< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Toekenning transitievergoeding. Werkgever is niet bevoegd de door werkgever tijdens de arbeidsovereenkomst betaalde kosten voor de opleiding van het C rijbewijs van werknemer te verrekenen met de verschuldigde transitievergoeding.

Uitspraak



Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda

Zaaknummer: 8742807 EJ VERZ 20-85266

Beschikking van de kantonrechter d.d. 22 december2020 in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats 1] ( [land] ), voorheen te [woonplaats 2] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: voorheen mr. S. Suski, thans procederende in persoon,

tegen

de besloten vennootschap Roobos Bloemenexport B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Benthuizen,

verwerende partij,

hierna te noemen: Roobos,

gemachtigde: mr. J.L.R. Kenens.

1 Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de navolgende stukken, uit welke stukken tevens het verloop van de procedure blijkt:

- het verzoekschrift, ingekomen (per telefax) bij de griffie van deze rechtbank op 31 augustus 2020;

- het verweerschrift;

- het antwoord op het verweerschrift;

- de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt tijdens de mondelinge behandeling van deze zaak op 26 november 2020.

2 De beoordeling

2.1

[verzoeker] verzoekt de veroordeling van Roobos, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, om:

a. aan hem te betalen een bedrag ad € 1.929,93 bruto;

b. aan hem te verstrekken een deugdelijke netto/bruto specificatie met betrekking tot het sub a genoemde bedrag, zulks op verbeurte van een dwangsom ad € 100,= per dag, met een maximum van € 10.000, voor elke dag dat Roobos hiermee na de betekening van de ten deze te geven beschikking in gebreke blijft;

c. aan hem te betalen de buitengerechtelijke kosten;

d. aan hem te betalen de wettelijke rente over het sub a, b en c genoemde bedragen vanaf de opeisbaarheid van die bedragen tot de dag der algehele voldoening;

met veroordeling van Roobos in de kosten van de procedure en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de 14e dag na de dag waarop deze beschikking wordt gegeven.

2.2

[verzoeker] legt het volgende aan zijn verzoeken ten grondslag. Hij is in de periode van 1 juni 2018 tot en met 31 mei 2020 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in de functie van boxmedewerker / chauffeur bij Roobos in dienst geweest tegen een bruto basissalaris ad € 13,54 per uur exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten. Hij werkte 45 uur per week. In de twaalf maanden die aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vooraf zijn gegaan verdiende hij bij Roobos een bruto salaris ad € 2.894,90 bruto per maand. Op grond van de wet kan hij in verband met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst aanspraak maken op de transitievergoeding ten bedrage van € 1.929,93 bruto. Roobos heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat zij de transitievergoeding reeds met hem heeft afgerekend. Daarbij is het volgende van belang. Hij heeft met Roobos afgesproken dat hij op haar kosten in Polen de opleiding voor het rijbewijs C zou volgen en dat hij, nadat hij dat rijbewijs behaald zou hebben, gedurende een periode van 3 jaar bij haar in dienst zou blijven. Aldus is hij op 2 maart 2020 naar Polen gegaan. Zijn opleiding tot vrachtwagenchauffeur heeft als gevolg van Corona vertraging opgelopen, maar hij heeft het daarvoor af te leggen examen op 25 mei 2020 met succes afgelegd. Het rijbewijs zelf is hem in juni 2020 verstrekt.

2.3

Roobos verzoekt om de afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] , met veroordeling van hem, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure. Daartoe voert zij het volgende aan. Zij erkent de door [verzoeker] gestelde arbeidsovereenkomst, met dien verstande dat hij bij haar niet een bruto maandsalaris verdiende ad € 2.894,90, maar een bruto maandsalaris ad € 2.878,77. Roobos heeft de arbeidsovereenkomst met hem niet willen verlengen, omdat zij als gevolg van de Corona-epidemie geen / te weinig werk voor hem had. [verzoeker] is tijdens werktijd op zijn verzoek, op kosten van Roobos, een opleiding gaan volgen voor het rijbewijs C. Hij heeft deze opleiding gevolgd in Polen. Met het oog hierop hebben partijen een studieovereenkomst gesloten (de als productie 1 aan het verweerschrift gehechte akte d.d. 2 december 2019). Op grond daarvan dient [verzoeker] 100% van de gemaakte opleidingskosten aan Roobos terug te betalen indien het dienstverband eindigt voordat hij zijn opleiding zou hebben voltooid. Dit volgt ook uit de wijzigingsovereenkomst die partijen op 25 november 2019 hebben gesloten (de als productie 2 aan het verweerschrift gehechte akte d.d. 25 november 2019). De door [verzoeker] te volgen opleiding zou starten op 24 februari 2020 en zou volgens [verzoeker] circa vijf weken in beslag nemen. De kosten van de opleiding bedroegen volgens zijn opgave € 2.781,= en zijn door Roobos betaald. [verzoeker] heeft zich met ingang van 26 mei 2020 arbeidsongeschikt gemeld. De eindafrekening van het dienstverband is [verzoeker] toegezonden. In die eindafrekening is de uitbetaling van de transitievergoeding ad € 1.919,19 betrokken. Verrekening van de ten onrechte door [verzoeker] ontvangen reiskosten en rittengeld en de door hem aan Roobos verschuldigde studiekosten heeft geleid tot een negatief saldo ad € 209,54. Dit bedrag is hij dus aan Roobos verschuldigd. Roobos heeft hem niets te betalen. Tegen de zojuist bedoelde verrekening heeft [verzoeker] niet geprotesteerd. Aangezien hij daar niet tijdig tegen heeft geprotesteerd, heeft hij zijn recht verloren om dat te doen (artikel 6:89 BW).

2.4

De kantonrechter overweegt het volgende.

2.5

Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd en de in het geding gebrachte stukken staat het volgende vast. [verzoeker] is op 1 juni 2018 bij Roobos in dienst getreden. Blijkens een onderhandse akte d.d. 24 juni 2019 is de arbeidsovereenkomst verlengd voor de duur van 10 maanden eindigend op 31 mei 2020. Partijen hebben deze overeenkomst bij onderhandse akte d.d. 25 november 2019 gewijzigd. In die akte is onder meer het volgende vermeld:

- de functieomschrijving wordt met ingang van 1 december 2019 box medewerker / chauffeur

- de arbeidsduur wordt met ingang van 1 december 2019 vastgesteld op 45 uur per week en de werktijden zijn als volgt bepaald: (…)

- het salaris bedraagt met ingang van 1 december 2019 All-in € 2.576,67 bruto per maand.

Dit is incl eet en verblijfsvergoeding.

- na 1 januari 2020 mag er op kosten van de werkgever het C rijbewijs behaald worden, het bestaande contract word verlengd met 3 jaar.

Bij beeindiging van het contract, binnen 3 jaar, door 1 van bovengenoemde partijen, zal de gemaakte studieschuld voor het C Rijbewijs terugbetaald moeten worden.

Zie studieovereenkomst 02 -12 – 2019 voor verdere afspraken.

In de door partijen gesloten Studiekostenovereenkomst d.d. 2 december 2019 is onder meer het volgende bepaald:

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

- werkgever de kosten van de opleiding (…) zal betalen aan het opleidingsinstituut;

- werknemer (…) de opleiding (…) Rijbewijs C gaat volgen na 1-1-2020;

- werknemer bij werkgever in dienst zal blijven voor de duur van 3 jaar, voor het bepalen van de startdatum zal de slagingsdatum leidend zijn.

- dat partijen zijn overeenkomen dat werknemer de in de considerans bedoelde kosten van de werkgever onder voorwaarden zal terugbetalen, een en ander zoals in deze overeenkomst zal worden vastgelegd.

(…)

Artikel 1

Terugbetaling van het studiegeld voor 100% indien;

- het dienstverband van betrokkene eindigt, voordat de studie is voltooid;

- het dienstverband op verzoek van de werknemer of wegens een dringende reden (…) wordt verbroken binnen 3 jaar, nadat de studie zoals hierboven genoemd, is voltooid;

Bij e-mailbericht d.d. 21 april 2020 heeft Roobol onder meer het volgende geschreven aan [verzoeker] :

Door de veranderde situatie wereldwijd én bij Roobos is niets meer wat het voor de coronacrisis was.

Zoals ik je vorige week al aangaf is bij ons het werk ook drastisch afgenomen en is het nog maar de vraag hoe de toekomst gaat verlopen.

Op dit moment kan ik je aflopende contract dan ook niet verlengen!

Roobos heeft, uitgaande van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juni 2020, de eindafrekening opgesteld en aan [verzoeker] doen toekomen. De transitievergoeding heeft zij daarbij tot een bedrag ad € 1.919,19 in verrekening gebracht.

2.6

De kantonrechter overweegt het volgende.

2.7

In deze procedure verzoekt [verzoeker] de veroordeling van Roobos om hem de transitievergoeding te betalen. Daarmee neemt hij in deze procedure tot uitgangspunt dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op 31 mei 2020 is geëindigd, omdat Roobos deze niet heeft willen voortzetten.

2.8

Tussen partijen is niet in discussie dat [verzoeker] aanspraak heeft op de betaling van de transitievergoeding. In discussie is wel of Roobos deze vergoeding heeft kunnen verrekenen met het bedrag ad € 2.781,=, dat zij heeft betaald voor zijn opleiding voor het C rijbewijs. De kantonrechter is van oordeel dat zij daartoe niet bevoegd is. Het is voldoende aannemelijk dat [verzoeker] zijn C rijbewijs heeft behaald voordat de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigde. Bij de afspraak over de door [verzoeker] te volgen opleiding was bovendien uitgangspunt dat hij, vanaf het moment dat hij zijn opleiding zou hebben voltooid, voor een periode van 3 jaar bij Roobos in dienst zou blijven. Feiten en omstandigheden die tot de conclusie kunnen leiden dat hij die afspraak, indien Roobos dat had gewild, niet zou zijn nagekomen, zijn niet gebleken. Nu [verzoeker] niet heeft betwist dat zijn brutosalaris niet € 2.894,90 bruto per maand heeft bedragen maar een bedrag ad € 2.878,77 bruto per maand, is de transitievergoeding toe te wijzen tot het door Roobos genoemde bedrag ad € 1.919,18 bruto. De stelling van Roobos, dat daaraan het bepaalde in artikel 6:89 BW in de weg staat, is niet juist. De wettelijke rente wordt (artikel 7:686a lid 1 BW) toegewezen van af 1 juli 2020 tot de dag der algehele voldoening. De verzochte specificatie met betrekking tot de te betalen vergoeding wordt afgewezen, nu Roobos deze als productie 5 bij het verweerschrift in het geding heeft gebracht.

2.9

Aangezien Roobos bij deze beschikking in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de kosten van de procedure. Voor zover nakosten gemaakt worden levert deze beschikking voor die nakosten een titel op.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Roobos om aan [verzoeker] te betalen een bedrag ad € 1.919,18 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juli 2020 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Roobos in de kosten van de procedure, welke kosten aan de zijde van [verzoeker] tot op heden worden vastgesteld op een bedrag ad € 563,00, waarin begrepen een bedrag ad € 480,= voor salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de 14e dag na de dag waarop deze beschikking wordt gegeven;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. M. Nijenhuis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature