E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2020:1425
Rechtbank Den Haag, NL19.29512

Inhoudsindicatie:

Bekering – eerdere asielaanvragen in 1999 en 2000, thans derde asielaanvraag - weging van verklaringen van derden is onvoldoende gemotiveerd – verklaringen van derden die betrekking hebben op onder meer feitelijke gedragingen van eiser gedurende een zeer lange periode – “nieuwe inzichten” in de zin van WI 2019/18.

De verklaringen van derden in de onderhavige procedure hebben betrekking op de gedragingen van eiser gedurende een exceptioneel lange periode. Deze verklaringen zijn niet beperkt tot een alternatieve geloofwaardigheidsbeoordeling, maar zijn een weergave van hoe eiser zich beweegt in en vanuit een kerkelijke gemeenschap. Niet alleen wordt beschreven wat eiser feitelijk doet en waar hij dat doet, maar ook wordt duidelijk dat eiser veelvuldig tegen deze derden spreekt over wat het geloof voor hem betekent, welke rol zijn geloof in zijn leven speelt en hoe hij zich als bekeerde gelovige wil gedragen. Eiser spreekt blijkens deze verklaringen ook over zijn innerlijke motieven om gelovig te willen zijn. Tevens blijkt zeer gedetailleerd welk langdurig proces, zowel innerlijk als in de geloofsgemeenschap, van bekering eiser heeft doorlopen. Deze derden hebben ook verklaard dat eiser zijn kennis over het geloof met grote regelmaat deelt en dus expliciet uit. Verweerder mag verwachten dat eiser ten overstaan van hem praat over zijn proces van bekering, zijn motieven hiervoor en zijn kennis over zijn nieuwe geloof. Deze verklaringen van derden verschaffen echter nieuwe inzichten in die zin dat eiser wel degelijk kan verklaren over zijn innerlijke motieven, zijn proces en zijn kennis, maar dat hij wellicht heeft nagelaten om dat in zijn gehoren te doen.

Verweerder heeft de aard en inhoud van de vele verklaringen van derden over eiser die betrekking hebben op een zeer lange periode in zijn besluit, verweerschrift en toelichting ter zitting onvoldoende onderkend en daarmee onvoldoende gewogen.

De rechtbank betrekt hierbij dat verweerder ter zitting -desgevraagd- heeft aangegeven dat duidelijk is dat eiser en alle genoemde derden eiser als bekeerd en gelovig Christen beschouwen en dat eiser veelvuldig en structureel gedragingen vertoont die naar uiterlijke vertoning lijken op religieuze rituelen en deelname aan een geloofsleven. Verweerder heeft daarbij, op vragen van de rechtbank, aangegeven aan te willen nemen dat eiser zichzelf als een oprecht en innerlijk bekeerd christen beschouwt en degenen die over eiser ten behoeve van deze procedure een verklaring hebben afgelegd dat ook doen. Verweerder heeft tevens de inhoud van de verklaringen in het geheel niet weersproken en aangegeven dat hij aanneemt dat eiser alle feitelijke gedragingen vertoont die blijken uit de verklaringen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie