E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2016:239
Rechtbank Den Haag, AWB - 15 _ 2208

Inhoudsindicatie:

IB/PVV

De echtgenoot van X was in de onderhavige jaren beneficiary in een naar het recht van Guernsey opgerichte trust. Tot het vermogen van de trust behoorden de toonderaandelen van een naar het recht van de Bahama’s opgerichte Limited.

In geschil zijn de (navorderings)aanslagen waarbij de waarde van het in de jaarstukken van de Limited gepresenteerde vermogen aan X en haar echtgenoot, ieder voor 50%, is toegerekend en in box 3 in aanmerking is genomen.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan door niet eerder een correctie aan te brengen.

De inspecteur mag uitgaan van hetgeen X in haar aangifte vermeldt en betrokkenheid van de echtgenoot van X bij een trust(vermogen) veronderstelt niet automatisch dat X ook bij een trustvermogen is betrokken.

Bovendien is de hoofdregel dat bestanddelen van de rendementsgrondslag van de belastingplichtige en zijn partner in beginsel in aanmerking worden genomen bij degene tot wiens bezit die bestanddelen behoren.

De inspecteur heeft voorts voldoende voortvarend gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslagen.

De rechtbank is van oordeel dat X en/of haar echtgenoot feitelijk de beschikkingsmacht hadden over het vermogen van de trust c.q. de Limited als ware het hun eigen vermogen.

Ook zijn de correcties van de in aanmerking genomen schulden terecht.

De inspecteur heeft niet enig door eiseres genoemd beginsel van behoorlijk bestuur geschonden en niet in strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Awb gehandeld.

Het beroep is ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie