< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

De vordering betreft kosten wegens een telefonische opdracht tot plaatsing van bedrijfsgegevens op een internetsite.

In de procedure is als bewijs van de opdracht een CD overgelegd waarop een opgenomen telefoongesprek staat.

Gedaagde stelt dat hem vóór de opname van dat telefoongesprek, is voorgehouden dat hij reeds een afspraak zou hebben gemaakt.

De kantonrechter leidt uit de transscriptie die is overgelegd af dat er inderdaad meer is besproken dan in die transcriptie is vermeld, alsmede dat gesproken is over een eerdere opdracht. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat niet op grond van (die transcriptie van) het opgenomen gedeelte van het gevoerde telefoongesprek kan worden geconcludeerd dat sprake is van de gestelde, telefonisch gegeven opdracht. Daarbij betrekt de kantonrechter dat, gelet op de huidige audio-technieken, een bewijsmiddel in de vorm van een CD-opname, met de nodige behoedzaamheid dient te worden gewaardeerd.

In geval sprake is van een ongevraagde en onaangekondigde telefonische acquisitie, dient aan de totstandkoming van een overeenkomst hoge eisen te worden gesteld. Niet valt in te zien waarom, als daadwerkelijk aansluitend aan een telefonische opdracht een schriftelijke bevestiging wordt toegestuurd, niet wordt verzocht om (een afschrift van) die bevestiging ondertekend retour te zenden.

Uitspraak



RECHTBANK ASSEN

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 263589 \ CV EXPL 09-4739

vonnis van de kantonrechter van 17 november 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap VDB Hosting Nederland BV,

hierna te noemen: VDB,

gevestigd te Heerhugowaard,

eisende partij,

gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoren West-Brabant,

tegen

[Gedaagde]

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 10 augustus 2009 ;

de conclusie van antwoord met producties;

de nadere toelichtingen van partijen.

De vordering en het verweer

1. VDB vordert betaling van een bedrag groot € 460,38, vermeerderd met rente en kosten. Dat bedrag bestaat uit een hoofdsom groot € 354,62, vervallen handelsrente tot 10 augustus 2009 ad € 17,26, legeskosten ad € 13,50 en incassokosten ad € 75,00.

2. VDB stelt dat [gedaagde] op 18 december 2008 telefonisch aan haar opdracht heeft gegeven zijn bedrijfsgegevens te plaatsen op de door haar -VDB- geëxploiteerde internetsite: www.bedrijfsregister.nl. Dit voor de periode van 1 jaar, een en ander als omschreven op de daarvan door haar aan [gedaagde] verzonden factuur d.d. 7 januari 2009. Van die opdracht is, zo stelt zij, met toestemming van [gedaagde] een geluidsopname gemaakt. [gedaagde] heeft "niet doen blijken van klachten of reclames", aldus VDB.

3. [gedaagde] heeft verweer gevoerd.

De beoordeling

4. Kern van het geschil is of [gedaagde], zoals door VDB is gesteld en door [gedaagde] is betwist, op 18 december 2008 met VDB een overeenkomst heeft gesloten betreffende de plaatsing van zijn bedrijfsgegevens op de door VDB geëxploiteerde internetsite: www.bedrijfsregister.nl.

5. VDB heeft ter onderbouwing van haar stelling aangegeven dat van de telefonisch door [gedaagde] aan haar gegeven opdracht een geluidsopname is gemaakt. Zij heeft een CD overgelegd waarop die opname zou staan, alsmede een transcriptie daarvan. Voorts heeft zij aangegeven dat zij vervolgens een bevestiging aan [gedaagde] heeft verzonden.

6. Door [gedaagde] is in reactie daarop onder meer het volgende gesteld:

"Voor de geluidsopname heb ik aangegeven, mij niets te kunnen herinneren van een eventuele afspraak. Ik heb toegezegd mee te werken aan de geluidsopname mits het contract zou worden opgestuurd. Er van uitgaande dat men ter goede trouw was, is mij toegezegd dat een kopie van het contract nog dezelfde dag gefaxt zou worden. Dit is niet gebeurd en er is dus van mijn kant nooit een schriftelijke bevestiging gegeven."

7. De kantonrechter begrijpt uit die reactie dat door VDB kennelijk voorafgaande aan het opgenomen gedeelte van het telefoongesprek, reeds met [gedaagde] over het afsluiten van een contract is gesproken en wel in die zin dat hem is voorgehouden dat hij reeds een afspraak zou hebben gemaakt, alsmede dat een kopie van dat contract nog diezelfde dag naar hem gefaxt zou worden. De kantonrechter leidt voorts uit de transscriptie die is overgelegd af dat er inderdaad meer is besproken dan in die transcriptie is vermeld, alsmede dat gesproken is over een eerdere opdracht. Immers, daarin is onder meer het volgende vermeld:

"Goedemiddag, u spreekt met [X] van bedrijfsregister, www.bedrijfsregister.nl.

Ik wil nog even een geluidsopname maken van uw opdracht tot vermelding van uw bedrijfsgegevens op onze website…"

8. Reeds gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat niet op grond van (die transcriptie van) het opgenomen gedeelte van het gevoerde telefoongesprek kan worden geconcludeerd dat sprake is van de door VDB gestelde, door [gedaagde] op 18 december 2008 telefonisch gegeven opdracht, althans en in ieder geval dat volledige wilsovereenstemming ter zake de gestelde tot stand gekomen overeenkomst bestond. Daarbij betrekt de kantonrechter tevens dat, gelet op de huidige audio-technieken, een bewijsmiddel in de vorm van een CD-opname, met de nodige behoedzaamheid dient te worden gewaardeerd. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat in geval sprake is van een ongevraagde en onaangekondigde telefonische acquisitie, aan de totstandkoming van een overeenkomst hoge eisen dienen te worden gesteld. Zo valt bijvoorbeeld niet in te zien waarom VDB als zij daadwerkelijk aansluitend aan een telefonische opdracht een schriftelijke bevestiging toestuurt, niet verzoekt om (een afschrift van) die bevestiging ondertekend aan haar retour te zenden. Dit klemt te meer nu meerdere bedrijven klanten trachten te verkrijgen door middel van ongevraagde en onaangekondigde telefonische acquisitie, feit is dat daaronder ook malafide bedrijven zitten, alsmede dat het telefonisch maken van afspraken het risico van misverstanden over zich afroept. Dat laatste komt op zich voor risico van VDB. Daarbij wijst de kantonrechter er op dat uit het verweer van [gedaagde] blijkt dat hij op 18 december 2008 niet alleen door VDB is gebeld, maar tevens door een ander bedrijf ([Y] te Veendam) over het hebben gegeven van een opdracht voor het plaatsen van zijn bedrijfsgegevens op een zekere site.

9. Nu [gedaagde] de gestelde afspraak betwist, rust op VDB de last haar stelling te bewijzen. De juistheid daarvan volgt niet uit de daartoe door haar tot op heden overgelegde stukken. VDB heeft echter bij repliek andermaal aangegeven bewijs van haar stelling te willen leveren. Gelet daarop zal de kantonrechter VDB tot bewijs toelaten.

10. Overigens en geheel ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat de bij repliek overgelegde CD waarop de geluidsopname zou staan niet uit te luisteren valt; noch op een "normale" cd-speler, noch op een (geavanceerde) computer.

11. Over de gevorderde incassokosten overweegt de kantonrechter voorshands reeds dat uit niets blijkt dat de gemachtigde van VDB besprekingen met [gedaagde] zou hebben gevoerd, noch dat een (betalings)regeling met [gedaagde] zou zijn afgesproken, die door hem niet zou zijn nagekomen.

De beslissing

De kantonrechter:

laat VDB toe tot het bewijs van feiten of omstandigheden, waaruit kan worden afgeleid, dat

op 18 december 2008 met [gedaagde] een overeenkomst is gesloten tot plaatsing van zijn bedrijfsgegevens op de door VDB geëxploiteerde internetsite: www.bedrijfsregister.nl.

bepaalt dat VDB zich op de rolzitting van 15 december 2009 schriftelijk kan uitlaten over de vraag hoe zij het bewijs wil leveren;

bepaalt dat, als VDB bewijs wil leveren met schriftelijke stukken, zij deze stukken op de hiervoor genoemde rolzitting over moet leggen;

bepaalt dat VDB, als zij bewijs door getuigen wil leveren, de naam en woonplaats van de te horen getuigen moet opgeven met de verhinderdata voor een periode van 12 weken van haarzelf, haar gemachtigde en de getuigen en zo mogelijk van de tegenpartij, waarna een dag voor het getuigenverhoor zal worden vastgesteld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.M.A.M. Kager en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2009.

typ/conc: 131ak

coll:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature