E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2019:4969
Rechtbank Den Haag, AWB 18/7251

Inhoudsindicatie:

Mvv nareis voor verblijf bij echtgenote. Aanvraag is afgewezen omdat de feitelijke gezinsband volgens verweerder niet aannemelijk is gemaakt. De rechtbank acht het arrest van het Hof van Justitie van 13 maart 2019 (ECLI:EU:C:2019:192) van belang omdat het algemene toetsingskader in nareiszaken op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn in dit arrest uiteen is gezet en nader is toegelicht. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft nagelaten om de door eiser naar voren gebrachte relevante elementen, verklaringen en uitleg over het niet kunnen overleggen van andere (officiële) documenten of bewijzen dan de ingebrachte huwelijksakte, te weten de dienstplicht van eiser, de eerdere desertie van eiser en referente, alsmede de vrees voor represailles indien zij of andere familieleden proberen andere documenten te bemachtigen, niet dan wel onvoldoende kenbaar heeft meegewogen bij zijn beoordeling. Daarbij heeft verweerder ook nagelaten deze elementen, verklaringen en uitleg objectief te beoordelen aan de hand van specifieke relevante, objectieve, betrouwbare, precieze en bijgewerkte informatie over de situatie in het land van herkomst. In zoverre is het bestreden besluit daarom in strijd met het motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel genomen. Ten slotte heeft eiser ook gesteld dat hij in bewijsnood verkeert omdat hij geen contra-expert kan vinden die de overgelegde Eritrese huwelijksakte, die door Bureau Documenten vals is bevonden, kan beoordelen. Eiser heeft drie contra-experts, die bij Vluchtelingenwerk en andere advocaten ook bekend zijn, per e-mail benaderd. Eiser heeft, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende aannemelijk gemaakt dat er op dit moment geen geschikte contra-expert beschikbaar is die zowel technisch als tactisch onderzoek kan doen naar Eritrese documenten, in het bijzonder naar de onderhavige huwelijksakte. Gelet op al het voorgaande ligt het op de weg van verweerder om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarbij zal verweerder, in het licht van het arrest van het Hof van 13 maart 2019, dienen te beoordelen of eisers stelling dat niet van hem verwacht mag worden dat hij andere (officiële) documenten of bewijzen inbrengt (dan de ingebrachte huwelijksakte), gevolgd kan worden. Indien verweerders conclusie is dat eiser in die stelling gevolgd kan worden, is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op het overwogene, sprake van “inequality of arms”. In dat geval is namelijk (gelet op de stand van zaken zoals die nu is vastgesteld ten aanzien van het aanwezig zijn van geschikte contra-experts) de situatie aan de orde dat het documentenonderzoek van Bureau Documenten niet door middel van het overleggen van een contra-expertise met succes bestreden kan worden en is eiser ook niet in staat om met andere documenten of bewijzen zijn feitelijke gezinsband met referente aannemelijk te maken. Bij die stand van zaken ligt het vervolgens op de weg van verweerder om eiser en referente in de gelegenheid te stellen hun gestelde feitelijke gezinsband (huwelijk) aannemelijk te maken door middel van verklaringen afgelegd tijdens een te houden gehoor alhier in Nederland (referente) en aldaar in Eritrea (eiser) of een nabijgelegen plaats, op een ambassade of consulaat.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie