< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Asiel, Nigeria, ongegrond

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.9367

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. P.P. Zweedijk).

Procesverloop Bij besluit van 22 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van eisers verzoek om een voorlopige voorziening (NL20.9368) plaatsgevonden op 24 juni 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.O. Madu. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat hij in Nigeria heeft behoord tot een groep kidnappers die voor losgeld rijke mensen ontvoerde. Het was zijn taak om informatie in te winnen over deze rijke mensen, voordat zij ontvoerd werden en om voor hen te zorgen door eten en drinken te brengen, nadat zij ontvoerd waren en opgesloten zaten. Deze groep had hem gewaarschuwd dat hij gedood zou worden als hij de groep ooit zou verlaten. Dat heeft hij toch gedaan en nu vreest hij voor zijn leven. Zijn jongere broer is door deze groep vermoord.

3. Verweerder heeft eisers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 Vw juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e en h, Vw. Eisers asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- werkzaamheden voor criminele organisatie en problemen naar aanleiding daarvan.

Verweerder heeft het eerste element vooralsnog geloofwaardig geacht. Het tweede relevante element acht verweerder niet geloofwaardig. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw.

4. Eiser voert aan dat verweerder zijn asielrelaas ten onrechte niet geloofwaardig acht. Hij heeft consequent verklaard over zijn werkzaamheden voor de criminele organisatie en de problemen die hij daardoor heeft ondervonden in Nigeria. Eiser heeft uitgelegd waarom hij geen gedetailleerde informatie heeft over de andere leden van de bende, leiders en hun werkzaamheden. Criminele organisaties hebben hun eigen protocollen om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk informatie kan worden doorgespeeld aan de politie of concurrerende bendes. Er worden bijnamen gebruikt en iedereen is alleen op de hoogte van zijn eigen werkzaamheden. Verweerder kan hem dit dus niet tegenwerpen. Eiser hoefde daarnaast ook niet op de hoogte te zijn van de namen van de personen over wie hij informatie moest inwinnen, hij wist de mensen te traceren aan de hand van hun auto's en kentekens. Hij heeft daarnaast geen schriftelijke stukken om het overlijden van zijn broertje aan te tonen. Doordat de bende zijn broertje heeft vermoord, vreesde hij nog meer voor de bende en is hij gevlucht. Hij denkt dat de bende hem wilde straffen, omdat hij de bende wilde verlaten. Dat is ook de reden waarom ze hem hebben bedreigd, gemarteld en gevangen hebben gezet. Marteling en de dood van dierbare familieleden zendt een duidelijk bericht. Het is eiser onduidelijk waarom verweerder de werkwijze van een criminele organisatie analyseert. Criminele organisaties hebben hun eigen regels, normen en waarden die afwijken van de 'gewone wereld', aldus eiser.

4.1

De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers verklaringen over zijn werkzaamheden voor de criminele organisatie niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser zeer weinig heeft kunnen vertellen over deze organisatie en zijn gestelde werkzaamheden. Daarbij heeft eiser zelfs zeer basale informatie niet kunnen verstrekken. De enkele stelling dat dit nu eenmaal zo werkt binnen een criminele organisatie heeft verweerder onvoldoende kunnen achten. Ook ten aanzien van de moord op zijn broertje en zijn eigen gevangenschap heeft eiser slechts marginaal kunnen verklaren. Verweerder heeft ook eisers verklaring hieromtrent derhalve niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

5. Eiser voert verder aan dat hij bij terugkeer naar Nigeria vreest te worden opgepakt door de Nigeriaanse autoriteiten. Ook is hij bang dat de bende wraak zal nemen omdat hij de bende verlaten heeft. In het ambtsbericht over Nigeria van juni 2018 wordt gerapporteerd over de toename van het aantal ontvoeringen. De Nigeriaanse autoriteiten hebben de straf op ontvoeringen verhoogd. Op ontvoering staat de doodstraf. Eiser vermoedt dat de Nigeriaanse autoriteiten weten dat hij deel heeft uitgemaakt van de bende en betrokken is geweest bij de ontvoeringen. Bij terugkeer zal hij vervolgd en berecht worden, waarbij hij het risico loopt de doodstraf opgelegd te krijgen. Eiser kan reeds hierom niet teruggestuurd worden naar Nigeria. Een ander probleem ligt in het feit dat hij geen bescherming van de Nigeriaanse overheid kan inroepen tegen de bende. Bij een aangifte zal eiser vragen krijgen over de bende en zijn eigen betrokkenheid daarbij. Dit zal alleen maar problemen opleveren. Dat eiser in een vertrekgesprek van 27 februari 2020 heeft verklaard mee te willen werken aan om een laissez passer te verkrijgen voor zijn uitzetting, is omdat hij zo snel mogelijk vrij wilde komen. Hij heeft toen bevestigend geantwoord op de vraag of hij mee wilde werken. Hij dacht dat hij daardoor in vrijheid zou worden gesteld, aldus eiser

5.1

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen ten aanzien van de geloofwaardigheid van eisers werkzaamheden voor een criminele organisatie, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat niet kan worden aangenomen dat eiser bij terugkeer naar Nigeria te vrezen heeft voor deze criminele organisatie, dan wel voor de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser heeft ook op geen enkele wijze aangetoond dat hij in de negatieve belangstelling zou staan van de autoriteiten. De beroepsgrond slaagt reeds hierom niet.

6. Eiser voert voorts aan dat verweerder zijn aanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e en h, Vw. Zijn verklaringen kunnen niet worden aangemerkt als kennelijk inconsequente en tegenstrijdige- kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen die strijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst. Verweerder heeft zijn verklaringen ook niet vergeleken met geverifieerde informatie over Nigeria. Eiser was daarnaast niet op de hoogte van de mogelijkheid dat hij in Nederland asiel aan kon vragen. Anders dan in Zwitserland heeft niemand hem daarop gewezen. Het kan hem dus niet worden verweten dat hij niet meteen na zijn aankomst asiel heeft aangevraagd, aldus eiser.

6.1

Op grond van artikel 30b, eerste lid, Vw, voor zover hier van belang, kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 worden afgewezen als kennelijk ongegrond in de zin van artikel 32, tweede lid, van de Procedurerichtlijn, indien:

“(…)

e. de vreemdeling kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen heeft afgelegd die strijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst, waardoor zijn verklaringen alle overtuigingskracht wordt ontnomen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 2 8;

(…)

h.de vreemdeling Nederland onrechtmatig is binnengekomen of zijn verblijf op onrechtmatige wijze heeft verlengd en zich, gezien de omstandigheden van zijn binnenkomst, zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen heeft aangemeld, en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij internationale bescherming wenst;”.

6.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers aanvraag zowel op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e als onder h, Vw, kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren. Ten aanzien van sub e verwijst de rechtbank naar hetgeen in rechtsoverweging 4 en 5 heeft overwogen, op grond waarvan verweerder de aanvraag kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren. Daarnaast heeft verweerder het niet aannemelijk hoeven achten dat eiser niet op de hoogte zou zijn geweest van de mogelijkheid in Nederland asiel aan te vragen, mede gelet op zijn eerdere asielaanvraag in Zwitserland. Ook sub h heeft verweerder eiser dus kunnen tegenwerpen, nu eiser zich na zijn aankomst in Nederland niet tijdig heeft gemeld bij de Nederlandse autoriteiten.

7. Eiser voert tot slot aan dat hij gezinsleven heeft met zijn Nederlandse vriendin en zijn Zwitserse kinderen. Zijn vriendin heeft een schriftelijke verklaring opgesteld waarin zij de relatie met eiser bevestigt en verklaart dat zij zwanger is van eiser. Het kind zal in augustus geboren worden. Het is de vriendin van eiser niet gelukt bewijsstukken met betrekking tot de zwangerschap over te leggen omdat haar verloskundige moeilijk bereikbaar is in verband met de corona maatregelen. Samenwonen is daarnaast geen voorwaarde voor het aannemen van gezinsleven. Een detentie vormt geen belemmering voor de uitoefening van het gezinsleven. Zijn vriendin heeft eiser immers verschillende malen bezocht in de penitentiaire instelling en heeft hem geïnformeerd over de verloop van de zwangerschap. Detentie is eveneens een omstandigheid waaronder eiser en zijn vriendin per definitie niet samen kunnen wonen. Er is sprake van een gezinsleven indien de biologische vader op het moment dat het kind werd geboren of werd verwekt een relatie had met de moeder. Daar is aan voldaan.

Ten aanzien één van zijn Zwitserse kinderen heeft eiser een verklaring van de moeder van zijn Zwitserse zoon overgelegd. Ook heeft hij foto's overgelegd en een geschrift waarmee hij een erkenningsprocedure is gestart in Zwitserland. Verweerder heeft in kader van de toets op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) de plank misgeslagen volgens eiser. Op basis van Werkinstructies 2019/15 en 2014/10 dient verweerder hierin samen te werken met eiser. Verweerder heeft, ondanks dat eiser daarom heeft gevraagd, geen enkel onderzoek verricht terwijl daarvoor wel aanwijzingen waren en één en ander makkelijk te verifiëren was voor verweerder. Verweerder heeft hem dan ook ten onrechte geen vergunning op grond van artikel 8 EVRM verleend en heeft hem ten onrechte een inreisverbod opgelegd van twee jaar, aldus eiser.

7.1

De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien eiser ambtshalve een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM te verlenen, dan wel af had moeten zien van het opleggen van een inreisverbod voor de duur van twee jaar. Ten aanzien van eisers gestelde vriendin in Nederland, die zwanger zou zijn van hun eerste kind, heeft verweerder de overgelegde informatie onvoldoende kunnen achten om beschermenswaardig familieleven aan te nemen. Eiser en zijn vriendin hebben immers nooit samengewoond en ook de zwangerschap is niet met stukken onderbouwd. Ten aanzien van de kinderen die eiser in Zwitserland stelt te hebben, heeft verweerder geen ook beschermenswaardig familieleven aan hoeven nemen. Zoals verweerder in dit verband terecht heeft gesteld voert eiser zijn recht op gezinsleven nu ook al op afstand uit. Op basis van de overgelegde stukken was verweerder niet gehouden zelf onderzoek te verrichten naar eisers gezinsleven. De beroepsgrond slaagt niet.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Schaap-Huijsmans, griffier.

De uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature