< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Rechtbank veroordeelt man voor bankoverval te De Wijk in 2008 tot een gevangenisstraf van 6 jaren.

Uitspraak



RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.810026-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 04 september 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1972,

wonende te [woonplaats], thans verblijvende in P.I. Noord, De Grittenborgh te Hoogeveen.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft inhoudelijk plaatsgehad op 21 augustus 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. I.A. Groenendijk, advocaat

te 's-Gravenhage.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 08 oktober 2008 te De Wijk, gemeente De Wolden, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld , in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen een of meer medewerkers van die bank,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- met een nylonkous over het hoofd, althans vermomd die bank is/zijn binnengegaan/geklommen en/of

- (vervolgens) een vuurwapen tegen het hoofd van (een) medewerker(s) van die bank te plaatsen en/of een vuurwapen op die medewerker(s) heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- (daarbij) die medewerker(s) dreigend heeft/hebben toegevoegd: "niet de grote jongen uithangen, want ik schiet" en/of "geen geintjes, anders schiet ik", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- die medewerker(s) een fles met benzine, althans met een brandbare vloeistof heeft/hebben voorgehouden en/of daarbij heeft/hebben geroepen: "als je geen geld geeft, dan gooi ik de vloeistof over je heen en steek ik je in brand", althans woorden van gelijke dreigende aanr of strekking en/of

- die medewerker(s) te boeien en/of vast te binden/te tapen en/of

- die medewerkers te slaan en/of te trappen en/of op andere wijze fysiek gewelddadig tegen die medewerker(s) te zijn;

Art 310 Wetboek van Strafrecht

Art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat "verdachte en/of zijn mededader(s)" lezen alsof daar staat "verdachte en/of zijn medeverdachte(n)". De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B.D. van den Burg acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren;

* hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 1], groot

€ 275,00, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

* hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde],

groot € 30.919,00, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

De officier van justitie is van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte heeft deelgenomen aan de overval. Zij voert hiertoe als bewijs aan:

de bij de plaats delict gevonden zaklantaarn bevat DNA sporen die matchen met het DNA van verdachte; de herkenning van verdachte door zijn toenmalige partner in de beelden die de bewakingscamera maakte; de tapgesprekken die zijn opgenomen van deze partner met vrienden en/of familie die de verklaringen die zij bij de politie heeft afgelegd bevestigen; de herkenning door verdachtes toenmalige partner van de rugtas die bij de overval is gebruikt als de rugtas die zij heeft uitgeleend aan verdachte en niet weer terug heeft gekregen; op de vluchtroute vlak bij de plaats delict en nabij de uit de bank gestolen rolletjes muntgeld is een bivakmuts gevonden met DNA sporen van medeverdachte, terwijl verdachte en medeverdachte elkaar van jongsaf kennen, in de betreffende periode met elkaar omgingen en verdachte en medeverdachte eerder samen strafbare feiten hebben gepleegd;

Van de zijde van verdachte is ontkend dat hij heeft deelgenomen aan de overval. Er is onvoldoende bewijs aanwezig om tot bewijs van zijn betrokkenheid te komen, zakelijk samengevat is door en namens verdachte het volgende aangevoerd:

uit niets blijkt dat de zaklamp waarop verdachtes DNA is aangetroffen, is gebruikt bij de overval, de zaklamp is niet in de bank door getuigen gezien en is gevonden buiten de bank; dat verdachtes DNA is aangetroffen op deze zaklamp wil niet zeggen dat verdachte deze lamp daar gebracht heeft; de verklaringen van verdachtes toenmalige vriendin zijn niet geloofwaardig; zij en verdachte zijn inmiddels in een echtscheidingsprocedure met veel conflicten verwikkeld, zij heeft er belang bij om verdachte te beschuldigen; tevens is zij voor de fotoconfrontatie door de politie beïnvloed; de bewakingsbeelden zijn onvoldoende duidelijk om tot een herkenning te kunnen komen, ook de politie komt niet tot een herkenning.

De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd voldoende wettig en overtuigend bewijs opleveren voor de betrokkenheid van verdachte bij de overval.

Er is direct na de overval in het kader van het sporenonderzoek door de politie, op de vluchtroute, een zaklamp gevonden direct achter de bank waarop de overval werd gepleegd. Op deze zaklamp is, aan de binnenzijde, DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van verdachte. Verdachte heeft bij de politie stellig ontkend dat hij een dergelijke zaklamp ooit in bezit heeft gehad of ooit in handen heeft gehad. Gelet op het aantreffen van het DNA op de binnenzijde van de zaklamp acht de rechtbank deze verklaring ongeloofwaardig. Ter terechtzitting heeft verdachte zijn verklaring in zoverre bijgesteld dat hij niet weet of hij misschien ooit een dergelijke zaklamp in handen heeft gehad of heeft bezeten, hij heeft zoveel zaklampen in zijn leven gehad dat hij dit niet weet. Gelet op verdachtes eerdere stellige verklaringen bij de politie acht de rechtbank ook deze verklaring ongeloofwaardig.

De aanwezigheid van DNA op eerdergenoemde zaklamp is op zich onvoldoende om te kunnen komen tot een bewezenverklaring. Er zijn echter meer bewijsmiddelen die duiden op betrokkenheid van verdachte bij de bankoverval.

Bij de overval is een tas gebruikt die door de toenmalige partner van verdachte is herkend als soortgelijk aan de tas die zij verdachte ooit heeft uitgeleend en niet heeft teruggekregen. De tas vertoont volgens de verklaring van deze getuige een aantal specifieke kenmerken, onder andere: op de legergroene kleur bevinden zich een aantal felgekleurde emblemen, terwijl de tas door middel van een diagonale band wordt gedragen. De tas -zoals door getuige beschreven- is zichtbaar op de zich in het dossier bevindende foto's van de overval. De aanwezigheid van felgekleurde emblemen op de tas wordt tevens bevestigd in de verklaringen van twee aangevers.

Uit de van de overval gemaakte beelden blijkt, volgens eigen waarneming van de rechtbank, dat de overvaller die aanvankelijk buiten is en later binnenkomt hetzelfde postuur heeft als verdachte, dat hij een licht getinte huidskleur heeft en dat dat deel van het gezicht dat zichtbaar is gelijkenis vertoont met het gezicht van verdachte.

De rechtbank komt tot het oordeel dat deze omstandigheden in combinatie met het aantreffen van het DNA van verdachte bij de plaats delict en verdachtes ongeloofwaardige verklaringen hieromtrent niet alleen het wettig maar ook overtuigend bewijs opleveren dat verdachte de ten laste gelegde overval heeft begaan.

Met betrekking tot de herkenning van verdachte in de beelden van de bewakingscamera door zijn toenmalige partner merkt de rechtbank het volgende op. De rechtbank volgt niet de stelling van verdachte dat de verklaring van deze getuige leugenachtig is in verband met de lopende echtscheidingsprocedure. Op grond van de inhoud van haar verklaringen in combinatie met de opgenomen tapgesprekken is de rechtbank ervan overtuigd dat deze getuige daadwerkelijk meent verdachte op de getoonde beelden te herkennen. Desalniettemin neemt de rechtbank deze herkenning niet mee in de bewijsvoering. Aan de getuige zijn slechts een aantal stilstaande beelden, zoals deze zich in het dossier bevinden, getoond, terwijl deze beelden aan haar zijn getoond nádat haar was meegedeeld dat zij werd gehoord omdat verdachte, haar -toenmalige- partner, was aangehouden in verband met verdenking van een overval.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Verbalisanten [verbalisanten 1 en 2] verklaren1 dat zij op 8 oktober 2008 het verzoek kregen om te gaan naar [benadeelde] in De Wijk in verband met het feit dat daar een roofoverval had plaatsgevonden. Ter plaatse troffen zij vrouwen en een man in het gebouw aan, werkzaam bij [benadeelde]. Er werd een (liter) fles aangetroffen, gevuld met een naar een olieprodukt ruikende vloeistof en een paar handboeien. Er bleek een raam geforceerd te zijn.

Verbalisant [verbalisant 3] verklaart2 dat tijdens het onderzoek op PD achter de bank een gele zaklamp werd aangetroffen. Ten behoeve van het onderzoek is deze lamp voor sporenonderzoek opgestuurd naar het NFI.

Verbalisant [verbalisant 4] verklaart3 dat er werd besloten het navolgende spoor in sturen naar het Nederlands Forensisch Instituut: S.I.N: AAAU6452NL - Omschrijving: Zaklantaarn.

Een rapport van deskundige A.P.M. van Dijk van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 12 juli 20114 houdt in dat een DNA-onderzoek aan een referentiemonster van verdachte overeen komt met een bemonstering van de hierboven genoemde zaklantaarn (AAAU6452NL#02). Matchkans DNA-profiel kleiner dan één op één miljard.

Aangever [Slachtoffer 2] verklaart5 dat hij medewerker is van [benadeelde] te De Wijk. In de bank waren collega's [Slachtoffer 1] en [Slachtoffer 3]. Hij werd geconfronteerd met een gemaskerde man met een zwarte panty-nylonkous over zijn hoofd. Deze man richtte met een vuurwapen op hem. Hij hoorde dat de overvaller tegen hem zei zoiets als: "Niet de grote jongen uithangen want ik schiet". Onder bedreiging van het vuurwapen werd collega [Slachtoffer 4] (die binnenkwam) gedwongen zich bij hen te vervoegen. [slachtoffer 3] zat geboeid met handboeien aan beide polsen op een stoel. De overvaller pakte in de kluis een plastic tas. Hij stopte deze in een schoudertas. Deze schoudertas is groen/geel van kleur, voorzien van divers gekleurde emblemen. Aangever hoorde na de overval dat er in de plastic tas een geldbedrag van ongeveer 30.000,- euro toebehorende aan [benadeelde] zat. Hij zag dat de man de bank verliet en over een schutting klom en op het schoolplein van de cbs De Horst terecht kwam.

Aangeefster [Slachtoffer 1] verklaart6 dat zij met collega [Slachtoffer 3] de bank binnenging. Zij ziet een kerel met een zwarte kous over zijn kop. Hij richt het vuurwapen op haar hoofd. Met zijn andere hand hield hij een legergroene rugtas vast. Hij sprak hun aan: "geen geintjes, anders schiet ik je dood!" Hij bedreigde hen met het vuurwapen. Zij moesten op de grond liggen, geboeid. De overvaller sprak met een walky talky met een mededader. De overvaller pakte toen een fles en liet hen ruiken. Aangeefster rook benzine. Hij wilde dit over hun heen gooien als hij geen geld kreeg. Kreeg hij geen geld dan zou hij hen brandend achterlaten. Hij boeide [Slachtoffer 3]. Collega's [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 4] kwamen binnen. De overvaller bedreigde hen met zijn vuurwapen. In de kluis pakte hij een zak met geld.

Aangeefster J. [Slachtoffer 3] verklaart7 dat zij met collega [Slachtoffer 1] de bank binnenging. Zij zag dat een man met soort panty over zijn hoofd. Hij richtte een vuurwapen op [Slachtoffer 1]. Hij hield constant het vuurwapen op haar gericht. Opeens zag aangeefster dat hij een fles in zijn handen had. Zij rook dat de vloeistof sterk naar benzine rook. De man dreigde dat hij een van hen in de brand zou steken. Zij moest van de man op de stoel gaan zitten. De man zette naast haar de fles op een bureau neer. Zij rook een heel sterke brandstofgeur. Zij werd met de handen op de rug vastgeboeid aan de stoel. Er is vermoedelijk nog een tweede overvaller geweest. Aangeefster moest gaan liggen. Ze zei tegen de man, dat dit niet kon, omdat zij vast aan de stoel zat geboeid. Hij gaf een trap en duwde haar voorover op de grond. Zij viel hierop voorover met de stoel aan haar vast geboeid. De man had een stoffen tas bij zich in de kleur groen/beige.

Aangeefster [Slachtoffer 4] verklaart8 dat toen zij bij de bank aankwam collega's [Slachtoffer 1] en [Slachtoffer 2] zag met een manspersoon, die een nylon-panty droeg en een vuurwapen in zijn hand droeg. Hij droeg bij zich een tas over zijn schouder schuin voor het lichaam langs naar zijn heup. Op deze tas waren emblemen bevestigd in allerlei kleuren. Aangeefster zag dat collega [slachtoffer 3] met haar handen vast op haar rug op een stoel zat. Ze moesten mee naar de kluis. Zij werden bedreigd. Hij richtte het pistool op hen. Zij moesten op de grond gaan liggen.

Getuige [getuige] verklaart 9 dat zij van getoonde foto's haar tas herkent. Deze tas had verdachte nodig. Zij heeft de tas niet weer gezien. De tas was een beetje legergroen, werd schuin gedragen, en er zaten allemaal gekleurde emblemen op.

De beelden van de overval.10

Uit de eigen waarneming van de rechtbank, die haar bij het onderzoek ter terechtzitting is haar het volgende gebleken: uit de van de overval gemaakte beelden blijkt, dat de overvaller die aanvankelijk buiten is en later binnenkomt hetzelfde postuur heeft als verdachte, dat hij een licht getinte huidskleur heeft en dat dat deel van het gezicht dat zichtbaar is gelijkenis vertoont met het gezicht van verdachte.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 08 oktober 2008 te De Wijk, gemeente De Wolden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [benadeelde], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen medewerkers van die bank, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn medeverdachte

- met een nylonkous over het hoofd, is binnengeklommen en

- een vuurwapen tegen het hoofd van medewerkers van die bank te plaatsen en een vuurwapen op die medewerkers hebben gericht en gericht gehouden en

- daarbij die medewerkers dreigend hebben toegevoegd: "niet de grote jongen uithangen, want ik schiet" en "geen geintjes, anders schiet ik", en

- een medewerker een fles met benzine hebben voorgehouden en daarbij hebben geroepen: "als je geen geld geeft, dan gooi ik de vloeistof over je heen en steek ik je in brand", en

- die medewerker te boeien en

- fysiek gewelddadig tegen die medewerker te zijn.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen geachte levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht .

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard

en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan

en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon

van de verdachte.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de eis van de officier van

Justitie en het pleidooi van de raadsvrouw. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 23 juli 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van vermogensmisdrijven is veroordeeld en de mededeling van verdachte dat hij eerder als medepleger van een bankoverval is veroordeeld.

Verdachte heeft tezamen met een ander op 08 oktober 2008 een bankoverval gepleegd op [benadeelde] te De Wijk. Bij deze overval werd met geweld tegen personen en bedreiging daarmee een geldbedrag buitgemaakt.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij vanuit zijn woonplaats in Noord-Holland, tezamen met een ander, elders in het land -in Drenthe-, een kennelijk goed voorbereide professionele overval heeft gepleegd. Bij deze gewelddadige overval werd een aanzienlijk geldbedrag weggenomen. Verdachte heeft door zijn proceshouding geen opening van zaken willen geven. Door verdachte en zijn mededader is grof geweld gebruikt door een bankmedewerker aan een stoel te boeien met handboeien en fysiek geweld tegen haar te plegen. Daarnaast zijn bankmedewerkers met doodschieten bedreigd en is een medewerkster -die doodsangsten uitstond blijkens haar verklaring- een fles benzine getoond met de mededeling dat de vloeistof over haar heen zou worden gegooid en dat zij in brand zou worden gestoken.

De rechtbank is op grond van de ernst van de feiten, in samenhang met de hiervoor

weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, en gelet op de oriëntatiepunten voor de straftoemeting, van oordeel dat in dit geval een langdurige gevangenisstraf -voor de duur zoals door de officier van justitie is gevorderd- geboden is en recht doet aan het feit.

Benadeelde partij [Slachtoffer 1]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Benadeelde partij [benadeelde]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. Het gevorderde bedrag acht zij voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 24c, 27, 36f en 63 van het Wetboek van Strafrecht .

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [Slachtoffer 1] van de som van € 275,00, en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van de som van € 30.919,00 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [Slachtoffer 1], een bedrag van € 275,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd en

De rechtbank legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], een bedrag van € 30.919,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 189 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft, en dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. B.I. Klaassens en mr. J.G. de Bock, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 04 september 2012.

1 op pagina 49/50 (ordner 1) van het proces-verbaal van politie Drenthe, nr. 03W2811 "Sitrof" (PV1)

2 op pagina 215(ordner 1) van PV1

3 op pagina 254ev (ordner 2) van PV1

4 op pagina 21ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, nr. 03SITROF, 2e Vervolgonderzoek (PV2)

5 op pagina 237ev (ordner 2) van PV1

6 op pagina 508ev (ordner 2) van PV1

7 op pagina 532ev (ordner 2) van PV1

8 op pagina 551ev (ordner 2) van PV1

9 op pagina 224ev van PV2

10 op pagina 228/229 en 236-245 van PV2

??

??

??

??

Parketnummer: 19.810026-12

Uitspraak d.d.: 04 september 2012 4

vonnis


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature