< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

ISD

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13-096255-20 (A), 13-129189-20 (B), 13-036820-20 (C), 13-302540-19 (D)

Datum uitspraak: 26 augustus 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1990,

niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen,

opgegeven woonadres [adres 1] , [plaats 1] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting “ [locatie] ” te [plaats 2] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 augustus 2020.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B, zaak C en zaak D aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. J. Ang, en van wat door de raadsman van verdachte, mr. S.J. Jansen, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 Tenlastelegging

De verdenking komt er – kort gezegd – op neer dat verdachte:

zaak A, onder 1:

op 26 februari 2020 in een filiaal van Marqt in de [adres 2] te Amsterdam, 44 repen chocolade heeft gestolen, waarna hij geweld heeft gepleegd tegen twee medewerkers van deze supermarkt en/of deze medewerkers heeft bedreigd met geweld;

zaak A, onder 2:

op 2 maart 2020 in ICI Paris in de [adres 3] te Amsterdam, 4 flesjes parfum heeft gestolen;

zaak B, onder 1:

op 12 mei 2020 in een filiaal van Albert Heijn op de [adres 4] te Amsterdam, stroopwafels, koffiemelk en een muffin heeft gestolen, waarna hij geweld heeft gepleegd tegen drie medewerkers van deze supermarkt;

zaak B, onder 2:

op 8 mei 2020 in een filiaal van Albert Heijn aan de [adres 5] te Amsterdam, een grote hoeveelheid pakken koffie heeft gestolen;

zaak C:

op 3 februari 2020 in een hotel aan de [adres 6] te Amsterdam, muesli, melk en flessen Cava heeft gestolen;

zaak D:

op 19 december 2019 in een filiaal van Vomar Voordeelmarkt aan het [adres 7] te Amsterdam snoepwaren heeft gestolen.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.

3.2.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het in zaak A onder 1 tenlastegelegde:

Verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd. Hij is niet de persoon die op de camerabeelden is te zien.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De vier processen-verbaal van herkenning overtuigen niet. De camerabeelden op basis waarvan de herkenningen hebben plaatsgevonden zijn van middelmatige kwaliteit.

Ten aanzien van het in zaak A onder 2 tenlastegelegde:

Verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd. Hij is niet de persoon die op de camerabeelden is te zien.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De twee processen-verbaal van herkenning overtuigen ook in deze zaak niet. De camerabeelden op basis waarvan deze herkenningen hebben plaatsgevonden zijn niet scherp.

Ten aanzien van het in zaak B onder 1 tenlastegelegde:

Verdachte heeft verklaard dat hij de in de tenlastelegging genoemde goederen heeft weggenomen maar hij heeft daarna geen geweld gebruikt tegen winkelmedewerkers. Hij is zelf hardhandig door deze winkelmedewerkers aangepakt. Een beveiliger heeft op een gegeven moment zelfs een stoel door de ruimte gegooid.

De raadsman is van mening dat alleen diefstal bewezen kan worden verklaard en niet het ten laste gelegde geweld. Verdachte heeft zich hooguit proberen los te rukken. Van de ten laste gelegde geweldshandelingen is geen sprake geweest.

Ten aanzien van het in zaak B onder 2 tenlastegelegde:

Verdachte ontkent het feit te hebben gepleegd. Hij is niet de persoon die op de camerabeelden is te zien.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Er is slechts één proces-verbaal van herkenning dat gebaseerd is op slechte camerabeelden. Dit is te mager om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Ten aanzien van het in zaak C tenlastegelegde:

Verdachte heeft verklaard dat hij in de ontbijtzaal van het hotel is geweest en daar iets heeft gegeten en gedronken vanaf het ontbijtbuffet. Daarbij heeft hij ook uit een fles Cava gedronken. Hij heeft echter geen flessen Cava meegenomen.

De raadsman is van mening dat alleen diefstal van muesli, melk en een paar slokken Cava kan worden bewezen. Er is onvoldoende bewijs dat verdachte flessen Cava heeft gestolen. Aangever weet niet precies hoeveel flessen er verdwenen zijn, terwijl niet duidelijk is wat in de Albert Heijn tas zat die verdachte bij zich droeg.

Ten aanzien van het in zaak D tenlastegelegde:

Verdachte heeft ter terechtzitting het feit bekend. De raadsman heeft zich met betrekking tot dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het in zaak A onder 1 tenlastegelegde:

De rechtbank acht op grond van de aangiftes van [persoon 1] en [persoon 2] , het proces-verbaal beschrijving camerabeelden, de processen-verbaal van herkenning van de verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] en het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het Adidas tasje, bewezen dat verdachte op 26 februari 2020 te Amsterdam 44 repen chocolade bij Marqt in de [adres 2] heeft gestolen, waarna hij geweld heeft gebruikt tegen [persoon 2] en [persoon 1] heeft bedreigd met een mes, teneinde uit de winkel weg te komen.

De raadsman heeft de bewijswaarde van de herkenningen betwist.

De rechtbank overweegt dat een herkenning van een persoon op beeld kan plaatsvinden, op basis van diens gezicht, kleding en accessoires en/of postuur, houding en – wanneer het bewegend beeld betreft – de manier van bewegen. Hiervan heeft de gezichtsherkenning onmiskenbaar de hoogste diagnostische waarde. Het gezicht is immers uit zijn aard uniek en de meeste mensen zijn uitstekend in staat gezichten te herkennen.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat gezichten als één geheel, dat wil zeggen holistisch in het geheugen worden opgeslagen en wel in visuele vorm. Dit is ook de wijze waarop de herkenning van gezichten plaatsvindt, hetgeen onder meer tot gevolg heeft dat het heel lastig kan zijn een beschrijving te geven van een gezicht dat men goed kent en goed kan herkennen. Ook heeft het vanwege de holistische herinnering aan gezichten weinig zin om aan een getuige te vragen waaraan hij precies het gezicht van de verdachte heeft herkend. Dit zal niet meer kunnen opleveren dan een in woorden gegoten rationalisatie achteraf van een niet-rationeel proces.

De rechtbank constateert dat op de stills van de camerabeelden die in de betreffende processen-verbaal van herkenning zijn opgenomen, voldoende gezichtskenmerken te zien zijn om een herkenning op te kunnen baseren. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] hebben bovendien ook bewegende beelden gezien, waarop, naar kan worden aangenomen, nog meer details zijn te zien.

Voorts is van belang hoe goed de herkenner de verdachte kent. Hoe beter men de verdachte (visueel) kent, hoe minder visuele informatie nodig is voor een betrouwbare herkenning. Alle vier de verbalisanten hebben in levenden lijve met verdachte te maken gehad. [verbalisant 2] heeft verdachte in het verleden meermalen aangehouden, [verbalisant 3] heeft in het verleden een observatie op verdachte uitgevoerd. Bij het zien van de beelden hebben zij verdachte onmiddellijk herkend.

De rechtbank acht voorts van belang dat niet één maar diverse verbalisanten verdachte hebben herkend.

Anders dan de raadsman is de rechtbank daarom van oordeel dat de door de verbalisanten gedane herkenningen valide en betrouwbaar zijn.

De constatering dat verdachte degene is die op de beelden zichtbaar is, wordt bevestigd door het Adidas tasje dat in de fouillering van verdachte is aangetroffen. Een soortgelijk tasje is eveneens zichtbaar bij de persoon op de camerabeelden.

Ten aanzien van het in zaak A onder 2 tenlastegelegde:

De rechtbank acht op grond van de aangifte, het proces-verbaal beschrijving camerabeelden, de processen-verbaal van herkenning van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het Adidas tasje bewezen dat verdachte op 2 maart 2020 in de ICI Paris in de [adres 3] te Amsterdam vier verpakkingen parfum heeft gestolen.

Ook hier heeft de raadsman de bewijswaarde van de herkenningen betwist.

De rechtbank constateert dat op de stills van de camerabeelden die in de betreffende processen-verbaal van herkenning zijn opgenomen, voldoende gezichtskenmerken te zien zijn om een herkenning op te kunnen baseren.

Beide verbalisanten hebben in levenden lijve met verdachte te maken gehad. [verbalisant 2] heeft verdachte in het verleden meermalen aangehouden. Bij het zien van de beelden hebben zij verdachte onmiddellijk herkend.

Anders dan de raadsman is de rechtbank daarom van oordeel dat de door de verbalisanten gedane herkenningen valide en betrouwbaar zijn.

De constatering dat verdachte degene is die op de beelden zichtbaar is, wordt ook in deze zaak bevestigd door het Adidas tasje dat in de fouillering van verdachte is aangetroffen. Een soortgelijk tasje is eveneens zichtbaar bij de persoon op de camerabeelden.

Ten aanzien van het in zaak B onder 1 tenlastegelegde:

De rechtbank acht op grond van de aangifte van [persoon 3] , de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] en de verklaring van verdachte bij de politie dat hij goederen heeft weggenomen en een beveiliger heeft geslagen, bewezen dat verdachte op 12 mei 2020 stroopwafels, koffiemelk en een muffin heeft weggenomen en dat hij daarna geweld heeft gebruikt tegen de drie winkelmedewerkers om uit de winkel weg te komen.

De rechtbank acht de ter terechtzitting door verdachte afgelegde verklaring, dat van het door aangevers en getuigen genoemde geweld geen sprake is geweest en dat juist hij degene is geweest die door hen is geslagen, niet aannemelijk. [persoon 3] , [getuige 1] en [getuige 2] hebben kort na het feit overtuigende en consistente verklaringen afgelegd. Het komt de rechtbank bovendien onaannemelijk voor dat zij zonder aanleiding met zijn drieën verdachte te lijf zouden zijn gegaan en dat zij vervolgens ook zelf met meubilair in de onderzoeksruimte zouden zijn gaan gooien.

Ten aanzien van het in zaak B onder 2 tenlastegelegde:

De rechtbank acht op grond van de aangifte en het proces-verbaal beschrijving camerabeelden, met daarin tevens opgenomen de herkenning van verdachte, bewezen dat verdachte op 8 mei 2020 koffie ter waarde van 158,25 euro heeft gestolen bij een Albert Heijn in Amsterdam.

Anders dan door de verdediging is gesteld, is er geen ruimte voor twijfel dat verdachte de persoon is die op de camerabeelden is te zien. De beelden zijn van voldoende kwaliteit om een herkenning op te kunnen baseren, terwijl de verbalisant die verdachte heeft herkend de bewegende beelden van de supermarkt heeft gezien.

Ten aanzien van het in zaak C tenlastegelegde:

De rechtbank acht op grond van de aangifte, het proces-verbaal beschrijving camerabeelden van het hotel, de aanvullende verklaring van aangever en de verklaring van verdachte ter terechtzitting bewezen dat verdachte op 3 februari 2020 muesli, melk en flessen Cava heeft gestolen in een hotel aan de [adres 6] te Amsterdam.

Verdachte heeft bekend dat hij ter plaatse vanaf het ontbijtbuffet heeft gegeten en gedronken. Dit is ook te zien op de camerabeelden van het hotel.

Aangever heeft een man met een Albert Heijn tas met flessen Cava het hotel zien verlaten. Ook deze bevindingen worden bevestigd door de camerabeelden van hotel. Dezelfde man die muesli en melk van het ontbijtbuffet eet, te weten verdachte, is eerst te zien met een lege Albert Heijn tas. Enkele minuten later, nadat hij even achter een muurtje uit het zicht is verdwenen, komt hij weer in beeld met een gevulde Albert Heijn tas, waarmee hij het hotel verlaat.

Ten aanzien van het in zaak D tenlastegelegde:

De rechtbank acht op grond van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte bewezen dat verdachte op 19 december 2019 in de Vomar Voordeelmarkt aan het [adres 7] te Amsterdam snoepwaren heeft gestolen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

ten aanzien van het in de zaak A onder 1 tenlastegelegde:

op 26 februari 2020 te Amsterdam, 44 chocolade repen, merk Tony Chocolonely, toebehorende aan Marqt (gevestigd aan de [adres 2] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [persoon 2] en bedreiging met geweld tegen [persoon 1] , gepleegd met het oogmerk om aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, door meermalen voornoemde [persoon 2] aan de haren vast te houden en voornoemde [persoon 1] en een omstander een mes te tonen;

ten aanzien van het in de zaak A onder 2 tenlastegelegde:

op 2 maart 2020 te Amsterdam, 4 verpakkingen parfum, merk Hermes, toebehorende aan ICI Paris XL (gevestigd aan de [adres 3] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

ten aanzien van het in de zaak B onder 1 tenlastegelegde:

op 12 mei 2020 te Amsterdam, een pak stroopwafels en een pak koffiemelk en een muffin (ter waarde van 4,06 euro), toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [persoon 3] en [getuige 1] en [getuige 2] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, door

ten aanzien van [persoon 3]

- voornoemde [persoon 3] meermalen met vuisten tegen haar nek en schouder te slaan en

- haar pols vast te pakken en haar pols om te draaien en

- in haar borsten te knijpen en

ten aanzien van [getuige 1]

- voornoemde [getuige 1] in zijn gezicht te slaan en

ten aanzien van [getuige 2]

- voornoemde [getuige 2] met kracht bij haar handen, vast te pakken

- een vaas en een stoel, vast te pakken en vervolgens door de kantoorruimte van voornoemd filiaal te gooien;

ten aanzien van het in de zaak B onder 2 tenlastegelegde:

op 8 mei 2020 te Amsterdam, een grote hoeveelheid koffie (ter waarde van 158,25 euro), toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

ten aanzien van het in de zaak C tenlastegelegde:

op 3 februari 2020 te Amsterdam in hotel [naam hotel] (gevestigd [adres 6] ) eten (te weten muesli) en drinken (te weten melk) en flessen drank (Cava), toebehorende aan voornoemd hotel, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

ten aanzien van het in de zaak D tenlastegelegde:

op 19 december 2019 te Amsterdam, snoepwaren, toebehorende aan Vomar Voordeelmarkt B.V. (vestiging [adres 7] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

7.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van 2 jaren zonder aftrek van voorarrest.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman acht een ISD-maatregel niet passend. Er is nog ruimte voor hulpverlening omdat eerdere pogingen daartoe niet goed van de grond zijn gekomen terwijl dit niet – in het geheel – aan verdachte was te wijten. De raadsman meent dat met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan worden volstaan. Na zijn detentie kan verdachte Nederland verlaten en in het buitenland hulp zoeken voor zijn verslavingsprobleem.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zes winkeldiefstallen. Bij twee van deze winkeldiefstallen heeft hij tevens geweld gebruikt en/of heeft hij gedreigd met geweld om weg te kunnen komen uit de winkel. Winkeldiefstal is een hinderlijk en veel voorkomend feit dat grote schade en overlast bij de detailhandel veroorzaakt. Door daarbij ook nog geweld te gebruiken en te dreigen met geweld heeft verdachte angst, woede en verontwaardiging teweeggebracht bij de slachtoffers en het winkelende publiek.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van GGZ Antes Advies van 17 juli 2020, opgemaakt door mevrouw C. Hornby, reclasseringswerker.

In dit rapport is te lezen dat verdachte in Polen is opgegroeid en op zijn zestiende jaar met zijn moeder naar Engeland is verhuisd. In 2017 is hij naar Nederland gekomen. Verdachte is op achttienjarige leeftijd begon met het gebruik van cannabis. Daarna is hij heroïne gaan roken en rond zijn vijfentwintigste jaar ging hij heroïne spuiten. Recentelijk zou hij enige tijd hebben doorgebracht in een verslavingskliniek in Polen maar eenmaal terug in Nederland is hij snel teruggevallen in drugsgebruik. Op dit moment gebruikt hij methadon. Verdachte heeft tegenover de reclassering verklaard dat hij niet terug wil naar Polen en dat hij in Nederland een bestaan wil opbouwen. Het leven als drugsverslaafde valt hem zwaar en hij wil hier verandering in brengen.

Verdachte heeft eerder een reclasseringstoezicht opgelegd gekregen maar heeft zich toen niet aan de voorwaarden gehouden omdat hij zich onbereikbaar hield.

Verdachte maakt deel uit van de top600. Volgens de top600 regisseur zorgt verdachte al geruime tijd voor overlast in Amsterdam. Hij wordt veel gezien in portieken en op woonboten. Hij wordt getypeerd als een stevige heroïne gebruiker die agressief kan reageren als hij onder invloed is.

Gezien de verslavingsgeschiedenis van verdachte, zijn onbereikbaarheid voor hulpverleners en reclassering en zijn hardnekkige delictgedrag acht de reclassering een hulpverleningstraject in een stringenter kader noodzakelijk. Door de vele problemen op de diverse leefgebieden lijkt een klinische behandeling nodig om gedragsverandering te kunnen bewerkstelligen en de kans op recidive te verkleinen.

Omdat verdachte niet beschikt over een geldige verblijfsstatus, kan hij geen beroep doen op de reguliere voorzieningen in de Nederlandse samenleving. De reclassering ziet de vreemdelingen ISD-maatregel als de meest aangewezen optie om het illegaal verblijf in Nederland te stoppen, het crimineel gedragspatroon van betrokkene te doorbreken en een traject gericht op de bevordering van een succesvolle terugkeer naar het land van herkomst te bewerkstelligen. De maatregel wordt eveneens gezien als geschikt middel ter beveiliging van de maatschappij.

Ter terechtzitting van 12 augustus 2020 heeft de raadsman een beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) overgelegd van 17 januari 2020, waaruit blijkt dat verdachte op dat moment geen rechtmatig verblijf in Nederland had op grond van het Unierecht. In deze beschikking is onder meer opgenomen dat door de aard van de overtredingen en misdrijven die verdachte pleegt, langzamerhand duidelijk is geworden dat verdachte niet genoeg middelen heeft om van te leven. De raadsman heeft desgevraagd naar voren gebracht dat verdachte, anders dan de reclassering had opgeschreven, niet ongewenst is verklaard.

Op de terechtzitting van 12 augustus 2020 is de reclasseringswerker C. Hornby telefonisch als deskundige gehoord. De deskundige heeft haar advies tot het opleggen van een ISD-maatregel in stand gehouden, ook nadat zij er mee was geconfronteerd dat van een ongewenstverklaring volgens de raadsman geen sprake is. Of dit een reguliere of een vreemdelingen ISD-maatregel moet zijn is afhankelijk van de juridische en feitelijke situatie van verdachte.

De officier van justitie heeft bij de IND geen informatie ingewonnen over de verblijfsstatus van verdachte.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel justitiële documentatie van 7 juli 2020 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de periode van de bewezen geachte feiten meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl de in dit vonnis bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 7 juli 2020 is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.

Verdachte voldoet ook aan de zogenaamde ‘zachte criteria’. Verdachte heeft geen recht op sociale voorzieningen, waardoor interventies via een reclasseringstoezicht nauwelijks haalbaar zijn. De voorlopige hechtenis van verdachte is op 12 februari 2020 bovendien geschorst onder de voorwaarden dat hij zich moest melden bij de reclassering en zich moest houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Dat heeft verdachte niet gedaan. Hij bleek na korte tijd onbereikbaar te zijn voor de reclassering en is vervolgens weer met justitie in aanraking gekomen. De reclassering ziet geen mogelijkheden meer voor een toezicht.

De rechtbank volgt het advies van de reclassering en zal aan verdachte de ISD-maatregel opleggen voor de duur van 2 jaren. In de afgelopen jaren is verdachte vele malen voor soortgelijke feiten veroordeeld maar deze straffen hebben niet tot gedragsverandering bij verdachte geleid. Verdachte pleegt voortdurend winkeldiefstallen en schroomt daarbij niet om geweld te gebruiken. Door zijn harddrugsverslaving leidt hij een zwervend bestaan in Amsterdam en beweegt hij zich in een gebruikerscircuit, waarbij hij voor veel overlast zorgt. Het belang van de samenleving, dat verdachte geen overlast en schade meer zal veroorzaken, staat nu voorop. Verdachte wil graag een normaal bestaan opbouwen zonder verslaving, maar het is de rechtbank duidelijk dat zijn voornemen daartoe zonder dwangkader kansloos is. Een eerder reclasseringscontact is op niets uitgelopen. De veiligheid van personen en goederen eist het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

8 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [persoon 2] vordert € 500,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering bepleit, met wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel. Zij acht het door de benadeelde partij gevorderde bedrag alleszins redelijk.

De raadsman is, met het oog op de door hem bepleite vrijspraak, van mening dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Gelet op artikel 6:106 BW ontstaat het recht op vergoeding van immateri ële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in zijn eer of goede naam of op andere wijze. Van dit laatste geval is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.

Gevoelens van onveiligheid en wantrouwen, hoe vervelend ook, zijn daarvoor onvoldoende. Gedacht kan worden aan psychische gevolgen waarvoor behandeling geïndiceerd is en waarvan onderbouwing van een deskundige beschikbaar is. In deze zaak is daarvan niet gebleken

Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (HR 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1465). Ook dat is naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak niet aan de orde.

Voor de gevorderde immateriële schadevergoeding zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan zich daarvoor eventueel tot de civiele rechter wenden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht .

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het in zaak A onder 1 bewezenverklaarde:

diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk, om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;

ten aanzien van het in zaak A onder 2, zaak B onder 2, zaak C en zaak D bewezenverklaarde:

telkens diefstal;

ten aanzien van het in zaak B onder 1 bewezenverklaarde:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk, om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Verklaart de benadeelde partij [persoon 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. L. Dolfing, voorzitter,

mrs. S. Djebali en R.A.J. Hübel, rechters,

in tegenwoordigheid van B. de Hoogh, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 augustus 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature