E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBBRE:2009:BK8893
LJN BK8893, Rechtbank Breda, 05/2586

Inhoudsindicatie:

KB-Lux

De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende, al dan niet tezamen met zijn echtgenote, op 31 januari 1994 rekeninghouder was van de onderhavige bankrekeningen bij de KB-lux. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat hij, al dan niet tezamen met zijn echtgenote, ook vóór 1994 en na 1994 beschikte over aanzienlijke bedragen aan (inkomsten uit) vermogen die niet in zijn aangiften zijn vermeld. Belanghebbende heeft dat vermoeden niet ontzenuwd. Er is sprake van kwade trouw, zodat navordering gerechtvaardigd is. De gehanteerde navorderingstermijn (12 jaar) is niet in strijd met het EG-verdrag.

In alle jaren is sprake van omkering van de bewijslast. Door uit te gaan van een rendement als ware sprake van beleggingen in deposito’s of staatsobligaties heeft de inspecteur de aanslagen in redelijkheid vastgesteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel wordt door de rechtbank verworpen.

De omstandigheid dat de verschuldigde belasting is vastgesteld met omkering van de bewijslast en de overschrijding van de redelijke termijn vormen aanleiding om de boeten te matigen.

De heffingsrente is terecht en tot het juiste bedrag vastgesteld.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie