< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (het faciliteren van) mensenhandel en gewoontewitwassen. De verdachte heeft gedurende een periode van vier jaar woningen en GBA-adressen geregeld voor mensenhandelaren en hun slachtoffers. De verdachte is in ieder geval betrokken geweest bij de verhuur van 9 panden. De illegale verdiensten die hieruit voortvloeiden heeft de verdachte witgewassen. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrifte en diefstal. De rechtbank heeft de verdachte – rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn – veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf

Uitspraak



Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/767096-13 en 09/837062-15

Datum uitspraak: 13 november 2018

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaken van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op 25 mei 1969 te [geboorteplaats]

BRP-adres: [adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 28 mei 2014, 18 augustus 2014,

10 juni 2015 (steeds pro forma) en op de terechtzittingen van 2 juli 2018, 3 juli 2018, 17 juli 2018 en 30 oktober 2018 (de inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.M. van der Kallen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman

mr. K.H.T. van Gijssel naar voren is gebracht.

Verloop van de inhoudelijke behandeling

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 2 juli 2018 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat alleen dagvaarding I (met het parketnummer 09/767047-13) aan de orde is, aangezien hij voor dagvaarding II (met het parketnummer 09/837063-15) geen oproep heeft ontvangen en de zaken nooit formeel zijn gevoegd.

Hierop heeft de rechtbank beslist dat beide zaken tegen de verdachte aan de orde zijn en daartoe overwogen dat de zaken op 10 juni 2015 gezamenlijk zijn aangebracht, dat toen is besproken dat onderzoek zou plaatsvinden in beide zaken en dat beide zaken sindsdien ook gezamenlijk hebben opgelopen. Dat op het proces-verbaal van de zitting van 10 juni 2015 ten onrechte niet is vermeld dat de zaken zijn gevoegd, doet daar niet aan af. De raadsman heeft daarop verzocht om de behandeling van de zaak met dagvaarding II aan te houden omdat hij geen tijd heeft gehad de zaak met zijn cliënt door te nemen. De rechtbank heeft vervolgens meerdere keren, steeds op verzoek van de verdediging, de inhoudelijke behandeling van dagvaarding II aangehouden; eerst tot 3 juli 2018, vervolgens tot 17 juli 2018, daarna tot 3 oktober en uiteindelijk, na wederom overleg met de verdediging, tot 30 oktober 2018, zodat de verdachte en zijn raadsman zich konden voorbereiden op de behandeling van de feiten van dagvaarding II.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 30 oktober 2018 heeft de raadsman zich opnieuw op het standpunt gesteld dat dagvaarding II niet aan de orde is. Hij heeft aangegeven dat hij daarom ten aanzien van de feiten van dagvaarding II geen verweer zal voeren. Vervolgens heeft de raadsman alleen ten aanzien van de feiten van dagvaarding I verweer gevoerd.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na nadere omschrijving van de tenlastelegging van dagvaarding I ter terechtzitting van 10 juni 2015 en na wijziging van de tenlastelegging van dagvaarding II ter terechtzitting van 2 juli 2018 - ten laste gelegd dat:

Dagvaarding I, parketnummer 09/767096-13

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 18 februari 2014 te Den Haag en/of Rijswijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting (in de prostitutie) van (een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of een of meer andere (Hongaarse) vrouw(en) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) voor die [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of [slachtoffers] en/of een of meer ander(e) (Hongaarse) vrouw(en) en/of voor de mensenhandela(a)r(en), althans verdachte(n) van mensenhandel [medeverdachte] en/of [medeverdachte] en/of [medeverdachte] en/of [medeverdachte] en/of [medeverdachte] en/of een of meer andere mensenhandela(a)r(en), althans verdachte(n) van mensenhandel, (meermalen) woonruimte en/of GBA-adres(sen) geregeld, te weten (voor) de woning(en) gelegen op/aan de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en/of [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en/of [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en/of [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en/of [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en/of [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en/of [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en/of [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en/of een of meer andere woning(en) en hier een (geldelijke) vergoeding voor ontvangen, althans voordeel uit getrokken;

Dagvaarding II, parketnummer 09/837062-15

1.

hij in of omstreeks de periode 1 januari 2011 t/m 28 februari 2014 te Den Haag, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van (gewoonte) witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van een of meer geldbedrag(en), te weten ten aanzien van (de in zijn woning in de muur achter het hangend toilet aangetroffen) 66.000 euro, althans enig geldbedrag, en/of

- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag(en) is/zijn

en/of

ten aanzien van de woning aan de [adres] te Den Haag en/of ten aanzien van (contante) stortingen (van in totaal 35.410 euro) en/of de UWV-uitkering (op naam van [betrokkene] met een totaalbedrag van 15.619 euro) op de bankrekening(en) van [betrokkene] ,

- dat huis en/of dat/die geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van die woning en/of (een van) die geldbedragen gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of die ander(en) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moet(en) vermoeden dat het (een) - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig(e) voorwerp(en) betrof(fen);

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van maart 2007 tot en met 6 november 2007 te Den Haag, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een, althans meerdere, medewerker(s) van de ING Bank heeft bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening van (in totaal) 237.000,-- euro en/of tot afgifte van (een) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, immers heeft verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (onder meer) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een aanvraag en/of een offerte tot het verstrekken van een hypothecaire geldlening ter zake van het pand aan de [adres] te Den Haag en/of een (valse of vervalste) salarisspecificatie en/of een (valse of vervalste) werkgeversverklaring overhandigd en/of opgestuurd en/of ingezonden, althans laten overhandigen en/of opsturen en/of inzenden, aan/naar de ING Bank

waardoor de ING Bank werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven hypothecaire lening en/of tot voornoemde afgifte;

3 .

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 18 februari 2014 te Den Haag, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

- meerdere, althans 1, huurovereenkomst(en) (zie proces-verbaal 2013015635, vervolg 1, bijlage 2 (proces-verbaal van bevindingen Vervalsingen in huurovereenkomsten) met bijvoegingen, p. 537 e.v)

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden heeft/hebben gehad als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die geschrift(en) bestemd zijn voor zodanig gebruik, bestaande dat voorhanden hebben hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk voornoemde huurovereenkomst(en) heeft/hebben verwerkt/opgenomen en/of doen verwerken/opnemen (in de administratie)

en bestaande die valsheid hierin dat daarop (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid is vermeld dat - zakelijk weergegeven - de op de huurovereenkomst(en) genoemde woning(en) verhuurd waren/zijn aan en/of door de op de overeenkomst(en) genoemde perso(o)n(en) gedurende de (volledige) op de overeenkomst(en) genoemde periode en/of is voorzien van de handtekening van de genoemde huurder(s) en/of verhuurder ter bevestiging van de inhoud;

4.

hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2011 tot en met 18 februari 2014 te Den Haag, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen gas en/of elektriciteit, toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking (te weten het verwijderen van de van fabriekswege aangebrachte verzegeling van het telwerkhuis van de gasmeter en/of elektriciteitsmeter).

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De opsporingonderzoeken ‘ [onderzoeksnaam] ’ en ‘ [onderzoeksnaam] ’ naar internationale mensenhandel, waren gericht op (een groep) verdachten en slachtoffers met de Hongaarse nationaliteit.

De vrouwen werden onder valse voorwendselen in Hongarije geworven en naar Nederland gebracht, om hier vervolgens gedwongen in de raamprostitutie te werken. Het geld dat zij daarmee verdienden moesten zij afstaan aan de verdachten. De verdachten zijn inmiddels in eerste aanleg en in hoger beroep veroordeeld wegens mensenhandel en – in de [onderzoeksnaam] – wegens deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van mensenhandel.

Uit informatie binnen de voornoemde mensenhandelonderzoeken kwam naar voren dat de groep mensenhandelaren steeds van dezelfde faciliteerders gebruik maakte voor het regelen van woningen en GBA-adressen, te weten: de verdachten [verdachte] (hierna: de verdachte) en [medeverdachte] . Om die reden is op 10 januari 2013 het onderzoek ‘ [onderzoeksnaam] ’ gestart.

Uit dit onderzoek is de verdenking gerezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het faciliteren van mensenhandel en hier voordeel uit heeft getrokken (dagvaarding I).

In de loop van het onderzoek ‘ [onderzoeksnaam] ’ zijn ook aanwijzingen naar voren gekomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte)witwassen, valsheid in geschrift, oplichting en diefstal door middel van verbreking (dagvaarding II).

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

Dagvaarding I

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Zij heeft op basis van alle in haar schriftelijk requisitoir opgenomen verklaringen geconcludeerd dat de verdachte zich bewust was van de uitbuiting van de Hongaarse prostituees of in ieder geval bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze vrouwen werden uitgebuit. Verder was de verdachte zich ervan bewust dat de huur werd voldaan uit het prostitutiewerk van deze vrouwen. Hij heeft daarmee welbewust voordeel getrokken uit de uitbuiting. Voor het meer dan incidenteel samenwerken met een medeverdachte bevat het dossier onvoldoende bewijs zodat de officier van justitie medeplegen niet bewezen acht.

Dagvaarding II

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Van het tenlastegelegde witwassen van de UWV-uitkering op naam van [betrokkene] (onder feit 1) dient de verdachte te worden vrijgesproken, aldus de officier van justitie.

3.3

Het standpunt van de verdediging

Dagvaarding I

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat zijn cliënt het feit ontkent en het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

Dagvaarding II

De raadsman heeft ten aanzien van dagvaarding II geen verweer gevoerd.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Dagvaarding I

Dit betreft de verdenking van – kort gezegd – het faciliteren van mensenhandel c.q. uitbuiting, door het regelen van woonruimte en adressen voor mensenhandelaren en/of vrouwen. De verdachte wordt verweten dat hij al dan niet met een ander op die wijze meermalen voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub 6 van het Wetboek van Strafrecht.

De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat het opzet zoals opgenomen in de bovengenoemde strafbepaling gericht dient te zijn op zowel het voordeel trekken als op de uitbuiting van een ander. Niet in de betekenis van de algemene vorm van opzet waarbij de voordeeltrekker de uitbuitingssituatie heeft gewild en daartoe zelf actief het initiatief heeft genomen, maar in de betekenis van de bijzondere opzetvorm ‘wetende dat’. Daaronder valt zowel het weten (opzet), als de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat sprake is van uitbuiting (voorwaardelijk opzet). De voordeeltrekker kan, maar hoeft niet, een ander te zijn dan degene die de uitbuitingssituatie heeft gecreëerd

Voor een veroordeling voor dit feit is vereist dat het opzet van de verdachte, behalve op het voordeel trekken, ook (al dan niet in voorwaardelijke zin) gericht was op de uitbuiting van een ander. Dat betekent dat de rechtbank de volgende vragen zal moeten beantwoorden:

1) Is sprake geweest van een uitbuitingssituatie?

2) Op welke wijze is de verdachte betrokken geweest bij de uitbuitingssituatie?

3 ) Wist de verdachte dat sprake was van de uitbuitingssituatie of heeft hij de aanmerkelijke kans daarop aanvaard?

4) Heeft hij opzettelijk voordeel getrokken uit die uitbuitingssituatie?

1) Is sprake geweest van een uitbuitingssituatie?

Met betrekking tot deze vraag kan de rechtbank kort zijn.

De Hongaarse verdachten uit de onderzoeken [onderzoeksnaam] en [onderzoeksnaam] zijn in eerste aanleg en in hoger beroep veroordeeld voor het medeplegen van mensenhandel. Het gaat daarbij om – voor zover in deze strafzaak van belang - de volgende verdachten en – voor zover in deze strafzaak van belang – de volgende slachtoffers:

- [medeverdachte] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden wegens het uitbuiten van (onder meer) [slachtoffers] ; ;

- [medeverdachte] veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar en 6 maanden wegens het uitbuiten van (onder meer) [slachtoffers] :

- [medeverdachte] veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar en 6 maanden wegens het uitbuiten van (onder meer) [slachtoffers] ;

- [medeverdachte] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden wegens het uitbuiten van (onder meer) [slachtoffers] ;

- [medeverdachte] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar wegen het uitbuiten van [slachtoffers] , [slachtoffers] en [slachtoffers] .

In de zaak [onderzoeksnaam] zijn verder voor het medeplegen van mensenhandel veroordeeld

[medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] . Met uitzondering van [medeverdachte] zijn de

overige betrokkenen in de zaak [onderzoeksnaam] ook veroordeeld voor deelneming aan een

criminele organisatie, die tot oogmerk had het plegen van mensenhandel, bestaande

uit uitbuiting. Daarbij is vastgesteld dat één van de activiteiten van de criminele

organisatie het organiseren van huisvesting voor de uitgebuite vrouwen was.

Zoals ter zitting ook is besproken, gaat de rechtbank er van uit dat al deze – ook in de

tenlastelegging van de verdachte genoemde – vrouwen het slachtoffer zijn geweest van

mensenhandel en dat ten aanzien van hen sprake is geweest van uitbuiting. De bewezenverklaarde periode is per slachtoffer verschillend, maar valt binnen de periode van januari 2010 tot en met november 2013.

De rechtbank neemt dit als uitgangspunt voor de verdere beoordeling.

2) Op welke wijze is de verdachte betrokken geweest bij de uitbuitingssituatie?

Algemeen

De rechtbank overweegt dat als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte gedurende de ten laste gelegde periode meerdere woningen in Den Haag heeft verhuurd.

Dit betrof zowel eigen woningen van de verdachte als woningen van anderen (waardoor er in dat verband sprake was van onderhuur). Er is verhuurd aan onder meer Hongaarse mannen en vrouwen. Ook zijn er woningen verhuurd aan prostituees. Voor de woningen die de verdachte – al dan niet voor een ander (een makelaar of tussenpersoon) – verhuurde, werd de huur veelal contant aan hem betaald, soms wekelijks, soms tweewekelijks en soms per maand. Het was duurder om per week bij hem te huren dan per maand. In een in zijn woning aangetroffen blauw notitieboekje werd alles van de verhuur/bemiddeling bijgehouden door de verdachte, waaronder nummers en bedragen. Verder heeft de verdachte verklaard dat hij naast zijn eigen bankrekeningen, ook wel gebruik maakte van bankrekeningen van andere personen, van wie hij de bankbescheiden had gekregen. Hij gebruikte de rekeningen voor verschillende doeleinden, om het overzicht te houden.

Als huurders het wilden, ging de verdachte mee naar de gemeente voor de inschrijving op het adres. Ook gaf hij wel toestemmingsverklaringen voor inschrijving aan de huurders. Voor het meegaan bij de inschrijving kreeg de verdachte soms een vergoeding.

De verdachte wordt thans verweten dat hij betrokken is geweest bij de verhuur van woningen aan en/of het regelen van adressen voor de hiervoor genoemde mensenhandelaren en/of hun slachtoffers. Concreet gaat het hierbij om de hierna te bespreken adressen.

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer] Den Haag

De verdachte is sinds 2005 eigenaar van de woning [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag. Uit onderzoek in de gemeentelijke basisadministratie is gebleken dat [medeverdachte] op dit adres ingeschreven heeft gestaan van 2 april 2012 tot 4 april 2012. Bij de inschrijving van [medeverdachte] is een toestemmingsverklaring ondertekend door de verdachte en een kopie van het paspoort van de verdachte overgelegd.

In de telefoon van [medeverdachte] stond het telefoonnummer [telefoonnummers] , in gebruik bij de verdachte, opgeslagen als contact. Uit onderzoek van de historische verkeersgegevens van de telefoon(s) van [medeverdachte] is gebleken dat tussen zijn telefoon(s) en het nummer van de verdachte diverse malen contact is geweest in de periode van 16 oktober 2011 tot en met 2 april 2012.

In de woning van de verdachte is onder meer een kopie van het Hongaarse identiteitsbewijs van [medeverdachte] aangetroffen.

Uit onderzoek van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) van de gemeente Den Haag is gebleken dat op dit adres in 2012 zestien verschillende personen ingeschreven hebben gestaan.

De verdachte heeft verklaard dat hij deze woning steeds heeft verhuurd en dat er veel verschillende mensen op dit adres hebben gewoond, soms voor korte tijd. Hij zorgde zelf voor de inschrijvingen.

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer] Den Haag

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij met [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] (ook wel genoemd: [medeverdachte] ) en met andere meisjes heeft gewoond in een woning aan de [woonadressen slachtoffers] te Den Haag. [medeverdachte] en [medeverdachte] betaalden de huur samen, in totaal € 1.300,-- van het geld dat de meisjes hadden verdiend. [medeverdachte] betaalde € 600,-- en [medeverdachte] € 700,--, [medeverdachte] betaalde meer omdat hij met meer mensen was.

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij na aankomst in Nederland (voor de kerst van 2011) heeft gewoond in een woning van [medeverdachte] in de [woonadressen slachtoffers] , en dat daar 8 Hongaarse meisjes woonden die allemaal in de prostitutie werkten. Deze woning stond op naam van een persoon, bij wie de mannen woningen bestellen. De persoon komt wel eens in de Doubletstraat en hij heeft meerdere woningen in Den Haag.

[medeverdachte] heeft de verdachte aangewezen als één van de mannen van wie hij en zijn medeverdachten woningen huurden in Den Haag. [medeverdachte] kent de verdachte als [medeverdachte] . Hij weet niet of hij in de [woonadressen slachtoffers] heeft gewoond, maar andere mannen wel.

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij met onder andere [betrokkene] mogelijk in de [woonadressen slachtoffers] heeft gewoond. Hij woonde op andere adressen dan de andere mannen.

[betrokkene] heeft verklaard dat zij met [medeverdachte] onder andere heeft gewoond aan de [woonadressen slachtoffers] in Den Haag.

Uit onderzoek aan de op 8 januari 2012 onder [medeverdachte] in beslag genomen Tom Tom bleek dat het adres [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] opgeslagen stond in het apparaat.

[betrokkene] heeft verklaard dat hij betrokken is bij het bedrijf [bedrijfsnamen] . Hij is werkzaam in de verhuur van woningen, die hij verhuurt voor eigenaren of makelaars. Hij heeft vaker een woning verhuurd aan de verdachte, die hij kent als [medeverdachte] ; onder meer een woning aan de [woonadressen slachtoffers] .

Zoals al overwogen is tussen de telefoon(s) van [medeverdachte] en het nummer van de verdachte diverse malen contact is geweest in de periode van 16 oktober 2011 tot en met 2 april 2012 en is in de woning van verdachte een kopie van zijn Hongaarse identiteitsbewijs aangetroffen.

Ook zijn in de woning van de verdachte twee huurovereenkomsten betreffende het adres [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , over de periode 1 november 2011 tot en met 1 november 2012 en over de periode 1 juni 2013 tot en met 1 juni 2014, met een kale huurprijs van € 625,--, en rekeningen van de gemeente en energiebedrijven die betrekking hebben op dit adres over de periode maart tot en met november 2012 aangetroffen.

Daarnaast zijn daar – kort gezegd – bankbescheiden aangetroffen op naam van anderen dan de verdachte. Er is vervolgens onderzoek gedaan naar de daarmee corresponderende bankrekeningen. Ten aanzien van een bankrekening op naam van [betrokkene] is gebleken dat in de periode van 1 januari 2011 tot en met 12 maart 2014 onder meer betalingen die betrekking hebben op de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] zijn verricht.

Ook via de bankrekening van [betrokkene] zijn in de periode van 1 januari 2011 tot en met 12 maart 2014 betalingen betrekking hebbend op de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] verricht.

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer] Den Haag

De hiervoor reeds genoemde [betrokkene] heeft verklaard dat deze woning voor de eigenaar heeft verhuurd aan de verdachte, die hij kent als [medeverdachte] . De huurprijs bedroeg € 650,-- per maand.

De verdachte heeft erkend dat hij deze woning heeft verhuurd voor een makelaar, en dat hij daar ook wel eens eigen huurders heeft ondergebracht. Dit betrof huurders die eerst in de eigen woning van de verdachte aan de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] hadden gewoond. Dat gaat over degene die [Bijnaam] wordt genoemd met zijn echtgenote.

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij en [medeverdachte] (bijgenaamd [Bijnaam] ) van de verdachte meerdere woningen hebben gehuurd, voor € 350 per week. Het betrof onder meer de [woonadressen slachtoffers] 135 en de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag. Zij heeft verklaard dat de verdachte vaak in de Doubletstraat kwam, en ook wel eens bij haar naar binnen wilde toen zij daar als prostituee aan het werk was.

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij op de [woonadressen slachtoffers] heeft gewoond met [medeverdachte] en met [slachtoffers] .

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij in het begin van 2012 in de [woonadressen slachtoffers] heeft gewoond met onder meer [medeverdachte] en [medeverdachte] . Voorts heeft zij verklaard dat ze van [medeverdachte] heeft gehoord dat de verdachte de verhuurder van de woning was.

Naar aanleiding van de verklaring van [slachtoffers] heeft de politie onderzoek gedaan en is aan de hand van haar beschrijving van de woning en de locatie vastgesteld dat het gaat over het adres [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] Den Haag.

Zoals al overwogen is tussen de telefoon(s) van [medeverdachte] en het nummer van de verdachte diverse malen contact is geweest in de periode van 16 oktober 2011 tot en met 2 april 2012.

Uit onderzoek van de historische verkeersgegevens van de telefoon(s) van [medeverdachte] is gebleken dat in de periode van 8 februari 2011 tot en met 21 februari 2012 diverse malen contact is geweest tussen zijn telefoon(s) en het nummer van de verdachte.In de woning van de verdachte zijn verder aangetroffen een kopie van het Hongaarse ID van [medeverdachte], een huurovereenkomst voor de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] op naam van [medeverdachte] voor de periode van 10 mei 2011 tot en met 10 augustus 2011, voor een kale huurprijs van € 650,-- per maand, rekeningen van de gemeente en energiebedrijven betrekking hebbend op het adres over de periode van 15 maart 2012 tot en met 19 oktober 2012, een jaarnota van Dunea voor het adres over de periode 1 juli 2011 tot en met 29 februari 2012 en een jaarnota van Eneco voor het adres over de periode 1 juni 2011 tot en met 9 februari 2012.

Uit de in de woning van de verdachte aangetroffen bankbescheiden van bankrekeningen van [betrokkene], [betrokkene] en [betrokkene] blijkt dat vanaf die rekeningen betalingen betreffende de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] zijn verricht in de periode van 1 januari 2011 tot en met 12 maart 2014.

In het notitieboekje van de verdachte staat meerdere malen nummer [huisnummer] vermeld met daarachter bedragen.

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer] Den Haag

[betrokkene] heeft verklaard dat hij sinds 2001 eigenaar is van deze woning. Vanaf 2007 heeft hij de woning via de verdachte verhuurd. Toen heeft hij een huurcontract samen met de verdachte ondertekend; daarna niet meer. De verdachte betaalde de huur contant aan hem door. De afgesproken huurprijs was € 650,-- per maand: de verdachte betaalde hem € 550,-- per maand. [betrokkene] heeft geen toestemming gegeven voor inschrijvingen op het adres en na het eerste huurcontract geen huurcontracten meer afgesloten.

De verdachte heeft verklaard dat hij voor dit adres wel eens bemiddeld heeft voor de eigenaar, en dat [medeverdachte] en diens zwager [betrokkene] (die wel eens voor verdachte kluste) op dat adres hebben verbleven. Mogelijk heeft hij voor een korte periode de huur voor de eigenaar verkregen. Ook heeft hij verklaard dat [slachtoffers] op haar verzoek op dit adres ingeschreven heeft gestaan en dat het zou kunnen dat zij dit via hem heeft geregeld.

[slachtoffers] en [slachtoffers] hebben beiden ingeschreven gestaan op het adres: [slachtoffers] van 21 januari 2013 tot 15 mei 2013 en [slachtoffers] van 9 juni 2011 tot 6 maart 2012. Ook heeft op het adres van 21 januari 2013 tot 4 juli 2013 de eenmanszaak van [slachtoffers] (Overige dienstverlening prostitutie) ingeschreven gestaan.

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij met [medeverdachte] vanaf de [woonadressen slachtoffers] op een ander adres is gaan wonen. Zij weet de straatnaam niet. De huur was € 350,-- per week. Het was van dezelfde man als het huis van [medeverdachte] ( [woonadressen slachtoffers] ).

In het onderzoek [onderzoeksnaam] is als getuige de taxichauffeur [getuige 1] gehoord. Hij heeft verklaard dat hij [slachtoffers] regelmatig heeft opgehaald uit de [woonadressen slachtoffers] , waar zij woonde. De taxichauffeur [getuige 1] heeft verklaard dat hij [medeverdachte] een paar keer heeft opgehaald in de [woonadressen slachtoffers] , waar deze woonde.

Zoals hiervoor al vastgesteld is gebleken dat in de periode van 8 februari 2011 tot en met 21 februari 2012 diverse malen contact is geweest tussen de telefoon(s) van [medeverdachte] en het nummer van de verdachte.

In de woning van de verdachte zijn daarnaast aangetroffen een gedeelte van een huurovereenkomst betreffende het pand, voor de periode van 1 april 2012 tot en met 1 april 2013, op naam van [betrokkene] met als huurder onder andere [slachtoffers] en een kopie ID van [slachtoffers], een poststuk van Dunea aan de bewoners van [woonadressen slachtoffers] [huisnummer], een huurovereenkomst betreffende het pand, voor de periode van 1 mei 2011 tot en met 1 mei 2012, op naam van [betrokkene] met als huurders U. [betrokkene] en [slachtoffers] en een kale huurprijs van € 625,--, rekeningen van de gemeente van 29 februari 2012, en een meterstandenkaarten van Eneco van het pand.

Uit de in de woning van de verdachte aangetroffen bankbescheiden van bankrekeningen van rekeningen op naam van de verdachte zelf, van [betrokkene] en van U. [betrokkene] blijkt dat vanaf die rekeningen betalingen betreffende de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] zijn verricht in de periode van 1 januari 2011 tot en met 12 maart 2014.

In het notitieboekje van verdachte staat meerdere malen nummer [huisnummer] vermeld met daarachter bedragen.

In afgeluisterde telefoongesprekken van de verdachte wordt meerdere malen gesproken over nummer [huisnummer] . Op 2 juli 2013 geeft de verdachte in een telefoongesprek met Eneco [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] op als zijn nieuwe adres.

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer] Den Haag

De verdachte kent deze woning in het kader van de verhuur. Hij heeft er de huur van opgehaald en mocht daarvan een deel houden. Het was een woning van de woningbouwvereniging die hij verhuurde voor een man genaamd [betrokkene] en over de verhuur heeft hij contact gehad met diens zoon. Hij heeft de woning onder meer aan [medeverdachte] en twee vrouwen, waaronder [slachtoffers] verhuurd. De verdachte heeft in dit verband ook [slachtoffers] genoemd. De verdachte heeft de huur opgehaald, deze bedroeg € 600, -- maar de verdachte haalde – op verzoek van de zoon van de bewoner – € 900,-- per maand op. Van de zoon kreeg hij € 25,-- of € 50,-- voor het ophalen van de huur. Verder heeft de verdachte het meerdere aan huur (als huurders per week in plaats van per maand betaalden) in eigen zak gestoken. De verdachte had goed contact met [medeverdachte] , toen deze op de [woonadressen slachtoffers] woonde zag de verdachte hem 2 tot 3 keer per week. Mogelijk is [slachtoffers] er bij gaan wonen op dit adres. Volgens de verdachte woonde zij met [slachtoffers] en [slachtoffers] in de woning, die verdachte had verhuurd aan [medeverdachte] .

[slachtoffers] heeft verklaard dat ze de verdachte kent uit de Doubletstraat. Ze heeft op de [woonadressen slachtoffers] gewoond, mogelijk huisnummer [huisnummer] , met verschillende meiden waaronder [slachtoffers] en [slachtoffers] .

[slachtoffers] heeft de verdachte herkend als [medeverdachte] van wie woningen werden gehuurd.

In 2011 of 2012 heeft ze met [slachtoffers] en [slachtoffers] in de [woonadressen slachtoffers] gewoond. [medeverdachte] had de woningen met de verdachte geregeld, en aan verdachte werd de huur van € 350,-- per week betaald. Verdachte wist dat zij prostituee was.

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij de verdachte kent als [betrokkene] . Van hem hadden ze de eerste keer een woning gehuurd. In Den Haag heeft zij steeds met [medeverdachte] en [slachtoffers] gewoond, op meerdere adressen. [medeverdachte] onderhield het contact met [betrokkene] . Die kwam langs om te praten of de huur te halen. Zelf heeft ze hem een keer € 200,-- betaald om zich in te schrijven; de inschrijving is een voorwaarde voor het kunnen werken als prostituee. De verdachte wist dat zij prostituee was. [medeverdachte] en [betrokkene] gingen vriendschappelijk met elkaar om.

Voorts heeft [slachtoffers] bij de rechter-commissaris verklaard dat zij op meerdere adressen in Den Haag heeft gewoond en dat deze woningen door de verdachte werden geregeld. [medeverdachte] was in contact met de verdachte. De verdachte regelde de woningen en kwam iedere week de huur ophalen. [medeverdachte] en [medeverdachte] deden samen wat zaken; daarnaast waren ze ook vrienden.

[medeverdachte] en de verdachte hebben meermalen telefonisch contact met elkaar gehad over de woning in de periode van mei tot en met september 2013. Ook [medeverdachte] en [slachtoffers] hebben meermalen telefonisch contact over de woning, in augustus en september 2013. In mei 2013 vraagt de verdachte aan [medeverdachte] of deze huurders weet voor [woonadressen slachtoffers] , waar [medeverdachte] zelf ook vroeger heeft gewoond. In september 2013 vraagt [medeverdachte] aan de verdachte of de “ [woonadressen slachtoffers] ” goed is. Uit meerdere gesprekken is af te leiden dat [slachtoffers] een nieuw adres nodig heeft. [medeverdachte] vertelt de verdachte dat [slachtoffers] de volgende dag komt kijken en dat ze om 10 uur terug aan het werk moet. [medeverdachte] en [slachtoffers] hebben het ook over de noodzaak van een woning voor [slachtoffers] , het feit dat de verdachte dit moet regelen en dat als de [woonadressen slachtoffers] niet lukt, dat de verdachte dan een andere woning zal regelen. [slachtoffers] zegt tegen [medeverdachte] dat hij tegen de verdachte moet zeggen dat die haar een keer mag neuken, dan is het klaar.

In het notitieboekje van de verdachte staat meerdere malen nummer [huisnummer] vermeld met daarachter bedragen.

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer] Den Haag

De verdachte heeft verklaard dat dit een pand van een hem bekende makelaar/tussenpersoon betrof, en dat hij dit pand in de verhuur heeft gehad. De huur van € 1.100,-- werd aan hem betaald. Voorts heeft de verdachte verklaard dat deze bekende makelaar/tussenpersoon de huurovereenkomst heeft opgesteld, en dat de verdachte de huur aan deze makelaar/tussenpersoon afdroeg. Hij heeft ook wel eens zelf een huurcontract opgesteld voor deze woning. De verdachte heeft verklaard dat [slachtoffers] op haar verzoek ingeschreven heeft gestaan op dit adres.

[betrokkene] heeft verklaard dat hij sinds 2010 eigenaar is van deze woning. Sinds de zomer van 2012 heeft hij de woning via de verdachte verhuurd voor € 700,-- of € 800,-- exclusief per maand. Hij kreeg de huur contant van de verdachte.

In de periode van 22 november 2012 tot 20 februari 2013 heeft [slachtoffers] ingeschreven gestaan op het adres [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] Den Haag. Vanaf 20 november 2012 heeft de onderneming [bedrijfsnamen] (prostitutiewerkzaamheden) van [slachtoffers] ingeschreven gestaan op het adres.

[slachtoffers] heeft, naast hetgeen hiervoor al is weergegeven, verklaard dat zij ook op dit adres heeft gewoond.

In de woning van de verdachte zijn aangetroffen kopieën van de Hongaarse identiteitsbewijzen van [medeverdachte] , [slachtoffers] , [slachtoffers] en [slachtoffers], een nota van Dunea van 12 juni 2012 betreffende het adres en een huurovereenkomst op naam van [slachtoffers] betreffende het pand, over de periode van 15 november 2012 tot en met 15 november 2013 voor een kale huurprijs van € 625,--.

In het notitieboekje van de verdachte staat meerdere malen nummer [huisnummer] vermeld met daarachter bedragen.

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij in de [woonadressen slachtoffers] heeft gewoond en dat hij de woning via een Arabier had. Hij heeft meerdere woningen van die man gehad en hij is meerdere malen verhuisd.

[slachtoffers] heeft verklaard dat ze (vanaf de [woonadressen slachtoffers] ) met [medeverdachte] op een ander adres is gaan wonen, mogelijk de [woonadressen slachtoffers] , met huisnummer [huisnummer] . [betrokkene] betaalde de huur aan dezelfde man als die van de woning van [medeverdachte] . De man komt wel eens in de Doubletstraat en heeft meerdere woningen in Den Haag .

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij met onder meer [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en andere meisjes gewoond heeft in de [woonadressen slachtoffers] . De groep wisselde vaak van woningen en woonde soms hier, soms daar. Ze dachten dat ze zo de politie te slim af konden zijn.

Uit onderzoek van de historische verkeersgegevens van de telefoon(s) in gebruik bij [medeverdachte] is gebleken dat tussen zijn telefoon(s) en het nummer in gebruik bij verdachte, [telefoonnummers] diverse malen contact is geweest in de periode van 8 februari 2011 tot en met 21 februari 2012.

[slachtoffers] heeft een aantal telefoongesprekken gevoerd met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummers] , die [betrokkene] wordt genoemd. [medeverdachte] wordt ook [betrokkene] genoemd. [slachtoffers] belt het nummer en vraagt naar een adres, als adres geeft [betrokkene] : [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] . In een sms-bericht van [betrokkene] aan [slachtoffers] wordt eveneens het adres [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] opgegeven (als het adres van [medeverdachte] , waar nog spullen van [slachtoffers] staan).

In het onderzoek [onderzoeksnaam] is als getuige de taxichauffeur [getuige 1] gehoord. Hij heeft verklaard dat hij [medeverdachte] ophaalde bij de [woonadressen slachtoffers] in Den Haag, en dat hij [slachtoffers] en [slachtoffers] heeft opgehaald in de [woonadressen slachtoffers] .

[slachtoffers] heeft ingeschreven gestaan op het adres [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag vanaf 6 maart 2012. De verdachte heeft hierover verklaard dat zij naar hem toe kwam voor adressen en dat zij ingeschreven heeft gestaan op het adres [woonadressen slachtoffers] .

De verdachte heeft in telefoongesprekken in september 2013 met [medeverdachte] gesproken over [betrokkene] , die uit Hongarije naar Nederland zal komen voor werk.

[medeverdachte] heeft verklaard dat zijn oom [betrokkene] voor de verdachte heeft gewerkt.

[betrokkene] heeft van 9 maart 2012 tot 16 april 2012 ingeschreven gestaan op het adres [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag. Zoals hiervoor al vastgesteld zijn bankafschriften van een bankrekening op zijn naam aangetroffen in de woning van de verdachte.

Algemene bewijsoverweging met betrekking tot verhuur en adressen

Ten aanzien van de verhuur en/of het regelen van adressen voor de veroordeelde mensenhandelaren en/of de slachtoffers in de zaken [onderzoeksnaam] en [onderzoeksnaam] , zijn in aanvulling op de bovenstaande aan diverse adressen gerelateerde bewijsmiddelen ook de volgende verklaringen redengevend.

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij in een woning van de verdachte heeft gewoond en dat de verdachte woningen verhuurde. De verdachte had meerdere woningen: alle woningen gingen via hem of [medeverdachte] . De verdachte kwam langs om de huur op te halen.

De verdachte had zowel eigen woningen als woningen van de gemeente. Volgens [medeverdachte] ging het om een groep die de woningen regelde, die heel veel woningen had. Ze hebben drie jaar lang woningen verhuurd en ze waren goede vrienden. [medeverdachte] bedoelt in dat verband ook de verdachte. De verdachte wist ook dat de mannen pooiers waren en dat meisjes voor hen werkten, hij wist waar zij zich mee bezig hielden. De verdachte verhuurde alle woningen aan Hongaren die zich bezig hielden met de prostitutie, waaronder [medeverdachte] zelf en diens medeverdachten. [medeverdachte] moest hem iedere week € 350,-- betalen. De verdachte kwam heel vaak bij hem langs, en maakte ook gebruik van de diensten van de meisjes.

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij twee mensen kende van wie [medeverdachte] en [medeverdachte] woningen huurden. Verder heeft ze verklaard dat van de verdachte meestal een woning werd gehuurd: ze hebben vier of vijf woningen van hem gehuurd, en het was de verdachte die de huur kwam ophalen. De verdachte wist dat zij prostituee was. Hij heeft haar ook bezocht als klant. De verdachte regelde ook woningen voor [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] Harzci en [medeverdachte] . Verder heeft [slachtoffers] verklaard dat de verdachte meerdere woningen heeft verhuurd en dat hij soms ook bij haar in de Doubletstraat kwam vragen wanneer de huur betaald zou worden. Nadat [medeverdachte] was aangehouden, heeft de verdachte een andere woning voor haar geregeld.

Conclusie van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen dat de verdachte een aantal woningen in Den Haag – te weten [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] – heeft geregeld voor de in de tenlastelegging genoemde vrouwen en/of de mensenhandelaren, in die zin dat zij op de betreffende adressen konden wonen en/of er ingeschreven konden staan. De verdachte heeft dat ten aanzien van enkele panden erkend. Voor betrokkenheid van de verdachte bij de andere panden zijn de verklaringen van de gebruikers van de adressen, van de bewoners en van de eigenlijke verhuurder(s) redengevend. Daarnaast duidt – kort gezegd – de administratie die in de woning van de verdachte is aangetroffen (het blauwe boekje, de poststukken en de gegevens van de gebruikte bankrekeningen) ook op de betrokkenheid van de verdachte bij deze panden. De verdachte heeft daardoor – in ieder geval in de ogen van de prostituees en de mensenhandelaren – als verhuurder van de woningen en als beheerder van de woningen dan wel bemiddelaar voor het regelen van inschrijfadressen opgetreden.

De verklaring van de verdachte dat de in zijn woning aangetroffen documenten, die betrekking hebben op een aantal van de genoemde adressen, van zijn zwager afkomstig zijn en dat zijn zwager direct als verhuurder van sommige woningen is opgetreden, valt niet te rijmen met de hiervoor genoemde bewijsmiddelen waarin steeds de verdachte door de betrokkenen wordt aangewezen als de verhuurder/contactpersoon. Voorts komt de zwager van de verdachte op geen enkel moment in dit omvangrijke dossier in beeld. De rechtbank acht deze verklaring van de verdachte dan ook volstrekt ongeloofwaardig en gaat hieraan voorbij.

Ten aanzien van het adres [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag, overweegt de rechtbank dat het dossier weliswaar aanwijzingen bevat dat de verdachte ook betrokken is bij dit adres, maar dat niet met voldoende zekerheid is vast te stellen dat hij deze woning daadwerkelijk heeft verhuurd of het adres ter beschikking heeft gesteld aan de mensenhandelaren en/of de vrouwen. De verdachte zal om die reden van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

3 ) Wist de verdachte dat sprake was van een uitbuitingssituatie, of heeft hij de aanmerkelijke kans op het bestaan daarvan aanvaard?

Uit de hiervoor weergegeven verklaringen van [medeverdachte] , [slachtoffers] , [slachtoffers] en [slachtoffers] , alsmede uit de eigen verklaringen van de verdachte, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte wist dat de in de tenlastelegging genoemde vrouwen werkzaam waren als prostituee, en dat zij samenleefden met de in de tenlastelegging genoemde mannen.

Voor beantwoording van de vraag of de verdachte ook wist van de uitbuitingssituatie, zijn daarnaast de volgende bewijsmiddelen redengevend.

[slachtoffers] heeft verklaard dat de mannen ( [medeverdachte] en Joszef [medeverdachte] ) de woning betaalden met geld dat door de meisjes in de prostitutie werd verdiend. Ook [slachtoffers] heeft verklaard dat de accommodatie waar zij woonde werd betaald van het werken in de prostitutie.

[slachtoffers] heeft verklaard dat de verdachte wist dat zij voor [medeverdachte] werkte en dat zij het door haar verdiende geld aan hem afgaf. Dat was normaal in haar kringen. [medeverdachte] betaalde wel de huur, maar van haar geld. Dat vond de verdachte normaal en hij nam daar geen aanstoot aan.

[slachtoffers] heeft verklaard dat zij nergens ingeschreven stond, omdat dat volgens de pooiers niet nodig was. Het kwam wel eens voor dat ze binnen een week drie keer verhuisden. De pooiers zeiden dan dat het voor de politie moeilijker zou worden om hen te vinden. De verdachte waarschuwde de mannen ook, dat ze van woning moesten veranderen, als er steeds vaker politie langs een pand kwam rijden. De verdachte wist volgens [slachtoffers] dat de vrouwen prostituees waren en dat de mannen hen mishandelden, omdat de mannen daarover in het bijzijn van de verdachte wel eens opschepten. [medeverdachte] vertelde aan de verdachte dat hij een meisje zo erg in elkaar geslagen had dat ze in haar broek plaste, omdat ze niet genoeg verdiende. Daarover lachte de verdachte dan met [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft een keer tegen de verdachte gezegd hij tegen [slachtoffers] had gezegd dat hij haar kinderen op straat zou gooien en zou slaan (omdat [slachtoffers] had gezegd dat ze naar huis wilde). De verdachte moedigde hem aan en zei: “Geef haar maar twee klappen.” Ook vertelden [medeverdachte] en de anderen aan de verdachte dat de meisjes gedwongen in de prostitutie werkten. De verdachte wilde alleen wekelijks de € 600,-- aan huur in handen krijgen, en het maakte de verdachte niet uit met hoe veel personen ze in een woning woonden. Hij heeft voor 20 of 30 pooiers en meisjes woningen verzorgd, onder meer voor [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] . De verdachte was voor de pooiers een soort vertrouwenspersoon.

Ook [betrokkene] heeft verklaard dat zij in Den Haag op meerdere adressen heeft gewoond: ze verhuisden regelmatig omdat de pooier ( [medeverdachte] ) bang was dat er politie aan de deur zou komen en hij zou worden aangetroffen met zoveel meisjes in de woning.

De verdachte zelf heeft over meerdere incidenten met huurders verklaard: met name over [medeverdachte] , één van de vrienden van [medeverdachte] , die hem bedreigde toen hij ze uit de woning aan de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] in Den Haag zette. [medeverdachte] dreigde ermee dat zijn vrienden de verdachte zouden slaan. Bij de bewoners van de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] hoorden ook twee vrouwen die heel mager waren. De reden voor het uitzetten van [medeverdachte] waren klachten van de buren over grote mannen die daar in en uit liepen. De verdachte zelf heeft de mannen, waaronder [medeverdachte] , beschreven als groot, criminele types.

Conclusie van de rechtbank

Op basis van bovengenoemde verklaringen concludeert de rechtbank dat de verdachte voor enkele pooiers een vertrouwenspersoon was aan wie verteld werd over de situatie van de prostituees. Met enkele mannen heeft de verdachte daarnaast zelf dreigende situaties meegemaakt. Hij wist dat door de prostituees en de mannen vaak van woning werd gewisseld en hielp hen daar ook bij. De huur van de woningen werd contant betaald en meestal wekelijks door de verdachte opgehaald. Dit terwijl uit niets is gebleken dat de mannen eigen werk of inkomsten hadden. Ook de verdachte verklaart daar niet over. Verder moet hem door de uitlatingen van [medeverdachte] waarover [slachtoffers] heeft verklaard, op zijn minst genomen duidelijk zijn geweest dat de vrouwen het geld moesten verdienen voor de mannen. [slachtoffers] heeft daarover ook verklaard.

In de vonnissen in de zaak [onderzoeksnaam] is expliciet bewezen verklaard dat de vrouwen hun verdiensten aan de mensenhandelaren moesten afstaan en dat onder meer [slachtoffers] de huur van de woning van de mensenhandelaren heeft betaald. Ook in het vonnis betreffende [medeverdachte] is bewezen verklaard dat [slachtoffers] en [slachtoffers] de woonlasten van [medeverdachte] hebben betaald. Uit de verklaring van [slachtoffers] volgt bovendien dat de verdachte het met [medeverdachte] heeft gehad over het slaan van een vrouw, en over het dreigement om [slachtoffers] te slaan en haar kinderen op straat te gooien nadat zij had gezegd dat ze naar huis wilde.

Dit alles maakt dat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank op zijn minst genomen welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de huurpenningen die hij incasseerde en de vergoedingen die hij ontving voor de inschrijving op adressen, afkomstig waren uit de prostitutie-inkomsten van de Hongaarse vrouwen en ook dat er bij deze prostituees sprake was van uitbuiting, in die zin dat zij – al dan niet met geweld - gedwongen werden hun inkomsten af te staan aan de Hongaarse mannen en/of werkzaam te blijven in de prostitutie. Daarmee is het voorwaardelijk opzet van de verdachte op het bestaan van een uitbuitingssituatie naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

4) Heeft verdachte opzettelijk voordeel getrokken uit de uitbuitingssituatie?

Bij de beantwoording van deze vraag stelt de rechtbank voorop dat ieder voordeel en elke vorm van inkomsten die iemand verkrijgt uit, of verkrijgt als gevolg van die uitbuiting, strafbaar is omdat dit de uitbating immers mede in stand houdt. Dat geldt dus ook voor verdiensten die op zich zelf in een redelijke verhouding staan tot de diensten die daarvoor zijn geleverd. De hoogte van de inkomsten is in dit verband niet relevant: het is ook niet van belang of het gaat om extra inkomsten.

De verdachte heeft over de verhuur en/of bemiddeling verklaard, dat hij geld ontving voor het zich laten inschrijven op een van de adressen, dat hij geld vroeg voor het gebruiken als postadres en dat hij huuropbrengsten ontving die vaak hoger waren dan de afgesproken dan wel officiële huur voor de betreffende panden. Volgens de verdachte mocht hij daarvan wel eens wat houden en voor de verhuur ontving hij ook wel een vergoeding van de eigenaar.

Naar het oordeel van de rechtbank staat daarmee reeds vast dat de verdachte enig voordeel heeft genoten uit zijn activiteiten.

Uit andere bewijsmiddelen – hiervoor bij de desbetreffende panden weergegeven - volgt verder dat – anders dan de verdachte doet voorkomen – dat dit voordeel aanzienlijk moet zijn geweest. Ten aanzien van de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] was volgens een huurcontract sprake van een kale huurprijs van € 625,--; feitelijk werd er maandelijks € 1.300,-- betaald. Bij de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] werd wekelijk € 350,-- betaald bij een uit een huurcontract blijkende kale huur van € 650,-- per maand.

De eigenaar van de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] heeft een huur van € 650,-- per maand genoemd; van de verdachte ontving hij € 550,-- per maand. [slachtoffers] , maar ook [medeverdachte] hebben echter over bedragen van € 350,-- per week verklaard.

De eigenaar van de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] heeft verklaard over een huurprijs van € 700,-- of € 800,-- per maand; de verdachte incasseerde echter € 1.100,-- per maand.

[slachtoffers] heeft in dit verband ook nog verklaard over een andere woning die door de verdachte werd verhuurd, [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , waarvoor zij € 350,-- per week betaalde aan verdachte. De eigenaar was verbaasd was over deze hoge huur omdat hij zelf een huur van € 800,-- per maand vroeg. Volgens deze eigenaar van dit pand , [getuige 2] , heeft de verdachte de woning voor hem verhuurd voor € 725,-- per maand exclusief. Op een gegeven moment heeft de verdachte de huur naar beneden bijgesteld en betaalde hij hem steeds minder. Toen hij in 2013 langs ging bij de woning, vertelden de huurders hem dat ze op dat moment met vier personen in de woning woonden en dat ieder aan de verdachte € 300,-- moest betalen.

De verdachte heeft ter verklaring van dit alles aangevoerd dat de huur exclusief energiekosten e.d. was en dat hij de lasten voor de woningen heeft betaald. De rechtbank vindt dit echter geen aannemelijke laat staan een afdoende verklaring voor het aanzienlijke verschil tussen de huurprijs en hetgeen de verdachte van de huurders incasseerde.

Dit alles brengt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte geld heeft verdiend aan het verhuren van panden en het bemiddelen bij inschrijvingen. Daarmee heeft de verdachte opzettelijk voordeel getrokken uit de uitbuitingssituatie, en dit voordeel is aanzienlijk geweest. Gezien het grote aantal adressen dat de verdachte verhuurde en/of waarvoor hij bemiddelde, moet het er naar het oordeel van de rechtbank voor gehouden worden dat de verdachte op deze wijze in zijn levensonderhoud heeft voorzien.

Eindconclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van na te noemen vrouwen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 november 2013.

Weliswaar bevat het dossier aanknopingspunten dat de verdachte hierbij heeft samengewerkt met anderen maar dat lijkt incidenteel te zijn geweest en daarmee onvoldoende om te kunnen oordelen dat sprake is geweest van medeplegen. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van dat onderdeel van de tenlastelegging.

Dagvaarding II

In het kader van het opsporingsonderzoek [onderzoeksnaam] heeft er op 18 februari 2014 een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de verdachte, gelegen aan de [adres] te Den Haag. Bij deze doorzoeking zijn diverse goederen inbeslaggenomen, waaronder:

- een contant geldbedrag van € 66.100,-;

- diverse pasjes, waaronder twee bankpasjes op naam van [betrokkene] ;

- schriftelijke bescheiden, waaronder 90 huurcontracten met betrekking tot 34 verschillende woningen.

Door de politie is verder onderzoek verricht aan en naar de inbeslaggenomen goederen, hetgeen heeft geleid tot de verdenking zoals weergegeven in de feiten van dagvaarding II.

Feit 2

De verdachte is eigenaar van de woning gelegen aan de [adres] te Den Haag. Voor de aankoop van het perceel [adres] te Den Haag heeft hij op 12 september 2007 een hypothecaire lening, ter hoogte van € 237.000,--, aangevraagd bij de ING Bank. Bij de aanvraag is een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie gevoegd. Op basis van deze stukken is de ING Bank de hypothecaire lening aangegaan. Op 5 november 2017 is de hypotheekakte van de [adres] gepasseerd bij de notaris.

Uit onderzoek van de ING Bank bleek naderhand dat het inkomen dat door de verdachte is ontvangen op zijn rekening niet overeenkwam met de aangeleverde werkgeversverklaring en salarisspecificatie. Op 25 februari 2015 heeft de ING Bank aangifte gedaan van valsheid in geschrift dan wel oplichting.

In de werkgeversverklaring die bij de hypotheekaanvraag was gevoegd, staat vermeld dat de verdachte een vast dienstverband heeft bij [betrokkene] ’ [bedrijfsnamen] met een totaal inkomen van € 27.529,63 per jaar. De werkgeversverklaring is op 3 augustus 2007 door [betrokkene] ondertekend. Uit onderzoek bij de Belastingdienst blijkt dat de verdachte in de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 maart 2007 bij [betrokkene] in dienst is geweest. Nadien is hij in dienst bij [bedrijfsnamen] en [bedrijfsnamen] . Ook uit de gegevens van het UVW blijkt dat de verdachte in augustus 2007 niet meer bij [betrokkene] in dienst was.

De bij de aanvraag gevoegde salarisstrook toont het uit te keren salaris voor de maand maart 2007, te weten € 1.950,--. Uit onderzoek naar de bankrekening van de verdachte blijkt dat de verdachte in maart 2007 echter slechts € 1.600,-- aan salaris van [betrokkene] heeft ontvangen. Ook de voorgaande maanden kreeg de verdachte beduidend minder dan het opgegeven salaris door [betrokkene] uitbetaald.

[betrokkene] heeft verklaard dat de verdachte in augustus 2007 niet meer bij zijn bedrijf in dienst was. Hoewel hij zijn handtekening op de werkgeversverklaring herkent, heeft hij er geen verklaring voor hoe zijn handtekening daarop terecht is gekomen. Over de salarisspecificatie heeft de getuige verklaard dat deze niet door zijn bedrijf is gemaakt.

Tegenover de politie heeft de verdachte – kort gezegd – verklaard zich niets meer te herinneren van de hypotheekaanvraag en bijgevoegde stukken. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdachte geen (nadere) verklaring af willen leggen.

Conclusie van de rechtbank

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat de verdachte een hypothecaire lening ter hoogte van

€ 237.000,-- bij de ING heeft aangevraagd en daarbij een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie heeft gevoegd, die vals zijn. De ING Bank heeft op basis van deze valse gegevens de hypothecaire lening ter hoogte van € 237.000,-- verstrekt en dit geldbedrag aan de verdachte afgegeven. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de ING Bank heeft opgelicht, zoals onder feit 2 ten laste is gelegd. Van het tenlastegelegde medeplegen zal de rechtbank de verdachte vrijspreken, nu dit onvoldoende is komen vast te staan.

Feit 1

Contant geldbedrag

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte is in de badkamer, in de muur achter het drukpaneel van het doorspoelmechanisme van het toilet, in een plastic zak met meerdere met elastiekjes omwikkelde bundeltjes bankbiljetten aangetroffen. Het bleek te gaan om 51 biljetten van € 500,--, 10 biljetten van € 200,--, 126 biljetten van € 100,-- en 520 biljetten van € 50,--, in totaal € 66.100,--. De verdachte heeft verklaard dat hij het geld op deze plek heeft verstopt. Deze wijze van verbergen, mede gelet op de aangetroffen – voor een deel niet gebruikelijke – coupures, door de verdachte die zich, zoals hiervoor al geoordeeld, bezig hield met mensenhandel en in dat kader veel contante bedragen ontving, rechtvaardigen een vermoeden van witwassen.

Onder deze omstandigheden kan volgens vaste rechtspraak van de verdachte verlangd worden dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de legale herkomst van het geld geeft.

De verdachte heeft verklaard dat hij een deel van het geld heeft geleend van zijn zus (€ 5.000,--), zijn vader (€ 20.000,--) en zijn broer (€ 5.000,--) en dat een deel afkomstig is uit de verkoop van een stuk land in Marokko. Ook heeft de verdachte geld, dat hij eerst contant op zijn bankrekeningen had gestort, vervolgens weer heeft opgenomen en achter het toilet verstopt.

Hoewel enkele familieleden tegenover de rechter-commissaris hebben verklaard dat zij de verdachte geld hebben geleend, stelt de rechtbank vast dat zij verschillend verklaren over de aanleiding voor de lening, dat het steeds gaat om bedragen die op enig moment contant zijn overhandigd, dat enig bewijsstuk die hun verklaring onderbouwt ontbreekt en dat die gestelde leningen vooralsnog niet optellen tot het gehele aangetroffen geldbedrag; Verder zijn de (contante)geldstromen van de verdachte dusdanig complex, dat de herkomst van (dat gedeelte van) het aangetroffen geld al helemaal niet kan worden vastgesteld. De verdachte heeft zijn verklaring op dit punt niet nader geconcretiseerd. Uit het dossier blijkt verder dat hij niet alleen meerdere eigen rekeningen maar ook rekeningen op naam van andere personen gebruikt en dat op al die rekeningen sprake is van storting van contante bedragen zonder duidelijke vermelding van herkomst en contante opnames. Gezien de hoogte van de bedragen, gaat het ook om geld dat niet in loondienst of ander werkverband is verdiend dan wel verkregen is uit een uitkering. Van de gestelde verkoop van land in Marokko zijn verder geen stukken aan de rechtbank overgelegd.

Onder deze omstandigheden is de verklaring van de verdachte niet aan te merken als een concrete, verifieerbare en niet op voorhand ongeloofwaardige verklaring die het bewijsvermoeden ontzenuwt.

Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom een legale herkomst van het geld met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten.

Zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft geoordeeld, is de verdachte actief geweest in de mensenhandel en heeft hij daar voordeel uit getrokken.

De te hoge huurpenningen werden wekelijks door de vrouwen contant aan de verdachte afgedragen. Ook kreeg verdachte betalingen voor bemiddeling. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het geld of in ieder geval een gedeelte daarvan afkomstig is uit eigen misdrijf.

Tussenconclusie van de rechtbank

Op grond van het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, door een geldbedrag van € 66.100,- te verstoppen in de muur achter zijn toilet. De verdachte heeft op deze wijze de illegale herkomst van het geld verborgen en verhuld.

Contante stortingen op rekeningen van [betrokkene]

In de woning van de verdachte is een bankpas op naam van [betrokkene] aangetroffen, behorende bij de ABN AMRO bankrekening [rekeningnummer] . Uit onderzoek naar de bankafschriften van dit rekeningnummer volgt dat er in de periode van 1 januari 2011 tot en met 28 februari 2014 – door middel van 70 contante stortingen – een geldbedrag van in totaal € 35.460,-- op de bankrekening is gestort. Vanaf de bankrekening zijn betalingen gedaan aan energieleverancier Eneco, waterleverancier Dunea en de Gemeente Den Haag voor (onder meer) de woningen gelegen aan de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , [adres] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] . Daarnaast zijn er verschillende betalingen gedaan die gerelateerd kunnen worden aan de verdachte zoals het schoolgeld voor zijn kinderen, creditcardafschrijvingen, betalingen aan FA-med en de Belastingdienst.

[betrokkene] is door de politie gehoord. Over de bankrekening [rekeningnummer] heeft hij verklaard dat de verdachte hem heeft geholpen bij het openen van de rekening. Het was de bedoeling een lening voor hem aan te vragen. [betrokkene] heeft de verdachte de bankpas en bijbehorende pincode gegeven. De verdachte is verantwoordelijk voor de ontvangsten en betalingen op en van de rekening, aldus [betrokkene] .

De verdachte heeft tegenover de politie erkend dat hij gebruik maakte van de rekening van [betrokkene] . Tevens heeft hij verklaard dat het geld dat contant op de rekening(en) is gestort van de verhuur van woningen afkomstig is. Huurders betaalden aan de verdachte contant de huur, waarna hij het geld op de bankrekening stortte. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdachte geen (nadere) verklaring af willen leggen.

Tussenconclusie van de rechtbank

Zoals hiervoor reeds is overwogen heeft de verdachte grote sommen contant geld voorhanden gehad, afkomstig uit (het faciliteren van) mensenhandel. Voorts kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat de verdachte dit geld (onder meer) op de rekening

[rekeningnummer] heeft gestort en heeft gebruikt voor het doen van betalingen. Door aldus te handelen heeft de verdachte crimineel geld (uit eigen misdrijf afkomstig) omgezet, overdragen en gebruikt. Dit maakt dat er naar het oordeel van de rechtbank sprake is van witwassen.

Woning aan de [woonadressen slachtoffers]

Zoals hiervoor (ten aanzien van feit 2) reeds is overwogen heeft de verdachte door middel van oplichting een hypothecaire lening ter hoogte van € 237.000,-- verstrekt gekregen. Met behulp van het door deze lening verkregen geldbedrag heeft de verdachte zijn woning aan de [adres] gekocht. De verdachte heeft zodoende het geldbedrag dat hij door de oplichting van de ING Bank heeft verkregen, omgezet, waardoor er sprake is van witwassen. De rechtbank acht ook dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.

UWV-uitkering

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de UWV-uitkering op naam van

[betrokkene] heeft witgewassen. De rechtbank zal de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging partieel vrijspreken.

Eindconclusie van de rechtbank

Gelet op het hiervoor overwogene, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geldbedragen door deze te verbergen, de herkomst te verhullen en/of om te zetten. De verdacht heeft hiervan een gewoonte gemaakt. De rechtbank merkt hierbij ten overvloede op dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond in dit geval niet van toepassing is.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat de verdachte dit samen met een ander heeft gedaan.

De verdachte wordt daarom vrijgesproken van het medeplegen.

Feit 3

De in de woning van de verdachte aangetroffen en inbeslaggenomen huurovereenkomsten zijn door de politie nader onderzocht. Hieruit is het volgende gebleken.

In de administratie van de verdachte zijn twee huurovereenkomsten aangetroffen met betrekking tot de woning gelegen aan de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag. Beiden zijn ondertekend op 1 november 2012 voor de duur van een jaar. Als verhuurder staat op beide overeenkomsten [betrokkene] vermeld, maar er staan verschillende huurders vermeld. Hieruit volgt dat de betreffende woning gedurende dezelfde periode kennelijk aan verschillende huurders is verhuurd. Ook op een huurovereenkomst met betrekking tot de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag staat [betrokkene] als verhuurder vermeld. Echter, de verdachte is zelf eigenaar van deze woning. De huurovereenkomst is ook ondertekend door de verdachte en niet door [betrokkene] .

[betrokkene] is door de politie gehoord over de huurovereenkomsten. Hij heeft verklaard dat hij van 2009 tot 2014 eigenaar van de woning gelegen aan de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] is geweest. [betrokkene] heeft nooit in de woning gewoond, want deze was onbewoonbaar verklaard. Hij kent de verdachte en de huurders (met wie hij een overeenkomst zou hebben) niet en heeft ook nooit een huurovereenkomst voor de woning opgemaakt. Ook het contract met betrekking tot de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] kent hij niet. De huurovereenkomsten zijn vals, aldus [betrokkene] .

Met betrekking tot de woning gelegen aan de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] te Den Haag zijn drie huurovereenkomsten aangetroffen bij de verdachte. Op twee van de huurovereenkomsten staat [getuige 2] , de eigenaar van de woning, als verhuurder vermeld. Op een derde huurovereenkomst staat [betrokkene] als verhuurder vermeld, met daarbij de geboortedatum van [betrokkene] . De in de huurovereenkomsten genoemde huurperioden overlappen elkaar.

[getuige 2] is door de politie gehoord. Hij heeft verklaard dat hij eigenaar van de woning [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] is, maar dat de verdachte de woning voor hem heeft verhuurd. De verdachte regelde alles. In juni of juli van 2013 is [betrokkene] bij de woning langsgegaan. Aldaar trof hij twee Hongaarse meisjes aan, die hem vertelden dat de verdachte hen aan de woning had geholpen en zij daar met vier meisjes woonden. De meisjes betaalden de verdachte maandelijks € 300,-- per persoon, terwijl de kale huur € 725,-- per maand bedroeg. Hierna is [betrokkene] bij de gemeente langsgegaan. Daar bleek dat er met behulp van valse huurcontracten negen mensen in de Gemeentelijke basisadministratie op het adres ingeschreven waren. Geconfronteerd met de aangetroffen huurovereenkomsten heeft de getuige aangegeven dat hij de opmaak niet herkent en dat deze niet door hem zijn ondertekend.

De verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij soms huurovereenkomsten opstelde voor de woningen die hij voor anderen verhuurde. Volgens de verdachte is er geen sprake van valse huurovereenkomsten, maar hergebruikte hij oude contracten vanuit efficiency-overwegingen. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdachte geen (nadere) verklaring af willen leggen.

Conclusie van de rechtbank

Op grond van de voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van meerdere valse huurovereenkomsten. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat het voorhanden hebben van valse huurovereenkomsten past bij verdachtes activiteiten met betrekking tot het faciliteren van mensenhandel, zoals hiervoor ten aanzien van dagvaarding I reeds is overwogen.

Feit 4

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte heeft de politie diverse goederen aangetroffen die worden gebruikt bij de aanleg van gas- en elektriciteitsmeters. Zo trof de politie onder andere draad ter verzegeling van de meters en spinnerzegels met bijbehorende zegeltang, waarvan het gebruik in principe voorbehouden is aan gecertificeerde monteurs van energieleveranciers .

Door een fraudespecialist van Stedin Netbeheer is op de dag van de doorzoeking onderzoek verricht aan de gas- en elektriciteitsmeter in de woning van de verdachte. Hij heeft geconstateerd dat beide meters zijn gemanipuleerd en dat er gedurende de periode van 13 juli 2011 tot en met 18 februari 2014 gas en elektriciteit buiten de meter om is afgenomen. In totaal is er ter waarde van € 1.087,85 aan gas en ter waarde van € 548,07 aan elektriciteit weggenomen.

Uit de bankafschriften behorende bij de bankrekening van de verdachte blijkt dat de maandelijkse betalingen van de verdachte aan Eneco (als voorschot op de energierekening ) zeer laag waren.

De verdachte heeft tegenover de politie verklaard niets te weten van de aangetroffen zegels en zegeltang. De goederen zijn mogelijk van zijn zwager [betrokkene] , die destijds bij hen woonde. Ook de echtgenote van de verdachte heeft (bij de rechter-commissaris) verklaard dat de aangetroffen goederen van haar broer zijn; hij woonde ten tijde van de doorzoeking bij hen in huis.

Naar aanleiding van de verklaringen van de verdachte en zijn vrouw heeft de politie onderzoek gedaan naar [betrokkene] , bestaande uit (onder meer) een bevraging van de GBA en een buurtonderzoek. Hieruit is naar voren gekomen dat [betrokkene] enige tijd op de [woonadressen slachtoffers] ingeschreven heeft gestaan in de GBA, maar niet gedurende de gehele ten laste gelegde periode en ook niet ten tijde van de doorzoeking. Daarnaast heeft geen van de buurtbewoners [betrokkene] (vanaf een foto) met zekerheid herkend als vaste bewoner van [adres] .

Conclusie van de rechtbank

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van gas en elektriciteit. De rechtbank overweegt daartoe dat de goederen die bij de verdachte thuis zijn aangetroffen, waaronder professioneel gereedschap dat gebruikt wordt door gecertificeerde monteurs, bij uitstek geschikt zijn voor het manipuleren van een gas- en/of elektriciteitsmeter, zoals in de woning van de verdachte ook was gedaan. De verklaring van de verdachte dat zijn zwager hier iets mee te maken zou hebben, is naar het oordeel in het geheel niet aannemelijk geworden. Er is geen bewijs dat verdachte dit feit met anderen zou hebben begaan, zodat de rechtbank hem zal vrijspreken van het medeplegen.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

Dagvaarding I, parketnummer 09/767096-13

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 18 februari 2014 te Den Haag en Rijswijk, telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting (in de prostitutie) van personen genaamd [slachtoffers] en [slachtoffers] en [slachtoffers] en [slachtoffers] en [slachtoffers] immers heeft verdachte voor die [slachtoffers] en [slachtoffers] en [slachtoffers] en [slachtoffers] en [slachtoffers] en voor de mensenhandelaren, [medeverdachte] en [medeverdachte] en [medeverdachte] en [medeverdachte] en [medeverdachte] meermalen woonruimte en GBA-adressen geregeld, te weten voor de woningen gelegen op/aan de [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en hier een geldelijke vergoeding voor ontvangen, althans voordeel uit getrokken.

Dagvaarding II, parketnummer 09/837062-15

1.

hij in de periode 1 januari 2011 t/m 28 februari 2014 te Den Haag zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van (gewoonte) witwassen, immers heeft hij, van geldbedragen, te weten:

- ten aanzien van (de in zijn woning in de muur achter het hangend toilet aangetroffen) 66.000 euro, de herkomst en de vindplaats verhuld en verborgen en

- ten aanzien van de woning aan de [adres] te Den Haag en

- ten aanzien van contante stortingen (van in totaal 35.410 euro) op de bankrekening van [betrokkene] ,

dat huis en die geldbedragen voorhanden gehad, overgedragen en omgezet,

terwijl hij, verdachte, telkens wist dat het een - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig voorwerp betrof;

2.

hij in de periode van maart 2007 tot en met 6 november 2007 te Den Haag met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, medewerker(s) van de ING Bank heeft bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening van 237.000,- euro en tot afgifte van een geldbedrag, immers heeft verdachte met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid bij een aanvraag tot het verstrekken van een hypothecaire geldlening ter zake van het pand aan de [adres] te Den Haag, een valse salarisspecificatie en een valse werkgeversverklaring overhandigd en/of opgestuurd en/of ingezonden, aan/naar de ING Bank, waardoor de ING Bank werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven hypothecaire lening en tot voornoemde afgifte;

3 .

hij op 18 februari 2014 te Den Haag meerdere huurovereenkomsten, elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, opzettelijk voorhanden heeft gehad als ware die geschriften telkens echt en onvervalst, terwijl hij wist dat die geschriften bestemd zijn voor zodanig gebruik, bestaande dat voorhanden hebben hierin dat hij, verdachte, voornoemde huurovereenkomsten heeft opgenomen in de administratie

en bestaande die valsheid hierin dat daarop telkens opzettelijk in strijd met de waarheid is vermeld dat - zakelijk weergegeven - de op de huurovereenkomst(en) genoemde woning(en) verhuurd waren aan en/of door de op de overeenkomst(en) genoemde perso(o)n(en) gedurende de (volledige) op de overeenkomst(en) genoemde periode en is/zijn voorzien van de handtekening van de genoemde huurder(s) en/of verhuurder ter bevestiging van de inhoud;

4.

hij in de periode van 13 juli 2011 tot en met 18 februari 2014 te Den Haag met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen gas en elektriciteit, toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (te weten het verwijderen van de van fabriekswege aangebrachte verzegeling van het telwerkhuis van de gasmeter en elektriciteitsmeter).

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij eventuele strafoplegging rekening te houden met de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zijn beperkte strafblad, zijn persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft gedurende een periode van vier jaar woningen en GBA-adressen geregeld voor mensenhandelaren en hun slachtoffers. De verdachte is in ieder geval betrokken geweest bij de verhuur van 9 panden. De verhuur en bemiddeling van de panden aan de mensenhandelaren en hun slachtoffers deed de verdachte bedrijfsmatige wijze. Met zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de uitbuiting en de kwetsbare positie van de slachtoffers. Door de mensenhandelaren en hun slachtoffers buiten de officiële instanties om van woningen te voorzien, worden zij onttrokken aan het zicht van de autoriteiten, zoals de politie en de gemeente, waardoor de uitbuiting kan voortduren. De verdachte heeft aan het verhuren van de woningen en het regelen van GBA-adressen grof geld verdiend, ten koste van de uitgebuite vrouwen.

Zijn illegale verdiensten heeft de verdachte deels achter het spoelmechanisme van het toilet bij hem thuis verborgen en deels (contant) op verschillende bankrekeningen gestort en zich daarmee dus ook schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. De verdachte heeft zodoende een inbreuk gemaakt op de integriteit van het financiële en economische verkeer. De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, oplichting en diefstal van stroom. Het handelen van de verdachte wordt ten aanzien van alle bewezenverklaarde feiten getypeerd door het doel dat de verdachte voor ogen had, namelijk het verrijken van hemzelf ten koste van de slachtoffers en benadeelden: de Hongaarse vrouwen, de ING-bank, Stedin, kwetsbare huurders, verhuurders voor wie hij werkzaam was en personen van wie hij de rekening “beheerde”, zoals [betrokkene] .

De rechtbank rekent de verdachte dit aan. Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting op geen enkele manier blijk gegeven van inzicht in het verwerpelijke karakter van zijn handelen, laat staan hiervoor verantwoordelijkheid genomen.

De rechtbank stelt voorop dat mensenhandel en het voordeel trekken uit uitbuiting ernstige strafbare feiten zijn, waarmee inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van een ander wordt gemaakt en de persoonlijke vrijheid van die ander ernstig wordt geschaad. De rol van de verdachte, als voordeeltrekker, is echter niet op één lijn te stellen met die van de feitelijke uitbuiter. Bij de strafoplegging zal de rechtbank daar dan ook rekening mee houden.

Overschrijding redelijke termijn

In het arrest van 17 juni 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD2578) heeft de Hoge Raad algemene uitgangspunten en regels geformuleerd over de inbreuk op het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM gewaarborgde recht van een verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn en het rechtsgevolg dat aan een vastgestelde inbreuk op dat recht dient te worden verbonden. Op grond van dit arrest beoordeelt de rechtbank of sprake is van overschrijding, in welke mate dat heeft plaatsgevonden en wat daarvan het gevolg moeten zijn.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. De vermindering van de straf is afhankelijk van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak het volgende. De verdachte is op 18 februari 2014 in verzekering gesteld. Vervolgens heeft de zaak op 28 mei 2014 en 18 augustus 2014 pro forma op zitting gestaan. Na de tweede pro forma zitting heeft de rechter-commissaris op verzoek van de verdediging meerdere getuigen gehoord. Hierna heeft de zaak op 10 juni 2015 voor regie op zitting gestaan en is de tweede zaak (parketnummer 09/837063-15) gevoegd. In april 2016 zijn de verhoren door de rechter-commissaris afgerond. De zaak heeft vervolgens ruim 2 jaar onnodig stil gelegen bij de rechtbank, voordat de inhoudelijke behandeling op 2 juli 2018 is aangevangen. Het is vervolgens niet aan het Openbaar Ministerie of de rechtbank te wijten dat de behandeling pas op heden – 13 november 2018 – met een eindvonnis is afgerond. De rechtbank concludeert dat de redelijke termijn in ernstige mate, te weten met ongeveer 2 jaar en 5 maanden, is overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding een matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

Conclusie

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een vrijheidsstraf te weten een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden in beginsel op zijn plaats is. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank die straf echter matigen en de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden opleggen.

Voorts ziet de rechtbank aanleiding een deel van deze straf, te weten 5 maanden, voorwaardelijk aan de verdachte op te leggen, met als doel de verdachte, die nog steeds actief lijkt te zijn als verhuurder, er van te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen

ING Bank Amsterdam, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering

tot schadevergoeding, groot € 95.400,-, bestaande uit materiële schade.

Stedin Netbeheer B.V., heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering

tot schadevergoeding, groot € 443,35, bestaande uit materiële schade.

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. en tot niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij ING Bank Amsterdam in haar vordering tot schadevergoeding.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

7.3.1

De vordering van de benadeelde partij ING Bank Amsterdam

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de vordering onvoldoende is onderbouwd. Aanhouding van de behandeling van de strafzaak om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen haar vordering alsnog te onderbouwen, is naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding.

De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank begroot op nihil.

7.3.2

De vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V.

De vordering is namens de verdachte niet betwist en zij is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 4 van dagvaarding II bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 443,35.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage I aan dit vonnis is gehecht) onder 1 en 2 genummerde voorwerpen aan de verdachte zullen worden teruggegeven. Ten aanzien van de overige goederen heeft de officier van justitie gevorderd dat deze goederen zullen worden verbeurdverklaard dan wel zullen worden teruggeven of bewaard ten behoeve van de rechthebbende. De conclusie van de officier van justitie ten aanzien van het beslag is aan haar schriftelijk requisitoir gehecht.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van het beslag.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1 en 2 genummerde voorwerpen.

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 7 genummerde voorwerp, verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan de verdachte toebehoort en dit voorwerp geheel of grotendeels door middel van het onder 1 van dagvaarding I bewezen verklaarde feit is verkregen.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 13, 16, 17, 22, 23, 25, 30 t/m 32 genummerde voorwerpen, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen (deels) aan de verdachte toebehoren en met betrekking tot deze voorwerpen het onder 3 van dagvaarding II bewezen verklaarde is begaan.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 4 t/m 6, 8 t/m 12, 14, 15, 18, 19, 21, 24, 26 t/m 29 en 33 t/m 36 genummerde voorwerpen, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen (deels) aan de verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen de onder 1 van dagvaarding I en de onder 1, 2 en 3 van dagvaarding II bewezenverklaarde feiten zijn begaan en/of voorbereid

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen (bijkomende) straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 225, 273f, 311, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding I met parketnummer 09/767096-13 en bij dagvaarding II met parketnummer 09/837062-15 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3 .5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I:

mensenhandel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van dagvaarding II feit 1:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

ten aanzien van dagvaarding II feit 2:

oplichting;

ten aanzien van dagvaarding II feit 3 :

opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

ten aanzien van dagvaarding II feit 4:

diefstal, waarbij de schuldig het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 20 (TWINTIG) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 5 (VIJF) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij een bedrag van € 443,35;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de benadeelde partij ING Bank Amsterdam niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 1 en 2 genummerde voorwerpen (zie bijlage I);

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 3 tot en met 36 genummerde voorwerpen (zie bijlage I).

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter,

mr. A.M.A. Keulen, rechter,

mr. N.I.S. Wallet, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.L.D. Timmermans, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 november 2018.

Bijlage I: bijslaglijst [verdachte] .

Bijlage I

Beslaglijst [verdachte]

Parketnummer: 767096-13

1. B.07.01.001 Geld buitenlands 2870 Dirham

2. B.06.02.004 Geld Nederlands 920.00 euro

3 . B.01.04.008.001 1.00 STK USB stick Sandisk zwart

4. B.01.04.008.002 1.00 STK USB stick TDK 2GB

5. B.01.04.008.004 1.00 STK USB stick HEMA 4GB

6. B.01.04.008.004 1.00 STK USB stick geel/zilver

7. B.09.01.001 Geld Nederlands 66.600,- euro

8. B1.01.002 4 x brief overheidsdienst aan [betrokkene] , [woonadressen slachtoffers]

[huisnummer] (1x belastingdienst, 2x Immigratie/naturalisatiediensten en 1x gerechtsdeurwaarder, 1 x brief gemeente Den Haag aan [betrokkene] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer]

9 . B1.01.002 Kentekenbewijs [kenteken] en uittreksel

basisadministratie tnv [betrokkene] (13- 9 -1986), 1 rekeningafschrift Banque Populaire op naam van [betrokkene] , 1 brief ING bank aan [betrokkene] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] 1 brief jaarafrekening Stedin aan [betrokkene] , [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en 1 vel papier met handgeschreven namen en bedragen

10. B.01.02.001 ING bankpas reknr [rekeningnummer] tnv [betrokkene] ,

huurovereenkomsten op naam van andere personen en veel (kopie) ID's en paspoorten van verschillende personen en nationaliteiten, met name Hongaarse.

11. B.01.03.001 Nota's Eneco (21x), Dunea(2x) en Stedin (1x), 4

brieven Eneco waarop in handschrift aangebrachte notities. Betreft maand- en jaarnota's, opnemen meterstanden e.d., en 1 Brief (transportnota) in Marokkaanse taal tnv [betrokkene] .

12. B.01.04.004 Nota's Nutsbedrijven op diverse (andere) namen en

adressen, kopie bankrekeningafschriften van [betrokkene] , lege verhuisformilieren en kopie ID's en paspoorten van Hongaarse vrouwen [betrokkene] en [betrokkene] .

13. B.01.04.006 Huurovereenkomsten op namen en adressen van anderen,

diverse kopie ID's en paspoorten van verschillende personen en diverse Nationaliteiten (Pools, Hongaars, Nederlands), al getekende sluitbladen van huurcontracten en ondertekende nog lege verhuisformulieren.

14. B.01.04.006 3 /6 1 zwarte ordner met nota's nutsbedrijven (Dunea

en Eneco), zorginstelling (Sanitas), verzekeringen (BeneVia, Heinenoord, Statanpolis), Fa-med BV (tandartsrekeningen) tns [verdachte] , [betrokkene] en anderen, kopie bankrekeningafschriften van [betrokkene] , [betrokkene] en U. [betrokkene]

15. B.01.04.006 4/6 ING bankafschriften tnv [betrokkene] , [betrokkene] en

[betrokkene] (uit oranje ING ordner met bankafschriften van [verdachte] )

16.. B.01.04.006 6/6 Huurovereenkomsten van panden van [verdachte]

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer] en [huisnummer] en [woonadressen slachtoffers] 10, met diverse kopie paspoorten en ID's en brieven van gemeente Den Haag inzake bestuursdwang.

17. B.01.04.007 1/2 2 huurovereenkomsten van anderen en 1

huurovereenkomst van [verdachte] voor verhuur van [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] . Een groot aantal kopie ID's en paspoorten van verschillende personen en nationaliteiten, lege verhuisformulieren en een handgeschreven notitie met naam [betrokkene] en INGbank reknr [rekeningnummer] .

18. B.01.04.007 2/2 1 blauwe map met facturen van diverse

loonbedrijven ( [betrokkene] (10), [betrokkene] (1x), [betrokkene] (1x) en [betrokkene] (1x)) voor [betrokkene] 's. Handgeschreven notitiebriefjes met cijfers, namen en bedragen. 1 bankrekeningafschrift Triodosbank tnv [betrokkene]

19. B.01.04.008 2/ 3 Diverse (verlopen) kentekenbewijzen,

vrijwaringsbewijzen en groene kaarten van verschillende kentekens en op verschillende

namen.

21. B.01.04.008 3 / 3 1 ondertekende, verder lege aangifte van

adreswijziging, 6 kwitanties inzake ontvangen huur van " [betrokkene] " voor percelen [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] (1x), [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] (2x), en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] (3x).

22. B.01.04.009 Diverse huurovereenkomsten op namen en

adressen van anderen, 1 huurovereenkomst van [verdachte] voor verhuur van [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] , veel kopie ID's en paspoorten van verschillende personen en Nationaliteiten, lege verhuisformulieren en getekende sluitbladen van verhuurovereenkomsten, brief van ING aan [betrokkene] en Triodosbank aan [betrokkene] . Brieven van Reaal , FPB en Intrum Justitia gericht aan [betrokkene] , [bedrijfsnamen] en [bedrijfsnamen] .

23. B.01.04.011 1/ 3 Huurcontract van [betrokkene] voor perceel [woonadressen slachtoffers]

[huisnummer] aan [betrokkene] . Met 2 x kopie Nederlands verblijfsdocument [betrokkene] , vel A4 met kopie handtekening en ongetekend sluitblad.

24. B.01.04.011 2/ 3 1 groene ordner met nota's nutsbedrijven (Dunea

en Eneco) gemeente (aanslagen/beschikkingen), CJIB, ANWB en Vestia met aangehechte

transactiebonnen van pinbetalingen),kopie

bankrekeningoverzicht tnv [betrokkene] .

25. B.01.04.011 3 / 3 Diverse huurovereenkomsten op verschillende

namen voor verschillende adressen, kopie ID's en paspoorten van verschillende personen en nationaliteiten, Brieven Triodosbankinfo gericht aan [betrokkene] en [betrokkene] .

26. B.01.05.001 5x envelop Eneco met daarop notities in

handschrift, geadresseerd aan verschillende

personen; 1 envelop ING bank met

handgeschreven notities met tancodes en pincode;

1 envelop van Dunea inzake afsluiting water [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] .

27. B.01.06.001 7 enveloppen Eneco waarop handgeschreven

notities met nota's op naam van anderen.

28. B.01.08.001 (1+2+ 3 ) Deel 2 1 blauwe map met facturen van diverse

Loonbedrijven ( [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] en [betrokkene] ) voor [betrokkene] Handgeschreven notitiebriefjes met cijfers, namen en bedragen.

29. B.01.08.001 5/8 Bankafschriften ING bank op naam [betrokkene] , [betrokkene]

, [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] , [betrokkene] en [betrokkene] . Triodosbank afschriften van [betrokkene] en [betrokkene] , 1 ABN AMRO afschrift tnv [betrokkene] .

30. B.01.08.001 6/8 Diverse Huurovereenkomsten + kopie ID's, waarvan

4 huurovereenkomsten van [verdachte] voor verhuur van [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] (1x) en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] (2x) en [woonadressen slachtoffers] [huisnummer] (1x).

31. B.01.08.001 7/8 Diverse Huurovereenkomsten op verschillende

namen en adressen, diverse kopie ID's tnv [slachtoffers] met 1 sluitblad huurcontract en 2 verhuisformulieren voorzien van de handtekening van [slachtoffers] . 1 kopie paspoort van verhuurder [getuige 2] met sluitblad met opgeplakte gekopieerde handtekening.

32. B.01.08.001 8/8 Diverse huurovereenkomsten met verschillende

namen en adressen, kopie ID's en paspoorten van verschillende personen met Hongaarse nationaliteiten. Schrijven Triodosbank aan [betrokkene] ivm Wereldpas. Huurcontract Meeuws vastgoed en [betrokkene] voor [woonadressen slachtoffers] [huisnummer]

33. B.04.01.001 3 x kopie paspoort op A4 van [betrokkene] ( [geboortedatum] )

34. B.06.01.008 Hongaarse ID tnv [betrokkene]

35. B.06.02.001 Meterstandenbrief Eneco tnv [betrokkene] ,

[woonadressen slachtoffers] [huisnummer]

36. B.06.03.001 Afspraakbevestiging vestiging EU land tnv [betrokkene]

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 15BRR13050, van het onderzoek [onderzoeksnaam] , van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche, met bijlagen.

HR 08-09-2015, ECLI:NL:HR: 2015:2476

Met uitzondering van [medeverdachte] en [medeverdachte] , zijn de zaken nog niet onherroepelijk beslist.

ECLI:NL:RBDHA:2013:16816; ECLI:NL:RBDHA:2013:16821; ECLI:NL:RBDHA:16818 en ECLI:NL:RBDHA:16817.

ECLI:NL:RBOVE:2014:3623.

Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 2 juli 2018.

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 maart 2014, p. 154 en 155.

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 februari 2014, p. 113-115.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 12/OPV met bijlagen.

Bijlage 12/OPV, bijlage 5, kadastraal bericht persoon.

Bijlage 12/OPV, bijlage 1, resultaat GBA-bevraging, aangifte vervolginschrijving met bijlagen en een toestemmingsformulier.

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 februari 2014, p. 19.

Bijlage 12/OPV, bijlage 3 , proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2014, p. 1 tot en met 3 .

Proces-verbaal beslagdossier [onderzoeksnaam] (Beslagdossier), doorgenummerd pagina 1 tot met 2350, (proces-verbaal van bevindingen p. 794)

OPV [onderzoeksnaam] , Bijlage Ambtshandelingen 4, AH 83 (Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 3 januari 2014, p. 3 )

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 februari 2014, p. 60 en 61.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 24/OPV met bijlagen.

Bijlage 24/OPV, bijlage 6, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 31 oktober 2013, p. 340 en 341.

Bijlage 24/OPV, bijlage 7, proces-verbaal van verhoor aangever, p. 441, 442 en 443, p. 450, 451.

Bijlage 24/OPV, bijlage 4, proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 28 en p. 30.

Bijlage 24/OPV, bijlage 11, uitwerking verhoor d.d. 7 november 2012, p. 78,79 en p. 96.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 07/OPV, bijlage 12, proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 13 juni 2012, blad 2 en blad 4.

Bijlage 24/OPV, bijlage 9 , proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2012, p. 133 .

Zaakdossier [onderzoeksnaam] -F, Bijlage Getuigenverhoren, proces-verbaal van verhoor getuige, p. 59 tot en met 67 met bijlagen.

Beslagdossier, proces-verbaal inbeslaggenomen bescheiden, p. 1057 en 1467.

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen ? p. 961 tot en met 966.

Proces-verbaal Financiële Recherche Unit (FRU), doorgenummerd p. 1 tot en met 1395.

FRU, proces-verbaal van bevindingen, p. 304 tot en met 311.

FRU, proces-verbaal van bevindingen, p. 332 tot en met 340.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 09/OPV met bijlagen.

Zaakdossier [onderzoeksnaam] F, Bijlage Getuigenverhoren, proces-verbaal van verhoor getuige, p. 59 tot en met 67 met bijlagen.

Verklaring van verdachte ter terechtzitting, 2 juli 2018.

Bijlage 09/OPV, bijlage 9 , proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 november 2013, blad 2, 4 en 5.

Bijlage 09/OPV, bijlage 14, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 november 2012, p. 3 .

Bijlage 9 /OPV, bijlage 8, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 oktober 2013, p. 7 en p. 10.

Proces-verbaal rechter-commissaris van verhoor getuige d.d. 13 mei 2014.

Bijlage 09/OPV, bijlage 8, proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 december 2013.

Zaakdossier [onderzoeksnaam] F, Bijlage Ambtshandelingen, p. 59 tot en met 66.

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 511

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 512.

Beslagdossier proces-verbaal van bevindingen, p. 961 tot en met 966.

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 1299 en 1300.

FRU, proces-verbaal van bevindingen, p. 291 tot en met 303.

FRU, proces-verbaal van bevindingen, p. 332 tot en met 340.

FRU, proces-verbaal van bevindingen, p. 361 tot en met 370.

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen p. 349.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 15/OPV met bijlagen.

Zaakdossier [onderzoeksnaam] F/G, proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 210 tot en met 233.

Verklaring van verdachte ter terechtzitting, 2 juli 2018.

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 16 mei 2014, p. 275.

Bijlage 15/OPV, bijlage 1, resultaten GBA-bevraging.

Bijlag 15/OPV, bijlage 3 , uittreksel Kamer van Koophandel.

Bijlage 15/OPV, bijlage 11, proces-verbaal van verhoor aangever, p. 441, 453 en 454.

Bijlage 15/OPV, bijlage 14 (proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 september 2012, p. 1,4 en 5) en bijlage

12 (proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 augustus 2012, p. 3 ).

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen p. 378.

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen p. 444.

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen p. 511.

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen p. 961.

Beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 1300.

FRU, proces-verbaal van relaas p. 15, paragraaf 4.6.4.

FRU, proces-verbaal van bevindingen, p. 291 tot en met 303.

FRU, proces-verbaal van bevindingen, p. 332 tot en met 340.

Beslagdossier proces-verbaal van bevindingen, p. 349.

Bijlage 15/OPV, bijlage 9 , p. p. 4 tot en met 6 en p. 8.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 28/OPV met bijlagen.

Verklaring van verdachte ter terechtzitting, 2 juli 2018.

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 mei 2014, p. 196 tot en met 220.

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 juli 2014, p. 326.

Bijlage 28/OPV, bijlage 5, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 17 januari 2014.

Bijlage 28/OPV, bijlage 7, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 februari 2014, p. 2, 4 en 6 tot en met 8.

Bijlage 28/OPV, bijlage 6, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 januari 2014, p. 2 tot en met 8.

Proces-verbaal rechter-commissaris van verhoor getuige, 9 februari 2016.

Zaakdossier [onderzoeksnaam] F, Bijlage Tapgesprekken, p. 3 tot en met 30.

Beslagdossier proces-verbaal van bevindingen p. 349.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 27/OPV met bijlagen.

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 februari 2014, p. 79 en 80.

Verklaring van verdachte ter terechtzitting, 2 juli 2018.

Verdachtendossier, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 16 mei 2014, p. 263 en 264.

Verdachtendossier, proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 16 mei 2014, p. 275.

Zaakdossier [onderzoeksnaam] F/G, proces-verbaal van verhoor getuige, p. 253 tot en met 265.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 27/OPV, bijlage 2, resultaat GBA-bevraging.

Bijlage 27/OPV, bijlage 4, uittreksel Kamer van Koophandel.

Beslagdossier proces-verbaal van bevindingen p. 793 en 794.

Beslagdossier proces-verbaal van bevindingen p. 964.

Beslagdossier proces-verbaal van bevindingen p. 349.

Proces-verbaal algemeen dossier [onderzoeksnaam] , Bijlage 05/OPV met bijlagen.

Bijlage 05/OPV, bijlage 8, proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 4.

Bijlage 05/OPV, bijlage 7, proces-verbaal van verhoor aangever, p. 441, 442, 450, 453, 454.

Bijlage 05/OPV. Bijlage 5, proces-verbaal van verhoor getuige, p. 707 en 708 en proces-verbaal verhoor getuige, p. 727.

Bijlage 05/OPV, bijlage 11, proces-verbaal van bevindingen, p. 58 en 59 .

Bijlage 05/OPV, bijlage 14, proces-verbaal van bevindingen, p. 91 en 92.

Bijlage 05/OPV, bijlage 9 , proces-verbaal van verhoor getuige, p. 3 en 4.

Bijlage 05/OPV, bijlage 1, resultaat GBA bevraging.

Verdachtendossier, proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 16 mei 2014, p. 275.

Bijlage 05/OPV, bijlage 6, p. 51, 52, 57, 60 , 62 en 63.

Zaakdossier [onderzoeksnaam] F/G, proces-verbaal van bevindingen dreigingsgesprek [medeverdachte] , d.d. 10 december 2013, p. 126-127.

Bijlage 05/OPV, bijlage 1, resultaat GBA bevraging.

Bijlage 24/OPV, bijlage 4, proces-verbaal verhoor verdachte, 22 januari 2014, p. 28 tot en met 32.

Proces-verbaal rechter-commissaris van verhoor getuige, 31 augustus 2015.

Proces-verbaal rechter-commissaris van verhoor getuige, 10 april 2014.

Bijlage 9 /OPV, bijlage 8, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 oktober 2013.

Proces-verbaal rechter-commissaris van verhoor getuige d.d. 13 mei 2014

Bijlage 24/OPV, bijlage 6, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 31 oktober 2013, p. 340 en 341.

Bijlage 24/OPV, bijlage 7, proces-verbaal van verhoor aangever.

Bijlage 09/OPV, bijlage 9 , proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 november 2013, blad 5.

Bijlage 09/OPV, bijlage 8, proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 oktober 2013.

Bijlage 07/OPV, bijlage 12, proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 13 juni 2012, blad 2 en blad 4.

Verdachtendossier, proces-verbaal verklaring verdachte d.d. 19 februari 2014.

Verdachtendossier, proces-verbaal verklaring verdachte d.d. 26 februari 2014, 24 juli 2014 en verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 juli 2018.

Bijlage 09/OPV, bijlage 9 , proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 november 2013, blad 5.

FRU, proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 685 en 686.

Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 2013015635, van de politie eenheid Den Haag, Financiële Recherche Unit (FRU), met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 1394).

FRU, proces-verbaal van bevindingen aantreffen verborgen geldbedrag, p. 41-42 en het proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris, d.d. 20 februari 2014.

FRU, proces-verbaal van bevindingen onderzoek opgevraagde bankrekeningafschriften, p. 271.

FRU, proces-verbaal van bevindingen vervalsingen in huurovereenkomsten, p. 537 t/m 544.

FRU, proces-verbaal van bevindingen hypotheekfraude, p. 1091 t/m 1098.

FRU, een geschrift, zijnde een aangifte door T. Kooijman namens ING Bank N.V., d.d. 25 februari 2015, p. 1212 t/m 1216.

FRU, een geschrift, zijnde een model-werkgeversverklaring d.d. 3 augustus 2017, p. 1145.

FRU, een geschrift, zijnde een overzicht inkomstenverhoudingen per jaar, p. 1157.

FRU, een geschrift, zijnde een inlichtingenformulier UWV, p. 1100.

FRU, een geschrift, zijnde een salarisspecificatie, d.d. 11 juli 2007, p. 1146.

FRU, proces-verbaal van bevindingen hypotheekfraude, p. 1094.

FRU, proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene] , p. 1201.

FRU, proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene] , p. 1195.

FRU, proces-verbaal van bevindingen aantreffen verborgen geldbedrag, p. 41-42 en het proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris, d.d. 20 februari 2014..

FRU, proces-verbaal van bevindingen onderzoek opgevraagde bankrekeningafschriften, p. 271 t/m 275.

FRU, proces-verbaal van bevindingen ontbrekende bijlage, documentcode [nummer] , d.d. 9 juli 2018, met bijlage (ongenummerd).

FRU, proces-verbaal van bevindingen onderzoek opgevraagde bankrekeningafschriften, p. 273 t/m 275.

FRU, proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene] , p. 411.

FRU, proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene] , p. 1036.

FRU, proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 427 en 434.

FRU, proces-verbaal van bevindingen vervalsingen in huurovereenkomsten, p. 537 t/m 544.

FRU, een geschrift, zijnde een huurovereenkomst, d.d. 1 november 2018, p. 546 t/m 548 en een geschrift, zijnde een huurovereenkomst, d.d. 1 november 2018, p. 552 t/m 558.

FRU, proces-verbaal van bevindingen vervalsingen in huurovereenkomsten, p. 538 en een geschrift, zijnde een huurovereenkomst, d.d. 1 maart 2013, p. 603 t/m 608.

FRU, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 579 t/m 582.

FRU, proces-verbaal van bevindingen vervalsingen in huurovereenkomsten, p. 5541 t/m 543; een geschrifte zijnde een huurovereenkomst, d.d. 1 mei 2012, p. 652 t/m 654; een geschrift, zijnde een huurovereenkomst, d.d. 1 december 2012, p. 664-665 en een geschrift, zijnde een huurovereenkomst, d.d. 2 januari 2013, p. 671 t/m 676.

FRU, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 684 t/m 688.

FRU, proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 263-264.

FRU, proces-verbaal van bevindingen fraude met energiemeters, p. 1262.

FRU, proces-verbaal bevindingen gas-/elektriciteitsmeter, p. 1268 en een geschrift, zijnde een rapportage diefstal energie, d.d. 18 februari 2014, p. 1277 t/m 1297.

FRU, proces-verbaal van bevindingen fraude met energiemeters, p. 1264.

FRU, proces-verbaal van bevindingen [betrokkene] , p. 965 t/m 970.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature