E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBAMS:2022:8775
Rechtbank Amsterdam, AMS 20/3920, 20/3391, 20/2957 en 20/2954

Inhoudsindicatie:

De gemeente heeft de aanvraag van eisers voor een vergunning voor alternatief personenvervoer na 1 april 2020 (voor het aanbieden van fietstaxi’s) kunnen afwijzen op grond van 2.51, derde lid, van de APV. De APV is een algemeen verbindend voorschrift en exceptieve toetsing is daarom mogelijk . Het gaat om een politiek-bestuurlijke afweging die de rechter terughoudend toetst. De gemeente heeft beslissingsruimte bij het bepalen hoe de openbare ruimte gebruikt wordt en mag daarbij keuzes maken over het gebruik daarvan door fiets- en autotaxi’s. De keuze is gemaakt dat fietstaxidiensten hun diensten niet meer op of aan de openbare weg mogen aanbieden. Wat eisers hiertegen hebben aangevoerd, maakt niet dat de gemeente deze keuze niet heeft mogen maken. Verder heeft de gemeente uitgebreid onderbouwd dat de fietstaxi’s voor overlast zorgen en dat het vergunningsverbod bijdraagt aan het verminderen van de druk op de openbare ruimte. Ook is geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. Eisers krijgen dan ook geen gelijk. Wel krijgen zij een schadevergoeding, omdat de procedures vijf maanden te lang hebben geduurd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie