E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2020:2746
Rechtbank Den Haag, AWB 19/2682

Inhoudsindicatie:

Trefwoorden: Intrekking verblijfsvergunning, openbare orde, glijdende schaal, 8:84 van de Awb, langdurige ingezetene

Eiser verblijft al 45 jaar rechtmatig in Nederland en is vele malen veroordeeld voor het plegen van misdrijven (ook geweldsmisdrijven) en heeft langdurig in de detentie verbleven. Omdat eiser in 2014 en 2017 opnieuw een misdrijf heeft gepleegd, is de per 2012 gewijzigde glijdende schaal op hem van toepassing, waarbij de eindtermijn is afgeschaft. Dit betekent volgens verweerder dat eisers verblijfsvergunning kon worden ingetrokken en dat aan hem een zwaar inreisverbod kon worden opgelegd.

De rechtbank oordeelt dat in beginsel aan de vereisten van de glijdende schaal is voldaan, maar dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of hij gebruik moest maken van zijn bevoegdheid om de verblijfsvergunning in trekken. Verweerder heeft namelijk onvoldoende aandacht besteed aan de lange legale verblijfsduur in Nederland, het ontbreken van banden met Marokko en de problematische jeugd van eiser inclusief de uithuisplaatsing vanwege problemen met zijn traditioneel Marokkaanse vader. Ook heeft verweerder niet voldoende aandacht gegeven aan de context waarbinnen de misdrijven zijn gepleegd en de verslavingsproblematiek. Eiser heeft met stukken onderbouwd dat hij bezig is op de goede weg te komen.

Aan het bestreden besluit kleeft daarom een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. Bovendien had verweerder eiser na zo’n lange verblijfsduur moeten horen in bezwaar over de intrekking. Het horen in bezwaar is niet hetzelfde als het horen in het kader van het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning.

Het beroep is gegrond en verweerder moet opnieuw op het bezwaar van eiser beslissen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie