< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Beslissingen van de rechtbank op verzoeken in 26Marengo, gedaan op de

regiezitting van 14 en 21 september 2021

Uitspraak



Beslissingen van de rechtbank op verzoeken in 26Marengo, gedaan op de

regiezitting van 14 en 21 september 2021

1. Ter terechtzitting van 14 en 21 september 2021 zijn door het Openbaar Ministerie en de verdediging een vordering respectievelijk verzoeken gedaan. Hieronder volgt de beslissing op enkele daarvan. De beslissing op de resterende verzoeken zal de rechtbank nemen na de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie op die verzoeken en de re- en dupliek die zal plaatsvinden ter terechtzitting van 13 oktober 2021.

In de zaken van alle verdachten

Vordering om de iPhone-berichten niet langer te verstrekken op MacBooks

2. Bij beslissing van 13 juli 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:3586) heeft de rechtbank beslist dat de berichten uit de iPhone van de kroongetuige tijdelijk ter inzage aan de verdediging dienen te worden verstrekt door middel van plaatsing op het MacBook waarop ook de ‘eigen’ PGP-lijnen staan. Daarbij is bepaald dat deze tijdelijke verstrekking (verder) plaatsvindt onder door het Openbaar Ministerie nader te stellen voorwaarden. Ter terechtzitting van 14 september 2021 heeft het Openbaar Ministerie uiteengezet dat een van die voorwaarden is dat het MacBook en/of de informatie daarop op geen enkele wijze openbaar gemaakt of gedeeld, verstrekt of aan derden verspreid mag worden.

3. Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd om de inzage in de berichten uit de iPhone van de kroongetuige weer onder de eerdere omstandigheden te laten plaatsvinden, te weten dat alleen inzage wordt verstrekt op het politiebureau. Daartoe heeft het gesteld, kort samengevat, dat is gebleken dat de aanwijzingen van de rechtbank in de beslissing van 13 juli 2021 niet zijn opgevolgd, dat de voorwaarden voor inzage zijn geschonden en dat daarmee ook onnodig veiligheidsrisico’s zijn gecreëerd. Het Openbaar Ministerie heeft in dit verband gewezen op een podcastaflevering van 3 september 2021 waarin door een van de makers wordt gezegd dat zijzelf in de 36.000 berichten tussen de kroongetuige en diens vriendin, broer en zus heeft zitten neuzen. In die uitzending wordt verteld over de inhoud van die berichten en daaruit blijkt dat het gaat om nog niet in het dossier gevoegde berichten. Daarnaast is gewezen op een bericht dat het Algemeen Dagblad (hierna: het AD) op 13 september 2021 op haar website plaatste. Dit artikel ging over een kort geding dat was aangespannen door de raadslieden van de kroongetuige in verband met een voorgenomen publicatie van een artikel in het AD op 14 september 2021. Het citaat dat het Openbaar Ministerie uit dat bericht aanhaalt is: “ADR Nieuwsmedia, waar ook deze site onderdeel van is, stelt dat in het artikel letterlijk geciteerd wordt uit chatberichten die morgen openbaar worden, en dat er geen reden is om daaruit niet te publiceren.” Volgens het Openbaar Ministerie volgt hieruit niet alleen dat het AD inzage heeft gekregen in nog niet openbaar gemaakte berichten die op dit moment alleen ter inzage zijn verstrekt aan de raadslieden in deze zaak, maar ook dat het AD weet dat op 14 september 2021 door een of meer raadslieden berichten zullen worden getoond die alleen nog ter inzage zijn en nog niet in het dossier zijn gevoegd. Het Openbaar Ministerie was namelijk niet van plan berichten openbaar te maken op 14 september 2021 en de rechtbank beschikt niet over de betreffende berichten. Volgens het Openbaar Ministerie is de inzage in de huidige vorm dan ook niet langer verantwoord. Hoewel de goeden daarmee onder de kwaden te lijden hebben is er geen andere oplossing dan deze vordering te doen, aldus het Openbaar Ministerie.

Oordeel van de rechtbank

4. Gedurende dit proces is meerdere keren sprake geweest van het lekken van processtukken naar de pers, ook op momenten dat deze stukken nog niet aan de rechtbank of verdediging waren verstrekt. Ook in dit geval zijn stukken naar buiten gekomen die nog niet openbaar waren. Dit lekken baart de rechtbank zorgen. Die zorgen zijn in dit geval nog groter omdat het nu niet gaat om het lekken van processtukken, maar van berichten uit de iPhone van de kroongetuige die alleen tijdelijk ter inzage aan raadslieden in het Marengo-proces verstrekt zijn. De rechtbank beschikt niet over deze berichten maar begrijpt uit de toelichting van het Openbaar Ministerie dat in die berichten nog namen van naasten van de kroongetuige en andere identificerende gegevens staan vermeld. Zouden deze berichten na een verzoek daartoe aan het dossier worden toegevoegd, dan zouden deze namen en gegevens geanonimiseerd moeten worden. De rechtbank acht het niet uitgesloten dat veiligheidsrisico’s bestaan als dergelijke informatie op straat komt te liggen. Het spreekt voor zich dat juist in dit proces heel voorzichtig moet worden omgegaan met dergelijke informatie. Bovendien gaat het, zo begrijpt de rechtbank, ook om vele – voor de beoordeling in de zaken van verdachten overigens niet relevante – berichten die privacygevoelig zijn. Ook van deze berichten vindt de rechtbank het zeer ongewenst dat ze worden gelezen door personen die daarin geen inzage mogen hebben (zoals journalisten), ook als deze personen daar (beroepshalve) voorzichtig mee zouden omgaan.

5. Het voorgaande leidt de rechtbank echter niet tot de conclusie dat de berichten uit de iPhone op dit moment van de MacBooks verwijderd moeten worden. De rechtbank kan namelijk niet vaststellen dat (een of meer) raadslieden verantwoordelijk zijn voor het lekken van berichten uit de inzageset. Dat journalisten hebben verteld en gepubliceerd over de inhoud van de berichten nadat de berichten op de MacBooks zijn geplaatst wil nog niet zeggen dat het niet anders kan dan dat vanuit de verdediging moet zijn gelekt. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat het AD schrijft dat deze berichten op 14 september 2021 openbaar zouden worden. De gelijktijdigheid mag treffend zijn, maar een ander scenario waarin door anderen dan de verdediging naar journalisten is gelekt is ook denkbaar. Omdat de rechtbank niet kan vaststellen door wie is gelekt, ziet de rechtbank geen aanleiding te bepalen dat de inzage nog slechts plaats kan vinden op het politiebureau.

6. Ook de stelling van het Openbaar Ministerie dat de verdediging aanwijzingen van de rechtbank niet zou hebben opgevolgd, leidt niet tot toewijzing van de vordering.

In de beslissing van 13 juli 2021 heeft de rechtbank de door de haar gewenste route aangegeven. In eerste instantie heeft de verdediging (van verdachten [verdachte 1] , [verdachte 2] en [verdachte 3] ) ervoor gekozen deze route niet te volgen door berichten te willen citeren in een te houden presentatie op de openbare terechtzitting, hetgeen door de rechtbank is belet. Nadien heeft de verdediging alsnog de door de rechtbank gewenste route gevolgd waarbij berichten waaruit geciteerd zou worden eerst in het dossier zijn gevoegd. Gelet daarop ziet de rechtbank geen aanleiding de gevorderde maatregel te nemen. De vordering van het Openbaar Ministerie wordt dan ook afgewezen.

7. De rechtbank ziet vanwege de precaire aard van de berichten wel aanleiding te bepalen dat de inzage op de huidige wijze niet langer duurt dan strikt noodzakelijk in het kader van het voeren van een adequate verdediging en zal daarom bepalen dat de huidige wijze van inzage nog voortduurt tot 1 december 2021. De rechtbank is van oordeel dat deze termijn voldoende gelegenheid biedt aan de verdediging om na te gaan of zich in de inzageset nog berichten bevinden die zij aan het dossier toegevoegd wenst te zien. Na die periode zou inzage in de berichten op het politiebureau moeten kunnen volstaan.

Verzoek tot tijdelijke teruggave van de MacBooks

8. De verdediging van verdachte (tevens kroongetuige) [verdachte 4] heeft verzocht te bepalen dat de raadslieden de MacBooks tijdelijk teruggeven aan het Openbaar Ministerie zodat opnieuw een controle kan plaatsvinden en de namen en andere identificerende gegevens die nog in de berichten voorkomen kunnen worden geanonimiseerd.

Oordeel van de rechtbank

9. Voor zover het verzoek behelst dat de berichten volledig geanonimiseerd zouden moeten worden alvorens (verdere) inzage kan plaatsvinden, wordt het niet toegewezen. Volledige anonimisering is in het stadium van inzage niet wenselijk omdat de verdediging in staat moet worden gesteld de relevantie van een bericht te beoordelen, en komt pas aan de orde bij voeging van berichten.

10. De rechtbank stelt vast dat ten behoeve van de inzage door zowel de officier van justitie van het Team Getuigen Bescherming als het zaaks-Openbaar Ministerie machtiging is gevraagd aan de rechter-commissaris om berichten van inzage te onthouden en dat deze machtigingen ook zijn verleend. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de voor inzage noodzakelijke controle in verband met veiligheid is uitgevoerd. Indien de verdediging van [verdachte 4] desondanks meent dat het anonimiseren niet verantwoord is geschied, dient zij zich tot het Openbaar Ministerie te wenden. De rechtbank kan niet beoordelen of dit al dan niet verantwoord is gebeurd. Reeds daarom ziet de rechtbank geen aanleiding het verzoek toe te wijzen.

(Herhaald) verzoek tot voeging van alle berichten uit de iPhone

11. De verdediging van verdachten [verdachte 5] en [verdachte 6] heeft (nogmaals) verzocht alle berichten uit de iPhone van de kroongetuige in het dossier te voegen. Andere raadslieden hebben zich bij dit verzoek aangesloten.

Oordeel van de rechtbank

12. De rechtbank begrijpt dat het verzoek is ingegeven doordat op die wijze discussie ter terechtzitting, over het al dan niet voegen in het dossier voorafgaand aan het doen van onderzoekswensen, wordt voorkomen. Dit kan echter niet leiden tot toewijzing van het verzoek. Het gaat om zeer veel, deels zeer persoonlijke berichten – zoals ook door de verdediging wordt onderkend – en de noodzaak om deze allemaal te voegen is niet gebleken. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

13. Daarbij merkt de rechtbank op dat de drempel voor de verdediging om berichten uit de iPhone via de officier van justitie in het dossier gevoegd te krijgen, buitengewoon laag is. In de beslissing van 13 juli 2021 overwoog de rechtbank ‘dat de verdediging een verzoek aan het Openbaar Ministerie om een specifiek bericht of een specifieke berichtenreeks te voegen in het algemeen niet veel uitgebreider behoeft te motiveren dan dat zij belang hecht aan deze specifieke voeging’. De verdediging hoeft derhalve slechts concreet aan te geven welke berichten zij gevoegd wenst te hebben, waarna het Openbaar Ministerie deze – zo is tijdens de afgelopen zittingsdagen gebleken – zeer snel (en, indien vanuit het oogpunt van veiligheid en/of privacy nodig, verder geanonimiseerd) voegt in het dossier, desgewenst eerst alleen in de zaak van de betrokken verdachte. Daarmee wordt in ruime mate aan de belangen van de verdediging tegemoet gekomen.

Verzoek tot verstrekking van berichten uit de iPhone aan verdachten

14. De verdediging van verdachte [verdachte 6] heeft verzocht te bepalen dat ook verdachte [verdachte 6] in de penitentiaire inrichting inzage krijgt in de berichten uit de iPhone van de kroongetuige. Daartoe is aangevoerd dat hij de kroongetuige als geen ander kent en daarom nog beter dan zijn raadsman in staat is te beoordelen of er zich berichten tussen bevinden die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de zaak. Andere raadslieden hebben zich bij dit verzoek aangesloten.

Oordeel van de rechtbank

15. De rechtbank stelt voorop dat de berichten uit de iPhone van de kroongetuige, behoudens de berichten die inmiddels zijn gevoegd, geen deel uitmaken van het dossier en er (dus) geen recht bestaat op verstrekking van alle berichten. De verdediging heeft wel recht op inzage, zodat zij kan beoordelen of er specifieke berichten zijn die zij in het dossier gevoegd zou willen zien. De wet schrijft echter niet voor dat ten behoeve van deze beoordeling aan de verdachte en zijn advocaat een afschrift zou moeten worden verstrekt van alle resultaten van opsporing. De officier van justitie heeft, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 6 van het Besluit processtukken in strafzaken , een centrale rol als het gaat om de voorwaarden waaronder inzage in niet tot het dossier behorende stukken kan plaatsvinden. In dit geval is de inzage geregeld doordat de berichten tot 1 december 2021 zijn geplaatst op de MacBooks van de raadslieden en daarna nog ter inzage zijn bij een politiebureau. De geboden wijze van inzage biedt voor de verdediging voldoende mogelijkheid om een adequate verdediging te voeren. De rechtbank acht daarvoor niet nodig dat ook verdachte [verdachte 6] in de penitentiaire inrichting deze berichten ter inzage krijgt. De aard van de berichten brengt bovendien mee dat de kring van personen die er door inzage kennis van kunnen nemen, zo beperkt mogelijk moet worden gehouden. Het verzoek wordt afgewezen. Dit geldt ook voor de (ongemotiveerde) verzoeken om bij het namens verdachte [verdachte 6] gedane verzoek aan te sluiten. De rechtbank merkt volledigheidshalve nog op dat verdachten uiteraard kennis kunnen nemen van de berichten uit de iPhone die na voeging deel zijn gaan uitmaken van het dossier.

In de zaak van verdachte [verdachte 6]

Verzoek tot verstrekking van de berichten van de eigen telefoons

16. Op het verzoek van de verdediging van verdachte [verdachte 6] , om in de penitentiaire inrichting de berichten die op zijn eigen telefoons (iPhone 5 en iPhone 7) staan ter inzage te krijgen, hoeft de rechtbank nu niet te beslissen. Het verzoek is door de raadsman van verdachte [verdachte 6] ingetrokken nadat het Openbaar Ministerie ter terechtzitting heeft laten weten daartegen geen bezwaar te hebben, maar dat het alleen nog zal moeten nagaan of, en zo ja hoe, dit gerealiseerd kan worden.

In de zaak van verdachte [verdachte 7]

Verzoek tot voeging van het dossier Rotonde

17. De verdediging van verdachte [verdachte 7] heeft verzocht om voeging van het dossier Rotonde. Het Openbaar Ministerie heeft ter terechtzitting meegedeeld dat deze zaak momenteel aanhangig is bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het heeft toegezegd bij het zaaks-Openbaar Ministerie Rotonde te zullen nagaan op welke, door het ressortsparket te bepalen, wijze de verdediging inzage in dat dossier kan krijgen. Vervolgens kan de verdediging om voeging van relevante stukken verzoeken. De verdediging heeft daarop laten weten dat zij daarmee akkoord is. De rechtbank gaat er daarom van uit dat hierover geen beslissing meer nodig is.

Voortzetting regiezitting in de zaken van alle verdachten

18. Op alle overige verzoeken zal de rechtbank beslissen na de voortzetting van de regiezitting op 13 oktober 2021.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature