< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

vovo kno. geen gronden en geen besluit binnen termijn overgelegd

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/1168

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2020 in de zaak tussen

[eiser] , geboren op [geboortedatum] , van Britse nationaliteit, eiser,

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. F. Kilic-Arslan),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 13 februari 2020 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet op grond van artikel 8:81, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het verzoekschrift de gronden van het verzoek vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het verzoek op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvan kelijk verklaren.

2. Verzoeker heeft geen gronden vermeld in het verzoekschrift. Bij aangetekende brief van 14 februari 2020 is verzoeker gewezen op dit verzuim en is hij verzocht om dit uiterlijk binnen twee weken na datum van die brief te herstellen. Tevens heeft de rechtbank verzocht om een kopie van het bezwaarschrift en een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft over te leggen. Hierbij is vermeld dat, indien verzoeker niet aan dit verzoek voldoet, het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Uit onderzoek is gebleken dat betreffende brief op 17 februari 2020 is bezorgd. De termijn om het verzuim te herstellen is geëindigd op 29 februari 2020.

3. Bij brief van 17 maart 2020 heeft verzoeker de gronden ingediend. Dat is na de in de brief van 14 februari 2020 gestelde termijn van twee weken. Verzoeker verzoekt in verband met de COVID19 uitbraak en logistieke hinder die het kantoor van de gemachtigde daardoor heeft ondervonden het verzoek ontvankelijk te verklaren.

4. In de periode dat de gronden hadden moeten worden ingediend was naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog geen sprake van een COVID19 uitbraak, zodat het te laat indienen van de gronden daaraan niet kan worden toegerekend. De voorzieningenrechter ziet in het aangevoerde geen reden om de termijnoverschrijding voor het indienen van de gronden verschoonbaar te achten.

5. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier.

Deze uitspraak is gedaan op 3 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature