E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2019:7037
Rechtbank Den Haag, AWB 18/9778

Inhoudsindicatie:

Verzoek tot opheffing inreisverbod en toetsing aan rechtmatig verblijf op grond van Chavez-Vilchez van een Afghaanse 1F-er. Uitspraak van de meervoudige kamer. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, in het licht van het arrest K. en H.F., deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser een actuele, werkelijke, voldoende en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. Verweerder heeft niet volstaan met een verwijzing naar de tegenwerping in de asielprocedure van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, maar heeft gekeken naar de feitelijke positie van eiser in de Hezb-i-Wahdat en de feitelijke werkzaamheden die hij voor deze organisatie heeft verricht. Eiser heeft verder de gestelde afhankelijkheidsrelatie (in de zin van het arrest Chavez-Vilchez) met zijn meerderjarige zoon, die nog thuiswonend en jongvolwassene is en een autistische stoornis heeft, onvoldoende aannemelijk gemaakt. Verweerder heef zich verder terecht op het standpunt gesteld dat uitzetting van eiser, anders dan ten tijde van het asielbesluit het geval was, nu niet meer in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Tot slot heeft verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM niet ten onrechte in het nadeel van eiser laten uitvallen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie