E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7937
LJN BZ7937, Rechtbank Den Haag, AWB 12/27573

Inhoudsindicatie:

Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser, die in Nederland is als getuige voor het International Criminal Court (ICC), afgewezen.

Het gegeven dat het ICC eiser niet zal terugsturen naar zijn land van herkomst zolang zijn veiligheid daar in het geding is en op zoek is naar een veilig derde land voor hervestiging (relocatie) van eiser, heeft tot gevolg dat niet aannemelijk is dat eiser vreest voor vervolging in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag), dan wel een reëel risico loopt op een behandeling in zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Verweerders gemachtigde ter zitting heeft desgevraagd toegelicht dat het voorgaande inhoudt dat verweerder de omstandigheid of al dan niet sprake is van terugkeer naar een land waar geen bescherming wordt geboden van belang acht voor de beoordeling of eiser een gegronde vrees heeft en derhalve als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan worden aangemerkt.

Uit artikel 1(A) Vluchtelingenverdrag, noch uit een van de andere bepalingen van het Vluchtelingenverdrag - behoudens de in artikel 1(C) tot en met 1(F) geformuleerde gevallen, waarvan in het geval van eiser geen sprake is - blijkt dat een vreemdeling, eerst als vluchteling kan worden aangemerkt indien terugkeer naar het land van herkomst aan de orde is, dan wel indien hem geen bescherming kan worden geboden in een ander derde land. Anders dan door verweerder is betoogd, volgt uit het Vluchtelingenverdrag derhalve niet dat in een geval als het onderhavige, waarin het ICC heeft toegezegd eiser te zullen bijstaan, zodat hij niet hoeft terug te keren naar zijn land van herkomst en eiser te zullen hervestigen in een veilig derde land, geen sprake is van gegronde vrees voor vervolging en dat eiser daarom niet als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan worden aangemerkt.

De stelling van verweerders gemachtigde ter zitting, dat in de definitie van vluchteling in artikel 1(A) Vluchtelingenverdrag moet worden ingelezen dat eerst van vluchtelingschap sprake is indien terugkeer naar het land van herkomst aan de orde is, dan wel indien de vreemdeling geen bescherming kan worden geboden in een ander derde land, kan zonder nadere onderbouwing niet worden gevolgd. De rechtbank ziet ook overigens geen aanknopingspunten voor dit standpunt van verweerder. Uit het van toepassing zijnde beleid van verweerder, neergelegd in de paragrafen C2/2.1 en C4/2 Vc, de jurisprudentie en de doctrine kan immers evenmin worden opgemaakt dat deze voorwaarden dienen te worden ingelezen en dat daarom in een geval als het onderhavige geen sprake is van een gegronde vrees voor vervolging en van vluchtelingenschap. De rechtbank merkt voorts op dat, indien verweerder in zijn standpunt zou worden gevolgd, dit betekent dat in artikel 1(A) Vluchtelingenverdrag de facto een grond voor uitsluiting van vluchtelingschap zou zijn neergelegd. Dit verdraagt zich naar het oordeel van de rechtbank niet met de systematiek van het Vluchtelingenverdrag. Er is immers voor gekozen om de uitsluitingsgronden, die limitatief zijn, expliciet op te nemen na de in artikel 1(A) opgenomen definitiebepaling van vluchteling cq het toepassingsbereik van het Verdrag.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder zich ten onrechte op grond van de omstandigheid dat het ICC eiser thans bescherming biedt tegen terugkeer naar zijn land van herkomst en op zoek is naar een veilig land voor relocatie, op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een gegronde vrees voor vervolging. Verweerder heeft zich dan ook op onjuiste gronden op het standpunt gesteld dat eiser niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat op grond daarvan geen rechtsgrond voor het verlenen van een verblijfsvergunning bestaat.

Beroep gegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie