< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Een verzekerde van Vivat Schadeverzekering is terecht opgenomen in de verwijzingsregisters van verzekeraars (EVR), omdat voldoende vaststaat dat hij betrokken was bij verzekeringsfraude na een schadeongeval met een Audi van zijn verhuurbedrijf.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/662643 / HA ZA 19-256

Vonnis van 4 maart 2020

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats] ,

eiser,

advocaat mr. M.R. Koppenol te Amsterdam,

tegen

naamloze vennootschap

VIVAT SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en de verzekeraar genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 11 februari 2019,

de akte houdende overlegging producties, tevens houdende vermeerdering van eis, met producties,

de conclusie van antwoord tevens antwoord vermeerdering van eis, met producties,

het tussenvonnis van 30 oktober 2019, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

het proces-verbaal van comparitie van 20 januari 2020,

de brief van mr. J.C. Rous van 30 januari 2020 met opmerkingen over het proces-verbaal,

de brief van mr. M.R. Koppenol van 3 februari 2020 met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is via zijn holding aandeelhouder van O&A Verhuur B.V. (hierna: O&A Verhuur), een autoverhuurbedrijf.

2.2.

O&A Verhuur had met ingang van 5 februari 2013 een WAM-verzekering afgesloten bij de verzekeraar voor een Audi A6 (hierna: de Audi) met het kenteken [kenteken 1] .

2.3.

Op 12 februari 2014 is deze verzekering beëindigd en is een nieuwe verzekering voor de Audi afgesloten op naam van [eiser] . Deze omzetting van de verzekering heeft de gevolmachtigde van de verzekeraar, Voogd & Voogd, op verzoek van [naam 1] , de assurantietussenpersoon van [eiser] , doorgevoerd. Op het aanvraagformulier voor de nieuwe verzekering staat dat [eiser] de aanvrager en verzekeringnemer is. Als rekeningnummer is opgegeven het rekeningnummer van M&O Holding B.V., waarvan [eiser] bestuurder en enig aandeelhouder is. Hierover zijn op 12 en 13 februari 2014 brieven gestuurd naar het woonadres van [eiser] .

2.4.

Op 17 februari 2014 is de Audi overgedragen aan Automobielbedrijf Flakkee .

2.5.

[naam 1] heeft op 18 februari 2014 een royementsverklaring voor de beëindiging van de WAM-verzekering van de Audi gestuurd naar het adres van O&A Verhuur.

2.6.

Op 24 februari 2014 heeft [naam 1] melding gemaakt bij Voogd & Voogd van schade aan de Audi door een botsing die op 13 februari 2014 zou hebben plaatsgevonden.

Bij de schademelding is een aanrijdingsformulier verstrekt, waarop is vermeld dat de Audi op een stilstaande Toyota is gereden die vervolgens tegen een vrachtwagen is gedrukt.

2.7.

Op 26 februari 2014 kreeg Voogd & Voogd de melding om het dossier te sluiten, omdat het op een andere manier geregeld zou worden.

2.8.

De verzekeraar heeft naar aanleiding van de schademelding technisch en tactisch onderzoek laten verrichten.

2.9.

Bij brief van 2 december 2014 heeft de verzekeraar aan [eiser] , voor zover van belang, het volgende bericht:

“Via onze volmacht Voogd en Voogd Verzekeringen kwamen wij in het bezit van bovengenoemd dossier.

Op 13-02-2014 om 20.33 heeft er in Schiedam , op de Churchillweg , een aanrijding plaats gevonden waarbij uw voertuig de Audi A 6 voorzien van kenteken [kenteken 1] betrokken was. Uw voertuig werd op dat moment bestuurd door mevrouw [naam 2] . Zij zou achterop het voertuig, de Toyota Avensis voorzien van kenteken [kenteken 2] , gereden zijn en dit voertuig vervolgens doorgedrukt hebben op een vrachtauto welke voor de Toyota opgesteld stond. Deze vrachtauto is doorgereden na de aanrijding.

Na ontvangst van het schadeformulier, waar de hiervoor genoemde gegeven van afgeleid zijn, hebben wij besloten de zaak nader te laten onderzoeken. We hebben zowel technisch- als tactisch onderzoek laten verrichten. Voor het technisch onderzoek hebben wij gebruikt gemaakt van Dekra Automotive B.V. en voor het tactisch onderzoek hebben wij EMN Forensic ingeschakeld. De uitkomsten van beiden onderzoeken zullen zij hieronder weergeven, te beginnen met het technisch onderzoek.

Op 3-03-2014 heeft de ongevallenanalist van Dekra een bezoek gebracht aan autoschadehersteller [naam 3] . Aldaar heeft de ongevallenanalist het schadebeeld aan beiden voertuig bekeken en gefotografeerd. De ongevallenanalist trof een vreemde geel/groene substantie aan op de voorbumper van de Toyota. Hier zijn lakmonsters van genomen welke microscopisch onderzocht werden. Tevens heeft men beiden voertuigen qua motormanagement uitgelezen.

Hieronder zullen wij samenvatten wat er uit de ongevallenanalyse naar voren is gekomen.

Uit onderzoek is vast komen te staan dat:

De Audi een geactiveerde ongevaluitschakeling heeft, die geactiveerd werd op 12-02-2014 om 20:35. Toen heeft de aanrijding plaats gevonden in tegenstelling tot hetgeen op het schadeformulier is vermeld.

De Audi met de voorzijde tegen de achterzijde van de Toyota is gereden. Echter er heeft tot 2 maal toe een bots contact plaats gevonden, waarbij de Audi eenmaal amper geremd heeft en eenmaal sterk afgeremd heeft.

De voorschade van de Toyota niet afkomstig is van een botscontact met een vrachtwagen.

De afgenomen monsters niet duiden op voertuiglak, maar op een één componenten lak

De voorschade van de Toyota qua roestinwerking niet direct te relateren is aan de opgegeven schadedatum.

Met betrekking tot het tactisch onderzoek kunnen we u het volgende mededelen.

Op 27-05-2014 heeft de onderzoeker een bezoek gebracht aan uw onderneming. O & A verhuur in Rotterdam. Hier heeft de onderzoeker een verklaring van u opgenomen. Tevens heeft de onderzoeker contact gehad met de bestuurder van uw voertuig, mevrouw [naam 2] , en de bestuurder van de Toyota, de heer [naam 4] . Uit onderzoek is gebleken dat:

 U verklaard heeft dat uw voertuig door u zelf wordt bereden echter ook door derden.

Het is een verhuurbedrijf. Deze gegevens zijn bij aanvang van de polis niet gecommuniceerd met Voogd en Voogd Verzekeringen.

Mevrouw [naam 2] op het moment van de aanrijding in het buitenland verbleef en dus niet betrokken is geweest bij de aanrijding in Schiedam .

De heer [naam 4] eveneens niet betrokken is geweest bij deze aanrijding. De Toyota is op 10 januari 2014 schadevrij ingeleverd bij Flakkee Lease B.V. te Dirksland.

Gelet op de uitkomst uit beiden onderzoeken, concluderen wij dat er geprobeerd is Reaal opzettelijk te misleiden. Als gevolg hiervan zullen wij geen uitkering verstrekken. Wij verwijzen u hiervoor naar de van toepassing zijnde polisvoorwaarden Reaal Goed Geregeld pakket van uw auto bladzijde 4:

Is er sprake van fraude?

Wij betalen niet als bij schade fraude is gepleegd. Daarmee bedoelen wij dat er onwaarheden worden verteld om een schadevergoeding te krijgen. Komen wij daar achter en hebben wij al voor de schade betaald? Dan moeten het schadebedrag en de gemaakte onderzoekskosten worden terugbetaald. Ook als wij nog niet voor de schade hebben betaald, moet u de onderzoekskosten terug betalen. Wij doen aangifte bij de politie en melden de fraude in de daarvoor bestemde registers.

Gezien bovenstaande vorderen wij de door ons gemaakte onderzoekskosten retour. (…)

Ook zullen wij de polis per 01-01-2015 beëindigen. Dit alles conform de polisvoorwaarden Reaal goed geregeld pakket algemeen, bladzijde 4 artikel 2. 3.

2.3

Mogen wij uw verzekering stoppen?

Ja, in de volgende gevallen mogen wij uw verzekering of pakket stoppen:

U heeft ons opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie gegeven, toen u de verzekering afsloot.

U heeft ons zonder opzet onjuiste of onvolledige informatie gegeven toen u de verzekering afsloot. Als wij de goede informatie hadden gehad, zouden wij uw verzekering niet hebben geaccepteerd.

Als u fraude heeft gepleegd.

REAAL zal uw naam- adres- en woonplaatsgegevens en uw geboortedatum doorgeven aan de Stichting CIS in Den Haag. (…)

Tenslotte hebben wij het Bureau Justitiële Zaken/Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude van het Verbond van Verzekeraars op de hoogte gebracht van de opname van uw persoonsgegevens in het Incidentenregister.”

2.10.

De verzekeraar heeft op 29 april 2015 melding gedaan in de registers bij het Verbond van Verzekeraars van het ensceneren van een aanrijding, waarbij [eiser] betrokkene is.

2.11.

Bij brief van 17 september 2015 heeft [eiser] de verzekeraar aansprakelijk gesteld voor de schade aan de Audi van € 35.000,- te vermeerderen met een bedrag van € 15.000,- voor overige schade en kosten.

2.12.

Bij e-mail van 12 oktober 2016 heeft de raadsman van [eiser] zich tot de verzekeraar gewend met het verzoek om doorhaling van de fraudemelding uit de registers.

2.13.

[eiser] heeft kortgedingprocedures in eerste aanleg en in hoger beroep gevoerd teneinde zijn persoonsgegevens verwijderd te krijgen uit de registers. Dat is niet gelukt.

2.14.

De verzekeraar is deelnemer aan het incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen. In het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (hierna: het Protocol) zijn regels vastgelegd ten aanzien van gegevensuitwisseling tussen de aangesloten financiële instellingen. Het Protocol bepaalt dat iedere deelnemer een Incidentenregister heeft, met daaraan twee verwijzingsindicaties gekoppeld, het intern verwijzingsregister (het IVR) en het extern verwijzingsregister (het EVR).

2.15.

Het IVR en het EVR stoelen op bepalingen uit de Wet op het financieel toezicht en de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en hebben tot doel misbruik en fraude te voorkomen en bestrijden. Het IVR is bedoeld voor intern gebruik binnen een financiële instellingen. Het EVR heeft een externe functie en bevat verwijzingsgegevens, zoals naam en geboortedatum of KVK-nummer van (rechts)personen. In beginsel heeft iedere deelnemende financiële instelling toegang tot een deel of meerdere delen van het EVR. Na acht jaar worden de gegevens verwijderd.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert na eiswijziging – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

1. veroordeling van de verzekeraar om binnen 5 dagen na het wijzen van vonnis, subsidiair 5 dagen na betekening van het vonnis de persoonsgegevens van [eiser] , althans terzake te (laten) verwijderen en verwijderd te houden uit de registers, waaronder de incidentenregisters, zoals het interne verwijzingsregister van de verzekeraar en de verwijzingsregisters, zoals (EVR) van de Stichting CIS, alsmede het doen verwijderen en verwijderd te houden uit het incidentenregister van de persoonsgegevens van [eiser] bij het Bureau Justitiële Zaken/Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude van het Verbond van Verzekeraars en uit de applicaties, zoals EVA en FISH, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, voor elke dag of deel daarvan dat de verzekeraar daarmede in gebreke blijft, met een maximum € 100.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen som;

2. te verklaren voor recht dat de verzekeraar jegens [eiser] toerekenbaar is tekortgeschoten, subsidiair onrechtmatig heeft gehandeld;

3. veroordeling van de verzekeraar tot betaling aan [eiser] van schadevergoeding bestaande uit:

alle buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten – o.a. advieskosten, de kosten voor de kortgeding-procedures en de voorlopige getuigenverhoren – tot heden gemaakt, totaal een som ad € 55.173,69 belopende, subsidiair het bedrag dat de rechtbank in goede justitie rechtvaardig oordeelt;

de materiële schade die [eiser] heeft geleden en nog zal lijden doordat hij tijd heeft verloren door onevenredige inspanningen te doen om verzekeringen te kunnen afsluiten en uiteindelijk niet die verzekeraars heeft kunnen kiezen die hij beoogde, met alle risico’s vandien, met hogere financieringskosten is geconfronteerd en vastgoedtransacties is misgelopen, al deze schade nader te begroten in deze procedure, subsidiair op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

immateriële schade wegens de aantasting in eer en goede naam door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

vermeerderd met de samengestelde wettelijke handelsrente, subsidiair de samengestelde wettelijke rente over alle bedragen vanaf de dag der onrechtmatige daad, wanprestatie, zijnde de datum van registratie op 29 april 2015, tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeling van de verzekeraar in de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 7 dagen na het te wijzen vonnis.

3.2.

[eiser] legt – samengevat – het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. [eiser] stelt dat hij niet betrokken is geweest bij de fraude met de Audi. Door hem valselijk te beschuldigen van fraude, de verzekeringsovereenkomsten onterecht op te zeggen en zijn persoonsgegevens ten onrechte op te nemen in de registers handelt de verzekeraar onrechtmatig jegens hem en schiet de verzekeraar tekort in de nakoming van de gesloten verzekeringsovereenkomsten. Dit heeft hem ernstig nadeel toegebracht. Hij kan onder andere niet meer zomaar verzekeringen afsluiten, hetgeen leidt tot hogere financieringslasten en zijn naam en goede eer is aangetast, nu hij als fraudeur geregistreerd staat. De verzekeraar is gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden.

3.3.

De verzekeraar voert verweer en voert daartoe – samengevat – primair aan dat de registraties terecht zijn en derhalve niet verwijderd behoeven te worden. Volgens de verzekeraar is voldoende aannemelijk dat [eiser] betrokken is geweest bij de fraude met de Audi. Subsidiair stelt de verzekeraar zich op het standpunt – dat ook in het geval de rechtbank onverhoopt van oordeel mocht zijn dat de registraties verwijderd dienen te worden – dat niet betekent dat de verzekeraar onrechtmatig heeft gehandeld dan wel is tekortgeschoten jegens [eiser] .

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank stelt het volgende voorop. Artikel 5.2.1 van het Protocol bepaalt dat gegevens van een persoon in het EVR mogen worden opgenomen, indien:

zijn of haar gedragingen een bedreiging vormen of kunnen vormen voor de (financiële) belangen van medewerkers of cliënten van de financiële instelling of van de financiële instelling zelf of voor de continuïteit of integriteit van de financiële sector;

in voldoende mate vaststaat dat de desbetreffende persoon betrokken is bij de hiervoor genoemde gedraging; en

het proportionaliteitsbeginsel in acht wordt genomen, inhoudende dat wordt vastgesteld dat het belang van opname in het register prevaleert boven de mogelijke nadelige gevolgen voor de betrokkene.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat er gefraudeerd is met de verzekerde Audi, zodat is voldaan aan artikel 5.2.1 onder 1 van het Protocol. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of [eiser] daarbij betrokken is.

4.3.

Volgens [eiser] is de beschuldiging van betrokkenheid bij de fraude onjuist. Hij is niet betrokken geweest bij de aanrijding en schademelding. Hij heeft het schadeformulier niet ingevuld en ondertekend. Het is niet zijn handtekening en handschrift. Pas veel later heeft hij het schadeformulier voor het eerst onder ogen gekregen. Ook heeft [eiser] de verzekering van de Audi niet gewijzigd van zakelijk van O&A Verhuur naar privé naar hemzelf. Anderen hebben dit gedaan. Hij kent mevrouw [naam 2] niet en heeft geen schadevergoeding betaald aan Flakkee Lease.

4.4.

[eiser] denkt dat het als volgt is gegaan. In de periode voor de aanrijding was de Audi opgehaald door de garage voor onderhoud. Tijdens de onderhoudsperiode is door derden gereden met de Audi en er is een aanrijding geweest, waarmee [eiser] niets te maken had. [eiser] heeft een week na de aanrijding daarover gehoord, maar heeft zich hier verder niet mee beziggehouden, omdat het garagebedrijf hem schadeloos heeft gesteld. Anderen hebben de schademelding onder zijn naam gedaan, alsook de omzetting van de verzekering. Wellicht is het iemand van het garagebedrijf geweest, die over zijn gegevens beschikte en waarvan het ook gebruikelijk is dat die contact heeft met de assurantietussenpersoon. [eiser] wijst erop dat de verzekeraar blijft steken bij verdachtmakingen, maar dat bewijs voor zijn betrokkenheid ontbreekt. Uit de verklaren van de getuigen volgt ook niet dat hij betrokken is en de verzekeraar heeft bovendien geen aangifte gedaan bij de politie, hetgeen erop wijst dat de verzekeraar zelf niet zeker is van haar verdenking. [eiser] wordt al met al onterecht beticht van fraude, aldus steeds [eiser] .

4.5.

De verzekeraar denkt hier anders over. De rechtbank is met de verzekeraar van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat [eiser] betrokken is bij de fraude. Daartoe is het volgende redengevend. Allereerst is de verzekerde Audi een auto van O&A Verhuur, het bedrijf waarvan [eiser] indirect aandeelhouder is. Daarnaast is de schade geclaimd onder de verzekering van [eiser] via zijn tussenpersoon, zijnde [naam 1] . Verder heeft er vlak voor de schademelding een wijziging van de verzekering plaatsgevonden van zakelijk naar privé, van O&A Verhuur naar [eiser] , waarvan na technisch onderzoek is gebleken dat die wijziging heeft plaatsgevonden op dezelfde dag als het ongeval. Dit tezamen wijst op betrokkenheid van [eiser] bij de fraude.

Daarbij komt dat [eiser] , nadat hij in december 2014 de brief ontving van de verzekeraar over de fraudeverdenking en de opname in de registers, heel lang geen enkele stap heeft ondernomen. Pas eind 2016 is [eiser] gaan procederen in kort geding tegen de registratie van zijn persoonsgegevens en heeft hij voor het eerst bij de getuigenverhoren in 2018 – dat is vier jaar later – getracht de toedracht van het ongeval en de schademelding te achterhalen. Dit bevreemdt de rechtbank, gelet op de stellingname van [eiser] dat hij geen enkele betrokkenheid had bij de fraude. Het had voor de hand gelegen dat [eiser] dan al veel eerder had geprotesteerd dan wel had getracht duidelijkheid te verschaffen.

4.6.

De verklaring van [eiser] dat derden achter de aanrijding, schademelding en de omzetting van de verzekering hebben (moeten) gezeten, staat er – voor zover dit zo zou zijn, hetgeen onvoldoende is gebleken – anders dan [eiser] lijkt te willen betogen, niet zonder meer aan in de weg dat ook hij betrokken is bij de fraude.

4.7.

De verklaring van [eiser] , dat hij in het geheel niet op de hoogte is geweest van de fraude, acht de rechtbank niet aannemelijk, aangezien de wijzigingspapieren van de verzekering zowel naar zijn huisadres, voor zover het de nieuwe verzekering betrof, als naar het adres van zijn bedrijf, voor zover het ging om het royement van de zakelijke verzekering, zijn gestuurd. Dat [eiser] verklaart dat hem dit wellicht niet is opgevallen, omdat hij na de aanrijding een nieuwe auto heeft gekocht en de Audi heeft verkocht en daarom dus verzekeringspapieren zou ontvangen, maakt het voorgaande niet anders, althans komt voor zijn rekening. De mogelijkheid dat iemand van het garagebedrijf (van Automobielbedrijf Flakkee ) het één en ander heeft gedaan geheel buiten [eiser] om, verklaart niet – voor zover dit zo zou zijn, hetgeen niet is gebleken – dat de verzekering van zakelijk naar privé is gewijzigd. De enige die daar een belang bij heeft, is [eiser] zelf.

4.8.

Gelet op al het voorgaande is enige betrokkenheid van [eiser] bij de fraude in voldoende mate vast komen te staan. Daarmee is voldaan aan artikel 5.2.1. onder 2 van het Protocol. Naar het oordeel van de rechtbank was het ook proportioneel om in dit verband de gegevens van [eiser] op te nemen in het EVR. Het belang van de verzekeraar diende immers te prevaleren boven de nadelige gevolgen voor [eiser] als gevolg van die registratie. De verzekeraar heeft dus niet onrechtmatig gehandeld en is evenmin tekortgeschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst jegens [eiser] . De gevorderde verklaringen voor recht en de schadevergoedingsvorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

4.9.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat inmiddels – na vijfenhalf jaar – het belang van [eiser] is gaan prevaleren boven het belang van de verzekeraar, zodat de verzekeraar alle registraties van de persoonsgegevens van [eiser] binnen tien dagen na betekening van dit vonnis dient te verwijderen. Bij deze afweging is van belang dat de betrokkenheid van [eiser] bij de fraude, die betrekking had op een relatief laag schadebedrag, weliswaar in voldoende mate is komen vast te staan, maar dat zijn precieze rol en wetenschap niet is komen vast te staan. Wel is komen vast te staan dat de verzekeraar als gevolg van deze fraude geen uitkeringen heeft gedaan en dat [eiser] daardoor dus niet is verrijkt.

4.10.

Het bevreemdt de rechtbank overigens dat de verzekeraar kennelijk altijd voor de maximaal mogelijk termijn registreert, althans het voortduren van deze registraties zelf niet zichtbaar tussentijds toetst aan het vereiste van proportionaliteit, zelfs niet als een geregistreerde een verzoek tot verwijdering (op andere gronden) indient. Een dergelijke praktijk lijkt niet in lijn met de bedoeling van deze regelgeving.

4.11.

[eiser] heeft gevorderd dat de rechtbank een dwangsom verbindt aan de veroordeling tot verwijdering van zijn persoonsgegevens uit de registers. Aangezien de verzekeraar deze vordering ongemotiveerd heeft betwist, zal de rechtbank de dwangsom toewijzen, zij het tot een maximum als nader bepaald.

4.12.

Omdat partijen over en weer deels in het gelijk en deels in het ongelijk worden gesteld, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt de verzekeraar om binnen tien (10) dagen na betekening van dit vonnis de persoonsgegevens van [eiser] te verwijderen uit de registers, waaronder de incidentenregisters, zoals het interne verwijzingsregister van de verzekeraar en het EVR van de Stichting CIS, alsmede het doen verwijderen en verwijderd te houden uit het incidentenregister de persoonsgegevens van [eiser] bij het Bureau Justitiële Zaken/Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude van het Verbond van Verzekeraars en uit de applicaties, zoals EVA en FISH, dit op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de verzekeraar na 10 dagen na betekening van dit vonnis in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,-,

5.2.

compenseert de proceskosten aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,

5.3.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.R.J. van Wel, rechter, bijgestaan door mr. P. Palanciyan, griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2020.

type: PP

coll: MvW


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature