< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Taakstraf van 40 uur voor valsheid in geschrift.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 83/212947-19 (Promis)

Datum uitspraak: 7 februari 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres verdachte] .

1 Het onderzoek op de zitting

De rechtbank wijst dit vonnis naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 24 januari 2020.

De rechtbank heeft op de zitting kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.B.A. Frakking en van wat verdachte naar voren heeft gebracht.

2 De beschuldiging

Verdachte wordt ervan beschuldigd dat zij feitelijk leiding heeft gegeven aan het vervalsen van de administratie door daar valse of vervalste kwitanties in op te nemen, gepleegd door [naam B.V. 1] Als verdachte hiervoor niet veroordeeld zou worden, wordt zij er van beschuldigd dat zij zelf valsheid in geschrift heeft gepleegd.

Verdachte wordt verweten dat zij op de kwitanties voor loonbetalingen aan uitzendkrachten bedragen heeft aangepast en/of valse handtekeningen heeft gezet. Door ze op te nemen in de administratie blijkt daaruit dat meer geld aan uitzendkrachten contant is uitbetaald dan daadwerkelijk is gebeurd.

De volledige tekst van de verdenking, de tenlastelegging, is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

De stukken

In het dossier zitten kwitantiebewijzen met daarop een loonstrook geprint, het hele papier wordt hierna kwitantie genoemd, waaronder de vijf kwitanties die in de tenlastelegging worden genoemd. De uitzendkrachten waarop die vijf kwitanties betrekking lijken te hebben zijn als getuige gehoord. Daarnaast is door een documentendeskundige van de douane onderzoek gedaan naar de echtheid van de kwitanties. Ook verdachte is gehoord, onder andere over de echtheid van de kwitanties.

3.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het door haar uitzendbureau vervalsen van de administratie, door de kwitanties te vervalsen en ze vervolgens in de administratie op te nemen.

3.3.

Het standpunt van verdachte

Verdachte zegt dat de kwitanties niet zijn vervalst en dat de bedragen die op de kwitanties staan ook zijn uitbetaald. Verdachte heeft uitgelegd dat zij de loonstroken heeft uitgeprint op het papier van de kwitantiebewijzen, nadat die kwitantiebewijzen door de uitzendkrachten waren ondertekend. De uitzendkrachten tekenden dus alleen een leeg vel met daarop het stuk ‘kwitantiebewijs’. Door de loonstrook op het papier van het kwitantiebewijs af te drukken was in één pagina duidelijk hoeveel loon er die periode verschuldigd was en op welke manier dat loon (via de bank en/of contant) was uitbetaald. Verdachte erkent dat het onwaarschijnlijk is dat geldbedragen die eindigen op ‘04’ of ‘37’ cent, daadwerkelijk tot op de cent nauwkeurig contant zijn uitbetaald. In die gevallen zal in werkelijkheid een naar boven afgerond geldbedrag contant zijn betaald, zo heeft verdachte naar voren gebracht. De exacte geldbedragen zijn dan op de kwitantie vermeld, zodat het in totaal uitbetaalde bedrag precies overeenkwam met het verschuldigde loon op de loonstrook.

3.4.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt van drie kwitanties bewezen dat ze vals of vervalst zijn. Van de twee andere kwitanties kan de rechtbank dit niet vast stellen. Doordat de drie valse/vervalste kwitanties in de administratie zijn opgenomen, vindt de rechtbank bewezen dat die administratie valselijk is opgemaakt. De rechtbank komt tot die conclusie op grond van feiten en omstandigheden uit de hierna in voetnoten genoemde bewijsmiddelen.

Onderzoek documentendeskundige

Voordat de rechtbank per kwitantie bespreekt waarom die wel of niet vals of vervalst is, staat de rechtbank eerst stil bij de waarde van het onderzoek van de documentendeskundige.

De deskundige heeft geconcludeerd dat een flink aantal kwitanties, opgenomen in twee tabellen bij zijn proces-verbaal, vervalste documenten zijn. Die conclusie trekt hij op basis van zijn bevindingen dat:

1. de kwitanties in twee aparte printopdrachten zijn opgemaakt en

2. de kwitanties in de bijlagen bij de ingevulde bedragen twee verschillende inkten en/of twee verschillende schrijfwijzen vertoonden.

De deskundige vermoedt dat de geschreven bedragen op de kwitanties na ondertekening van de uitzendkracht zijn aangepast en daarna door nog een keer te printen zijn aangevuld met de gegevens uit de loonadministratie.

In de bijlage zitten ook twee printscreens als voorbeeld van twee van de kwitanties uit de tabellen. Op die printscreens zijn bij het bedrag na ‘Restant per kas ontvangen’ twee verschillende bedragen in verschillende kleuren inkt te zien.

De rechtbank kijkt kritisch naar dit onderzoek en de resultaten ervan.

De bevinding onder 1. klopt met de verklaring van verdachte op zitting over het printen van de loonstrook op het papier van het kwitantiebewijs. Die verklaring vindt de rechtbank niet onaannemelijk. Deze bevinding draagt dan ook niet bij aan het al dan niet vals/vervalst zijn van de kwitanties.

Ook voor de bevinding onder 2. heeft verdachte deels een verklaring gegeven. Een deel van de contante betalingen was een voorschot. Bij sommige van de uitzendkrachten was op dat moment nog niet bekend hoeveel er die periode zou worden gewerkt en hoeveel loon dus over die periode uitbetaald moest worden. Voor het totaaloverzicht schreef verdachte op een later moment het bedrag dat per bank was betaald op de kwitantie.

Wat er ook zij van deze handelwijze, een aanpassing van het bedrag dat per bank is overgemaakt, levert niet een andere voorstelling van zaken op ten aanzien van het contant uitbetaalde bedrag. Het verwijt dat verdachte gemaakt wordt ziet alleen op de vervalsing in verband met contante uitbetalingen.

Kwitanties waarbij het bedrag ‘Restant per kas ontvangen’ is aangepast of overschreven kunnen dus wel vals/vervalst zijn. Of hiervan sprake is, blijkt de rechtbank niet uit de tabellen bij het proces-verbaal van de documentdeskundige. Dat komt vooral omdat de bedragen in de kolommen ‘visueel’ niet bij alle kwitanties overeenkomen met de bedragen op de kwitanties staan. Het lijkt of er bij het opmaken van de lijsten niet steeds de juiste bedragen zijn ingevuld. Dit maakt dat de rechtbank voorzichtig is met het gebruik van deze tabellen bij de beoordeling van deze strafzaak. Dat ligt anders voor de bij het onderzoek gevoegde printscreens; daarop zijn duidelijk aanpassingen in ‘Restant per kas ontvangen’ zichtbaar.

DOC-006-06 (niet bewezen)

Op deze kwitantie staat dat [naam 1] € 70,- per kas heeft ontvangen. De rechtbank constateert op basis van eigen waarneming dat op de plek van de ‘7’ aanvankelijk een ‘2’ heeft gestaan (dus € 20,-). [naam 1] heeft over deze kwitantie verklaard dat zijn handtekening eronder staat, maar dat hij nooit € 70,- contant heeft ontvangen. [naam 1] heeft weleens voorschotten van € 20,- of € 50,- ontvangen. Verdachte heeft in het algemeen verklaard dat aanpassingen op kwitanties correcties betroffen wegens aanvullende betalingen en geen vervalsingen.

Die verklaring vindt de rechtbank voor dit specifieke geval niet onaannemelijk. Het zou kunnen dat [naam 1] niet ineens € 70,- contant heeft ontvangen in de periode waarop de kwitantie/salarisstrook betrekking heeft, maar dat dat in twee afzonderlijke betalingen van € 20,- en € 50,- is gebeurd. Dat maakt dat niet vastgesteld kan worden dat in werkelijkheid een lager bedrag contant is uitgekeerd, en dat het opnemen in de administratie van deze kwitantie niet tot een valsheid in die administratie heeft geleid.

DOC-006-15 (bewezen)

Deze kwitantie houdt in dat [naam 1] op 6 juni 2014 heeft getekend voor de ontvangst van € 725,- in contanten. Uit het onderzoek van de documentdeskundige en de printscreen daarbij, blijkt dat de voornaam van [naam 1] , zijn handtekening en de ‘7’ in ‘725’ met andere inkt zijn geschreven dan ‘25’. [naam 1] heeft verklaard dat hij het bedrag van deze kwitantie niet heeft ontvangen.

De rechtbank leidt hieruit af dat na ondertekening (van toen nog het kwitantiebewijs) aan het uitbetaalde bedrag een ‘7’ is toegevoegd, waardoor het lijkt alsof € 725,-, in plaats van € 25,-, aan [naam 1] is uitbetaald. De rechtbank stelt op basis van de verklaring van [naam 1] en het proces-verbaal van de documentdeskundige vast dat deze kwitantie vervalst is.

DOC-007-01 (niet bewezen)

Deze kwitantie houdt in dat [naam 2] op 16 december 2014 door [naam B.V. 1] € 228,61 per bank overgemaakt heeft gekregen en € 72,- per kas heeft ontvangen. De rechtbank ziet zelf op deze kwitantie geen aanpassingen bij het getal ‘72’. De documentdeskundige vermeldt bij deze kwitantie dat uit onderzoek ’72’ naar voren komt en dat visueel ‘300,61’ op de kwitantie zou staan. Deze bedragen stemmen overeen met de bedragen die volgens de kwitantie (in totaal) per kas en/of bank zijn uitbetaald. Hieruit volgt niet dat sprake is van valsheid of vervalsing.

[naam 2] heeft verklaard dat hij voorschotten van € 50,- of € 100,- heeft ontvangen, maar dat hij nooit een voorschot van € 72,- heeft gehad. [naam 2] vermoedde dat zijn handtekening onder het contract is ingescand en blijkbaar bij deze kwitantie is misbruikt. Verdachte heeft hierover verklaard dat dergelijke bedragen zijn ingehouden op het weekloon en ten behoeve van de uitzendkrachten zijn voldaan aan de huisbaas.

De verklaring van [naam 2] vindt geen ondersteuning in het dossier. Daarom kan niet worden vastgesteld dat deze kwitantie is vervalst of valselijk is opgemaakt.

DOC-007-04 (bewezen)

Deze kwitantie houdt in dat op 20 april 2015 € 447,04 contant is betaald en daarvoor door iemand is getekend. Op deze kwitantie staat de loonstrook van [naam 2] . Hierdoor lijkt het alsof [naam 2] op 20 april 2015 € 447,04 contant heeft ontvangen en daarvoor heeft getekend.

[naam 2] heeft over deze kwitantie verklaard dat hij het contante geldbedrag niet heeft ontvangen en dat de handtekening op deze kwitantie zeker niet van hem is. De rechtbank stelt op basis van eigen waarneming vast dat de handtekening onder deze kwitantie zeer sterk afwijkt van andere handtekeningen van [naam 2] , zoals die onder de andere kwitanties en die onder zijn getuigenverhoor.

De rechtbank ziet in die afwijking ondersteuning voor de verklaring van [naam 2] dat hij de € 447,04 niet heeft ontvangen en dat hij ook niet voor ontvangst heeft getekend. Omdat de kwitantie wel die indruk wekt, stelt de rechtbank vast dat de kwitantie vals is.

DOC-008-10 (bewezen)

Deze kwitantie houdt in dat op 20 juni 2015 € 248,37 contant is betaald en daarvoor door iemand is getekend. Op deze kwitantie staat de loonstrook van [naam 3] . Hierdoor lijkt het alsof [naam 3] op 20 juni 2015 € 248,37 contant heeft ontvangen en daarvoor heeft getekend.

[naam 3] heeft over deze kwitantie verklaard dat zij het geldbedrag niet heeft ontvangen en dat haar handtekening niet op deze kwitantie staat. De rechtbank stelt vast dat de handtekening onder deze kwitantie sterk afwijkt van andere handtekeningen die door [naam 3] zijn gezet, zoals die onder het getuigenverhoor van [naam 3] en onder kwitanties waarop [naam 3] haar eigen handtekening heeft herkend.

De rechtbank ziet in die afwijking ondersteuning voor de verklaring van [naam 3] dat zij de € 248,37 niet heeft ontvangen en dat zij ook niet voor ontvangst heeft getekend. Omdat de kwitantie wel die indruk wekt, stelt de rechtbank vast dat de kwitantie vals is.

De betrokkenheid van verdachte

Op de loonstroken op de kwitanties staat: ‘ [naam B.V. 2] ’ De administratie van [naam B.V. 2] is op 8 maart 2016 in beslag genomen. [naam B.V. 2] is een handelsnaam van [naam B.V. 1] waarvan verdachte vanaf 18 december 2002 tot in elk geval 10 november 2016 de directeur en enig aandeelhouder was. Verdachte heeft verklaard dat zij de volledige administratie deed van het uitzendbureau. Verdachte liet bij contante betalingen de uitzendkracht een kwitantiebewijs tekenen voor ontvangst en zij betaalde het geld uit. Verdachte heeft vervolgens de kwitanties opgemaakt door de loonstroken op de kwitantiebewijzen te printen, en de kwitanties opgenomen in de administratie.

De rechtbank stelt vast dat Uitzendbureau [naam B.V. 1] haar administratie valselijk heeft opgemaakt door daarin de hierboven besproken en bewezen valse of vervalste kwitanties op te nemen. De werkzaamheden die verdachte uitvoerde voor het uitzendbureau maken dat verdachte is aan te merken als feitelijk leidinggever aan het valselijk opmaken van de administratie van het uitzendbureau. Omdat de eerste bewezen vervalste kwitantie van juni 2014 is, zal de rechtbank verdachte voor de periode die daarvoor is gelegen vrijspreken.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank vindt bewezen dat

[naam B.V. 1] in de periode van 1 juni 2014 tot en met 8 maart 2016 te Den Haag, opzettelijk de administratie van de B.V., zijnde een samenstel van geschriften dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, met het oogmerk om die administratie als echt en onvervalst te gebruiken,

hebbende verdachte opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid in die administratie valse en/of vervalste kwitanties opgenomen en verwerkt, te weten:

een kwitantie d.d. 6-6-2014, betreffende ‘ [naam 1] ’ (DOC-006-15), en

een kwitantie d.d. 20-4-2015, betreffende ‘ [naam 2] ’ (DOC-007-04), en

een kwitantie d.d. 20-6-2015, betreffende ‘ [naam 3] ’ (DOC-008-10),

bestaande deze valsheid en/of vervalsing hierin dat:

de kwitantie d.d. 6-6-2014, betreffende ‘ [naam 1] ’ (DOC-006-15) zou zijn opgemaakt ten bewijze van een contante betaling van een geldsom van [naam B.V. 1] , te weten EUR 725,-, aan [naam 1] , terwijl in werkelijkheid een lager geldbedrag contant is uitgekeerd, en

de kwitantie d.d. 20-4-2015 (DOC-007-04) op 20 april 2015 door [naam 2] getekend zou zijn ten bewijze van een contante betaling van een geldsom van [naam B.V. 1] , te weten EUR 447,04, aan [naam 2] , terwijl voornoemde kwitantie in werkelijkheid niet door [naam 2] is ondertekend en geen geldbedrag contant is uitgekeerd op genoemde datum, en

de kwitantie d.d. 20-6-2015 (DOC-008-10) op 20 juni 2015 door [naam 3] getekend zou zijn ten bewijze van een contante betaling van een geldsom van [naam B.V. 1] , te weten EUR 248,37, aan [naam 3] , terwijl voornoemde kwitantie in werkelijkheid niet door [naam 3] is ondertekend en geen geldbedrag contant is uitgekeerd op genoemde datum,

hebbende verdachte feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Bewijs

De rechtbank baseert haar overtuiging dat verdachte de bewezen feiten heeft begaan op de feiten en omstandigheden in de bewijsmiddelen. Die bewijsmiddelen zijn opgenomen in (de voetnoten bij) paragraaf 3 van dit vonnis.

6 Motivering van de straf

6.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, bij niet (goed) doen te vervangen door 100 dagen hechtenis.

6.2.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf op van 40 uur.

Verdachte heeft de administratie van haar uitzendbureau vervalst door daarin drie valse of vervalste kwitanties op te nemen. Verdachte heeft dit gedaan door handtekeningen van uitzendkrachten na te maken en door een bedrag van de kwitantie aan te passen, waardoor de indruk werd gewekt dat een hoger bedrag contant was uitbetaald dan in werkelijkheid is gebeurd. Door het handelen van verdachte is het vertrouwen dat anderen in de administratie van het uitzendbureau mochten stellen geschaad. In het bijzonder kan niet meer betrouwbaar worden afgeleid hoeveel salaris aan de uitzendkrachten is uitbetaald.

De officier van justitie heeft bij zijn strafeis gekeken naar de grote omvang van de fraude, zoals die in zijn visie uit het dossier naar voren komt. De rechtbank volgt die lijn niet en dat is ook de belangrijkste reden dat de rechtbank tot een lagere straf komt dan de officier van justitie. In de eerste plaats heeft de rechtbank van twee van de vijf kwitanties op de tenlastelegging niet kunnen vaststellen dat die vals of vervalst zijn of de administratie vals maken. Daarnaast bevat het onderzoek van de documentendeskundige onvoldoende informatie voor de conclusie dat op grotere schaal sprake is geweest van (het in de administratie opnemen van) valse of vervalste kwitanties. Bij het bepalen van de strafmaat beperkt de rechtbank de omvang van de fraude daarom tot de drie bewezen verklaarde kwitanties.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank ook gekeken naar het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor fraudegerelateerde strafbare feiten. Wel blijkt hieruit dat verdachte na de bewezenverklaarde feiten strafbeschikkingen heeft gekregen voor andersoortige strafbare feiten. De rechtbank ziet in het strafblad van verdachte geen aanleiding om hoger of lager te straffen, dan dat zij zonder dit strafblad zou hebben gedaan.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met de ouderdom van de feiten. De kwitanties zijn gedateerd tussen 6 juni 2014 en 20 juni 2015, terwijl de rechtbank in februari 2020 uitspraak doet. Daarmee is sprake van een groot tijdsverloop zonder dat daarvoor een redelijke verklaring is.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 51, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht .

8 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in paragraaf 4. is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 (veertig) uur, met bevel voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B. Vogel, voorzitter,

mrs. A.A. Fase en J. Huber, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 februari 2020.

Voor zover niet anders vermeld wordt in de volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste documentnummering. Als sprake is van een proces-verbaal betreft dat steeds een in wettelijke vorm door bevoegde opsporingsambtenaren op ambtseed of -belofte opgemaakt proces-verbaal.

Vals: een nieuw document in strijd met de waarheid opmaken. Vervalst: een bestaand document in strijd met de waarheid wijzigen.

Een geschrift, zijnde een kwitantie (DOC-006-15).

Een proces-verbaal (AMB-004-01, blad 1-3).

Een proces-verbaal van verhoor van getuige (G-006-01, blad 3).

Een geschrift, zijnde een kwitantie (DOC-007-04)

Een proces-verbaal van verhoor van getuige (G-007-01, blad 2).

Geschriften, zijnde kwitanties (DOC-007-01, -02 en -03) en een proces-verbaal van verhoor van getuige (G-007-01, blad 1 en 2).

Een geschrift, zijnde een kwitantie (DOC-008-10).

Een proces-verbaal van verhoor van getuige (G-008-01, blad 3).

Een proces-verbaal van verhoor van getuige (G-008-01) en geschriften, zijnde kwitanties (DOC-008-01, 02, 03, -04, -06, -07, -08, -09 en -12).

Geschriften, zijnde kwitanties (DOC-006-15, DOC-007-04 en DOC-008-10).

Een proces-verbaal van bevindingen (AMB-003-01, blad 1).

Proces-verbaal van relaas (Z-001, blad 2 en 9).

Verklaring van verdachte terechtzitting van 24 januari 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature