E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBBRE:2006:AX0850
LJN AX0850, Rechtbank Breda, AWB 05/3152

Inhoudsindicatie:

Terbeschikkingstellingsregeling. Groot-aandeelhouder stelt zich in 1999 mede-aansprakelijk voor een bankschuld van de BV. In 2001 gaat de BV failliet en wordt zij geliquideerd. In 2002 betaalt belanghebbende aan de bank. De rechtbank oordeelt dat de dga reeds bij het aangaan van de lening een regresvordering verkrijgt op de BV onder de opschortende voorwaarde dat hij als mede-aansprakelijke betaalt, maar dat in 2001 nog geen sprake is van een (negatief) resultaat uit een werkzaamheid omdat, zolang de opschortende voorwaarde niet is vervuld, geen sprake is van een vermogensbestanddeel dat op enigerlei wijze feitelijk rendabel wordt gemaakt. Het verlies uit een werkzaamheid ontstaat in 2002, het jaar dat hij betaalt. De omstandigheid dat de BV in 2002 niet meer bestaat, staat niet aan het ontstaan van een terbeschikkingstelling in de weg nu de vereffening kan worden heropend. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat de omstandigheid dat de vereffening niet daadwerkelijk is heropend er niet aan afdoet dat er in het jaar 2002 sprake is van een terbeschikkingstellingsverlies. De regresvordering kan in 2002 op de openingsbalans worden gewaardeerd op de nominale waarde.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie