E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2020:10866
Rechtbank Den Haag, AWB 17/5886

Inhoudsindicatie:

Besluit IND

De IND heeft het Nederlanderschap van eiser ingetrokken, omdat eiser zijn betrokkenheid bij de genocide in Rwanda in 1994 heeft verzwegen. Volgens de IND zijn er ernstige redenen om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven, genoemd in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag.

Oordeel rechtbank

- De zogenoemde Engel-criteria leiden niet tot de conclusie dat in het geval van eiser de intrekking van zijn nationaliteit moet worden aangemerkt als een bestraffende maatregel. Daarom hoeft niet eerst te zijn bewezen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan 1(F)-misdrijven. De IND heeft, door te beoordelen of er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan 1(F)-misdrijven, een juiste toetsingsmaatstaf voor intrekking van het Nederlanderschap gehanteerd.

- Het individueel ambtsbericht dat aan het besluit van de IND ten grondslag ligt is zorgvuldig tot stand gekomen en de inhoud rechtvaardigt de conclusie dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan 1(F)-misdrijven. Dit betekent dat de IND op basis van het individueel ambtsbericht artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag aan eiser heeft kunnen tegenwerpen.

- Het recht van eiser op een effectieve verdediging is niet geschonden.

- De intrekking van het Nederlanderschap van eiser is evenredig en de IND heeft daarom in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om in te trekken.

- Eiser heeft recht op schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie