E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2020:1404
Rechtbank Den Haag, NL19.29015

Inhoudsindicatie:

Statushouder Bulgarije – opvolgende aanvraag – verweerder verwijst naar de jurisprudentie van de Afdeling – verweerder motiveert onvoldoende waarom geen sprake is van nieuwe elementen en bevindingen – beroep gegrond.

Verweerder heeft ontoereikend gemotiveerd dat geen sprake is van nieuwe elementen en bevindingen. Verweerder zal nader moeten motiveren waarom, gelet op de relevantie van de houding van de Bulgaarse autoriteiten ten aanzien van statusouders en de eis in de jurisprudentie dat van eiser mag worden verwacht dat hij zelf in Bulgarije de rechten die voortvloeien uit zijn status effectueert, de aanzienlijk langere periode van het niet bieden van integratievoorzieningen niet moeten worden gekwalificeerd als een nieuw element of bevinding met betrekking tot zijn vorige asielprocedure. Verweerder zal tevens nader moeten motiveren waarom de aanzienlijk langere periode van het feitelijk geen toegang hebben tot sociale huisvesting en het feitelijk geen toegang hebben tot woningen in de particuliere sector, niet moet worden gekwalificeerd als nieuw element of bevinding met betrekking tot zijn vorige asielprocedure. De informatie dat statushouders zich tot ngo’s moeten wenden om voor huisvesting in aanmerking te komen blijkt uit de door eiser ingebrachte informatie die dateert van na zijn vorige asielprocedure.

De rechtbank verwijst uitdrukkelijk naar het Ibrahim-arrest. Het Hof van Justitie noemt het beschikken over woonruimte immers expliciet als voorbeeld van elementaire basisbehoeften als het gaat om het beoordelen van de mate van materiële deprivatie. De overweging in het besluit, onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Afdeling, dat artikel 3 EVRM de lid staten niet verplicht om statushouders een woning ter beschikking te stellen of financiële bijstand te verlenen is, gelet op het Ibrahim-arrest, geen genoegzame motivering van het standpunt dat eiser na terugkeer naar Bulgarije niet in een situatie terecht zal komen die strijdig is met artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie