< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

In redelijkheid gehandicaptenparkeerplaats toegewezen nabij de woning van eiseres. In overlast door vogels ligt geen grond om een andere locatie aan te wijzen.

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/7243

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.J. Zennipman),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: M. Eser).

Procesverloop

Bij besluit van 22 mei 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een individuele gehandicaptenparkeerplaats ingewilligd.

Bij besluit van 10 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Het onderzoek is gesloten op 10 september 2020.

Overwegingen

1. Verweerder heeft bij het primaire besluit de aanvraag van eiseres om toewijzing van een gehandicaptenparkeerplaats (GPP) ingewilligd en een parkeerplaats aangewezen aan het het [adres] [huisnummer] , te [woonplaats] , zijnde het woonadres van eiseres.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder – onder verwijzing naar het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften – zich op het standpunt gesteld dat conform het beleid nabij de woning van eiseres een GPP is toegekend. Dat naast de GPP een boom staat en eiseres veel overlast ervaart van de uitwerpselen van de zich in de boom bevindende vogels, betekent niet dat verweerder de GPP naar een andere, verder weg gelegen parkeerplaats had moeten verplaatsen. Dit staat haaks op het beleid omdat de loopafstand dan zou worden vergroot en het is niet gegarandeerd dat de door eiseres ervaren problematiek dan is weggenomen. Ten overvloede is opgemerkt dat eiseres de problematiek wellicht met behulp van een afdekzeil kan verminderen.

3. Eiseres voert aan dat de vogels die zich in de boom naast de GPP bevinden voor veel overlast zorgen door hun uitwerpselen. Eiseres is daardoor genoodzaakt haar auto op een andere plek te parkeren, hetgeen tot escalaties met buurtbewoners leidt. Als gevolg hiervan zijn haar gezondheidsklachten toegenomen. Deze perikelen in ogenschouw genomen, had eiseres haar gehandicaptenparkeerkaart, welke voor de duur van een jaar is verstrekt, voor een langere periode moeten worden verleend. Daarnaast zijn er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar binnen een straal van honderd meter, waarbij eiseres geen last zal hebben van de vogeluitwerpselen. Verweerders stelling dat eiseres ook op een andere plek overlast zal ervaren, klopt niet. Omdat een boom vogels aantrekt, is de concentratie vogeluitwerpselen daar groter dan op een andere locatie. Het door verweerder geadviseerde zeil zorgt voor praktische problemen en het kan niet van eiseres worden gevergd dat zij hier gebruik van maakt.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De rechtbank overweegt dat verweerder met toepassing van artikel 18 van de Wegenverkeerswet een verkeersbesluit heeft genomen tot plaatsing van een bord waarmee de GPP is aangegeven. Bij het nemen van verkeersbesluiten komt aan verweerder een ruime discretionaire bevoegdheid toe. Verweerder heeft beslist aan de hand van de Beleidsregels gehandicaptenparkeren 2012 (hierna: de Beleidsregels).

4.2.

Op grond van artikel 8.5 van de Beleidsregels bepaalt het college op welke locatie de GPP wordt aangelegd.

Ingevolge artikel 8.1 van de Beleidsregels kan ten gunste van de aanvrager van deze beleidsregels worden afgeweken in gevallen waarin de toepassing van deze beleidsregels tot bijzondere hardheid leidt.

4.3.

Tussen partijen is niet geschil dat eiseres voldoet aan de voorwaarden voor een GPP. Slechts in geschil is of verweerder vanwege de door de vogeluitwerpselen ervaren overlast gehouden was de GPP op een andere locatie aan te wijzen.

4.4.

In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen reden waarom verweerder de GPP op een andere locatie had moeten aanwijzen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bij het bestreden besluit aangewezen parkeerplaats, welke het dichtst bij haar woning is gelegen, ongeschikt is voor de met de aanwijzing als GPP te dienen doelen. De door haar ervaren overlast door vogeluitwerpselen is op zichzelf daartoe onvoldoende. Dat de gezondheidsklachten van eiseres door de ervaren overlast en de als gevolg daarvan ontstane perikelen zijn toegenomen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Uit de door haar overgelegde brief van haar huisarts blijkt dat zij stress ervaart door haar incontinentie voor ontlasting. Hieruit volgt echter niet dat haar klachten zijn toegenomen door de ontstane situatie. Dat er voldoende geschikte parkeergelegenheid beschikbaar is, betekent evenmin dat verweerder een andere parkeerplaats had moeten aanwijzen. Daargelaten de vraag of de overlast door vogeluitwerpselen daarmee zou zijn verholpen, zou deze parkeerplaats verder van de woning van eiseres zijn gelegen. Aanwijzing van deze parkeerplaats zou dan haaks staan op de met de aanwijzing als GPP te dienen doelen. Verweerder heeft in het verweerschrift nog toegelicht dat het algemeen belang is gediend met een juiste toedeling van een GPP. Zodra aan een andere bewoner een GPP toegekend moet worden op een voor hem dichtstbijzijnde locatie, kan dit de locatie zijn die eiseres wenst. Dit kan tot ongewenste situaties leiden.

4.5.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder in redelijkheid tot de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde belangenafweging kunnen komen en daarnaast geen grond gezien om de in artikel 8.1 van de Beleidsregels neergelegde hardheidsclausule toe te passen.

4.6.

Ten aanzien van het betoog dat de gehandicaptenparkeerkaart van eiseres voor een langere periode had moeten worden verleend, merkt de rechtbank het volgende op. Uit het aanvullend beroepschrift blijkt dat de gehandicaptenparkeerkaart inmiddels is verleend tot 24 februari 2022. Gelet hierop gaat de rechtbank er vanuit dat deze beroepsgrond, voor zover deze al binnen de omvang van het geding zou vallen, is komen te vervallen.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.B. Wijnholt, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.A. van Weert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2020.

Griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature