< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Uitwerking van een verkort vonnis waarin een documentairemaker en omroep is verboden om, kort gezegd, een filmdocumentaire uit te zenden. Het betreft een filmdocumentaire over het werk van de FIOD, waarbij de documentairemakers het opsporingsonderzoek in één specifieke fraudezaak van dichtbij hebben gevolgd. De documentairemakers hebben daarbij ongeclausuleerd inzage gekregen in alle opsporingsgegevens. Die verstrekkingen hadden geen wettelijke grondslag en hiermee is een inbreuk gemaakt op het recht van de verdachten op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Hun belang bij bescherming van hun persoonlijke levenssfeer weegt naar voorlopig oordeel in dit geval zwaarder dan het recht van de documentairemakers op vrijheid van expressie en persvrijheid.

Uitspraak



Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/600363 / KG ZA 20-932

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2020

in de zaak van

1 [eiser 1] te [woonplaats 1],

2. [eiser 2] te [woonplaats 2] ,

3. Stichting Sumo te Rotterdam,

eisers,

advocaten mrs. M.Ch. Kaaks en O.M.B.J. Volgenant te Amsterdam,

tegen:

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid, Openbaar Ministerie) te Den Haag,

Selfmade Films B.V. te Amsterdam,

KRO-NCRV te Hilversum,

gedaagden,

advocaten van gedaagde sub 1 mrs. W. Heemskerk en J.S. Bierens te Den Haag,

advocaten van gedaagden sub 2 en 3 mrs. J.P. van den Brink en L. Oranje te Amsterdam.

Eisers worden hierna ieder afzonderlijk respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser 1] ’, ‘ [eiser 2] ’ en ‘de Stichting’. Gedaagden worden hierna ieder afzonderlijk respectievelijk aangeduid als ‘de Staat’, ‘Selfmade’ en ‘KRO-NCRV’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord;

- de door Selfmade en KRO-NCRV overgelegde conclusie van antwoord met producties;

- de door eisers overgelegde conclusie van repliek met een productie;

- de op 9 oktober 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Op de dag van de mondelinge behandeling is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 19 oktober 2020.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

[eiser 1] was eigenaar/exploitant van de landelijke sushirestaurantketen Sumo Sushi (hierna: Sumo) en [eiser 2] was mede-grootaandeelhouder in die keten. De Sumo restaurants worden thans door andere ondernemers geëxploiteerd. De Stichting is onder meer houder van het Sumo woord-/beeldmerk dat aan de huidige franchisehouders in licentie wordt gegeven.

2.2.

De Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (hierna: FIOD) is in 2013 een onderzoek begonnen naar de Sumo restaurants vanwege een verdenking van belastingontduiking.

2.3.

Op dat moment waren er al contacten geweest tussen de Staat (meer in het bijzonder het Openbaar Ministerie) en Selfmade over een te maken filmdocumentaire over het werk van de FIOD. In 2014 is besloten dat ten behoeve van die filmdocumentaire een specifieke fraudezaak van nabij zou worden gevolgd en dat dit de zaak van Sumo zou zijn.

2.4.

Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) heeft in dat kader een mediacontract gesloten met Selfmade. Daarin staat, voor zover thans relevant, vermeld dat:

- Selfmade “met het oog op deze productie beeld- en geluidsopnamen [wenst] te maken van de werkzaamheden van Het Openbaar Ministerie en deze in het kader van de documentaire [wenst] uit te zenden en/of te vertonen.” (de overwegingen)

- “ het Openbaar Ministerie bereid is medewerking te verlenen aan het maken van voornoemde beeld- en geluidsopnamen en de uitzending en /of vertoning daarvan in het kader van de documentaire.” (de overwegingen)

- “ de datum van eerste uitzending afhankelijk [is] van de opnames, doch niet voor de uitspraak van de rechter in eerste aanleg [zal] plaatsvinden. De producent zal het OM uiterlijk twee weken voor de eerste uitzending schriftelijk op de hoogte brengen (datum, tijdstip en zender) opdat het OM eventuele betrokkenen kan inlichten”. (de overwegingen)

- “ er geen herkenbare beeldopnames [mogen] worden gemaakt van verdachte personen of rechtspersonen, om diens privacy te beschermen en trial by media te voorkomen. Verhoren worden niet gefilmd door Producent of door mensen die voor hem werken.” (artikel 3. 4 )

- opnamen waartegen bezwaar wordt gemaakt niet [mogen] worden uitgezonden, “tenzij deze zodanig zijn bewerkt dat betrokkene bij uitzending hiervan (in samenhang bezien) op geen enkele wijze te herkennen of te identificeren zal zijn”. (artikel 3. 6 )

- Selfmade “op verzoek van Het Openbaar Ministerie het maken van de beeld- en geluidsopnamen [dient] te staken indien enig belang (bijvoorbeeld: opsporings- en/of vervolgingsbelang, veiligheidsbelang, belangen van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen) dit naar de opvatting van Het Openbaar Ministerie vereist.” (artikel 3. 7 )

- Selfmade “het Openbaar Ministerie binnen een termijn van minimaal één maand voorafgaand aan de eerste openbare vertoning of uitzending van de documentaire gelegenheid [dient] te bieden de documentaire te zien en beoordelen, indien nodig frame voor frame, dan wel digitaal. (…) Het OM heeft zo dan de gelegenheid om te beoordelen of de documentaire moet worden gecorrigeerd met betrekking tot feitelijke onjuistheden en op het gebied van de in 4.2 genoemde belangen. De inhoudelijke en creatieve eindverantwoordelijkheid berust bij Producent. De in de ogen van het Openbaar Ministerie niet voor uitzending geschikte beeld en geluidsopnamen worden geschrapt.” (artikel 4. 1 );

- Selfmade “de, in de ogen van het Openbaar Ministerie niet voor uitzending geschikte beeld- en geluidsopnamen niet [mag] gebruiken, wanneer Het Openbaar Ministerie dat uit oogpunt van bescherming van de belangen op het gebied van privacy, slachtofferbescherming, opsporing en vervolging, politietactiek- en techniek en/of risico op (ernstige) reputatieschade noodzakelijk vindt.”(artikel 4. 2 )

- Selfmade “strikte vertrouwelijkheid in acht [dient] te nemen ten aanzien van alle informatie over (aspecten van) de werkzaamheden van Het Openbaar Ministerie en al wat hem overigens ter kennis komt door het maken van beeld- en geluidsopnamen van (aspecten van) werkzaamheden van Het Openbaar Ministerie, al dan niet in het kader van het programma (artikel 7. 1 )

- Selfmade “geen eigen onderzoek [verricht] naar de zaken die door de FIOD onder leiding van het Openbaar Ministerie onderzocht worden. De privacy van verdachten, getuigen en slachtoffers wordt beschermd, alsmede de belangen van de opsporing en de vervolging.” (artikel 7. 3 ).

2.5.

Selfmade is vervolgens meegegaan naar en heeft opnames gemaakt van onder andere besprekingen, overleggen, doorzoekingen, verhoren van getuigen en tapgesprekken. Dit alles heeft plaatsgevonden buiten medeweten van de verdachten en hun raadslieden.

2.6.

Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) is [eiser 1] en [eiser 2] daarna gaan vervolgen wegens belastingfraude. De beschuldiging kwam er in het kort op neer dat zij leiding hebben gegeven aan fraude met de omzet(belasting). Daarnaast werden zij ervan beschuldigd dat zij hebben deelgenomen aan een criminele organisatie die belastingfraude en (gewoonte)witwassen tot doel had. In de aanloop naar de strafzaken hebben [eiser 1] en [eiser 2] bekend dat zij belastingfraude hebben gepleegd. Zij hebben daarbij verklaard dat zij de ontstane belastingschulden alsnog volledig hebben voldaan en een bestuurlijke boete hebben betaald.

2.7.

Bij de rechtbank Rotterdam hebben in juli 2019 de strafzaken plaatsgevonden. Bij de rechtbank was (gedurende lange tijd) niets bekend over de filmdocumentaire. Na afloop van het onderzoek op de zitting in de strafzaken, maar voor de sluiting van het onderzoek en de geplande einduitspraak is in de pers bekend gemaakt dat journalisten het strafrechtelijk onderzoek van nabij hebben gevolgd ten behoeve van het maken van de filmdocumentaire, die op televisie zou worden uitgezonden na de einduitspraak. Dit heeft tot voortzetting van het onderzoek op de zitting geleid.

2.8.

Eisers zijn in februari 2020 bij de rechtbank Amsterdam een kort geding gestart tegen onder andere Selfmade en de KRO-NCRV, die voornemens was de filmdocumentaire op televisie uit te zenden. Eisers hebben in dat kort geding kort gezegd gevorderd dat de gedaagden wordt bevolen om over te gaan tot afgifte van, althans inzage in, al het materiaal dat zij ten behoeve van de totstandkoming van de filmdocumentaire hebben verzameld en alles wat daarmee samenhangt. In een vonnis van 13 maart 2020 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen afgewezen. In het vonnis wordt voorshands geoordeeld dat gedaagden door het maken van de documentaire geen onrechtmatige inbreuk hebben gemaakt op de privacy van eisers en/of hun reputatie hebben geschonden, zodat voor ingrijpen op die grond geen plaats is. Ook heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de omstandigheid dat gedaagden bij de totstandkoming van de documentairefilm wellicht gebruik hebben gemaakt van informatie waarvan de verkrijging op gespannen voet staat met in acht te nemen ambtsgeheimen, onvoldoende is om op voorhand tot inperking van de journalistieke vrijheden over te gaan (ECLI:NL:RBAMS:2020:1728).

2.9.

De rechtbank Rotterdam heeft op 23 juli 2020 uitspraken gedaan in de strafzaken van [eiser 1] en [eiser 2] (hierna: de strafrechter en de strafzaken). Daarin zijn [eiser 1] en [eiser 2] schuldig bevonden aan leiding geven aan belastingfraude en aan deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank heeft verder, kort weergegeven, geoordeeld dat niet aannemelijk is dat het gegeven dat journalisten het onderzoek hebben gevolgd om een documentaire te maken in overwegende mate van invloed is geweest op de vervolgingsbeslissing van het OM. Volgens de rechtbank heeft wel te gelden dat er geen wettelijke grondslag bestaat om journalisten met een opsporingsonderzoek mee te laten kijken en daarvan een documentaire te maken. Daarmee is een inbreuk gemaakt op het recht op de persoonlijke levenssfeer van de verdachten. Niet gebleken is evenwel dat deze schending op zichzelf in de weg heeft gestaan aan een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). De officier van justitie heeft echter wel getracht het maken van de documentaire geheim te houden, waarmee hij heeft geprobeerd om de verdediging te weerhouden van het voeren van een verweer op dit punt. Daarmee is de integriteit van het strafgeding wel in het geding, maar dit behoeft niet tot niet-ontvankelijkheid te leiden. De verdediging heeft uiteindelijk kennis kunnen nemen van het bestaan van de documentaire en de desbetreffende verweren kunnen voeren, omdat het bestaan van de documentaire in de publiciteit is gekomen. Het streven zonder te slagen van het OM om de verdediging te weerhouden verweer te voeren, kan volgens de rechtbank evenwel niet zonder gevolg blijven. Dit leidt er, met alle andere omstandigheden, toe dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd, waar gezien de omvang van de fraude en de hoogte van het fraudebedrag een forse gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn, aldus (samengevat) de strafrechter.

2.10.

KRO-NCRV is voornemens de filmdocumentaire op 11 oktober 2020 op televisie uit te zenden.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen, zakelijk weergegeven:

1. primair: gedaagden met onmiddellijke ingang te verbieden om enige opname die betrekking heeft op de strafzaak tegen eisers en Sumo en die rechtstreeks of indirect samenhangt met de samenwerking tussen gedaagden, althans enige opname die op grond van het Mediacontract tussen het OM en Selfmade Films is gemaakt en die betrekking heeft op de strafzaak tegen eisers en Sumo, althans enige opname die betrekking heeft op de strafzaak tegen eisers en Sumo waarbij het OM en/of de FIOD in strijd heeft gehandeld met de Wet Politiegegevens of enige andere wettelijke bepaling uit te (doen) zenden in de film Nederland Fraudeland of op welke andere manier dan ook openbaar te (doen) maken;

subsidiair: dit verbod in de tijd te beperken totdat in een bodemprocedure bij vonnis in kracht van gewijsde zou worden geoordeeld dat bedoelde opnamen wél openbaar mogen worden gemaakt;

meer subsidiair: dit verbod in de tijd te beperken totdat in de lopende strafzaak tegen eisers is afgesloten en de opsporing en vervolging van eisers geen onderwerp meer is van enige rechterlijke toetsing;

een en ander op straffe van – hoofdelijke – verbeurte van een dwangsom van € 500.000,­ voor iedere dag of iedere keer dat een van de gedaagden hiermee in strijd handelt;

2. voorshands te oordelen dat het Mediacontract nietig is ex art. 3:40 lid 1 en/of 2 BW, althans te oordelen dat het aannemelijk is dat een bodemrechter het Mediacontract ( mogelijk ) nietig zal achten en gedaagden sub 1 en 2 te bevelen de gevolgen van het Mediacontract ongedaan te maken;

3. primair: gedaagden te gebieden binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis alle opnamen zoals bedoeld onder 1 te doen vernietigen, waarbij van die vernietiging door een deurwaarder een proces-verbaal wordt opgemaakt dat binnen twee werkdagen na vernietiging (bedoeld zal zijn: betekening) van het vonnis aan de advocaten van eisers wordt toegestuurd;

subsidiair: Selfmade en KRO-NCRV te gebieden binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis alle opnamen zoals bedoeld onder 1 af te dragen aan de Staat, althans aan de landsadvocaat;

meer subsidiair: gedaagden te gebieden binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis alle opnamen zoals bedoeld onder 1 in een kluis bij een notaris te deponeren, waarbij gedaagden geen toegang krijgen tot die opnamen tot het moment dat een bodemrechter, middels een kracht van gewijsde gegaan vonnis heeft bepaald dat de opnamen wél verder gebruikt zouden mogen worden, althans dat opnamen pas worden vrijgegeven onder een andere door de voorzieningenrechter te bepalen voorwaarde;

een en ander op straffe van – hoofdelijke – verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat dit gebod niet of niet volledig is nagekomen, met een maximum van EUR 1.000.000,-;

met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Daartoe voeren eisers – samengevat – het volgende aan. Het mediacontract is nietig en had niet uitgevoerd mogen worden op de wijze zoals is geschied. De rechtbank Rotterdam heeft in de strafzaken al geoordeeld dat de verstrekking van geheim te houden informatie uit de strafzaken geen wettelijke grondslag heeft. De FIOD en het OM hebben bij de uitvoering van het mediacontract zowel de geheimhoudingsbepalingen van artikel 7 van de Wet op de Politiegegevens als artikel 52 van de Wet Justiti ële en Strafvorderlijke Gegevens geschonden. Dit heeft geleid tot schending van de persoonlijke levenssfeer van eisers. Selfmade besefte dit althans hoorde dit te beseffen. Het maken van de film was onrechtmatig ten opzichte van eisers. Verder heeft de rechtbank Rotterdam tot uitgangspunt genomen dat de filmdocumentaire niet is uitgezonden. Als deze nu alsnog wordt uitgezonden zou dit een nog veel grotere schending van de rechten van eisers opleveren. Alle betrokkenen weten nu bovendien dat er is gehandeld in strijd met de wet. Uitzending van de filmdocumentaire dient dan ook te worden verboden. De rechter kan hiertoe reeds nu overgaan. Het feit dat hij geen kennis heeft genomen van de inhoud van de filmdocumentaire staat daar niet aan in de weg. Die inhoud is voldoende bekend en de onrechtmatigheid van openbaarmaking staat voldoende vast. De schade die door uitzending ontstaat aan de persoonlijke levenssfeer van eisers kan niet voldoende ongedaan gemaakt worden door betaling van een schadevergoeding achteraf.

3.3.

Gedaagden voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

Inbreuk op recht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer

4.1.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat hij met/evenals de strafrechter (en anders dan de voorzieningenrechter in het kort geding als vermeld onder 2.8) van oordeel is dat, door het (laten) meelopen van de documentairemakers met het opsporingsonderzoek, waarbij zij ongeclausuleerd inzage hebben gekregen in alle opsporingsgegevens, een inbreuk is gemaakt op het grondrechtelijk gewaarborgde recht van [eiser 1] en [eiser 2] op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Daarvoor is redengevend hetgeen de strafrechter daartoe uitvoerig heeft overwogen (zie ECLI:NL:RBROT:2020:6585). Zeer verkort weergegeven houdt dit in dat een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is toegestaan in de gevallen bij of krachtens de wet voorzien. Voor zover in deze zaak van belang wordt de wettelijke grondslag voor de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer gevonden in de Wet politiegegevens (Wpg). Artikel 19 Wpg maakt incidentele verstrekking aan derden mogelijk in bijzondere gevallen, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en voor een aantal doeleinden. In dit geval is geen sprake van een incidentele verstrekking in een bijzonder geval, maar van een algemene verstrekking en is niet aannemelijk geworden dat de verstrekkingen voor de samenleving van meer dan gewone betekenis zijn geweest. De hier bedoelde verstrekkingen ontberen dan ook de vereiste wettelijke grondslag. Met de verstrekkingen is een inbreuk gemaakt op het grondrechtelijk gewaarborgde recht van [eiser 1] en [eiser 2] op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

4.2.

Het standpunt van Selfmade en KRO-NCRV dat de consequenties van de inbreuk beperkt zijn, wordt door de voorzieningenrechter verworpen. Selfmade en KRO-NCRV hebben daartoe gewezen op het oordeel van de strafrechter dat de ernst van de inbreuk strafprocessueel beperkt is, maar dat aspect is in het onderhavige geschil niet relevant. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter gaat het hier wel degelijk om een grove schending van het recht van [eiser 1] en [eiser 2] op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer.

4.3.

De verstrekkingen betreffen geen gegevens van de Stichting. Zij heeft (en de nieuwe ondernemers die de Sumo restaurants exploiteren hebben) ook niets te maken met de belastingfraude waarvoor [eiser 1] en [eiser 2] zijn veroordeeld, zo stellen eisers zelf. Dat sprake is van een inbreuk op enig recht van de Stichting is niet aannemelijk geworden.

4.4.

Selfmade en KRO-NCRV hebben zich verder op het standpunt gesteld dat de door de strafrechter geconstateerde schending van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [eiser 1] en [eiser 2] een schending is door het OM. Van enige schending van dat recht door Selfmade en KRO-NCRV is volgens hen geen sprake. Daarin volgt de voorzieningenrechter hen echter niet. Selfmade moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben begrepen (althans had moeten begrijpen) dat met het ontvangen door haar van de gegevens de rechten van [eiser 1] en [eiser 2] zouden worden geschonden. Door onder die omstandigheden en mede gelet op de aard van de gegevens die gegevens te gebruiken voor (verwerken tot) de filmdocumentaire en die filmdocumentaire daarna uit te zenden, wordt er naar het oordeel van de voorzieningenrechter door Selfmade en KRO-NCRV nogmaals en nog sterker inbreuk gemaakt op het recht van [eiser 1] en [eiser 2] op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Daarbij heeft de voorzieningenrechter er ook acht op geslagen dat vaststaat dat de gegevens die in de documentaire zijn verwerkt inmiddels tot [eiser 1] en [eiser 2] kunnen worden herleid, gezien de media-aandacht die er voor deze kwestie is geweest.

Belangenafweging

4.5.

Vervolgens dient dan te worden beoordeeld of de openbaarmaking tegenover [eiser 1] en [eiser 2] ook onrechtmatig is. Daarbij moet het belang van [eiser 1] en [eiser 2] bij bescherming van hun persoonlijke levenssfeer worden afgewogen tegen het recht van Selfmade en KRO-NRCV op vrijheid van expressie en persvrijheid, met inachtneming van alle bijzonderheden van dit geval.

4.6.

Anders dan Selfmade en KRO-NCRV hebben betoogd kan dat ook vooraf worden beoordeeld. In de zaak Mosley (EHRM 10 mei 2011, EHRC 2011/108), waar Selfmade en KRO-NRCV naar hebben verwezen ter onderbouwing van hun andersluidende standpunt, wordt het belang van het recht van individuen om een voorlopige voorziening te kunnen vragen om een voorgenomen publicatie te voorkomen juist benadrukt. Ook het in artikel 7 van de Grondwet neergelegde verbod van censuur – het voorafgaand overheidstoezicht op een voorgenomen uiting – staat niet in de weg aan de bevoegdheid van de rechter met het oog op een effectieve rechtsbescherming een uiting die jegens een ander onrechtmatig is, te verbieden (zie HR 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3416). Uit dat arrest volgt dat ook tot dat oordeel kan worden gekomen op andere wijze dan op grond van eigen waarneming en wel als met voldoende mate van nauwkeurigheid vaststaat wat de inhoud van de uitzending is.

4.7.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan op basis van i) hetgeen in dit geding onweersproken over de documentaire is verklaard, ii) de inhoud van het mediacontract en iii) de door Selfmade in een e-mailbericht van 23 september 2020 genoemde punten die in de filmdocumentaire aan bod zullen komen, de inhoud van de filmdocumentaire met (ten behoeve van de in dit geding te maken beoordeling) voldoende mate van nauwkeurigheid worden vastgesteld. Duidelijk is dat het een filmdocumentaire is over het werk van de FIOD, waartoe haar werkzaamheden in één zaak worden gevolgd. De werkzaamheden van de FIOD worden in beeld gebracht door middel van gemaakte beeld- en geluidsopnames van allerhande onderzoekshandelingen in die specifieke zaak. Daarbij worden diverse verdenkingen uitgesproken jegens de verdachten, er worden beelden getoond van invallen bij Sumo-vestigingen, van een ondervraging van een medewerker en van financiële gegevens en er worden uitlatingen gedaan over bij een verdachte gevonden stukken. De voorzieningenrechter gaat er daarbij van uit dat de verdachten in de documentaire niet bij naam worden genoemd en niet herkenbaar in beeld worden gebracht, overeenkomstig de door het OM en Selfmade daarover in het mediacontract gemaakte afspraken en gezien de uitdrukkelijk verklaring van Selfmade daarover. Dat laat echter onverlet dat, zoals eerder al in andere bewoordingen is overwogen, inmiddels kenbaar is dat de zaak die in beeld wordt gebracht in de documentaire de Sumo-zaak is; destijds de onderneming van [eiser 1] en [eiser 2] , zo is onweersproken publiekelijk bekend.

4.8.

Gezien hetgeen hiervoor is vastgesteld over de inhoud van de documentaire kan niet worden volgehouden dat deze zich richt op een inkijkje in de FIOD en niet op eisers, zoals Selfmade en KRO-NCRV stellen. De filmdocumentaire laat weliswaar zien hoe de FIOD te werk gaat, maar aan de hand van het onderzoek naar de verdenking van door (de onderneming van) [eiser 1] en [eiser 2] gepleegde belastingfraude. Die zaak heeft dus een hoofdrol gekregen in de filmdocumentaire en die hoofdrol is geheel dan wel grotendeels ingevuld met de gegevens die Selfmade daarover via het OM heeft verkregen maar niet had mogen verkrijgen.

4.9.

Selfmade en KRO-NRCV hebben verder ter onderbouwing van hun belang gesteld dat de filmdocumentaire een bijdrage levert aan een debate of general interest, zoals volgens hen al eerder door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam is vastgesteld. De voorzieningenrechter overweegt dat in het vonnis van 13 maart 2020 voorop is gesteld dat het optreden van de FIOD tegen belastingfraude in de publieke belangstelling staat. Dat betekent echter nog niet per definitie dat de documentaire ook een bijdrage levert aan een discussie van algemeen belang. Mede gelet op alle rechten die het OM zich in het mediacontract heeft voorbehouden en het aan Selfmade opgelegde verbod om eigen onderzoek te verrichten naar de zaak is dat niet vanzelfsprekend. Nu Selfmade en KRO-NCRV hun – door eisers gemotiveerd weersproken – stelling verder onvoldoende nader hebben onderbouwd, kan de voorzieningenrechter de juistheid daarvan niet vaststellen.

4.10.

Verder valt niet in te zien dat bij deze documentaire, waarvan de opnames al in 2014 zijn gemaakt, waarvan de eerste versie in 2015 is opgeleverd en waarin een strafzaak wordt gevolgd die zich inmiddels bevindt in het stadium van hoger beroep, sprake is van een dringende noodzaak voor onmiddellijke publicatie. Selfmade en KRO-NCRV hebben zich ook niet op dat standpunt gesteld. Dat maakt dat voorafgaand ingrijpen eerder gerechtvaardigd is. Daarbij weegt ook mee dat de voorziening die in dit kort geding wordt getroffen een voorlopig karakter heeft in die zin dat er in een bodemprocedure een nieuwe beoordeling kan volgen.

4.11.

Het belang van Selfmade en KRO-NCRV bij uitzending van de filmdocumentaire op dit moment acht de voorzieningenrechter dan ook niet zeer zwaarwegend. [eiser 1] en [eiser 2] hebben daartegenover voldoende toegelicht dat en waarom zij er een groot belang bij hebben dat de filmdocumentaire op dit moment niet wordt uitgezonden. Zij zullen anders worden gerelateerd aan de zaak die in de filmdocumentaire centraal staat en derden krijgen dan kennis van hun persoonlijke gegevens die op onrechtmatige wijze zijn verkregen. Dat dit schadelijke gevolgen kan hebben voor de persoonlijke levenssfeer van [eiser 1] en [eiser 2] hebben zij voldoende aannemelijk gemaakt. Daarbij weegt ook mee dat het gegevens betreft uit de fase waarin onderzoek is gedaan naar verdenkingen tegen [eiser 1] en [eiser 2] die mogelijk later zijn vervallen of ten onrechte zijn geweest. Doordat geen aandacht wordt besteed aan het verdere verloop van de strafzaak wordt daarmee ook een eenzijdig en mogelijk onjuist beeld geschetst van hetgeen hen kan worden verweten. Dat is ook relevant vanwege de timing van de uitzending, te weten tijdens de appelprocedure.

Conclusie

4.12.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat naar voorshands oordeel het recht van [eiser 1] en [eiser 2] zwaarder weegt dan het recht van Selfmade en KRO-NCRV. Al hetgeen Selfmade en KRO-NCRV verder nog naar voren hebben gebracht aan omstandigheden die in de belangenafweging moeten worden betrokken, waaronder de omstandigheid dat [eiser 1] en [eiser 2] publieke figuren zijn, is – ook als wordt uitgegaan van de juistheid daarvan – onvoldoende zwaarwegend om die conclusie anders maken.

4.13.

Dit leidt tot toewijzing van de primaire vordering sub 1 op de wijze zoals hierna vermeld. Gezien hetgeen onder 4.3 is overwogen betreft dat een toewijzing van de vordering voor zover die is ingesteld door [eiser 1] en [eiser 2] . Deze veroordeling zal zich enkel richten tegen Selfmade en KRO-NCRV. De Staat is immers, zoals hij terecht naar voren heeft gebracht, niet in staat om uitzending te voorkomen en ook niet om tot uitzending over te gaan, zodat [eiser 1] en [eiser 2] ook geen belang hebben bij opleggen van een verbod daartoe aan de Staat. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat Selfmade het wel in haar vermogen heeft om de uitzending niet te laten doorgaan. De enkele stelling dat alleen KRO-NCRV bevoegd is daartoe te beslissen, acht de voorzieningenrechter een onvoldoende gemotiveerd betoog. Dat wordt gepasseerd. De voorzieningenrechter ziet verder geen aanleiding om aan te geven wanneer het verbod eindigt, zoals Selfmade en KRO-NCRV wensen. Zoals overwogen onder 4.11 heeft een voorziening die in een kort geding wordt getroffen altijd een voorlopig karakter. In een bodemprocedure kan tot een ander oordeel worden gekomen.

4.14.

Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, maar niet tot het door Selfmade en KRO-NCRV gewenste bedrag. Het bedrag moet immers hoog genoeg zijn om een voldoende prikkel te vormen tot nakoming en ook passen bij het belang daarbij.

4.15.

Een beoordeling van het – door gedaagden weersproken – standpunt van eisers dat het Mediacontract nietig is, dat ten grondslag ligt aan hun overige vorderingen, kan achterwege blijven. Eisers hebben namelijk hun (spoedeisend) belang bij toewijzing van die vorderingen naast de vordering sub 1 niet althans onvoldoende onderbouwd. Die vorderingen zullen dan ook reeds daarom worden afgewezen.

4.16.

Selfmade en KRO-NCRV zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding als na te melden. Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de Staat als na te melden. Voor een veroordeling in nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verbiedt Selfmade en KRO-NCRV om enige opname die betrekking heeft op de strafzaak tegen [eiser 1] en [eiser 2] en Sumo en die is gemaakt op grond van het door Selfmade met de Staat gesloten mediacontract, waarin afspraken zijn neergelegd over een te maken documentairefilm over het werk van de FIOD, uit te (doen) zenden in de documentairefilm “Nederland Fraudeland” of op welke andere manier dan ook openbaar te (doen) maken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- voor iedere keer dat zij handelen in strijd met dat verbod, met een maximum van € 1.000.000,-;

5.2.

veroordeelt Selfmade en KRO-NCRV om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan eisers te betalen, tot dusverre aan de zijde van eisers begroot op € 1.719,38, waarvan € 980,-- aan salaris advocaat, € 656,-- aan griffierecht en € 83,38 aan dagvaardingskosten, in voorkomende gevallen te vermeerderen met btw;

5.3.

veroordeelt eisers om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan de Staat te betalen, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 1.636,-, waarvan € 980,-- aan salaris advocaat en € 656,-- aan griffierecht;

5.4.

bepaalt dat Selfmade, KRO-NCRV en eisers bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zijn;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2020.

ts


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature