E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2013:19711
Rechtbank Den Haag, AWB 12/23255 en AWB 12/13686

Inhoudsindicatie:

De vader heeft het kind weliswaar erkend, maar hij heeft nooit familie- of gezinsleven met haar uitgeoefend en wil dit ook niet. Sinds de geboorte van het kind heeft eiseres alleen en daadwerkelijk voor haar gezorgd. Verder is gebleken dat het kind geheel ten laste van eiseres komt. Dit betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat, indien aan eiseres een verblijfsrecht wordt geweigerd, haar kind feitelijk gedwongen zouden zijn het grondgebied van de Unie in zijn geheel te verlaten. Aldus zou haar het effectieve genot van de belangrijkste aan die status ontleende rechten wordt ontzegd en zou de nuttige werking aan het burgerschap van de Unie dat aan het kind toekomt, worden ontnomen. Dit leidt ertoe dat eiseres een afgeleid recht heeft om haar kind te begeleiden en samen met haar op het Nederlandse grondgebied te verblijven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zou dan ook op grond van artikel 20 van het VWEU aan eiseres, uitzonderlijkerwijs, een verblijfsrecht moeten worden toegekend.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie