E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2020:4558
Rechtbank Den Haag, NL20.10089

Inhoudsindicatie:

Artikel 56 Vw -maatregel gekoppeld aan plaatsing in de nieuw geopende Handhavings- en toezichtlocatie in Hoogeveen. Vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming?

Het EHRM heeft in een aantal zaken het toetsingskader voor de beoordeling van deze rechtsvraag uiteengezet.

De rechtbank overweegt dat de uiterst beperkte oppervlakte van zone I en II, het fysiek afgesloten zijn van de buitenwereld, de mate en intensiteit van toezicht en het ontbreken van een bij wet bepaalde maximale duur van de maatregel ex artikel 56 Vw op zichzelf en zeker in onderlinge samenhang bezien zeer sterke aanwijzingen vormen dat de maatregel ex artikel 56 Vw , voor zover deze is gekoppeld aan plaatsing in de HTL, gekwalificeerd moet worden als vrijheidsontneming zoals bedoeld in artikel 5 EVRM .

In het geval van een maatregel ex artikel 56 Vw gekoppeld aan plaatsing in de HTL heeft echter te gelden dat een geplaatste de HTL eenvoudig met behoud van aanspraak op opvangvoorzieningen en zonder nadelige juridische gevolgen kan verlaten. De geplaatste hoeft immers slechts zijn gedrag zodanig aan te passen aan geldende basale fatsoens- en omgangsvormen dat hij geen overlast veroorzaakt in een reguliere opvanglocatie. Zodra een geplaatste overtuigend stelt dat hij zich aan de huisregels en gedragsnormen zal conformeren komt de aanleiding om door middel van een vrijheidsbeperkende maatregel iemand in de HTL te plaatsen te vervallen en kan de maatregel ex artikel 56 Vw worden opgeheven omdat voortgezet verblijf in de HTL niet langer noodzakelijk is in verband met handhaving van de openbare orde. Op geen enkele wijze valt in te zien waarom van eiser niet kan worden verlangd en kan worden verwacht dat hij de keuze maakt om zijn gedrag te veranderen en aan te passen aan hetgeen is vereist om in de reguliere opvang te kunnen verblijven. Van enige medische, psychische of anderszins aanwezige problematiek die met zich zou brengen dat eiser niet in staat is een keuze te maken en de consequentie van zijn handelen te overzien is niet gebleken.

De rechtbank concludeert derhalve dat eiser op zeer eenvoudige wijze kan bewerkstelligen dat hij geoorloofd en zonder nadelige juridische gevolgen de HTL kan verlaten en zodoende de maatregel ex artikel 56 Vw wordt opgeheven. Dit is een dermate sterke aanwijzing dat in het geval van eiser de maatregel gekwalificeerd dient te worden als vrijheidsbeperking dat de rechtbank aan deze omstandigheid een doorslaggevende betekenis toe zal kennen.

Gelet op het toetsingskader zoals uiteengezet door het EHRM en zoals hierboven toegepast en beoordeeld komt de rechtbank dan ook tot de conclusie dat in het concrete geval van eiser de oplegging en tenuitvoerlegging van de artikel 56 Vw-maatregel vrijheidsbeperking is en geen vrijheidsontneming. Dit betekent dat de overige standpunten van partijen geen verdere bespreking behoeven. De oplegging van de maatregel is dus niet onrechtmatig en het beroep tegen de maatregel zal ongegrond worden verklaard.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie