E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBARN:2010:BN8488
LJN BN8488, Rechtbank Arnhem, 05/700012-10

Inhoudsindicatie:

In de nacht van 31 december 2009 op 1 januari 2010 is het in de wijk Terweijde in Culemborg tot een aaneenschakeling van gewelddadig treffen gekomen tussen Molukse en Marrokkaanse personen. De climax werd bereikt toen een auto met daarin verdachte en 4 andere marrokkaanse personen de tuin inreed van een van de woningen in de Diepenbrockstraat in Culemborg. De auto van verdachte werd bekogeld met stenen, waarop hij in paniek raakte en terug wilde naar waar hij vandaan kwam. Hij wilde de auto daartoe keren, maar had niet de volledige beheersing over het voertuig. In de poging het voertuig te keren en weg te komen is hij met de auto de stoep opgereden en daarbij kon het eerste slachtoffer ternauwernoord opzij springen. Dit slachtoffer kwam ten val en raakte gewond. Vervolgens is verdachte met zijn auto eerste tegen het hek van de voortuin en vervolgens in de voortuin zelf van een woning in de Diepenbrockstraat gereden. Twee personen die in die tuin stonden moesten ook opzij springen en raakten eveneens gewond.

Niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte met dit handelen vol opzet had, nu dit rijgedrag evenzeer te verenigen is met de lezing van verdachte dat hij in paniek handelde en de macht over het stuur verloor. Wel heeft verdachte door op deze manier met een beschadigde auto te rijden in een kleine straat waar op dat moment diverse personen stonden, de aanmerkelijke kans op de koop toe genomen dat hij voetgangers dodelijk zou raken. Dat geldt te meer, ingeval personen voor een gevel staan waartegen zij geplet kunnen worden en gelet op hekken of andersoortig straatmeubilair beperkte vluchtmogelijkheden hebben. Bewezen is dan ook poging doodslag, meermalen gepleegd. De voorbedachte rade kan niet worden bewezen, nu niet kan worden vastgesteld dat – toen verdachte op de slachtoffers inreed - er enig moment van kalm beraad bij hem is geweest.

De omstandigheid dat een rijdende auto met stenen wordt bekogeld, levert op zichzelf een noodweersituatie op. Verdachte kan echter geen geslaagd beroep doen op noodweer, omdat hij zichzelf willens en wetens in die situatie heeft gebracht. Verdachte is met de intentie om verhaal gaan halen bewust naar de Molukse straat gereden terwijl hij wist dat de Molukkers eerder die avond al gewelddadig waren geweest tegen Marokkanen. Met zijn provocerend gedrag had verdachte kunnen voorzien dat de Molukkers agressief zouden worden. Bovendien reed hij in een zwaarbeladen auto waarvan het zicht door de beschadigde voorruit beperkt was. Hierdoor was eveneens te voorzien dat de auto verdachte niet veilig weg zou kunnen komen in geval van nood. Verdachte is dus strafbaar. Rekening houdend met de omstandigheden dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft, en de inzittenden van de auto na het incident fors zijn mishandeld door de Molukkers, veroordeelt de rechtbank verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het voorwaardelijk strafdeel acht de rechtbank noodzakelijk om te voorkomen dat verdachte in de toekomst wederom in de fout zal gaan.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie