E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2020:12879
Rechtbank Den Haag, AWB 18/3765

Inhoudsindicatie:

Vreemdelingenrecht, intrekken verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht niet in strijd met artikel 8 EVRM. De belangen van eiser bij het uitoefenen van zijn familie- en gezinsleven en zijn privéleven in Nederland, ook in samenhang beschouwd, wegen gelet op de gepleegde misdrijven en het gevaar dat eiser nog steeds vormt voor de openbare orde niet op tegen het belang van de samenleving bij het vertrek van eiser uit Nederland. Ook de belangen van de kinderen leiden, gelet op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, niet tot de conclusie dat de intrekking van de verblijfsvergunning achterwege dient te blijven. Evenmin komt eiser in aanmerking voor een verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU (Chavez). Op grond van onder meer het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming komt de rechtbank tot het oordeel dat geen sprake is van een zodanige afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en de kinderen, dat de kinderen gedwongen zouden zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als eiser dit grondgebied verlaat. Omdat eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt heeft verweerder eiser tevens een inreisverbod voor de duur van 10 jaar op kunnen leggen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie