< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verzoek voorlopige voorziening, Dublin Italië, bijzonder kwetsbare asielzoeker, zwangere en alleenstaande vrouw, interim measures

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.31212

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoekster

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen ter voorkoming van overdracht aan Italië, zolang geen uitspraak is gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.31211, plaatsgevonden op 29 januari 2020. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Als tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht , op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemprocedure niet.

2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat Italië verantwoordelijk dient te worden geacht voor het asielverzoek van verzoekster. Verzoekster stelt bijzonder kwetsbaar te zijn omdat zij het slachtoffer is geworden van mensenhandel en omdat zij zwanger is. Ze heeft verwezen naar de ‘interim measures’ van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) waarbij het EHRM vragen aan Nederland heeft gesteld.

3. Gebleken is dat verzoekster zwanger is. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit en ter zitting op het standpunt gesteld dat de gezinsband van haar met [naam 2]

– de gestelde vader – niet is aangetoond. In deze visie van verweerder is verzoekster derhalve een alleenstaande zwangere vrouw. Dit leidt de voorzieningenrechter vooralsnog tot het oordeel dat verzoekster als bijzonder kwetsbaar in de zin van de zaak Tarakhel kan worden aangemerkt. Uit de door het EHRM gestelde vragen kan worden afgeleid dat aan de orde is of bijzonder kwetsbare vreemdelingen zonder individuele garanties aan Italië kunnen worden overgedragen op grond van de Dublinverordening. Dit betekent dat niet kan worden uitgesloten dat verweerder individuele garanties voor verzoekster aan Italië moet vragen met betrekking tot opvang- en andere voorzieningen, alvorens tot overdracht kan worden overgegaan.

4. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.

5. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Het bedrag van deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 1.050 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525 en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat is beslist op het beroep;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.050 (duizendvijftig euro).

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zaaknummers: 46595/19, M.T. tegen Nederland

49569/19, S.O. tegen Nederland

48397/19, A.S. tegen Nederland

50389/19, P.T. tegen Nederland

52741/19, A.T. tegen Nederland

Het arrest van 4 november 2014 in de zaak Tarakhel tegen Zwitserland, nr. 29217/12, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712

Verordening (EU) nr. 604/2013


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature