< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Zie ook samenhangende zaken met de volgende zaak- en rolnummers:

C/09/456758 / HA ZA 13-1408 EN C/09/456761/HA ZA 13-1410

Octrooi-inbreukzaak. Europese octrooien EP 2 037 327, EP 2 256 559 en EP 2 325 701 met betrekking tot printercartridges van Samsung ongeldig geacht want niet inventief. Enkele reclame uitingen aangaande de hoeveelheid afdrukken worden verboden.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

C/09/456753 / HA ZA 13-140610 oktober 2018

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

vonnis van 17 oktober 2018

in de navolgende gevoegde zaken:

I. de zaak met zaaknummer / rolnummer C/09/456753 / HA ZA 13-1406 (hierna: zaak 13-1406) van

de rechtspersoon naar vreemd recht

SAMSUNG ELECTRONICS CO LTD,

te Suwon-si, Zuid-Korea,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk,

tegen

YORCOM COMPUTERS B.V.,

te Hoogvliet,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.

II. de zaak met zaaknummer / rolnummer C/09/456758 / HA ZA 13-1408 (hierna zaak 13-1408) van

de rechtspersoon naar vreemd recht

SAMSUNG ELECTRONICS CO LTD,

te Suwon-si, Zuid-Korea,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk,

tegen

MAXPERIAN NL B.V.,

te Ede,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.

III. de zaak met zaaknummer / rolnummer: C09/456761 / HA ZA 13-1410 (hierna: zaak 13-1410) van

de rechtspersoon naar vreemd recht

SAMSUNG ELECTRONICS CO LTD,

te Suwon-si, Zuid-Korea,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk,

tegen

DIGITAL REVOLUTION B.V.,

te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.

Eiseres in alle zaken zal hierna ‘Samsung’ worden genoemd. Gedaagden zullen verder ieder afzonderlijk worden aangeduid als ‘Yorcom’, ‘Maxperian’ en ‘Digital Revolution’. Gezamenlijk zullen zij verder (in vrouwelijk enkelvoud) ‘Yorcom c.s.’ worden genoemd.

De zaken zijn voor Samsung inhoudelijk behandeld door haar raadslieden mr. B.J. Berghuis van Woortman en mr. B.D. van Dam en voor Yorcom c.s. door mr. Th.C.J.A. van Engelen.

1 De procedures

1.1

Voor het verloop van de procedures verwijst de rechtbank in de eerste plaats naar de incidentele vonnissen van 20 augustus 2014 en de daarin genoemde stukken, waaronder de dagvaardingen van 15 november 2013. Voor zover hier van belang heeft de rechtbank in deze vonnissen de drie zaken gevoegd.

1.2

Het verdere verloop van de gevoegde procedures, blijkt uit de volgende voor de drie gevoegde zaken tezamen ingediende processtukken:

de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie d.d. 1 oktober 2014, en de akte houdende overlegging producties bij deze conclusie van diezelfde datum, met producties 1 t/m 23;

de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie d.d. 7 januari 2015, met producties 15 t/m 23;

de conclusie van dupliek in conventie, tevens van repliek in reconventie d.d. 18 maart 2015, en de akte houdende overlegging producties bij deze conclusie van diezelfde datum, met producties 24 t/m 55;

de conclusie van dupliek in reconventie d.d. 27 mei 2015, met producties 24 t/m 31;

de akte houdende overlegging hulpverzoeken en nadere productie en toelichting op de inbreuk d.d. 8 juli 2015 zijdens Samsung, met producties 32 en 33;

de antwoordakte d.d. 5 augustus 2015 zijdens Yorcom c.s., met producties 56 en 57;

de akte houdende overlegging nadere producties d.d. 7 oktober 2016 maar ingediend op 22 september 2016 zijdens Samsung, met producties 34 t/m 39;

de akte houdende aanvullende producties zijdens Yorcom c.s. d.d. 22 september 2016, met producties 58 t/m 61;

de pleitnotities van mrs. Berghuis van Woortman en Van Dam d.d. 7 oktober 2016;

de pleitnotities van mr. Van Engelen d.d. 7 oktober 2016.

1.3

Vonnis is vervolgens nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

Samsung is een wereldwijd actieve onderneming die onder meer laserprinters en bijbehorende tonercartridges ontwikkelt, produceert en ontwerpt. In dit kader is zij houdster van diverse octrooien, waaronder de Europese octrooien EP 2 037 327 voor een “image forming apparatus and the use of a developing device” (hierna ook: EP 327), EP 2 256 559 voor een “developing device and an image forming apparatus” (hierna ook: EP 559) en EP 2 325 701 met als onderwerp een “developing device, image forming apparatus and use of the developing device” (hierna ook: EP 701) (en hierna tezamen ook: de octrooien).

2.2

EP 327 is op 7 september 2011 verleend op een op 24 juli 2008 ingediende aanvrage, waarbij Samsung de prioriteit heeft ingeroepen van twee Koreaanse octrooiaanvragen, te weten KR 20070091999 met als indieningsdatum 11 september 2007 en KR 20080018969 met als indieningsdatum 29 februari 2008.

2.3

De conclusies van EP 327 zoals op 7 september 2011 verleend, luiden in de authentieke Engelse tekst (na correctie van een typefout in conclusie 9) als volgt:

1. Use of a developing device with an image forming apparatus (1), the developing device (100) comprising:

a driving force reception unit (160) disposed at one side of the developing device (100) to receive a driving force from the image forming apparatus (1); and

a power reception unit (170) disposed at an other side to receive an electric power from the image forming apparatus (1);

further comprising a memory unit (180) disposed at a rear end of the developing device (100) with respect to a direction of mounting of the developing device (100) during mounting thereof into the image forming apparatus (1);

wherein the memory unit (180) is disposed closer to the power reception unit (170) than to the driving force reception unit (160).

2. The use of the developing device (100) according to claim 1, wherein the memory unit (180) is positioned biased to one side from a middle of a lateral width of the developing device (100), wherein the lateral width of the developing device is substantially perpendicular to the mounting direction of the developing device.

3. The use of the developing device (100) according to claim 1 or claim 2, wherein the memory unit (180) comprises:

a plurality of terminals (181) externally exposed through a rear side of the developing device (100).

4. The use of the developing device (100) according to any preceding claim, wherein the driving force reception unit (160) is disposed at one side of a front end of the developing device (100), and the power reception unit (170) is disposed at the other side of the front end.

5. The use of the developing device (100) according to claim 3, wherein the plurality of terminals (181) comprise:

a first terminal (181a) for data communication disposed farthest from the driving force reception unit (160) among the plurality of terminals (181).

6. The use of the developing device (100) according to claim 3, wherein the plurality of terminals (181) comprise:

a second terminal (181b) to provide grounding disposed closest to the driving force reception unit (160) among the plurality of terminals (181).

7. The use of the developing device (100) according to claim 6, wherein the second terminal (181b) has a larger area than other terminals.

8. The use of the developing device (100) according to claim 3, wherein the terminals (181) comprise:

a first terminal (181a) for data communication and a second terminal (181b) to provide grounding, the first terminal (181a) disposed relatively closer to the power reception unit (170) than the second terminal (181b) and the second terminal (181b) disposed relatively closer to the driving force reception unit (160) than the first terminal (181a).

9. An image forming apparatus (1) comprising a main body (10) configured to receive the developing device (100) according to any preceding claim, wherein the main body (10) includes a main body cover (11) disposed at a rear portion of the developing device (100) with respect to the mounting direction of the developing device (100), and wherein the main body cover (11) has terminal contact points (13) arranged to be electrically connected with the memory unit (180), when using said developing device according to any preceding claim.

2.4

De – niet bestreden – Nederlandse vertaling van deze conclusies luidt:

1. Gebruik van een ontwikkeltoestel met een beeldvormend apparaat (1), welk ontwikkeltoestel (100) omvat:

een aan één zijde van het ontwikkeltoestel (100) aangebrachte aandrijfkrachtopname-eenheid (160) voor het opnemen van een aandrijfkracht uit het beeldvormende apparaat (1); en

een aan de andere zijde aangebrachte vermogenopname-eenheid (170) voor het opnemen van een elektrisch vermogen uit het beeldvormende apparaat (1);

verder omvattend een geheugeneenheid (180), aangebracht aan een achtereinde van het ontwikkeltoestel (100) ten opzichte van een montagerichting van het ontwikkeltoestel (100) tijdens het monteren ervan in het beeldvormende apparaat (1);

waarbij de geheugeneenheid (180) dichter bij de vermogeneenheid (170) is aangebracht dan bij de aandrijfkrachtopname-eenheid (160).

2. Gebruik van het ontwikkeltoestel (100) volgens conclusie 1, waarbij de geheugeneenheid (180) ten opzichte van één zijde vanuit een midden van een zijdelingse breedte van het ontwikkeltoestel (100) versprongen is geplaatst, waarbij de zijdelingse breedte van het ontwikkeltoestel grotendeels haaks staat op de montagerichting van het ontwikkeltoestel.

3. Gebruik van het ontwikkeltoestel (100) volgens conclusie 1 of conclusie 2, waarbij de geheugeneenheid omvat:

een veelheid van aansluitelementen (181) die van buiten toegankelijk zijn via een achterzijde van het ontwikkeltoestel (100).

4. Gebruik van het ontwikkeltoestel (100) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de aandrijfkrachtopname-eenheid (160) is aangebracht aan één zijde van een voorfront van het ontwikkeltoestel (100) en de vermogenopname-eenheid (170) is aangebracht aan de andere zijde van het voorfront.

5. Gebruik van het ontwikkeltoestel (100) volgens conclusie 3, waarbij de veelheid van aansluitelementen (181) omvat:

een eerste aansluitelement (181a) voor gegevenscommunicatie, die van de veelheid aansluitelementen (181) het verst is aangebracht van de aandrijfkrachtopname-eenheid (160).

6. Gebruik van het ontwikkeltoestel (100) volgens conclusie 3, waarbij de veelheid aansluitelementen (181) omvat:

een tweede aansluitelement (181b) om te voorzien in een aardverbinding, die van de veelheid aansluitelementen (181) het dichtst bij de aandrijfkrachtopname-eenheid (160) is aangebracht.

7. Gebruik van het ontwikkeltoestel (100) volgens conclusie 6, waarbij het tweede aansluitelement (181b) een groter oppervlak heeft dan andere aansluitelementen.

8. Gebruik van het ontwikkeltoestel (100) volgens conclusie 3, waarbij de aansluitelementen (181) omvatten:

een eerste aansluitelement (181a) voor gegevenscommunicatie en een tweede aansluitelement (181b) om te voorzien in een aardverbinding, welk eerste aansluitelement (181a) relatief dichter bij de vermogenopname-eenheid (170) is aangebracht dan het tweede aansluitelement (181b) en het tweede aansluitelement (181b) relatief dichter bij de aandrijfkrachtopname-eenheid (160) is aangebracht dan het eerste aansluitelement (181a).

9. Beeldvormend apparaat (1) omvattend een hoofdlichaam (10), geconfigureerd voor het opnemen van het ontwikkeltoestel (100) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het hoofdlichaam (100) onder andere omvat: een hoofdlichaamafdekking (11), die ten opzichte van de montagerichting van het ontwikkeltoestel (100) is aangebracht op een achterdeel van het ontwikkeltoestel (100) en waarbij de hoofdlichaamafdekking (11) voorzien is van aansluitcontactpunten (13), die zodanig gerangschikt zijn dat zij elektrisch verbonden zijn met de geheugeneenheid (180) wanneer genoemd ontwikkeltoestel gebruikt wordt volgens een van de voorgaande conclusies.

2.5

De beschrijving van EP 327 omvat onder meer de volgende paragrafen:

[0001] The present general inventive concept relates to an image forming apparatus, and to the use of a developing device with such an image forming apparatus.

(…)

[0005] Since a life span of the developing device is limited, the developing device has to be replaced when exhausted. In order to favorably operate the image forming apparatus, timely replacement of the developing device is required. For this, a user has to be aware of various

information on the developing device as follows.

[0006] The developing device is equipped with a memory unit for storing a variety of information on the operation thereof. The information stored in the memory unit may include a residual quantity of developer and a remaining life span of component parts.

[0007] The memory unit includes terminals at one side thereof while the main body of the image forming apparatus includes terminals corresponding to the terminals of the memory unit. Upon mounting of the developing device to the image forming apparatus, the memory unit terminals are electrically connected with the image forming apparatus terminals.(…)

[0008] In order for favorable data communication between the developing device and the main body of the image forming apparatus, the memory unit should not be damaged and needs to be mounted at an appropriate position for a stable electric connection with the main body.

[0009] For example, if the memory unit is disposed around a fixing device which generates a lot of heat, the memory unit would be damaged by the heat. If the fixing device is disposed around the photoconductive medium or developing rollers, the terminals of the memory unit would be easily contaminated by developers scattering about from the photoconductive medium or the developing rollers. This will deteriorate the connection between the memory unit and the image forming apparatus. Furthermore, if the memory unit is disposed at a position such as an upper or lower surface of the developing device

often interfered with by other component parts in the image forming apparatus when the developing device is mounted, the memory unit terminals are apt to be damaged during mounting of the developing device.

[0010] Moreover, when the memory unit is disposed at a position subject to vibration generated from the developing device in operation, the electric connection between the memory unit and the image forming apparatus becomes unstable due to the vibration transmitted to the memory unit.

[0011] US-A-2005/078978 mentions a process cartridge of the related art which is detachably mounted to an image forming apparatus and comprises a memory member at a front edge of the cartridge in a mounting direction of the cartridge.

[0012] JP 2003/195723 discloses a developer cartridge with a storage means located on a top side thereof.

[0013] US 2006/0219770 discloses a toner cartridge with radio communication with a body of printer.

[0014] US 2007/0189781 discloses a toner cartridge with a species detection key.

SUMMARY OF THE INVENTION

(…)

[0016] The present general inventive concept provides a developing device to prevent damage of a memory unit and poor connection between terminals of the memory

unit and a main body of an image forming apparatus, by improving a mounting position of the memory unit, and an image forming apparatus having the same.

(…)

DETAILED DESCRIPTION OF THE PREFERRED EMBODIMENTS

[0019] Reference will now be made in detail to exemplary embodiments of the present general inventive concept, examples of which are illustrated in de accompanying drawing, wherein like reference numerals refer to like elements throughout. The embodiments are described below to explain the present general inventive concept by referring to figures.

[0020] FIG. 1 is a perspective view illustrating an image forming apparatus according to an embodiment of the present general inventive concept, and FIG. 2 is a view illustrating a structure of the image forming apparatus illustrated in FIG. 1. Referring to the FIG. 1 and FIF. 2, the image forming apparatus 1 includes a main body 10, a printing medium feeding device 20, a laser scanning device 30, a photoconductive medium 40, a developing device 100, a transferring device 50, a fixing device 60, and a printing medium discharging device 70.

[0021] Especially, the present embodiment will be explained regarding a color image forming apparatus. Therefore, the developing device 100 may include four developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y to receive different colors of developers, that is, black (K), cyan (C), magenta (M) and yellow (Y) developers, respectively.

[0022] The main body 10 constitutes an exterior appearance of the image forming apparatus 1 and supports various parts mounted therein. A main body cover 11 is pivotably mounted to one side of the main body 10 to open and close a portion of the main body 10. Through the main body cover 11, a user can obtain access to the inside of the main body 10 for replacement of maintenance of the various parts including the developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y.

[0023] The main body cover 11 is disposed at a rear portion of the developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y with respect to an arrowed direction A to mount the developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y to the main body 10. On an inner surface of the main body 11, pressing members 12 are formed to prevent movement of the developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y by pressing the developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y. More particularly, being protruded from the inner surface of the main body cover 11, the pressing member 12 press both sides of a rear end 101 of each developing device when the main body cover 11 is in a closed state. Here, the pressing members 12 may have predetermined elasticity to press the respective developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y.

(…)

[0050] As illustrated in FIG. 1 through FIG. 4, the developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y each include a memory unit 180 to store various usage information. For example, the memory unit 180 may store information on individual operation history of the developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y, a residual quantity of the developer and a remaining life span of the component parts such as the developing roller 140 and the supplying roller 130.

[0051] The memory unit 180 includes terminals 181 for electric connection with a power unit provided to the main body 10, for example, the circuit board 90. The main body 10 includes terminal contact points 13 for contact with the terminals 181. The terminal contact points 13 are formed at the main body cover 11 disposed at the rear portion of the developing devices 100K, 100C, 100M and 100Y, and electrically connected with the circuit board 90 through a harness (not illustrated). The terminal contact points 13 may have a predetermined elasticity for efficient contact with the terminals 781.

(…)

[0053] FIG. 5 illustrates a rear side of the developing device according to an embodiment of the present general inventive concept. As illustrated in FIG. 1 through FIG. 5, the memory unit 180 is disposed at a rear end of the developing device 100K with respect to the direction A to mount the developing device 100K to the main body 10. The terminals 181 of the memory unit 180 are exposed to the outside through a rear end 101 of the developing device 100K.

[0054] When the memory unit 180 is mounted in this way, the memory unit 180 is disposed at a distance from the fixing device 60, the photoconductive medium 40 and the developing roller 140 as illustrated in FIG. 2. As a result, damage of the memory unit 180 by high heat can be prevented and contamination of the terminals 181 by the developer scattering about can also be prevented. Furthermore, since the terminals 181 of the memory unit

180 are at the rear side of the developing device 100K, interference with other parts is reduced. Therefore, the terminals 181 will not be damaged while mounting and separating the developing device 100K with respect to the main body 10.

[0055] In addition, referring to FIGS. 4 and 5, the position of the memory unit 180 is biased to one side from a middle of a width of the developing device l00K. More specifically, the memory unit 180 is biased to the left in FIG. 4 and FIG. 5 such that the terminals 181 are

disposed relatively close to the power reception unit 170 compared with the driving force reception unit 160.

[0056] When the memory unit 180 is thus disposed relatively far from the driving force reception unit 160, the memory unit 180 would not be too affected by the vibration generated during transmission of the driving force from the main body 10 to the driving force reception unit 160. Accordingly, the connection between the terminals 181 and the terminal contact points 13 can be stably maintained.

[0057] In addition, by disposing the memory unit 180 relatively close to the power reception unit 170, the position of the terminal contact points 13 of the main body cover 11 is biased toward the circuit board 90. Therefore, a length of the harness connecting the terminal contact points 13 can be reduced. As a result, cost for the harness can be saved while reducing adverse effects of electromagnetic waves generated around the harness.

[0058] As illustrated in FIG. 5, more specifically, the terminals 181 of the memory unit 180 include first through fourth terminals 181a, 181b, 181c and 181d arranged in the width direction W of the developing device 100K.

[0059] The first terminal 181a is a data communication terminal for information exchange with a control unit (not illustrated) provided at the main body 10 of the image forming apparatus. The control unit (not illustrated) of the image forming apparatus reads necessary information from the memory unit 180 or stores new information in the memory unit 180 through the first terminal 181a.

[0060] The second terminal 181b is a grounding terminal to ground the memory unit 180. The third terminal 181c is a power terminal to apply the electric power to the memory unit 180. The fourth terminal 181d is a clock terminal to transmit clock signals to the memory unit 180.

[0061] For example, among the four terminals 181a, 181b, 181c and 181d, the first terminal 181 a is disposed farthest from the driving force reception unit 160 of the developing device l00K. As illustrated in FIG. 4, when the driving force reception unit 160 is on the right of the developing device 100K, the first terminal 181a is at a leftmost position among the four terminals.

[0062] The reason of disposing the first terminal 181a as far as possible from the driving force reception unit 160 is to restrain a data transmission error caused by the vibration from the driving force reception unit 160.

[0063] Among the four terminals 181 a, 181b, 181c and 181d, the second terminal 181 b, for example may be at a closest position to the driving force reception unit 160. That is, when the driving force reception unit 160 is on the right of the developing device 100K as illustrated in FIG. 4, the second terminal 181 b is at a rightmost position among the four terminals.

[0064] The second terminal 181b, which is the grounding terminal, contacts the terminal contact point 13 of the main body cover 11 without a function of transceiving certain information or signals. Therefore, although the second terminal 181b is most affected by the vibration since being disposed close to the driving force reception unit 160, a chance of an operational error by the poor connection would be reduced.

(…)

2.6

EP 327 omvat onder meer de volgende figuren:

2.7

Tegen de verlening van EP 327 is door een derde ( [X] ) oppositie ingesteld bij het Europees octrooibureau (EOB). Tijdens de daaropvolgende oppositieprocedure heeft Samsung een aantal hulpverzoeken ingediend, waarvan het hoofdverzoek zag op wijziging van conclusie 1. Bij beslissing van 20 oktober 2014 (derhalve tijdens de onderhavige procedures) heeft de Oppositie Afdeling van het EOB geoordeeld dat EP 327 conform het door Samsung ingediende hoofdverzoek geldig is en het octrooi in de aldus gewijzigde vorm in stand gehouden. Daartegen is door Samsung geen beroep ingesteld. Conclusie 1 van EP 327 is daarmee als volgt gaan luiden (wijzigingen vet en onderstreept, rechtbank), zodat als hierna wordt gesproken over conclusie 1 van EP 327 wordt gedoeld op onderstaande tekst:

1. Use of a developing device with an image forming apparatus (1), the developing device (100) comprising:

a driving force reception unit (160) disposed at one side of the developing device (100) to receive a driving force from the image forming apparatus (1); and

a power reception unit (170) disposed at another side to receive an electric power from the image forming apparatus (1);

further comprising a memory unit (180) disposed at a rear end (101) of the developing device (100) with respect to a direction of mounting of the developing device (100) during mounting thereof into to a main body (10) of the image forming apparatus (1);

wherein the memory unit (180) is disposed closer to the power reception unit (170) than to the driving force reception unit (160);

characterized by comprising a developing roller (140) disposed at a front end of the developing device (100) with respect to the direction of mounting of the developing device (100).

2.8

Tegen de beslissing van de Oppositie Afdeling is door de opposant beroep ingesteld. Op 25 januari 2016 heeft de Technische Kamer van Beroep (TKB) van het EOB uitspraak op dit beroep gedaan. In deze uitspraak heeft de TKB de beslissing van de Oppositieafdeling vanwege substantiële procedurele tekortkomingen vernietigd (‘set aside’) en de zaak terugverwezen naar de Oppositie Afdeling teneinde opnieuw op de oppositie te beslissen. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de Oppositie Afdeling EP 327 bij beslissing van 28 juni 2017 wederom geldig heeft bevonden en dat van die beslissing beroep is ingesteld bij de TKB.

2.9

EP 559 en EP 701 zijn afsplitsingen van de aanvraag die heeft geleid tot EP 327 en zijn respectievelijk verleend op 14 maart 2012 en 19 oktober 2011. Tegen de verlening van deze octrooien is geen oppositie ingesteld.

2.10

EP 559 heeft elf conclusies. Conclusie 1 luidt in de authentieke Engelse vertaling als volgt:

1. A developing device adapted for use with an image forming apparatus (1), the developing device (100) comprising:

a housing (110);

a driving force reception unit (160) disposed at one side of a front end of the housing (110) to receive a driving force from the image forming apparatus;

a power reception unit (170) disposed at the other side of the front of the housing (110) to receive an electric power from the image forming apparatus;

a memory unit (180) that has a plurality of terminals (181), wherein the first terminal (181a) disposed farthest from the driving force reception unit (160) among the plurality of terminals is a data communication terminal for data communication;

characterized in that

the memory unit (180) is disposed at a rear end of the housing (110) with respect to a direction of mounting of the developing device (100) into the image forming apparatus and is located closer to the power reception unit (170) than the driving force reception unit (160); and in that

the developing device further comprising handles (112) mounted to both rear sides of the housing (110).

2.11

In de niet bestreden Nederlandse vertaling luidt deze conclusie:

1. Ontwikkelinrichting, die voor gebruik met een afbeelding vormende inrichting (1) is ingericht, waarbij de ontwikkelinrichting (100) omvat:

een huis (110);

een aandrijfkrachtontvangsteenheid (160), die aan één zijde van een vooreinde van het huis (110) is aangebracht om een aandrijfkracht van de afbeelding vormende inrichting te ontvangen;

een vermogenontvangsteenheid (170), die aan de andere zijde van het vooreinde van het huis (110) is aangebracht om een elektrisch vermogen van de afbeelding vormende inrichting te ontvangen;

een geheugeneenheid (180), die een veelheid van aansluitingen (181) heeft, waarbij de eerste aansluiting (181a), die van de veelheid het verst vanaf de aandrijfkrachtontvangsteenheid (160) is aangebracht, een gegevens communicatie-aansluiting voor gegevenscommunicatie is,

met het kenmerk dat

de geheugeneenheid (180) aan het achtereinde van het huis (110) met betrekking tot een richting van het monteren van de ontwikkelinrichting (100) in de afbeelding vormende inrichting is aangebracht en zich dichter bij de vermogenontvangsteenheid bevindt dan de aandrijfkrachtontvangsteenheid (160); en dat

de ontwikkelinrichting voorts grepen (112) omvat, die aan beide achterzijden van het huis (110) zijn aangebracht.

2.12

Het octrooischrift van EP 559 bevat vrijwel dezelfde beschrijving en dezelfde figuren als EP 327.

2.13

EP 701 heeft acht conclusies. Conclusie 1 luidt als volgt:

1. A developing device adapted for use with an image forming apparatus (1), the developing device (100) comprising:

a housing (110) having a front end, two sides and a rear end;

a driving force reception unit (160) disposed at one side of the front end of the housing (110) to receive a driving force from the image forming apparatus; and

a power reception unit (170) disposed at the other side of the front end of the housing (110) to receive an electric power from the image forming apparatus;

a memory unit (180) that has a plurality of terminals (181), wherein a first terminal (181a0)disposed farthest from the driving force reception unit (160) among the plurality of terminals is a data communication terminal for data communication

characterized in that the memory unit (180) is disposed at the rear end of the housing (110) with respect to a direction of mounting of the developing device (100) into the image forming apparatus and located closer to the power reception unit (170) than the driving force reception unit (160);

the developing device further comprising handles (112) mounted to the rear of the housing (110), with a first handle mounted at one side of the rear end and a second handle mounted at the other side of the rear end.

2.14

De verder niet bestreden Nederlandse vertaling van deze conclusie luidt als volgt:

1. Ontwikkeltoestel aangepast voor gebruik met een beeldvormend apparaat (10), welk ontwikkeltoestel (100) het volgende omvat:

een behuizing met een vooreind, twee zijden en een achtereind;

een aan één zijde van het vooreind van de behuizing (110) aangebrachte aandrijfkrachtopname-eenheid (170) voor het opnemen van een elektrisch vermogen uit het beeldvormende apparaat;

een aan de andere zijde van het vooreind van de behuizing (110) aangebrachte vermogenopname-eenheid (170) voor het opnemen van een elektrisch vermogen uit het beeldvormende apparaat;

een geheugeneenheid (180) met een veelheid aansluitelementen (181), waarbij een eerste aansluitelement (181a) uit de veelheid van aansluitelementen (181) dat zich het verst bevindt van de aandrijfkrachtopname-eenheid (160) een gegevenscommunicatie-aansluitelement voor gegevenscommunicatie is

gekenmerkt doordat de geheugeneenheid (180) aangebracht is aan het achtereind van de behuizing (110) ten opzichte van een montagerichting van het ontwikkeltoestel (1000 in het beeldvormende apparaat en zich dichter bij de vermogensopname-eenheid (170) dan bij de aandrijfkrachtopname-eenheid (160) bevindt;

welk ontwikkeltoestel verder omvat: aan de achterkant van de behuizing (110) gemonteerde handgrepen (112), waarbij een eerste handgreep aangebracht is aan één zijde van het achtereind en een tweede handgreep aangebracht is aan de andere zijde van het achtereind.

2.15

Ook het octrooischrift van EP 701 bevat vrijwel dezelfde beschrijving en dezelfde figuren als EP 327.

2.16

Yorcom, Maxperian en Digital Revolution zijn ieder voor zich actief op de Nederlandse en Belgische markt voor printers en tonercartridges en exploiteren in dat kader via hun website (hierna ook: de websites) alle drie een webwinkel waarin zij, voor zover thans van belang, niet alleen door Samsung geproduceerde tonercartridges aanbieden, maar - al dan niet onder hun eigen huismerk - ook cartridges die door derden zijn gefabriceerd, maar die wel geschikt (compatibel) zijn voor het gebruik in printers van Samsung. In het geval van Digital Revolution is de webwinkel gekoppeld aan de domeinnamen www.123inkt.nl, www.123inkt.be en www.123inkt.com en betreft het het huismerk ‘123inkt’. De webwinkel van Yorcom is gekoppeld aan de domeinnamen www.yorcom.nl, www.yorcom.be en www.yorcom.com. Maxperian gebruikt de domeinnamen www.sneltoner.nl, www.sneltoner.be en www.sneltoner.com en voert als huismerk ‘Q-nomic’.

2.17

Samsung produceert onder meer tonercartridges CLT-K4092S, CLT-Y4092S, CLT-M4092S, CLT-C4092S, CLT-K4072S, CLT-Y4072S, CLT-M4072S en CLT-C4072S, die kunnen worden gebruikt in diverse typen laser(kleuren)printers van Samsung. Het gaat daarbij om twee verschillende typen cartridge (de 4092-cartridge en de 4072-cartridge), waarbij de letters K, Y, M en C telkens staan voor één van de vier voor een kleurenprint benodigde kleuren, te weten: zwart, geel, magenta en cyaan.

2.18

Yorcom c.s. biedt in de webwinkels – al dan niet onder het huismerk – niet door Samsung geproduceerde 4092- en 4072-cartridges aan. Deze alternatieve cartridges worden aangeboden en verkocht met gebruik van de hiervoor opgesomde CLT-codes van Samsung, in voorkomende gevallen met op de verpakking de toevoeging “vervangt Samsung”.

2.19

Digital Revolution vermeldt daarnaast op haar website ten aanzien van haar alternatief voor de Samsung cartridges CLT-K4092S en CLT-K4072S:

“Bespaar bijna 40% op uw afdrukkosten (zonder kwaliteitsverlies)!”

“Extra hoge capaciteit 1750 afdrukken (dus 250 meer dan de Samsung uitvoering)”

en ten aanzien van haar alternatieven voor de cartridges CLT-C4092S, CLT-Y4092S, CLT-M4092S, CLT-C4072S, CLT-Y4072S en CLT-M4072S:

“Bespaar ruim 40% op uw afdrukkosten (zonder kwaliteitsverlies)!”

“Extra hoge capaciteit 1250 afdrukken (dus 250 afdrukken meer dan de Samsung uitvoering)”

2.20

De website van Yorcom vermeldt ten aanzien van de CLT-cartridges telkens:

“Extra hoge capaciteit 1.750 afdrukken (dus 250 afdrukken meer dan de originele uitvoering)”

2.21

Bij brieven van 27 januari 2012 en 14 februari 2012 heeft Samsung Yorcom c.s. bericht, zakelijk weergegeven, dat de hiervoor in r.o. 2.17 genoemde CLT-cartridges alle onder de beschermingsomvang van de octrooien vallen, zodat met het verkopen van de alternatieven voor deze cartridges inbreuk op deze octrooien wordt gemaakt. Om die reden heeft Samsung Yorcom c.s. gesommeerd de verkoop te staken.

2.22

Daarnaast heeft Samsung bij brieven van 12 en 13 november 2013 Yorcom en Digital Revolution erop gewezen dat het hiervoor genoemde gebruik van de CLT-codes en de hiervoor in r.o. 2.19 en 2.20 weergegeven uitlatingen vergelijkende reclame opleveren en hen gesommeerd omgaand bewijs te leveren voor de daarin besloten liggende beweringen.

2.23

Yorcom c.s. heeft aan de sommaties geen gehoor gegeven.

2.24

Op een webpagina die raadpleegbaar was op www.samsung.com is onder meer het volgende te lezen geweest:

“Laat u niet misleiden door imitatietonercartridges

publicatiedatum 10 februari 2011

Bij imitatietoner kunnen op de afdrukken strepen, vlekken en afwijkende kleuren voorkomen. En wat nog erger is, is dat de levensduur van uw printer kan worden verkort door lekken of door beschadiging van interne onderdelen omdat de cartridge niet goed past. Met originele Samsung-toner zal uw Samsung-printer jarenlang hoogwaardig blijven afdrukken. Wij vertellen u hoe u imitatie herkent.

Hoe herkent u imitaties?

Tonercartridges die worden verkocht door tweedehandswebsites of niet-geautoriseerde winkeliers kunnen geherfabriceerd, hervuld of nagemaakt zijn. Ze zien er op het eerste gezicht hetzelfde uit, maar als u goed kijkt, dan kunt u zien dat het imitatie is.

(…)

 Controleer of op de verpakking geen label zit met “geherfabriceerd” of “ hervuld”. Het is niet gegarandeerd dat de geherfabriceerde of hervulde toner werkt bij uw Samsung-printer. Zelfs als dit niet duidelijk wordt aangegeven door een label, is een geherfabriceerde of hervulde cartridge normaal gesproken herkenbaar aan beschadigingen aan het plastic omhulsel. U ziet bijvoorbeeld versleten of beschadigde schroeven, lijmresten, krassen op het oppervlak enzovoort.

Controleer of de cartridge een CRUM-chip (Customer Replaceable Unit Monitor) heeft. Zo niet, dan is het een startercartridge of een imitatie.

(…)”

2.25

Binnen Samsung is een presentatie vervaardigd met de titel: “Why genuine Samsung supplies”. Deze presentatie geeft de uitkomsten van een vergelijking tussen Samsung cartridges en daarmee compatibele cartridges van verder niet met name genoemde derden en vermeldt onder meer dat (een of meer van) de onderzochte niet-Samsung-cartridges een ‘unreliable yield’ zouden hebben, toner lekken en schadelijk kunnen zijn voor de printer en/of de gezondheid van de gebruiker.

3 Het geschil

3.1

Samsung vordert in deze zaken in conventie – samengevat – dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Yorcom, Maxperian en Digital Revolution ieder voor zich beveelt (1) iedere inbreuk op de Nederlandse delen van EP 327, EP 559 en EP 701 (in het bijzonder door het aanbieden, verkopen en in voorraad houden van huismerkcartridges van de in r.o. 2.17 genoemde CLT-types) te staken en gestaakt te houden, (2) zich te onthouden van onrechtmatige vergelijkende reclame, (3) de door Samsung geleden schade te vergoeden, (4) opgave te doen van het aantal verkochte en in voorraad gehouden inbreukmakende cartridges, de met die verkoop behaalde winst, de professionele afnemers van deze producten en de leveranciers en tussenpersonen die bij de productie en levering van de inbreukmakende producten betrokken zijn geweest, (5) over te gaan tot een rectificatie en een recall en (6) over te gaan tot afgifte en vernietiging van de nog in voorraad zijnde en via de recall teruggehaalde inbreukmakende cartridges, een en ander op straffe van verbeurte van diverse dwangsommen en met veroordeling van Yorcom, Maxperian en Digital Revolution in de overeenkomstig artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te begroten proceskosten.

3.2

Kort samengevat legt Samsung aan deze vorderingen in de eerste plaats ten grondslag dat haar meergenoemde cartridges van het type CLT-K4092S, CLT-Y4092S, CLT-M4092S, CLT-C4092S, CLT-K4072S, CLT-Y4072S, CLT-M4072S en CLT-C4072S onder de beschermingsomvang van de octrooien vallen, zodat Yorcom c.s. met het zonder haar toestemming aanbieden en verhandelen van de huismerkcartridges van hetzelfde type inbreuk maakt op de octrooien. Daarnaast voert Samsung aan dat het gebruik door Yorcom c.s. op de websites van de, kort gezegd, CLT-typeaanduidingen alsmede de (door Yorcom en Digital Revolution) daaraan toegevoegde beweringen ten aanzien van de printcapaciteit van hun huismerkcartridges kwalificeert als vergelijkende reclame in de zin van artikel 6:194a van het Burgerlijk Wetboek . Nu Yorcom c.s. desverzocht geen enkel bewijs heeft kunnen leveren van de daarin besloten liggende beweringen ten aanzien van de technische gelijkwaardigheid en ten aanzien van het aantal prints en de kwaliteit van deze prints, is deze vergelijkende reclame ongeoorloofd en daarmee onrechtmatig.

3.3

Yorcom c.s. voert gemotiveerd verweer. Ten aanzien van de door Samsung gestelde octrooi-inbreuk voert zij aan dat de octrooien nietig zijn (i) omdat sprake is van dubbele octrooiering, (ii) omdat de problemen waarvoor de octrooien een oplossing zeggen te bieden niet bestaan, althans niet plausibel zijn, en (iii) omdat de in de octrooien geopenbaarde materie niet nieuw en niet inventief is. Daarnaast stelt zij dat haar producten niet onder de beschermingsomvang van de octrooien vallen.

3.4

Ten aanzien van het verwijt van Samsung dat zij zich schuldig maakt aan ongeoorloofde vergelijkende reclame betoogt Yorcom c.s. dat daarvan geen sprake is en dat het integendeel Samsung is die zich schuldig maakt aan het doen van onjuiste en misleidende mededelingen over de kwaliteit en gebruiksrisico’s van, wat zij noemt, ‘imitatie tonercartridges’. Daarmee handelt Samsung onrechtmatig, aldus Yorcom c.s., die op deze gronden in reconventie vordert:

a) dat de rechtbank de Nederlandse delen van EP 327, EP 559 en EP 701 zal vernietigen en daarbij zal bepalen dat Yorcom, Maxperian en Digital Revolution ieder voor zich bevoegd zijn te verzoeken dat daarvan in het octrooiregister aantekening wordt gedaan,

b) dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de hiervoor in r.o. 2.24 en 2.25 genoemde uitingen van Samsung met betrekking tot ‘imitatietoners’ onrechtmatig zijn jegens Yorcom, Maxperian en Digital Revolution en Samsung zal bevelen deze uitingen op straffe van verbeurte van een dwangsom te staken en gestaakt te houden,

dit alles uitvoerbaar bij voorraad en met veroordeling van Samsung in de redelijke en evenredige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv .

3.5

Naar aanleiding van de door Yorcom c.s. gevorderde vernietiging van de octrooien, heeft Samsung voor conclusie 1 van de octrooien hulpverzoeken ingediend. Yorcom c.s. heeft bezwaar gemaakt tegen de late indiening daarvan.

3.6

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

De beoordeling

in de hoofdzaken

in conventie en in reconventie

Bevoegdheid

4.1

De dagvaardingen in de onderhavige zaken zijn op 15 november 2013 uitgebracht, zodat voor de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter tot kennisneming van de conventionele vorderingen van Samsung ingevolge het bepaalde in artikel 66 lid 2 Brussel I bis-Vode voordien geldende Brussel I-Vo van toepassing is gebleven. Nu Yorcom, Maxperian en Digital Revolution alle in Nederland gevestigd zijn, volgt die bevoegdheid uit artikel 2 lid 1 Brussel I-Vo. De vorderingen hebben voorts slechts betrekking op het Nederlandse grondgebied.

4.2

Voor de reconventionele vorderingen van Yorcom c.s., die alle zijn ingesteld op 1 oktober 2014, volgt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter ten aanzien van de vorderingen die zien op de vernietiging van de octrooien uit het bepaalde in artikel 22 aanhef lid 4 Brussel I-Vo. Ten aanzien van het in reconventie gestelde onrechtmatige handelen is de rechtbank internationaal bevoegd op grond van (in ieder geval) artikel 4 Brussel I-Vo jo. artikel 9 sub a Rv.

4.3

De relatieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag volgt uit artikel 80 lid 1 Rijksoctrooiwet 1995 (ROW), althans is niet bestreden.

De technische achtergrond

4.4

Centraal in deze zaak staat de technologie rond laserprinters. In de hiervoor opgenomen figuur 2 van de octrooien is in doorsnede een voorbeeld van een laserprinter weergegeven. In de printer bevinden zich, voor zover thans van belang, een laser scanning device (30) (de laser), een cilindervormig photoconductive medium (40) (fotogeleidend medium), cartridges (100K, 100C, 100M en 100Y) met developer (toner) en voorzien van een developing roller (140) (ontwikkelrol), alsmede een fixing device (60) (fixeerinrichting). Tijden het printproces werken deze onderdelen aldus samen dat eerst met behulp van de laser (30) een elektrostatisch beeld van de te printen afbeelding op het cilindervormige photoconductive medium (40) wordt aangebracht. Vervolgens worden vanaf de developing roller (140) elektrisch geladen tonerdeeltjes overgebracht op het photoconductive medium (40), in overeenstemming met het elektrostatische beeld dat daarop door de laser is aangebracht. Het aldus aangebrachte tonerbeeld wordt hierna via een aantal tussenstappen vanaf het photoconductive medium (40) op bijvoorbeeld papier aangebracht en gefixeerd. Dit laatste gaat gepaard met hitte.

4.5

Er zijn, kort gezegd, twee typen laserprinters en, daarmee samenhangend, twee typen cartridges, te weten printers waarbij (zoals in figuur 2 van de octrooien) het (cilindervormige) fotogeleidend medium (40) in de printer zelf en dus niet in de cartridges is opgenomen en printers zonder fotogeleidend medium maar waarbij dat medium zich in de cartridges bevindt. In het eerste geval worden de cartridges ‘developing cartridges’ genoemd. Cartridges van het tweede type worden ‘process cartridges’ genoemd.

EP 327

4.6

Zoals hiervoor reeds vermeld heeft EP 327 betrekking op een “image forming apparatus and the use of a developing device”. Het octrooi beschrijft echter in hoofdzaak een developing cartridge, waarvan in het hiervoor opgenomen figuur 3 een uitvoeringsvoorbeeld wordt getoond. Blijkens de beschrijving bevindt zich in deze cartridge onder meer een mechanisch systeem om de toner vanuit het reservoir naar de developing roller te voeren. Voor de aandrijving van dit mechanische systeem bevat de cartridge een driving force reception unit (160) (aandrijfkrachtopname-eenheid) in de vorm van een koppelstuk met tandwielen, waarmee een aandrijfkracht vanuit de printer kan worden ontvangen en doorgegeven. Verder is de cartridge voorzien van een power reception unit (170) (vermogenopname-eenheid), waarmee vanuit de printer een elektrische spanning kan worden ontvangen voor het geladen maken van de tonerdeeltjes. Daarnaast noemt de beschrijving de aanwezigheid van een memory unit (180) (geheugeneenheid), waarin door de printer allerlei informatie kan worden opgeslagen aangaande de cartridge, zoals de resterende hoeveelheid toner en de levensduur van de verschillende onderdelen van de cartridge, zoals de developing roller. Deze memory unit bevat terminals (181), waarmee elektrische verbindingen kunnen worden gerealiseerd met de printer en waarmee datacommunicatie plaatsvindt (zie [0005] t/m [0007] van de beschrijving).

4.7

Het octrooi onderstreept het belang van deze informatie voor de gebruiker en het printproces en identificeert vervolgens het probleem van fouten in de datacommunicatie met de printer door beschadiging van de memory unit (180) of door een onvoldoende stabiele elektrische verbinding met de printer. Zo kan, aldus het octrooi, de memory unit bijvoorbeeld worden beschadigd door de hitte die de fixing device genereert en kunnen de terminals van de memory unit vervuild raken door rondvliegende tonerdeeltjes afkomstig van het photoconductive medium en de developing roller. Daarnaast wordt beschreven dat de memory unit beschadigd kan worden bij het installeren van de cartridge in de printer en dat de elektrische verbinding tussen de memory unit en de printer onstabiel kan worden als gevolg van mechanische trillingen. Met het oog hierop is de positionering van de memory unit volgens het octrooi van belang (zie [0008] t/m [0010] van de beschrijving). Naast enkele maatregelen die voordelig zijn met het oog op kosten en gebruiksgemak, beschrijft het octrooi vervolgens een aantal maatregelen dat deze positionering verbetert:

- Allereerst wordt beschreven dat het voordelig is de memory unit (180) op het, gezien in de richting waarin de cartridge in de printer wordt ingebracht, achtergelegen einde van de cartridge (101) te plaatsen. Daardoor wordt beschadiging van de memory unit door de hitte van de fixing device en vervuiling van de terminals van de memory unit door rondvliegende toner voorkomen (zie [0053] en [0054] van de beschrijving);

- Daarnaast is het voordelig wanneer de memory unit (180) relatief ver van de driving force reception unit (160) wordt geplaatst, omdat als gevolg daarvan de memory unit niet te veel wordt blootgesteld aan de mechanische trillingen veroorzaakt door de overbrenging van de mechanische krachten vanuit de printer naar de driving force reception unit (160). De stabiliteit van de verbinding tussen de terminals van de memory unit en de printer wordt hierdoor verbeterd (zie [0055] en [0056] van de beschrijving);

- Ook kan voordeel worden behaald wanneer de memory unit (180) relatief dichtbij de power reception unit (170) wordt geplaatst. Hierdoor kunnen de elektrische verbindingen in de printer relatief kort worden gehouden. De nadelige effecten van elektromagnetische straling worden hierdoor verminderd, terwijl bovendien kosten worden bespaard (zie [0057] van de beschrijving);

- Een verdere maatregel betreft de onderlinge positionering van de terminals van de memory unit. Het is voordelig de data transmission terminal (181a) zo ver mogelijk van de driving force reception unit te plaatsen, zodat het probleem van fouten in de datacommunicatie als gevolg van mechanische trillingen veroorzaakt door de driving force reception unit nog verder wordt beperkt. De terminal voor de aarding is het minst trillinggevoelig en kan derhalve juist relatief dichtbij de aandrijvingsopname-eenheid worden geplaatst (zie [0058] t/m [0064] van de beschrijving).

4.8

Het octrooi beschrijft ook nog de aanwezigheid van ‘pressing members’ (12) en ‘terminal contact points’ (13) (aansluitcontactpunten) op, kort gezegd, de klep (‘main body cover’ (11)), waarmee de opening in de main body (10) ten behoeve van het inbrengen van de cartridges kan worden afgesloten. Volgens de beschrijving kunnen zowel de pressing members als de contact points (enigszins) elastisch worden uitgevoerd “to press the developing devices” (zie [0023] van de beschrijving) respectievelijk “for efficient contact” met de terminals van de memory unit (zie [0051] van de beschrijving).

Inventiviteit EP 327

4.9

Yorcom c.s. bestrijdt vanuit verschillende invalshoeken de geldigheid van het octrooi, onder meer met een inventiviteitsaanval. Naar het oordeel van de rechtbank treft deze aanval doel, zodat EP 327 in de vorm waarin het in stand is gehouden op deze grond dient te worden vernietigd. Dit zal hierna worden toegelicht aan de hand van de zogeheten problem-and-solution-approach.

De vakman en het relevante vakgebied

4.10

Nu partijen daarover verder niets naar voren hebben gebracht, gaat de rechtbank bij de persoon van de gemiddelde vakman uit van een ervaren werknemer met een afgeronde universitaire technische opleiding (ingenieur), die werkzaam is bij een fabrikant van laserprinters en die zich daar bezighoudt met het ontwerpen, ontwikkelen en verbeteren van laserprinters en de bijbehorende cartridges.

4.11

Mede tegen deze achtergrond verwerpt de rechtbank voor wat betreft het relevante vakgebied het door Samsung ontwikkelde betoog dat uitsluitend gekeken dient te worden naar de technologie rond de developing cartridges (cartridges zonder photoconductive medium) en niet (ook) die rond process cartridges (cartridges met photoconductive medium). Het procedé van het laserprinten is immers in beide gevallen hetzelfde, waarbij het gebruik van het ene of andere type in de eerste plaats afhangt van de keuze voor de plaats van het photoconductive medium (fotogeleidend medium): in de printer of in de cartridge. Nu bovendien niet is gesteld of gebleken dat aan één van beide types bijzondere voor- of nadelen zijn verbonden, moet het er voor worden gehouden dat het gaat om gelijkwaardige alternatieven. Het mag zo zijn dat beide type cartridges op onderdelen verschillende eisen stellen en specifieke problemen kennen, maar dit laat onverlet dat meerdere problemen die in het octrooi worden benoemd, voor beide type cartridges gelden.

4.12

Dat geldt in de eerste plaats voor het gevaar van beschadiging van de memory unit bij het inbrengen van de cartridge en het gevaar van beschadiging van de memory unit door de hitte die wordt gegenereerd door de fixing device. Dat deze problemen evenzeer gelden voor een process cartridge ligt voor de hand en dat dit anders zou zijn, is ook niet gesteld. Het geldt bovendien ook voor het probleem dat trillingen veroorzaakt door de driving force reception unit een bedreiging kunnen vormen voor een stabiele verbinding tussen de memory unit en de printer, nu uit de door Samsung zelf overgelegde meetgegevens blijkt dat deze trillingen zich in beide typen cartridges voordoen. Dat tonerdeeltjes zich bij een developing cartridge gemakkelijker zouden kunnen verspreiden door de printer (en over de elektrische contacten) dan bij een process cartridge, zoals Samsung stelt, betekent niet dat dit zich niet bij die laatste cartridges voordoet. Ook in de behuizing van een process cartridge zitten immers openingen waaruit tonerdeeltjes kunnen ontsnappen.

4.13

De rechtbank merkt bij dit alles voorts nog op dat het octrooi het door Samsung bepleite strikte onderscheid ook niet maakt, nu het onder [0011] van de beschrijving expliciet afbakent van US-A-2005/0789978 betreffende een process cartridge. Onder [0012] van de beschrijving van het octrooi lijkt de terminologie zelfs te zijn verwisseld, zoals Yorcom c.s. terecht opmerkt, omdat de daar bedoelde Japanse cartridge een photoconductive medium bevat (volgens de systematiek van Samsung is dat dus een process cartridge), terwijl deze in die paragraaf van het octrooi evenwel met developing cartridge wordt aangeduid.

4.14

Dat zich, zoals Samsung in dit verband ook heeft aangevoerd, als gevolg van het feit dat het photoconductive medium nooit volledig rond is, bij developing cartridges nog een afzonderlijk vibratieprobleem zou voordoen, noopt niet tot een ander oordeel. Dit vibratieprobleem (dat volgens Samsung wordt veroorzaakt doordat, kort gezegd, de developing roller door middel van zogeheten ‘gap rings’ op een vaste afstand van het photoconductive medium wordt gehouden, waardoor deze roller de onregelmatigheden van het photoconductive medium volgt en de cartridge bijgevolg in de lengterichting heen en weer beweegt) wordt nergens in het octrooi beschreven. Er zijn (dan) ook geen maatregelen in de conclusies te ontwaren die dit probleem adresseren. Bovendien volgt uit de eigen stellingen van Samsung dat het ‘onrondheidsprobleem’ van het photoconductive medium zich evenzeer voordoet bij process cartridges, zij het dat het probleem daar wordt ondervangen door een aantal maatregelen in de cartridge. Anders dan Samsung meent, onderstreept dit eerder nogmaals dat process cartridges en developing cartridges niet als twee strikt te scheiden vakgebieden vallen aan te merken.

4.15

Gelet op dit alles staat weliswaar vast dat verschillen bestaan tussen een developing cartridge en een process cartridge, maar dat neemt niet weg dat zij beide tot hetzelfde relevante vakgebied behoren. Het door Samsung eerst bij pleidooi gedane bewijsaanbod van het onderscheid tussen beide type cartridges wordt dan ook als niet ter zake dienend gepasseerd.

Reële stand van de techniek

4.16

Bij het bepalen van de stand van de techniek gaat de rechtbank uit van 29 februari 2008, zijnde de tweede prioriteitsdatum van EP 327. In navolging van Yorcom c.s. is ook Samsung in haar processtukken consequent van deze datum uitgegaan. Dat zij dit slechts heeft gedaan “ter stroomlijning van het debat” en “ter vergemakkelijking van de discussie” doet daaraan niet af.

4.17

Uitgaande van deze prioriteitsdatum en het hiervoor omschreven relevante vakgebied heeft Yorcom c.s. primair aangevoerd dat de hieronder afgebeelde (process)cartridge van Samsung voor de Samsung-printers ML-1630 en ML-1631 moet worden aangemerkt als de meest nabije stand van de techniek, waarbij niet in geschil is (Samsung spreekt in de stukken (ook) over de ML-1630/1631-cartridge) dat de cartridge voor de ML-1630 printer dezelfde is als de cartridge voor de ML-1631 printer:

4.18

Yorcom c.s. heeft gemotiveerd en met producties onderbouwd aangevoerd dat deze cartridge al voor 29 februari 2008 op de markt was en dus reeds openbaar was gemaakt. Daarbij heeft zij in het bijzonder gewezen op twee aankondigingen op (de nieuwspagina’s van) de Duitse websites www.chip.de en www.TecChannel.de en de als productie 39 overgelegde factuur van 123inkt.nl. Op deze Duitse websites wordt op 30 augustus 2007 respectievelijk 4 september 2007 aangekondigd dat de laserprinter ML-1630 medio september 2007 op de markt zal verschijnen. De overgelegde factuur van 123inkt.nl ziet vervolgens op een met die aankondigingen te rijmen levering op 20 december 2007 van een (originele) cartridge van het type ML-1630. Samsung heeft weliswaar vraagtekens geplaatst bij de authenticiteit van deze factuur, maar dat heeft zij slechts gedaan door te wijzen op de aanmaakdatum van het digitale bestand (2 maart 2015) van productie 39 van Yorcom c.s. zoals dat aan de rechtbank is overgelegd. Die datum zegt op zichzelf niets over de authenticiteit van de factuur, maar ziet op de datum waarop de factuur ten behoeve van dit dossier tot een digitaal (pdf-)bestand is gemaakt. De datum 2 maart 2015 strookt ook met de roldatum van de akte van Yorcom c.s. waarbij die factuur aan de rechtbank is overgelegd (18 maart 2015). De stelling van Samsung dat de factuur als niet-authentiek buiten beschouwing dient te worden gelaten, wordt dan ook gepasseerd.

4.19

Samsung heeft tegen voornoemde aankondigingen en daarop volgende factuur verder niet meer ingebracht dan dat dit alles “niets bewijst”, zonder daarbij aan te geven wanneer de printers van het type ML-1630/1631 (met cartridges) dan wel voor het eerst op de markt zouden zijn verschenen. Gelet op hetgeen Yorcom c.s. ter onderbouwing van haar stelling heeft overgelegd, had dit zonder meer op haar weg gelegen. De bij pleidooi gegeven verklaring dat Samsung deze informatie niet meer kan achterhalen omdat het, kort gezegd, “te lang geleden is”, is in dit verband niet steekhoudend, temeer nu Samsung omtrent diverse andere punten wel over gedetailleerde informatie blijkt te kunnen beschikken. Bij die stand van zaken moet de conclusie dan ook zijn dat Samsung het betoog van Yorcom c.s. omtrent de eerste openbaarmaking van de ML-1630/1631 cartridge onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. Er dient daarom vanuit te worden gegaan dat deze inderdaad vanaf medio september 2007 op de markt beschikbaar was. Tot die conclusie kwam overigens ook de Oppositie Afdeling van het EOB in haar beslissing van 28 juni 2017 (zie r.o. 2.8 van dit vonnis, r.o. 8.4-8.4.8 van die uitspraak).

4.20

Voor zover Samsung aanvoert dat de bij de ML-1630 en ML-1631 printers behorende cartridge niet als uitgangspunt kan dienen omdat het niet de meest nabije stand van de techniek is, kan dit haar niet baten. Het is immers vaste rechtspraak dat een geoctrooieerde uitvinding inventief moet zijn ten opzichte van ieder reëel uitgangspunt. Zoals blijkt uit het voorgaande maakt de omstandigheid dat deze cartridges geen developing cartridges zijn maar process cartridges (de groene rol van het photoconductive medium op de plaatjes is zichtbaar binnen de cartridgebehuizing) niet dat deze cartridges geen reëel uitgangspunt kunnen vormen. In dit opzicht oordeelt de rechtbank anders dan de Oppositie Afdeling van het EOB (zie r.o. 2.8), omdat die alle openbaarmakingen van process cartridges (waaronder derhalve ML-1630 en ML-1631) voor inventiviteit ter zijde heeft geschoven reeds omdat die cartridges geen ‘most promising starting point’ vormen (r.o. 12.2.1- 12.2.8 van die uitspraak), terwijl de rechtbank ze niettemin als een reëel uitgangspunt beschouwt.

Inventiviteit conclusie 1 EP 327

4.21

Tussen partijen is niet in geschil dat de cartridges van het type ML-1630/1631 vele kenmerken bezitten van de cartridge waarvan in conclusie 1 van EP 327 het gebruik wordt geclaimd, waaronder de positionering van de aandrijfkrachtopname-eenheid, de vermogensopname-eenheid en de geheugeneenheid ten opzichte van elkaar. Ten opzichte van de ML-1630/1631-cartridge kent conclusie 1 van het octrooi daarmee de volgende set (van elkaar afhankelijke) verschilmaatregelen:

de plaats van het photoconductive medium (buiten de cartridge); en (daarmee)

de developing roller (niet achter de photoconductive medium maar) aan de voorzijde.

4.22

De onder A en B genoemde verschilmaatregelen hangen naar het oordeel van de rechtbank louter samen met de keuze voor het type printer waarin de cartridge wordt gebruikt, te weten een printer waarin het photoconductive medium is opgenomen (en niet in de cartridge zit). Zoals hiervoor reeds werd overwogen, zijn deze typen printers en de daarin te gebruiken cartridges alternatieven. Het betreft hier een keuze uit (slechts) twee gebruikelijke alternatieven. Samsung heeft in deze procedure bovendien niet aangevoerd dat aan de keuze voor het ene of het andere alternatief bijzondere technische voordelen zijn verbonden, terwijl dit in deze procedure ook niet anderszins is gebleken. Deze maatregelen hebben daarmee dan ook geen, althans geen relevant, technisch effect. Daarmee valt conclusie 1.

4.23

Op het voorgaande stuit ook af het betoog van Samsung dat door van de process cartridge een developing cartridge te maken, tonervervuiling en trillinghinder zullen toenemen (6.50 conclusie van dupliek in reconventie). Dat een en ander is immers inherent aan de (voor de hand liggende) keuze voor het ene of het andere alternatief die beide hun inherente voor- en nadelen hebben. Een vakman zal zich daardoor niet laten weerhouden.

Inventiviteit volgconclusies

4.24

Na de per volgconclusie onderbouwde stelling van Yorcom c.s. (bij conclusie van dupliek in conventie, repliek in reconventie) dat ook de volgconclusies van EP 327 niet inventief zijn, heeft Samsung niet gemotiveerd welke maatregelen in de volgconclusies inventiviteit aan die conclusies zouden kunnen verlenen, behalve de in volgconclusies 5, 6 en 8 voorgeschreven specifieke volgorde van de verschillende terminals van de geheugeneenheid. Het verschil in volgorde van de terminals van de geheugeneenheid van de cartridge volgens volgconclusies 5, 6 en 8 ten opzichte van die in de ML-1630/1631-cartridge bestaat hierin dat de voor de datacommunicatie tussen de geheugeneenheid en de printer belangrijkste terminal – de data transmission terminal – relatief nog verder verwijderd is van de aandrijfkrachtopname-eenheid (en dichter bij de vermogensopname-eenheid, conclusie 8). In de ML-1630/1631-cartridge is het aansluitelement voor gegevenscommunicatie immers het tweede element (zie de laatste afbeelding onder r.o. 4.17 “DATA”), terwijl datzelfde element in volgconclusies 5, 6 en 8 het eerste element (181a) is. Met Samsung zal worden aangenomen dat de trillingen bij de data transmission terminal daardoor verder verminderd zijn waardoor die verbinding stabieler is en fouten in de communicatie verder worden verminderd.

Het objectieve technische probleem voor volgconclusies 5, 6 en 8

4.25

Vervolgens dient, uitgaande van dit effect, het objectieve technische probleem te worden geformuleerd dat met de uitvinding volgens volgconclusies 5, 6 en 8 wordt opgelost. Daarbij geldt dat dit objectieve technische probleem zo dicht mogelijk dient aan te sluiten bij het probleem dat het octrooi zelf stelt te hebben opgelost en zo specifiek mogelijk dient te worden geformuleerd aan de hand van de vastgestelde verschilmaatregelen. De formulering mag daarbij evenwel geen pointer(s) naar de oplossing bevatten, maar anderzijds ook weer niet zo algemeen worden geformuleerd dat punten van overeenstemming met en aanwijzingen in de stand van de techniek worden genegeerd.

4.26

Met inachtneming van deze kaders dient het objectieve technische probleem te worden geformuleerd als: het verminderen van fouten in de communicatie tussen de geheugeneenheid en de printer als gevolg van trillingen, veroorzaakt door de aandrijfkrachtopname-eenheid. Anders dan Samsung wil, is het probleem niet te formuleren als enkel het verminderen van fouten in de communicatie, zonder derhalve de door de aandrijfkrachtopname-eenheid veroorzaakte trillingen te noemen. Het te formuleren objectieve probleem zou daarmee ongerechtvaardigd breed worden. De technische bijdrage van het octrooi ten opzichte van de ML-1630/1631-cartridge is immers enkel dat de communicatie wordt verbeterd door die trillinghinder verder terug te dringen. Bij de ML-1630/1631-cartridge is de geheugeneenheid met contacten namelijk al aan de linkerachterkant geplaatst, terwijl de aandrijfkrachtopname-eenheid aan de rechtervoorkant en de vermogenopname-eenheid linksvoor zit, steeds bezien vanuit de montagerichting. De geheugeneenheid is daarmee volgens Samsungs eigen gedachtegang al goeddeels trillingvrij opgesteld (conform conclusie 1 van EP ‘327). Het past dan niet om het probleem weer onnodig breed te formuleren.

Inventiviteit conclusies 5, 6 en 8

4.27

Aangenomen moet worden dat de hiervoor omschreven vakman die dat probleem (verder) wil oplossen, uitgaande van de ML-1630/1631-cartridge zonder inventieve denkarbeid zou (would, niet alleen could) zijn uitgekomen op de in conclusie 5, 6 en 8 van EP 327 geclaimde volgorde van de aansluitelementen op de geheugenunit. Anders dan Samsung betoogt, weet die vakman vanuit zijn algemene vakkennis dat, hoe verder een punt is verwijderd van de bron van de trilling, hoe minder trilling op dat punt zal optreden. De door Samsung in dit verband gegeven voorbeelden van de wijze waarop een trilling zich verplaatst door een stalen plaat gaan daarbij niet op, nu het bij een cartridge gaat om een rigide constructie van hard kunststof. De door Yorcom c.s. opgeworpen vraag of inderdaad significante demping van de trillingen optreedt omdat de cartridge van hard plastic is gemaakt, kan de rechtbank in dit licht laten rusten. Samsung heeft ook niet aangevoerd dat de plaatsing van de geheugeneenheid zover mogelijk van de aandrijfkrachtopname-eenheid een andere technische reden zou hebben. De stap naar een verdere verbetering door voor de datacommunicatie gebruik te maken van de terminal van de geheugeneenheid die ook weer het verst is gelegen van de aandrijfkrachtopname-eenheid ligt dan voor de hand. Op die wijze ligt die terminal dichter bij de vermogensopname-eenheid conform conclusie 8.

4.28

De conclusie is derhalve dat de conclusies 1 tot en met 9 van EP 327 zoals deze thans gelden (volgens het hoofdverzoek derhalve, zie r.o. 2.7) niet inventief en dus niet geldig zijn.

Hulpverzoeken

4.29

De door Samsung in haar akte van 8 juli 2015 ingediende hulpverzoeken voor conclusie 1 van EP 327 maken dat niet anders. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.30

Inhoudelijk kunnen de voorgestelde beperkingen van EP 327 het octrooi niet redden, voor zover Samsung heeft nagelaten nader te motiveren in welk opzicht de voorgestelde wijzigingen dit inventief maken. Zij heeft dit nagelaten voor de wijzigingen volgens het in deze procedure ingediende eerste (door Samsung, nu zij in de oppositieprocedure al drie hulpverzoeken had ingediend, genoemde vierde) hulpverzoek, alsook voor alle wijzigingen volgens het in deze procedure ingediende tweede, derde en vierde (door Samsung genoemde vijfde, zesde en zevende) hulpverzoeken, met uitzondering van de conclusie-elementen A en B. Enkel ten aanzien van de conclusie-elementen A en B heeft Samsung een onderbouwing gegeven.

4.31

Deze conclusie-elementen A en B, luiden:

A. the image forming apparatus including a main body (10) and a main body cover (11) pivotably mounted to the main body to open and close the main body, the developing device being able to be mounted and separated with respect to the main body with the main body cover opened,

en

B. wherein the main body cover includes terminal contact points (13) and a pressing member (12), wherein, when the developing device is mounted to the main body and the main body cover (11) is in a closed state, the pressing member (12) elastically presses the rear end (101) of the developing device (100) with a predetermined elasticity and the terminal contact points (13) are electrically and elastically connected with the terminals of the memory unit (180).

4.32

Volgens Samsung ligt in deze elementen, in het bijzonder door het geclaimde gebruik van pressing members en elastische contactpunten, besloten dat het octrooi een “zwevende fixering” van de cartridge mogelijk maakt, waardoor het (tevens) een oplossing biedt voor de vibraties die kunnen ontstaan als gevolg van de al eerder genoemde ‘onrondheid’ van het fotogeleidend medium. De rechtbank gaat hier echter aan voorbij nu zoals gezegd noch in de oorspronkelijke aanvraag noch in het octrooi zelf met een woord wordt gerept over deze problematiek, terwijl ook niet is gesteld dat de vakman dit rechtstreeks en ondubbelzinnig uit het octrooi zou kunnen begrijpen.

4.33

Slotsom uit het voorgaande moet dan ook zijn dat EP 327 niet – ook niet in gewijzigde vorm – in stand kan blijven. Yorcom c.s. heeft daarmee geen belang meer bij beoordeling van haar bezwaar tegen de late indiening van de hulpverzoeken.

EP 559 en EP 701

4.34

Vast staat dat EP 559 en EP 701 afsplitsingen zijn van EP 327. Het verschil tussen de octrooien is dat EP 559 en EP 701, anders dan EP 327, zijn geformuleerd als inrichtingsoctrooien. Inhoudelijk beschrijven de octrooien evenwel dezelfde (type) cartridge(s), dezelfde problematiek en dezelfde oplossingen. Nu Samsung verder ook niet duidelijk heeft gemaakt wat deze octrooien meer of anders brengen ten opzichte van EP 327, moet de conclusie dan ook zijn dat deze eveneens inventiviteit ontberen en derhalve nietig zijn.

4.35

Ook hier geldt dat de door Samsung in deze procedure ingediende hulpverzoeken dit niet anders maken. De rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen hiervoor in r.o. 4.29 tot en met 4.32 werd overwogen ten aanzien van de voorgestelde beperkingen ten aanzien van EP 327.

Slotsom t.a.v. de octrooien

4.36

Slotsom uit al het voorgaande is dat de Nederlandse delen van EP 327, EP 559 en EP 701 dienen te worden vernietigd. Dit betekent dat de daartoe strekkende vordering in reconventie kan worden toegewezen. Nu daartegen verder geen verweer is gevoerd, zal de rechtbank daarbij, zoals gevorderd, bepalen dat Yorcom, Maxperian en Digital Revolution ieder voor zich bevoegd zijn aantekening van deze vernietiging in het octrooiregister te verzoeken. Aangezien op een nietig octrooi geen inbreuk kan worden gemaakt, brengt het voorgaande in conventie mee dat de vorderingen onder 1, 2, 5, 7 en 8, die alle zien op (het redresseren van de gevolgen van) de beweerdelijke inbreuk op de octrooien, dienen te worden afgewezen.

in conventie voorts

Onrechtmatige uitingen

4.37

Samsung stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat Yorcom, Maxperian en Digital Revolution ieder voor zich, onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door op de websites bij cartridges van het huismerk naast de eigen typenummers ook de corresponderende Samsung-typenummers te vermelden. Volgens Samsung claimt Yorcom c.s. daarmee dat de huismerk-cartridges in alle opzichten gelijkwaardig zijn aan de originele cartridges van Samsung, doch enig bewijs daarvoor heeft zij niet kunnen overleggen. Daarnaast verwijt Samsung dat Digital Revolution en Yorcom ook nog onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door de printcapaciteit van hun cartridges te vergelijken met die van de Samsung-cartridges. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Het noemen van Samsung-typenummers

4.38

Uitgangspunt dient hier te zijn dat het vermelden van reserveonderdelen die geschikt zijn voor de producten van een fabrikant van apparaten middels de artikelnummers van die fabrikant, kan worden aangemerkt als vergelijkende reclame die objectief een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van goederen met elkaar vergelijkt (vergelijk arrest van het HvJEG in de zaak C-112/99 van 25 oktober 2000 inzake Toshiba/Katun, ECLI:EU:C:2001:566).

4.39

Niet in geschil is dat met de vermelding van de Samsung-typenummers (in elk geval) wordt aangegeven dat de huismerkcartridges van Yorcom c.s. technisch geschikt zijn voor gebruik in de desbetreffende Samsung-printers en dat die cartridges dat ook daadwerkelijk zijn. De rechtbank verwerpt echter het standpunt van Samsung dat met de enkele vermelding van de Samsung-typenummers meer zou worden gecommuniceerd door Yorcom c.s. dan die technische compatibiliteit, te weten een technische gelijkwaardigheid in alle (relevante) opzichten. Het publiek weet dat de kwaliteit van de producten kan verschillen. De aanspraak die uitgaat van het enkele gebruik van de Samsung-typenummers is dan ook niet onjuist of misleidend, en daarmee ook niet ongeoorloofd. De vorderingen van Samsung slagen in zoverre dus niet.

Misleidende capaciteitsvergelijking door Yorcom en Digital Revolution

4.40

Yorcom en Digital Revolution claimen op hun websites dat hun cartridges 250 afdrukken meer printen dan de corresponderende Samsung-cartridges, en daarmee een kostenbesparing van 40% opleveren. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:195 BW ligt het op de weg van Yorcom en Digital Revolution de juistheid van deze claims te staven. Hierin zijn zij naar het oordeel van de rechtbank niet geslaagd. Lezing van de processtukken leert immers dat de enige feitelijke onderbouwing voor de claims bestaat uit het als productie 49 overgelegde onderzoek van de Consumentenbond. Dit onderzoek volstaat echter niet, nu de conclusies daarvan uitsluitend zijn gebaseerd op een enquête onder de leden van een internetpanel. Bovendien was deze enquête gericht op de tevredenheid van gebruikers van inktjetprinters. Nu de gemaakte claims derhalve niet aantoonbaar zijn gebaseerd op een daadwerkelijke en verifieerbare vergelijking van de printcapaciteit van de cartridges van Yorcom en Digital Revolution en de cartridges van Samsung, moet de conclusie dan ook zijn dat Yorcom en Digital Revolution onvoldoende gefundeerde informatie hebben verstrekt. Daarmee is sprake van ongeoorloofde vergelijkende reclame, hetgeen onrechtmatig is jegens Samsung.

4.41

Het voorgaande betekent dat het onder 3 gevorderde gebod aan Yorcom en Digital Revolution om zich, kort gezegd, verder te onthouden van het maken van onrechtmatige vergelijkende reclame, kan worden toegewezen. De rechtbank zal dit gebod beperken tot die uitlatingen die de suggestie wekken dat de cartridges van Yorcom en Digital Revolution een grotere printcapaciteit hebben dan de cartridges van Samsung. Gelet op het bepaalde in artikel 6:196 BW kan Samsung tevens verlangen dat Yorcom en Digital Revolution overgaan tot rectificatie. De mede daartoe strekkende vordering onder 4 van het petitum kan daarom in die zin ook worden toegewezen. De gevorderde versterking met dwangsommen acht de rechtbank op haar plaats, zij het dat deze zullen worden gesteld en gemaximeerd op de hierna te vermelden bedragen.

4.42

Yorcom en Digital Revolution hebben niet weersproken dat Samsung als gevolg van de hiervoor omschreven onrechtmatige vergelijkende reclame schade heeft geleden. Zij zullen dan ook worden veroordeeld tot het vergoeden van deze schade. Bij gebreke van verdere informatie over de omvang daarvan, zal de rechtbank partijen voor het begroten daarvan verwijzen naar de schadestaatprocedure.

in reconventie voorts

Onrechtmatige uitingen

4.43

In reconventie verwijt Yorcom c.s. Samsung onrechtmatig jegens haar te hebben gehandeld door haar berichtgeving over imitatiecartridges op de website www.samsung.com en door het verspreiden van de presentatie ‘Why genuine Samsung supplies’. Beide publicaties bevatten misleidende mededelingen in de zin van artikel 6:194 BW , aldus Yorcom c.s..

Berichtgeving over imitatiecartridges

4.44

Wat betreft de berichtgeving over imitatiecartridges (vergelijk r.o. 2.24), voert Samsung onder meer het verweer dat de website waarop deze berichtgeving is geplaatst, niet van haar, maar van Samsung SDS Co. Ltd is, althans van Samsung Benelux, zodat Yorcom c.s. in zoverre niet ontvankelijk is in haar vorderingen. Dat verweer slaagt aangezien Yorcom c.s. dit niet heeft betwist en ook overigens niet is gebleken dat de Samsung-entiteit die partij is in deze procedure zeggenschap heeft gehad over de inhoud van genoemde berichtgeving. Dat volgt in ieder geval niet uit de omstandigheid dat Samsung, zoals Yorcom c.s. aanvoert, de spin in het web van de Samsung Elektronica groep is. De stelling dat Samsung verantwoordelijkheid dient te aanvaarden voor de inhoud van de website, omdat zij daarvan de vruchten geniet, komt erop neer dat reeds om die reden Samsung aansprakelijk zou kunnen worden gehouden voor het handelen van gelieerde vennootschappen. Die stelling is rechtens onjuist.

Presentatie ‘Why genuine Samsung supplies’

4.45

Niet in geschil is dat de presentatie bedoeld is voor intern gebruik en alleen toegankelijk is voor Samsung-medewerkers. De stelling dat de presentatie ook zou zijn getoond aan derden (zoals pers, handelskanalen en handelspartners), is door Samsung gemotiveerd bestreden, waarop Yorcom c.s. niet meer heeft gereageerd. De stelling van Yorcom c.s. dat medewerkers conform de inhoud van deze presentatie vragen hebben beantwoord of inlichtingen hebben verstrekt aan derden is niet bestreden. Echter blijkt nergens uit dat deze medewerkers één-op-één de teksten van de presentatie hebben uitgesproken. In het licht van de betwisting van Samsung kan dus niet worden vastgesteld dat de teksten uit de presentatie mededelingen aan een publiek betreffen ter bevordering van de afzet van goederen of diensten. De rechtbank gaat daarom ook aan het gestelde onrechtmatig handelen van Samsung ten aanzien van deze presentatie voorbij.

in de hoofdzaken en in de incidenten (voorts)

Proceskosten

4.46

Het geheel overziend, dient Samsung zowel in conventie als in reconventie als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij te worden aangemerkt. Samsung zal dan ook zowel in conventie als in reconventie worden veroordeeld in de kosten aan de zijde van Yorcom c.s.. Omtrent deze kosten en de verdeling daarvan overweegt de rechtbank als volgt.

4.47

Yorcom c.s. vordert een bedrag van € 134.816,84 aan proceskosten, te vermeerderen met de kosten van de incidenten, welke kosten zij voor ieder van hen begroten op € 907,13. In voornoemd bedrag van € 134.816,84 is het door hen verschuldigde griffierecht ter hoogte van (3 x € 589, - =) € 1.767,- begrepen. Exclusief het griffierecht en de kosten van de incidenten belopen de door Yorcom c.s. gevorderde proceskosten aldus € 133.049,84. Naar de rechtbank begrijpt zijn deze kosten voor gelijke delen over Yorcom, Maxperian en Digital Revolution te verdelen (derhalve ieder 1/3), waarbij volgens Yorcom c.s. 90% van de kosten is toe te rekenen aan het IE-deel van de over en weer ingestelde vorderingen en 10% aan de op onrechtmatige daad gegronde vorderingen. Yorcom c.s. heeft niet aangegeven in welke verhouding de gevorderde kosten dienen te worden toegerekend aan de procedures in conventie en in reconventie.

4.48

Mede gelet op hetgeen zij heeft aangevoerd ten aanzien van haar eigen kosten, begrijpt de rechtbank de stellingen van Samsung op dit punt aldus dat zij geen bezwaar heeft tegen het door Yorcom c.s. opgevoerde aantal uren, de daarbij gehanteerde tarieven en de geclaimde bijkomende kosten. De rechtbank ziet in de aard en omvang van de zaak ook geen reden de door Yorcom c.s. gevorderde kosten als niet redelijk en onevenredig aan te merken.

4.49

Samsung stelt daarbij dat de kosten voor 40% kunnen worden toegerekend aan de procedures in conventie en voor 60% aan de procedures in reconventie. Anders dan Yorcom c.s. meent zij dat de verdeling tussen het IE-deel van de kosten en het deel dat ziet op de over en weer in stelling gebrachte onrechtmatige daden moet worden gesteld op 80:20 en dat de incidenten volstrekt nodeloos zijn opgeworpen zodat de daaraan verbonden kosten voor rekening van Yorcom c.s. dienen te worden gebracht.

4.50

Ten aanzien van dit laatste overweegt de rechtbank dat van de beide incidenten niet kan worden gezegd dat deze volstrekt nodeloos zijn opgeworpen. Voor wat betreft het incident tot voeging op de voet van artikel 222 Rv volgt dit reeds uit de (vrijwel volledig) identieke inhoud van de door Samsung uitgebrachte dagvaardingen, terwijl ten aanzien van het incident op de voet van artikel 224 Rv doorslaggevend dient te zijn dat Yorcom c.s. zich geconfronteerd zag met een in Zuid-Korea gevestigde wederpartij, waarvoor de uitzonderingen van artikel 224 lid 2 onder a en b Rv niet gelden en ten aanzien van wie overigens ook niet aanstonds redelijkerwijs aannemelijk was dat zij in Nederland verhaal zou bieden. Dat Samsung na opening van het incident alsnog voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen in Nederland heeft aangewezen en dat Yorcom c.s. haar incidentele vordering vervolgens heeft ingetrokken, doet daaraan niet af. Ook de kosten van de incidenten zullen derhalve voor rekening van Samsung worden gebracht.

4.51

De rechtbank kan Samsung ook niet volgen in de door haar bepleite verdeling van 80:20. Raadpleging van de processtukken en de in het geding gebrachte urenverantwoording aan de zijde van Yorcom c.s. leert dat zowel in conventie als in reconventie de werkzaamheden met betrekking tot de ongeoorloofde vergelijkende reclame en de vermeend onrechtmatige mededelingen van Samsung slechts een zeer beperkt deel van de totale werkzaamheden hebben omvat. Het debat tussen partijen en de daarmee verband houdende tijdsinvestering is voor het overgrote deel gericht geweest op de octrooien. Een verhouding van 90:10 is gelet daarop reëel.

4.52

In het verlengde van het voorgaande kan de rechtbank Samsung echter wel volgen in haar stelling dat de kosten voor 40% kunnen worden toegerekend aan de procedures in conventie en voor 60% aan de procedures in reconventie. Met Samsung is de rechtbank van oordeel dat het zwaartepunt in de procedures overduidelijk heeft gelegen in het debat over de geldigheid van de octrooien.

4.53

De kosten van het niet IE-deel van de vorderingen vallen buiten het toepassingsbereik van artikel 1019h Rv en dienen daarom op de voet van artikel 237 Rv te worden begroot. De rechtbank zal daarbij het liquidatietarief toepassen. Gelet op het zwaartepunt dat zowel in conventie als in reconventie heeft gelegen op de geldigheid van de octrooien stelt de rechtbank in dat verband vast dat de vorderingen in reconventie in hoofdzaak zijn voortgevloeid uit de vorderingen in conventie. Aan de daarvoor in aanmerking komende proceshandelingen zal dan ook maximaal 0,5 punt worden toegekend.

4.54

Op grond van dit alles worden de proceskosten in conventie, inclusief de kosten van de incidenten, als volgt begroot:

in de zaak 13-1406 (Yorcom)

IE-deel conventie 1/3 x 0,4 x 0,90 x € 133.049,84 € 15.965,98

OD-deel conventie 1/3 x 0,10 x 4 punten à € 452,00 € 60,27

Incidenten € 907,13

Griffierecht € 589,00

Totaal: € 17.522,38

in de zaak 13-1408 (Maxperian)

IE-deel conventie 1/3 x 0,4 x 0,90 x € 133.049,84 € 15.965,98

OD-deel conventie 1/3 x 0,10 x 4 punten à € 452,00 € 60,27

Incidenten € 907,13

Griffierecht € 589,00

Totaal: € 17.522,38

in de zaak 13-1410 (Digital Revolution)

IE-deel conventie 1/3 x 0,4 x 0,90 x € 133.049,84 € 15.965,98

OD-deel conventie 1/3 x 0,10 x 4 punten à € 452 € 60,27

Incidenten € 907,13

Griffierecht € 589,00

Totaal: € 17.522,38

4.55

In reconventie worden de proceskosten begroot op de volgende bedragen:

in de zaak 13-1406 (Yorcom)

IE-deel reconventie 1/3 x 0,6 x 0,9 x € 134.816,84 € 23.948,97

OD-deel reconventie 1/3 x 0,5 x 0,1 x 4 punten à € 452 € 30,13

Totaal: € 23.979,10

in de zaak 13-1408 (Maxperian)

IE-deel reconventie 1/3 x 0,6 x 0,9 x € 133.049,84 € 23.948,97

OD-deel reconventie 1/3 x 0,5 x 0,1 x 4 punten à € 452 € 30,13

Totaal: € 23.979,10

in de zaak 13-1410 (Digital Revolution)

IE-deel reconventie 1/3 x 0,6 x 0,9 x € 133.049,84 € 23.948,97

OD-deel reconventie 1/3 x 0,5 x 0,1 x 4 punten à € 452 € 30,13

Totaal: € 23.979,10

De beslissing

De rechtbank:

in conventie (in de hoofdzaken en in de incidenten)

In de zaken 13-1406 en 13-1410

- beveelt Yorcom en Digital Revolution ieder voor zich, uiterlijk vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis, zich te onthouden van ongeoorloofde vergelijkende reclame inhoudende dat de cartridges van Yorcom en Digital Revolution een grotere printcapaciteit hebben dan de cartridges van Samsung, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,- voor iedere overtreding van dit bevel en van € 1.000,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat deze overtreding voortduurt, in alle gevallen met een maximum van € 150.000,-;

- beveelt Yorcom en Digital Revolution ieder afzonderlijk tot vergoeding aan Samsung van de door Samsung als gevolg van de hiervoor bedoelde ongeoorloofde vergelijkende reclame geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- beveelt Yorcom en Digital Revolution ieder afzonderlijk om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis op de homepage van de websites die gelinkt zijn aan de domeinnamen www.yorcom.nl, www.yorcom.be en www.yorcom.com(in het geval van Yorcom) respectievelijk aan de domeinnamen www.123inkt.nl, www.123inkt.be en www.123inkt.com (in het geval van Digital Revolution) in een duidelijk afgebakend frame ter grootte van tenminste een kwart van de schermhoogte op een witte achtergrond en met tenminste een 16 punts lettertype de volgende mededeling te plaatsen en gedurende acht weken geplaatst te houden:

“KENNISGEVING VAN VONNIS

Geachte klanten,

Bij vonnis van (…) 2018 heeft de rechtbank Den Haag ons verplicht u te informeren dat wij ons schuldig hebben gemaakt aan het maken van ongeoorloofde vergelijkende reclame door ten onrechte te stellen dat de door ons aangeboden huismerk tonercartridges voor laserprinters een hogere afdrukcapaciteit hebben dan de originele tonercartridges van Samsung..

[Bedrijfsnaam]

[Naam en handtekening]”

op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.000,- voor elke dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat dit bevel door hen niet, niet volledig of niet correct wordt nagekomen, zulks met een maximum van € 100.000;

- veroordeelt Samsung in de kosten van het geding in conventie, de kosten van de incidenten daaronder begrepen, welke kosten tot aan dit vonnis aan de zijde van Yorcom worden begroot op € 17.522,38 en aan de zijde van Digital Revolution worden op € 17.522,38;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst al het meer of anders gevorderde af.

In de zaak 13-1408

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Samsung in de kosten van het geding in conventie, de kosten van de incidenten daaronder begrepen, welke kosten tot aan dit vonnis aan de zijde van Maxperian worden begroot op € 17.522,38.

- verklaart dit vonnis voor wat betreft deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

in reconventie

In de zaken 13-1406, 13-1408 en 13-1410:

- vernietigt de Nederlandse delen van de Europese octrooien EP 20 37 327, EP 22 56 559 en EP 23 25 701;

- bepaalt dat Yorcom, Maxperian en Digital Revolution, ieder voor zich, als meest gerede partij bevoegd zijn te verzoeken dat van deze vernietiging aantekening in het octrooiregister wordt gedaan;

- veroordeelt Samsung in de kosten van het geding in reconventie, welke kosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van Yorcom worden begroot op € 23.979,10, aan de zijde van Maxperian op € 23.979,10 en aan de zijde van Digital Revolution (eveneens) op € 23.979,10;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman, mr. J.A. van Dorp en mr. M. Knijff en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2018.

Bedoeld zal zijn vermogenopname-eenheid

Bedoeld zal zijn verwijzingscijfer 10

Zie https://register.epo.org/application?number=EP08161123&lng=en&tab=doclist

Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de herschikte EEX-Vo).

Verordening (EU) 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

Zie onder meer Rb Den Haag 26 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12751 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:12751) (r.o. 4.2), Rb Den Haag 18 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11759 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:11759) (r.o. 4.7), Rb Den Haag 21 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:1704 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:1704) (r.o. 4.7), Rb Den Haag 22 augustus 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:10046 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:10046) (r.o. 4.23) en voorts bijv. TKB EOB T 308/09, ECLI:EP:BA:2011:T030809.20110209(r.o. 1.4.1-1.4.2).

Samsung noemt deze volgconclusies niet specifiek maar de rechtbank begrijpt dit uit de door haar ingenomen standpunten bij conclusie van dupliek in reconventie en nadien.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature