambtsbericht van maart 2019. In dit ambtsbericht wordt de periode van november 2016 tot en met december 2018 besproken. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank niet deugdelijk gemotiveerd waarom het moment van de wijziging van het landenbeleid doorslaggevend is voor de ingangsdatum van de asielvergunning. Daarvoor is immers van belang of uit de wijziging van het landenbeleid blijkt of er zich al eerder feiten en omstandigheden voordeden op grond waarvan aan eiser een asielvergunning had moeten worden verstrekt. Verweerder dient te motiveren waarom uit het algemeen ambtsbericht (of uit andere bronnen die aan de wijziging van het landenbeleid ten grondslag hebben gelegen) blijkt dat pas tijdens de procedure over de laatste asielaanvraag reden is ontstaan voor inwilliging van de aanvraag. De periode die in het algemeen ambtsbericht wordt besproken overlapt immers de periode van de eerste asielprocedure, zodat niet is uitgesloten dat de omstandigheden die reden waren voor wijziging van het landenbeleid zich reeds voordeden ten tijde van de eerste asielprocedure. Verweerder kan niet volstaan met de stelling dat er geen ‘kantelpunt’ kan worden vastgesteld en dat daarom van de datum van de wijziging van het landenbeleid moet worden uitgegaan.

10. Anders dan verweerder stelt, verzet het rechtszekerheidsbeginsel zich niet tegen een eventuele toewijzing van de verblijfsvergunning met een eerdere ingangsdatum dan de datum van indiening van de (herhaalde) aanvraag. De rechtszekerheid beoogt immers de belangen van aanvragers als eiser te beschermen. Niet kan worden ingezien hoe die hier in het geding zouden zijn.

Conclusie

11. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding het geschil finaal te beslechten, nu het op de weg van verweerder ligt om de ingangsdatum van eisers asielvergunning deugdelijk te motiveren.

12. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, veroordeelt de rechtbank verweerder in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de verweerder een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Goofers, rechter, in aanwezigheid van

mr. W.H. Mentink, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 22 september 2020.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Per 1 oktober 2020 dient daarvoor het volgende postadres te worden gebruikt:

postbusnummer 20019, 2500 EA Den Haag.

Zaaknummer AWB 17/2895, ECLI:NL:RBOBR:2018:1524.

Zaaknummer 201803722/1/V2, niet gepubliceerd.

Bijvoorbeeld de uitspraak van 27 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR5019.

ECLI:NL:RVS:2019:298.

Zie de uitspraak van de Afdeling van 1 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:298 en van

5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1844.

WBV2019/11.

Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1844.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature