E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2019:1566
Rechtbank Den Haag, AWB - 18 _ 3668, AWB-18_3669 en AWB-18_3671

Inhoudsindicatie:

Erflaatster heeft beschikt over een rekening bij de UBS bank in Zwitserland. Erflaatster heeft in haar aangiften IB/PVV voor de jaren 2001 tot en met 2003 geen vermogensbestanddelen opgenomen

die betrekking hebben op een rekening bij de UBS bank. Verweerder heeft volgens de regels van normale bewijslastverdeling aannemelijk gemaakt dat de navorderingsaanslagen terecht en niet tot

te hoge bedragen zijn vastgesteld. Met hetgeen verweerder heeft overgelegd en aangevoerd heeft hij aannemelijk gemaakt dat in alle in geschil zijnde jaren vermogen aanwezig moet zijn geweest

op de UBS bankrekening van erflaatster. Met wat eisers hebben aangevoerd, hebben zij naar het oordeel van de rechtbank het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Gezien de omvang van het in

juli 2004 aanwezige vermogen, acht de rechtbank ook de hoogte van de door verweerder gehanteerde correcties in alle in geschil zijnde jaren aannemelijk.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie