< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Werkstraf en gevangenisstraf voor bedreiging ex-partner en geweld tegen politie.

Uitspraak



RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830150-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 09 oktober 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op [datum] 1981,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 september 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. E.J.P. Cats, advocaat te Emmen.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 19 juni 2012 te Meppel ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te

beroven, met dat opzet

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hand die [slachtoffer] is gaan achtervolgen en/of (daarbij)

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Ik maak je dood, al is dat het laatste wat ik doe, ik laat eerst een wond achter en dan ga ik pas weg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (daarbij) tegen [betrokkene 1] heeft gezegd: "Nee, ik maak haar dood en dan ga ik weg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 19 juni 2012 te Meppel ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn echtgenoot [slachtoffer] opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hand die [slachtoffer] is gaan achtervolgen en/of (daarbij)

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Ik maak je dood, al is dat het laatste wat ik doe, ik laat eerst een wond achter en dan ga ik pas weg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (daarbij) tegen [betrokkene 1] heeft gezegd: "Nee, ik maak haar dood en dan ga ik weg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van strafrecht

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 19 juni 2012 te Meppel [slachtoffer] heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft

verdachte opzettelijk dreigend

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hand die [slachtoffer] achtervolgd en/of (daarbij)

- tegen die [slachtoffer] gezegd: "Ik maak je dood, al is dat het laatste wat ik doe, ik laat eerst een wond achter en dan ga ik pas weg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (daarbij) tegen [betrokkene 1] gezegd: "Nee, ik maak haar dood en dan ga ik weg", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 6 november 2006 tot en met 19 juni 2012 te Meppel, althans in

Nederland, (telkens) opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot [slachtoffer]

heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of aan de haren getrokken

en/of bekogeld met (een) (zwaar/zware en/of hard(e)) voorwerp(en), waardoor

deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van strafrecht

3.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 1 januari 2007 tot en met 18 juni 2012 te Meppel, althans in

Nederland (telkens) [slachtoffer] en/of haar zoontje [betrokkene 2] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer] en/of die

[betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] heeft gezegd

- dat hij hen/haar van vier hoog naar beneden zou gooien en/of

- dat hij die [slachtoffer] zou snijden en/of het kind uit haar buik zou snijden en/of

- "Ik maak jullie dood" en/of

- dat hij hen/haar met negenentwintig messteken om zou brengen en/of

- dat hij het kind van die [slachtoffer] uit haar zou snijden en/of

- dat hij hen/haar ([slachtoffer] en/of Betrokkene 2]) dood wilde maken en/of

- "Ik maak jullie dood, eerder ga ik niet weg", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 19 juni 2012 te Meppel toen een of meer aldaar

dienstdoende opsporingsambtena(a)r(en) verdachte op verdenking van het

overtreden van artikel 287 in verband met 45 en /of artikel 285 van het Wetboak

van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig

strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen,

althans vast had(den) teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een

hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van

verhoor, te weten een politiebureau, zich met geweld heeft verzet tegen

bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige

uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig in

worsteling te gaan met die ambtena(a)r(en) en/of door te duwen en/of te

trekken in een andere richting dan die waarin die ambtena(a)r(en) verdachte

wilde(n) brengen;

art 180 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. W. Huizing acht hetgeen onder 1 primair, 2, 3 en 4 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk,

met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden:

* reclasseringstoezicht;

* een behandeling bij Kairos;

* een contactverbod (behalve via zijn advocaat) met [slachtoffer];

* een locatieverbod voor de gemeente Meppel.

* gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] ten

bedrage van € 500,-- (smartengeld), met niet ontvankelijk verklaring voor het overige;

* oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 1 primair en subsidiair en 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -evenals de raadsman van verdachte- niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht met name ten aanzien feit 1 niet bewezen, dat er sprake was van poging tot doodslag (primair) dan wel tot zware mishandeling (subsidiair). De rechtbank acht bewezen dat verdachte een mes in zijn hand heeft gehad en dat hij bedreigingen tegen

[slachtoffer] heeft geuit, maar acht niet bewezen dat verdachte uitvoeringshandelingen heeft verricht die waren gericht op voltooiing van doodslag dan wel zware mishandeling van [slachtoffer]

De rechtbank acht ten aanzien feit 2 de in het dossier aanwezige verklaringen onvoldoende concreet en deze stemmen zowel inhoudelijk als geplaatst in de tijd onvoldoende overeen om tot bewezenverklaring van mishandeling(en) te kunnen komen.

Bewijsmotivering

Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit voor de bedreiging van aangeefster, nu verdachte het bedreigen van haar ontkent en zegt geen mes in handen te hebben gehad.

De rechtbank deelt deze mening niet. Op grond van de navolgende bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het 1 meer subsidiair tenlastegelegde feit - de bedreiging van [slachtoffer] - heeft begaan.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van dit feit acht geslagen op de navolgende bewijsmiddelen:

Aangeefster [slachtoffer]1 verklaart dat verdachte haar op 19 juni 2012 in de woning te Meppel bedreigde met de woorden: "Ik maak je dood, al is dat het laatste wat ik doe, ik laat eerst een wond achter en dan ga ik pas weg". Verdachte zei tegen huisvriend [betrokkene 1]: "Nee, ik maak haar dood en dan ga ik weg". Zij zag dat verdachte een mes in zijn rechterhand had.

Verbalisanten [namen] verklaren2 dat [betrokkene 3] (aangeefsters zus) heeft verklaard dat zij bij aangeefster was. Verdachte en [betrokkene 1] waren daar ook. Verdachte riep: die scheiding ga je kopen met messteken.

Getuige [betrokkene 1] verklaart3 dat verdachte een groot mes pakte. Aangeefster was in de woonkamer. Verdachte riep dat hij haar kapot zou maken.

Verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij die dag bij aangeefster in de woning was.

Ten aanzien van feit 3

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit voor de bedreigingen van aangeefster, nu verdachte het bedreigen van haar ontkent en de bedreigingen onvoldoende concreet zijn.

De rechtbank deelt ook deze mening niet. Op grond van de navolgende bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 3 tenlastegelegde feiten - de bedreigingen van [slachtoffer] - heeft begaan. De rechtbank acht niet bewezen dat ook tegen het zoontje van aangeefster en haar zuster bedreigingen zijn geuit, nu dit niet uit wettige bewijsmiddelen blijkt.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van dit feit acht geslagen op de navolgende bewijsmiddelen:

Aangeefster [slachtoffer] verklaart4 dat zij in 2007 met verdachte in Meppel is gaan wonen. Hij dreigde haar van vier hoog naar beneden te gooiden. Zij woonden vier hoog in de flat. Hij riep zaken als: Ik maak je dood. Tijdens de zwangerschap (2007/2008) bedreigde hij het kind uit haar buik te snijden. Verdachte had gedreigd haar om het leven te brengen. Hij riep: "ik maak jullie dood." In 2011 bedreigde hij haar om te brengen met negenentwintig messteken. Hij zei dat hij hen dood wilde maken. Op 17 juni 2012 begon hij te schelden (waar aangeefster zus bij was) en riep opnieuw: "Ik maak jullie dood, eerder ga ik niet weg".

Verbalisanten [namen] verklaren5 dat [betrokkene 3] (aangeefsters zus) heeft verklaard dat minder dan drie maanden geleden verdachte vertelde dat hij aangeefster dood wilde maken. Aangeefster vertelde dat verdachte het kind uit haar wilde halen. Verdachte bedreigt aangeefster de laatste maanden met de dood.

Verbalisanten [namen] verklaren6 dat [getuige] heeft verklaard dat zij bij de buren hoorde dat de buurman doodsbedreigingen uitte.

Verdachte verklaart7 dat hij zich kan voorstellen dat aangeefster bang is als hij bedreigingen uit. Verdachte denkt niet dat hij niet gedreigd heeft aangeefster van het balkon te gooien, misschien dat hij zo iets zegt als hij echt boos is, dat hij zoiets er uitspuugt.

Ten aanzien van feit 4

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit voor de wederspannigheid van verdachte bij zijn aanhouding, nu verdachte zich hier tegen niet met geweld heeft verzet.

De rechtbank deelt tenslotte ook dit standpunt niet. Op grond van de navolgende bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde feit - de wederspannigheid - heeft begaan.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van dit feit acht geslagen op de navolgende bewijsmiddelen:

Verbalisanten [namen] verklaren8 dat zij op 19 juni 2012 te Meppel verdachte hadden aangehouden en dat hij met hun mee moest. Verdachte zei dat hij niet mee ging. Verdachte zette zich schrap.

Uit een proces-verbaal van aanhouding9 blijkt dat verdachte op heterdaad is aangehouden als verdachte van artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Verbalisant [naam] verklaart10 dat zij zag dat collega's [namen] een man vasthielden. Zij zag dat de man niet meewerkte. Hij reageerde niet op het verzoek van collega [naam] om de armen te buigen. De man spande zijn spieren in zijn arm waardoor het boeien bemoeilijkt werd.

Verbalisant [naam] verklaart11 dat zij hoorde de man met luidde stem zeggen: "ik ga niet mee". Zij hoorde collega [naam] zeggen: "u bent aangehouden." Zij zag dat collega [naam] de man aan zijn linkerkant benaderde en de man bij zijn linkerarm en nek vastpakte. Zij zag dat verdachte probeerde zijn arm los te trekken uit de handen van collega [naam]. Zij pakte de arm van de verdachte vast had en zij voelde dat hij met kracht zijn arm weg trok. Verdachte wilde niet meewerken.

Verdachte verklaart12 dat de mannelijke collega hem bij zijn nek heeft gepakt. Verdachte heeft een beetje kracht gezet. Hij trok zich los.

Verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij zich eventjes heeft verzet.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 19 juni 2012 te Meppel [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- met een mes in de hand en daarbij

- tegen die [slachtoffer] gezegd: "Ik maak je dood, al is dat het laatste wat ik doe, ik laat eerst een wond achter en dan ga ik pas weg" en

- daarbij tegen [betrokkene 1] gezegd: "Nee, ik maak haar dood en dan ga ik weg";

3.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 18 juni 2012 te Meppel, telkens [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer] heeft gezegd

- dat hij haar van vier hoog naar beneden zou gooien en

- dat hij het kind uit haar buik zou snijden en

- "Ik maak jullie dood" en

- dat hij haar met negenentwintig messteken om zou brengen en

- "Ik maak jullie dood, eerder ga ik niet weg";

4.

hij op 19 juni 2012 te Meppel toen aldaar dienstdoende opsporingsambtenaren verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht, op heterdaad ontdekt, hadden aangehouden en vastgegrepen, teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een politiebureau, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig in worsteling te gaan met die ambtenaren en door te duwen en te

trekken in een andere richting dan die waarin die ambtenaren verdachte wilden brengen.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1 meer subsidiair, 3 en 4 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1 meer subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

onder 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

onder 4: wederspannigheid,

strafbaar gesteld bij artikel 180van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen rekening gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij gedurende enkele jaren aangeefster (zijn echtgenote) meermalen al dan niet met een mes in de hand in grove bewoordingen in haar eigen huis met enig misdrijf tegen het leven heeft bedreigd. Deze bedreigingen hebben nog steeds een zeer grote impact op aangeefster, zoals blijkt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring.

Nadat de gealarmeerde politieambtenaren ter plaatse kwamen na de bedreiging van aangeefster op 19 juni 2012 werd verdachte gewelddadig tegen hen. Hij heeft zich gewelddadig verzet bij zijn aanhouding door de politieambtenaren. De rechtbank acht deze handelwijze uiterst laakbaar. De politieambtenaren, werkzaam in het publiek domein, dienen gewoon hun werk te kunnen doen.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met eerder vermelde eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman van verdachte die zich uiterst subsidiair -bij een bewezenverklaring- kan vinden in een werkstraf. Tevens houdt de rechtbank rekening met het reclasseringsrapport en de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 29 augustus 2012, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf -gelijk aan de preventieve hechtenis- en een voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is. De rechtbank is van oordeel dat aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ter ondersteuning van verdachte en ter voorkoming van recidive, dient te worden verbonden. Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, passend en geboden.

Benadeelde partij [slachtoffer]

De rechtbank acht het gevorderde bedrag voor de immateriële schade (smartengeld) onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal derhalve dit deel van de vordering afwijzen.

De rechtbank acht het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de overige gevorderde schade (beschadiging goederen en declaratie raadsman in verband met kort geding) niet bewezen. De rechtbank zal dan ook de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in dit deel van haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14 a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en subsidiair en 2 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 meer subsidiair, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte 1 meer subsidiair, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan een gedeelte groot 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden

tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte

zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden voorwaarden niet heeft nageleefd.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte:

- zich binnen 14 dagen na het uitspreken van dit vonnis (telefonisch) meldt bij de Reclassering Nederland, Houtwal 16d te Zutphen (telefoon 0575-582744), en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van

de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel

14d van het Wetboek van Strafrecht.

- een taakstraf bestaande uit 120 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] voor wat betreft de immateriële schade (smartengeld) af

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] niet ontvankelijk is voor het overige deel van haar vordering (materiële schade) en dat zij dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, en mr. E.C.M. Wolfert en

mr. M. van der Veen, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 09 oktober 2012, zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 op pagina 43/44 van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL033W 2012042733 (het PV)

2 op pagina 45ev van het PV

3 op pagina 51 van het PV

4 op pagina 40ev van het PV

5 op pagina 45ev van het PV

6 op pagina 49ev van het PV

7 op pagina 37 van het PV

8 op pagina 54/55 van het PV

9 op pagina 20 van het PV

10 op pagina 56/57 van het PV

11 op pagina 58/59 van het PV

12 op pagina 31ev van het PV

??

??

??

??

Parketnummer: 19.830150-12

Uitspraak d.d.: 09 oktober 2012 10

vonnis


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature