< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Omzetting WGA- in IVA-uitkering. Eiseres (werkgever) heeft te lang gewacht met bezwaar te maken tegen de omzetting. Het UWV kan de verzending van het omzettingsbesluit niet aantonen, maar eiseres heeft wel het oorspronkelijke WGA-toekenningsbesluit ontvangen waarin de eindmaand van de WGA-uitkering is vermeld. Nadien heeft eiseres overzichten van lopende uitkeringen ontvangen waarop ook een uitkering van belanghebbende (werknemer) was vermeld. Hierdoor was het voor eiseres kenbaar dat belanghebbende nog steeds een uitkering ontving. Het had dan op de weg van eiseres gelegen om hierover eerder navraag te doen en eventueel bezwaar te maken dan na bijna acht jaar na de omzetting.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 18/7739

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2020 in de zaak tussen

de besloten vennootschap Randstad Bewaking B.V., te Badhoevedorp, eiseres

(gemachtigde: drs. H.E. Wonnink),

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: A.P. Prinsen).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [belanghebbende] , te [plaats] ,

ex-werkneemster (hierna: belanghebbende).

Procesverloop

Bij besluit van 30 december 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat belanghebbende met ingang van 1 december 2010 in aanmerking komt voor een WGA-loonaanvullingsuitkering.

Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 11 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en beslist dat aan de ex-werkneemster vanaf 12 juli 2018 een IVA-uitkering wordt toegekend.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft de rechtbank meegedeeld geen toestemming te verlenen voor toezending van stukken aan eiseres die medische gegevens bevatten. De rechtbank heeft vervolgens onder verwijzing naar artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) besloten dat de kennisneming van medische stukken in dit geding is voorbehouden aan de gemachtigde van eiseres die arts of advocaat is dan wel voor wie van de rechtbank bijzondere toestemming is verkregen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2019. Eiseres heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigden door [de persoon] . Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigden door zijn gemachtigde. Belanghebbende was, met bericht van verhindering, niet ter zitting aanwezig.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst teneinde eiseres en verweerder in de gelegenheid te stellen om in onderling overleg een andere ingangsdatum van de IVA-uitkering te bepalen die voor beide partijen acceptabel is. Eiseres en verweerder hebben op dit punt geen overeenstemming kunnen bereiken.

Vervolgens heeft de rechtbank eiseres en verweerder verzocht kenbaar te maken of zij een nadere zitting nodig achten. Eiseres heeft te kennen gegeven geen nadere zitting te willen. Verweerder heeft niet binnen de daartoe gestelde termijn gereageerd. De rechtbank heeft daarop het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Inleidende overweging

1. Omdat belanghebbende geen toestemming heeft gegeven om medische gegevens te delen met eiseres, zal de rechtbank in deze uitspraak de medische stukken niet inhoudelijk weergeven en zullen de medische klachten van belanghebbende slechts in algemene zin worden benoemd.

Wat voorafging aan de procedure bij de rechtbank

2.1

Belanghebbende was via eiseres werkzaam als [functie] voor 40 uur per week. Op 4 april 2007 is zij voor haar werkzaamheden uitgevallen wegens ziekte.

2.2

Na de door de Wet WIA voorgeschreven wachttijd van 104 weken is belanghebbende op 1 april 2009 voor 100% arbeidsongeschikt geacht. Om die reden heeft verweerder met ingang van 1 april 2009 aan belanghebbende een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.

2.3

In het primaire besluit heeft verweerder de loongerelateerde WGA-uitkering van belanghebbende met ingang van 1 december 2010 omgezet naar WGA-loonaanvullingsuitkering.

2.4

Eiseres heeft op 30 maart 2018 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

2.5

Verweerder heeft – na intern onderzoek – vastgesteld dat niet kan worden aangetoond dat het primaire besluit op 30 december 2010 naar eiseres is gestuurd. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres daarom alsnog in behandeling genomen.

2.6

Verweerder heeft erkend dat per omslagdatum 1 december 2010 geen medisch en arbeidskundig onderzoek heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft daarop alsnog een medisch en arbeidskundig onderzoek laten verrichten ten aanzien van belanghebbende per 1 december 2010. In dat kader hebben een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige respectievelijk op 31 augustus 2018 en 6 september 2018 een rapportage uitgebracht. Ook heeft een stafverzekeringsarts op 6 september 2018 een rapportage uitgebracht over de belastbaarheid van belanghebbende.

2.7

Uit de voornoemde rapportages volgt – samengevat – het volgende. Wegens het ontbreken van medische informatie is het niet mogelijk de belastbaarheid per 1 december 2010 vast te stellen. Er is daarentegen wel een beoordeling van de actuele belastbaarheid van belanghebbende gemaakt per 12 juli 2018. Vanaf 12 juli 2018 wordt belanghebbende duurzaam en volledig arbeidsongeschikt beschouwd. Om die reden heeft belanghebbende vanaf die datum recht op een IVA-uitkering. Omdat niet is komen vast te staan dat er al eerder geen duurzame mogelijkheden tot arbeid waren, kan niet worden vastgesteld of al eerder een IVA-uitkering moest worden toegekend aan belanghebbende.

2.8

Op grond van het medisch en arbeidskundig onderzoek heeft verweerder in het bestreden besluit het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en aan belanghebbende met ingang van 12 juli 2018 een IVA-uitkering toegekend omdat vanaf die datum wordt aangenomen dat belanghebbende duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is.

Ontvankelijkheid van het bezwaar

3. De rechtbank onderzoekt eerst ambtshalve of zij toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het onderhavige beroep, en met name of verweerder het bezwaar van eiseres terecht ontvankelijk heeft geacht.

4. Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. In artikel 6:8, eerste lid, van de Awb is bepaald dat deze termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

5. Eiseres heeft in bezwaar gesteld dat zij het primaire besluit destijds niet heeft ontvangen. Verweerder kan niet aantonen dat het primaire besluit op of omstreeks 30 december 2010 bekend is gemaakt door verzending naar eiseres. De rechtbank is van oordeel dat eiseres op grond van het toekenningsbesluit van de loongerelateerde WGA-uitkering voor belanghebbende van 4 maart 2009 had kunnen concluderen dat de loongerelateerde WGA-uitkering voor belanghebbende tot december 2010 liep. Voorts bevat het dossier lijsten van 16 mei 2013 en 17 februari 2017 met overzichten van WGA-uitkeringen die voor rekening van eiseres komen als eiseres besluit eigenrisicodrager voor de WGA te worden. Op deze lijsten is de naam van belanghebbende vermeld. Uit de begeleidende brieven bij de lijsten blijkt dat de lijsten op verzoek aan eiseres zijn toegezonden. Onder deze omstandigheden moet het voor eiseres kenbaar zijn geweest dat nog altijd een uitkering voor belanghebbende werd betaald. Omdat het voor eiseres kenbaar was dat belanghebbende nog een uitkering ontving, had het op haar weg gelegen om daartegen op te komen, in ieder geval kort na kennisname van de dossier lijsten van 16 mei 2013 en 17 februari 2017. Door pas op 15 maart 2018 hierover navraag te doen en op 30 maart 2018 bezwaar te maken, heeft eiseres te lang gewacht waardoor niet meer kan worden gesproken van een tijdig bezwaar.

6. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bezwaar ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard. Dit betekent dat het bestreden besluit niet in rechte stand kan houden. Gelet op het belang dat eiseres bij het bestreden besluit heeft, belanghebbende geen gronden van beroep heeft ingediend en eiseres ervoor had kunnen kiezen om een verzoek om herbeoordeling in te dienen, ziet de rechtbank aanleiding om zelf in de zaak te voorzien maar dit te beperken tot de ontvankelijkheid. Dat betekent dat het besluit inhoudende dat belanghebbende vanaf 12 juli 2018 een IVA-uitkering wordt toegekend, niet wordt vernietigd.

Conclusie

7. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat het bezwaar niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

9. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij het bezwaar gegrond is verklaard;

bepaalt dat het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit, voor zover dat besluit is vernietigd;

draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338,- aan eiseres te vergoeden;

veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.050,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. van den Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. A.G. Sijbrands, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Een loonaanvullingsuitkering op grond van de regeling ‘Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten’ uit de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

Een uitkering op grond van de regeling “Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten” uit de Wet WIA.

Op deze datum (1 december 2010) veranderde de grondslag van de uitkering van belanghebbende. In plaats van een loongerelateerde uitkering ontving belanghebbende vanaf die datum een loonaanvullingsuitkering

‘Bijlage Inlooprisico Eigenrisicodrager (bier-lijst)’.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature