E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2020:11917
Rechtbank Den Haag, NL19.31447

Inhoudsindicatie:

Staatloze Palestijn uit Syrië. VAE gebruikelijke verblijfplaats. Art 1(D) Vluchtelingenverdrag. Daadwerkelijk bijstand UNRWA?

Uit de verklaringen van eiser volgt dat hij niet direct voorafgaand of kort vóór het indienen van zijn asielaanvraag bijstand van de UNRWA heeft ontvangen. Eiser heeft immers op 18 juni 2014 Syrië verlaten en meer dan drie jaar later zijn asielaanvraag in Nederland ingediend. Dit betekent dat eiser, ondanks dat hij daadwerkelijk bescherming en/of bijstand van de UNRWA heeft gehad én dat deze is opgehouden vanwege omstandigheden buiten invloed en onafhankelijk van de wil van eiser, niet valt onder de insluitingsclausule van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft zich daarmee terecht op het standpunt gesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor uitsluiting en insluiting van de vluchtelingenstatus. Artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag is dan ook niet op eiser van toepassing. De rechtbank verwijst daarbij naar het arrest El Kott van het HvJEU.

Uit artikel 1A, tweede lid, van het Vluchtelingenverdrag volgt dat vreemdelingen, ook als zij geen nationaliteit bezitten, aannemelijk moeten maken dat zij een gegronde vrees hebben voor vervolging in het land waar zij hun gebruikelijke verblijfsplaats hebben. De Afdeling heeft reeds geoordeeld dat de VAE voor eiser een gebruikelijke verblijfplaats is. Er zijn in deze procedure geen nieuwe feiten aangedragen om tot een andere conclusie te komen. Niet aannemelijk is geworden dat eiser in de VAE heeft te vrezen voor vervolging of ernstige schade. De gestelde problemen met zijn werkgever zijn bij het eerdere besluit ongeloofwaardig geacht. Dit staat reeds in rechte vast. Ook staat reeds in rechte vast dat voor zover eiser geen geldig verblijfsrecht meer heeft voor de VAE, onaannemelijk is dat hij die niet opnieuw zou kunnen krijgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser in deze procedure niet alsnog aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen verblijfsrecht heeft voor de VAE.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie