< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Ter beschikkingstelling en verpleging van overheidswege wegens geweld binnen een kliniek.

Uitspraak



RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.830277-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 januari 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren [datum] 1987,

wonende [adres], verblijvende in P.I. Noord

- De Grittenborgh- te Hoogeveen.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 25 november 2011 en 27 januari 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 26 september 2011, te Boschoord, althans in de gemeente

Westerveld, opzettelijk mishandelend [Slachtoffer 1], groepsleider, werkzaam bij Hoeve Boschoord), (hard) tegen de ribbenkast/borstkas heeft getrapt/geschopt, waardoor die [slachtoffer 1] letsel (gekneusde rib) heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 23 september 2011, te Boschoord, althans in de gemeente

Westerveld, [slachtoffer 2], medewerkster van Hoeve Boschoord heeft bedreigd met

verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft

verdachte opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 2], die toen aldaar met hem, verdachte, in gesprek was, gezegd: "als je niet weg gaat dan trek ik je mijn kamer in en dan neuk ik je", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

19. 605530.11:

hij op of omstreeks 10 maart 2011, te Boschoord, althans in de gemeente

Westerveld, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3], medewerkster van Hoeve

Boschoord, (hard) heeft vastgegrepen en/of (hard) heeft (aan)geduwd, ten

gevolge waarvan die[slachtoffer 3] tegen een wand is gevallen, waardoor die[slachtoffer 3] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen onder 1, 2 en 3 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 5 maanden gevangenisstraf, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

* ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege;

* afwijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

19/06.800523-08.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen onder 1 en 3 zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

Opgave bewijsmiddelen:

- de verklaring van aangever [Slachtoffer 1]1;

- een medische verklaring betreffende [Slachtoffer 1;

- de verklaring van getuige [getuige 1]2;

- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 3]3;

- de verklaring van getuige [getuige 2]4;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte voor het onder 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, nu aangeefster [slachtoffer 2] zich niet echt bedreigd heeft gevoeld.

De rechtbank kan zich met deze zienswijze van de raadsvrouw niet verenigen en acht feit 2, de bedreiging van aangeefster [slachtoffer 2] met verkrachting of feitelijke aanranding van de eerbaarheid, op grond van de onderstaande bewijsmiddelen bewezen. Aangeefster geeft aan dat zij zich bedreigd voelde en de rechtbank is van oordeel dat de bedreiging van dien aard is en dat die onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij aangeefster de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee is gedreigd ook daadwerkelijk gepleegd zou worden.

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard5 dat zij op 23 september als assistent groepsleidster werkzaam was bij Hoeve Boschoord te Boschoord. Verdachte maakte een seksuele opmerking richting aangeefster. Verdachte liep naar zijn kamer en aangeefster ging achter hem aan om hem daarop aan te spreken. Verdachte wordt op een gegeven moment boos en staat dan pal voor aangeefster en zegt een aantal malen tegen haar "als je niet weggaat dan trek ik je mijn kamer in en dan neuk ik je". Aangeefster voelde zich erg bedreigd in die situatie en was ervan overtuigd dat verdachte dat toen op dat moment ook tenuitvoer kon leggen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de onderhavige woorden tegen aangeefster heeft gezegd.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 26 september 2011, te Boschoord, opzettelijk mishandelend [Slachtoffer 1], groepsleider, werkzaam bij Hoeve Boschoord, hard tegen de ribbenkast heeft getrapt/geschopt, waardoor die [slachtoffer 1] letsel (gekneusde rib) heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of 23 september 2011, te Boschoord, [slachtoffer 2], medewerkster van Hoeve Boschoord heeft bedreigd met verkrachting of feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 2], die toen aldaar met hem, verdachte, in gesprek was, gezegd: "als je niet weg gaat dan trek ik je mijn

kamer in en dan neuk ik je;

3.

hij op 10 maart 2011, te Boschoord, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3], medewerkster van Hoeve Boschoord, heeft vastgegrepen en hard heeft geduwd, ten

gevolge waarvan die [slachtoffer 3] tegen een wand is gevallen, waardoor die[slachtoffer 3]

letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, 2 en 3 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: bedreiging met verkrachting of feitelijke aanranding van de eerbaarheid,

strafbaar gesteld bij artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 23 januari 2012, opgemaakt door drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

"Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde leed verdachte aan de ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Betrokken is lijdende aan een ziekelijke stoornis in de zin van dyspraxie en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van zwakbegaafdheid en een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Hij kan als sterk verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd."

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 29 december 2011, opgemaakt door drs. M.G.J. Nijhuis-Quanjel, GZ-psycholoog.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:

"Ten tijde van de ten laste gelegde feiten was verdachte lijdende aan de ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een coördinatieontwikkelingsstoornis en aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid. Geadviseerd wordt verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren."

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in sterk verminderde mate.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij in Hoeve Boschoord, alwaar hij klinisch verbleef, medewerkers heeft mishandeld en bedreigd. Dergelijk geweld kan ook in een klinische setting niet worden getolereerd. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening

met de omstandigheid dat de feiten verdachte in sterk verminderde mate kunnen worden aangerekend.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met eerder vermelde eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw van verdachte die heeft gepleit voor een korte gevangenisstraf en bij veroordeling ter zake van feit 2 tevens tot een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, nu een passende behandeling van verdachte in een ander juridisch kader niet mogelijk blijkt te zijn.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van de reclasseringsrapportages en het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 02 januari 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder terzake van bedreigingen is veroordeeld.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur geboden is.

Het is de rechtbank niet gebleken dat het mogelijk is dat verdachte in het kader van een voorwaarde die is gekoppeld aan een voorwaardelijke straf of maatregel wordt opgenomen in een kliniek om behandeling - zoals in de rapportages wordt geadviseerd - te ondergaan. De reclassering heeft daartoe, zonder resultaat, onderzoek gedaan bij meerdere psychiatrische klinieken. De klinieken bleken niet geschikt voor verdachte en zijn problematiek of de mogelijkheid tot opname stuitte af om financiële reden. De rechtbank acht deze financiële afwegingen onwenselijk nu deze een passende en geboden behandeling van verdachte in de weg staan.

De rechtbank zal derhalve om de noodzakelijk geachte behandeling te kunnen verwezenlijken overgaan tot oplegging van de hierna gemotiveerde maatregel van terbeschikkingstelling

Motivering maatregel van terbeschikkingstelling.

Door de gedragsdeskundigen, drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater en drs. M.G.J. Nijhuis-Quanjel, GZ-Psycholoog, die de verdachte beiden hebben onderzocht, is elk afzonderlijk een met reden omkleed, gedagtekend en ondertekend advies uitgebracht.

De conclusies in het advies van drs. Gerritsen, forensisch psychiater, d.d. 23 januari 2012 luiden:

"Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde leed verdachte aan de ziekelijke stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis in de zin van dyspraxie en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van zwakbegaafdheid en een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Er kan worden gezegd dat het recidiverisico op een agressief delict zeer hoog is zonder een extern kader en verhoogd is binnen een gestructureerde setting. Verdachte heeft dringend behandeling nodig gericht op zowel zijn persoonlijkheidsstoornis (in het bijzonder de sterk gestoorde agressie- en impulsregulatie en een grote gevoeligheid voor het zich niet gezien/ niet begrepen/ gekrenkt/ benadeeld/ onheus bejegend voelen en slecht onrecht kunnen verdragen), terwijl er sterk rekening moet worden gehouden met beperkingen als zijn zwakbegaafdheid en dyspraxie en het zich niet zelfstandig kunnen handhaven binnen de maatschappij. De klinische behandeling moet plaatsvinden in een instelling met een zeer hoge zorgintensiteit en een zeer hoog beveiligingsniveau met tevens een hoge mate van externe structurering. Gezien vooral de ernst van het tenlastegelegde, de sterke relatie tussen de psychopathologie en het tenlastegelegde en het sterk verhoogde recidiverisico wordt geadviseerd om verdachte een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheldswege op te leggen. Voor een TBS met voorwaarden is de motivatie van onderzochte te sterk wisselend."

De conclusies in het advies van drs. Nijhuis-Quanjel, GZ-psycholoog, d.d. 29 december 2011, luiden:

"Ten tijde van de ten laste gelegde feiten was verdachte lijdende aan de ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een coördinatieontwikkelingsstoornis en aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid. Verdachte behoeft, ter voorkoming van recidive, een intensieve behandeling binnen een sterk beveiligd kader. De voorkeur gaat uit naar een TBS met dwangverpleging omdat het risico van recidive in de fysiek agressieve sfeer zeer hoog is; een hoog beveiligingsniveau is geïndiceerd. Voor verdachte maar ook voor de kliniek biedt een TBS met voorwaarden te weinig garanties als het gaat om een adequate en voldoende beveiligde behandeling."

De rechtbank verenigt zich met de bovenstaande conclusies en maakt die tot de hare.

Op grond van die conclusies en de adviezen en rapporten die over de persoonlijkheid van de verdachte zijn uitgebracht, is de rechtbank van oordeel dat bij de verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde feit onder 2 een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond.

Het door de verdachte begane feit onder 2 is een misdrijf, dat is genoemd in artikel 37a, lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Op grond van het bovenstaande en mede gelet op de ernst van het begane feit onder 2 en de veelvuldigheid van voorafgaande veroordelingen wegens misdrijf, is de rechtbank van oordeel dat de algemene veiligheid voor personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling en de verpleging van overheidswege eist.

De rechtbank zal daarom gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en zal bevelen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling niet zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel zal daarom een periode van vier jaar niet te boven gaan.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/06.800523-08

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie afwijzen, nu een tenuitvoerlegging

van de eerder door de politierechter te Zutphen d.d. 06 november 2008 opgelegde voorwaardelijke werkstraf niet opportuun is gelet op de op te leggen ter beschikkingstelling met dwangverpleging.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14j, 27, 37a, 37b, 38e, 57 van het Wetboek van Strafrecht .

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank beveelt dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank stelt vast dat de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling een periode van vier jaar niet te boven mag gaan.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/06.800523-08

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter en mr. O.J. Bosker en mr. C. Brouwer, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 27 januari 2012, zijnde mr. Brouwer buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 op pagina 40ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL033W 201171677 (PV1)

2 op pagina 43ev van PV1

3 op pagina 3ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL033W 2011019275 (PV2)

4 op pagina 7ev van PV2

5 op pagina 23ev van PV1


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature