< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Een 22-jarige man is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk onder meer omdat hij in november 2019 de nieuwe vriend van zijn ex mishandelde in Amsterdam.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/285381-19 (Promis)

Datum uitspraak: 15 mei 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

zonder vast woon- of verblijfplaats,

postadres: [adres] , [plaats] ,

gedetineerd in “ [naam] ” te [plaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 mei 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E.P.M. Kersten en van wat verdachte (middels telehoren) en zijn raadsman

mr. M. Heikens naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt, na wijziging op de zitting, kort gezegd beschuldigd van

1. zware mishandeling van [slachtoffer 1] op 25 november 2019, door hem in het gezicht te slaan, waardoor zijn neus is gebroken. Als dat niet kan worden bewezen dan wordt hij beschuldigd van mishandeling (met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg);

2. bedreiging van [slachtoffer 2] via WhatsApp op 25 en 26 november 2019, samen met anderen;

3. bezit van een voorwerp dat erg lijkt op een echt vuurwapen, namelijk een airsoftwapen, en bezit van twee geluiddempers en munitie op 27 november 2019;

4. bezit van een vuurwapen, namelijk een omgebouwd gas/alarmpistool van het merk Ekol Volga, in de periode van 6 december 2019 tot en met 20 december 2019;

5. bedreiging van [slachtoffer 3] via WhatsApp in de periode van 29 januari 2020 tot en met 3 februari 2020.

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Waardering van het bewijs

3.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat van feit 1 de eenvoudige mishandeling van [slachtoffer 1] kan worden bewezen. Zij wijst daarbij op de aangifte van [slachtoffer 1] , de letselverklaring, de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] en de bekennende verklaring van verdachte.

Feit 2 kan worden bewezen. Dat de bedreigingen niet rechtstreeks aan aangever maar aan [getuige 2] zijn verstuurd maakt niet uit, omdat [getuige 2] de aangever van die bedreigingen op de hoogte heeft gebracht. Dat verdachte die dreigende teksten heeft gestuurd volgt uit de aangifte en de processen-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat verdachte gebruiker is van het gebruikte telefoonnummer.

Feit 3 kan worden bewezen. Het airsoftwapen, de twee geluiddempers en patronen zijn aangetroffen in de woning waar verdachte op dat moment verbleef. Uit het proces-verbaal onderzoek wapen kan worden afgeleid dat het airsoftwapen lijkt op een vuurwapen, omdat de verbalisant eerst zag dat het een vuurwapen was en pas na een onderzoek op het internet heeft geconcludeerd dat het een airsoftwapen was.

Ook feit 4 kan worden bewezen. Het pistool is aangetroffen in de kelderbox van de woning waar verdachte op dat moment verbleef en er is DNA van verdachte op aangetroffen.

De bedreiging van feit 5 kan worden bewezen op grond van de aangifte en de processen-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat verdachte hoogstwaarschijnlijk de gebruiker is van de in de aangifte genoemde telefoonnummers.

3.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman vindt dat verdachte alleen voor de eenvoudige mishandeling kan worden veroordeeld. Een gebroken neus is geen zwaar lichamelijk letsel.

Van de bedreiging van feit 2 moet verdachte worden vrijgesproken omdat de bedreigingen niet aan aangever zijn verstuurd. Daarbij zijn de bewoordingen “Zeg maar dat [slachtoffer 2] zijn winkel binnenkort kan sluiten” niet dreigend. Bij aangever heeft daardoor niet de redelijke vrees kunnen ontstaan dat hij daadwerkelijk zijn winkel moest sluiten.

Voor het bezit van het airsoftwapen van feit 3 moet verdachte worden vrijgesproken, omdat uit het dossier niet blijkt dat het erg lijkt op een echt vuurwapen. Ook voor het bezit van de geluiddempers en munitie moet vrijspraak volgen, omdat ze zijn aantroffen in een ruimte waar ook andere bewoners toegang tot hadden.

Feit 4 kan niet worden bewezen. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht heeft gehad over het wapen. Bovendien staat in de toelichting in het DNA-rapport dat het mengprofiel onvoldoende informatief is om te kunnen beoordelen of het DNA van verdachte kan hebben bijgedragen aan de bemonstering. Daarmee is de bewijswaarde van dit DNA-rapport gering.

Ook voor de bedreiging van feit 5 moet verdachte worden vrijgesproken, omdat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de berichten afkomstig zijn van verdachte.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Feit 1; mishandeling van [slachtoffer 1]

De rechtbank vindt de eenvoudige mishandeling van [slachtoffer 1] bewezen. Verdachte wordt van de zware mishandeling en de mishandeling met zwaar letsel tot gevolg vrijgesproken, omdat de gebroken neus van aangever in juridische termen geen zwaar lichamelijk letsel is.

3.3.2

Feit 2; bedreiging van [slachtoffer 2]

De rechtbank vindt op grond van de aangifte, de verklaring van [getuige 2] met de foto’s en de verklaring van verdachte op de terechtzitting bewezen dat hij samen met anderen [slachtoffer 2] heeft bedreigd. De WhatsApp-berichten die verdachte naar eigen zeggen met zijn vrienden heeft verstuurd zijn niet aan [slachtoffer 2] gestuurd, maar aan [getuige 2] , de partner van [slachtoffer 2] . In de berichten staat onder andere “Zeg tegen [slachtoffer 2] dat hij zijn winkel binnenkort kan sluiten”. Daaruit blijkt dat het de bedoeling was van de verzenders dat [getuige 2] op de hoogte zou brengen van de bedreigingen. Daarmee is bewezen dat de bedreigingen aan [slachtoffer 2] ‘zijn toegevoegd’. [getuige 2] heeft de berichten aan [slachtoffer 2] doorgestuurd. De verstuurde teksten moeten als één geheel worden gezien. Het moeten sluiten van de winkel is, in combinatie met de overige berichten, waaronder “de volgende zijn die kogels”, wel degelijk bedreigend.

3.3.3

Feit 3; voorhanden hebben airsoftwapen, geluiddempers en munitie

Bij de doorzoeking van de woning waar verdachte verbleef zijn op 27 november 2019 in een voorraadkast een airsoftwapen, twee geluiddempers en diverse doosjes munitie aangetroffen en in beslag genomen. Verdachte heeft hierover bij de politie verklaard dat hij het luchtdrukwapen van de kermis heeft en dat hij de kogels en geluiddempers op straat heeft gekocht.

De rechtbank vindt niet bewezen dat verdachte een voorwerp voorhanden heeft gehad dat sprekend op een echt vuurwapen leek. Uit het dossier blijkt dat een airsoftwapen is gevonden, maar in het dossier zit geen foto van het airsoftwapen of een beschrijving van een wapenspecialist dat het wapen sprekend op een echt vuurwapen lijkt. Dat een verbalisant eerst beschrijft dat hij een vuurwapen aantreft en na onderzoek op het internet concludeert dat het een airsoftwapen is, vindt de rechtbank onvoldoende. Verdachte wordt van dit deel van feit 3 vrijgesproken.

Over de geluiddempers en de munitie heeft verdachte op de zitting verklaard dat hij de tas waarin ze zaten voor iemand anders bewaarde en dat hij niet in de tas mocht kijken en dat ook niet heeft gedaan. De rechtbank vindt deze verklaring inhoudelijk niet waarschijnlijk en ook gezien het late tijdstip van de verklaring en in het licht van de eerder afgelegde verklaringen over de inhoud van de tas niet geloofwaardig. Verdachte wordt veroordeeld voor het bezit van de geluiddempers en de munitie.

3.3.4

Feit 4; voorhanden hebben vuurwapen

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte op 20 december 2019 een vuurwapen voorhanden heeft gehad, namelijk een omgebouwd gas/alarmpistool van het merk Ekol Volga. Het wapen is aangetroffen in de kelderbox van de woning waar verdachte verbleef en waar hij en zijn broertje toegang toe hadden. Het wapen is onderzocht, waarbij het om een omgebouwd gas/alarmpistool bleek te gaan, wat een vuurwapen is in de zin van de Wet Wapens en Munitie. Op het wapen is een DNA-spoor van verdachte aangetroffen. De toelichting waar de raadsman op heeft gewezen, ziet op een andere bemonstering en doet daarom aan de bewijswaarde van het spoor van verdachte niet af. De rechtbank vindt op basis van het dossier niet bewezen dat verdachte het vuurwapen al langere tijd voorhanden had. Daarom wordt hij van de periode van 6 december 2019 tot en met 19 december 2019, vóór het aantreffen van het wapen, vrijgesproken.

3.3.5

Feit 5; bedreiging van [slachtoffer 3]

Verdachte wordt veroordeeld voor deze bedreigingen. Aangeefster [slachtoffer 3] heeft op 29 januari 2020 bedreigende berichten ontvangen van het nummer + [nummer] . De berichten zijn verstuurd tussen 00.12 en 00.37 uur. In de berichten staat dat de afzender haar wil doodslaan en of ze zijn kogels wil uitproberen. De afzender spreekt over “zijn zoon” of “ [naam zoon] ”. Verdachte en aangeefster hebben samen een zoon genaamd [naam zoon] . Aangeefster heeft verdachte herkend op de profielfoto bij dit telefoonnummer. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte de bedreigende berichten heeft gestuurd met het telefoonnummer + [nummer] .

Aangeefster heeft op 2 februari 2020 bedreigende berichten ontvangen van het telefoonnummer + [nummer] . De teksten hielden onder meer in dat aangeefster dood zal worden geslagen en dat de verzender [naam zoon] nooit meer hoeft. Deze berichten zijn verstuurd tussen 19.21 en 22.54 uur. De rechtbank is van oordeel dat verdachte de bedreigende berichten van het telefoonnummer + [nummer] heeft verstuurd. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat ook in dit gesprek wordt gesproken over “ [naam zoon] ” en “mijn kind”. Ook op 2 februari 2020 zijn de berichten zo kort op elkaar verstuurd, dat niet aannemelijk is dat het telefoonnummer in de tussentijd is gewisseld van gebruiker.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank vindt op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte

1.

op 25 november 2019 te Amsterdam opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] een vuistslag in het gezicht heeft gegeven, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] lichamelijk letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

in de periode van 25 november 2019 tot en met 26 november 2019 te Amsterdam, tezamen en in vereniging, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door voornoemde [slachtoffer 2] dreigend (via WhatsApp) de woorden toe te voegen:

"Kanker hoertje. De volgende zijn die kogels. [slachtoffer 2] dit [slachtoffer 2] dit. Zeg tegen [slachtoffer 2] dat hij zijn winkel binnenkort kan sluiten."

"Niet zo toch. Laat [slachtoffer 2] maar een locatie geven. Jullie spelen gewoon gangster daar. Als ik wil zet ik iets daar zo en zijn jullie allemaal weg. Zover komt het niet toch? Je hebt me nummer toch. Laat die me bellen. Zie wel wat dit is. Dit is zo ie zo niet kanker klaar.";

3.

op 27 november 2019 te Amsterdam twee geluidsdempers, vallend onder categorie I van de Wet Wapens en Munitie, en een grote hoeveelheid munitie, vallend onder categorie III van de Wet wapens en Munitie, voorhanden heeft gehad;

4.

op 20 december 2019 te Amsterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gewijzigd gas/alarmpistool van het merk Ekol Volga, voorhanden heeft gehad;

5.

in de periode van 29 januari 2020 tot en met 3 februari 2020 te Amsterdam, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen (al dan niet geuit in de Spaanse en Engelse taal):

"Ik brand jou huis met jou er in",

"LET OP, ik schiet je kanker DOOD",

"Geef me tijd voor me kind en kom niet erbij want je gaat zonder tanden",

"Ik ga je kanker doodslaan",

"I will keep smashing ur face",

"My angry won't go til i see blood of your face, remember" en

"Teefje kanker, wil je mijn zoon meenemen, mijn zoon, ga je me kogels uitproberen?".

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De officier van justitie heeft daarbij gevorderd de bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen, zoals de reclassering die heeft geadviseerd.

7.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en naast de feiten 1 en 2 ook feit 5 verminderd aan verdachte toe te rekenen, wegens zijn licht verstandelijke beperking. De raadsman vindt dat bij oplegging van bijzondere voorwaarden kan worden volstaan met een proeftijd van twee jaar.

7.3

Standpunt van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de zitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft [slachtoffer 1] , de nieuwe vriend van zijn ex-vriendin [slachtoffer 3] , mishandeld. Hij is de [naam restaurant] ingelopen, waar [slachtoffer 1] aan het werk was en heeft hem direct een vuistslag in het gezicht gegeven. [slachtoffer 1] heeft daardoor een gebroken neus opgelopen. Zonder noemenswaardige aanleiding heeft verdachte de confrontatie met [slachtoffer 1] opgezocht en hem schijnbaar uit het niets geslagen. Bij het geweld waren andere mensen aanwezig die daar door zullen zijn geschrokken. Uit de verklaring van de moeder van [slachtoffer 1] blijkt dat het incident vervelende gevolgen heeft gehad voor [slachtoffer 1] ; hij was angstig en heeft getwijfeld om zijn verklaring in te trekken.

Verdachte heeft op 25 en 26 november 2019 via WhatsApp [slachtoffer 2] bedreigd. [slachtoffer 2] is eigenaar van de desbetreffende [naam restaurant] . In de berichten stond onder andere dat het de volgende keer kogels zullen zijn en dat [slachtoffer 2] zijn winkel binnenkort kan sluiten. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij de bedreigingen heel serieus neemt, onder andere omdat hem is verteld dat verdachte over een vuurwapen beschikte. Uit het dossier blijkt ook dat verdachte foto’s van een vuurwapen en munitie naar [naam partner] , de partner van [slachtoffer 2] , heeft gestuurd. Verdachte heeft ook zijn ex-vriendin en moeder van zijn zoon, [slachtoffer 3] , bedreigd. Verdachte heeft onder andere gedreigd haar dood te schieten. De rechtbank vindt dit zeer ernstige bedreigingen. Bij de doorzoekingen zijn er ook daadwerkelijk een vuurwapen, twee geluiddempers en diverse patronen aangetroffen.

De psycholoog die verdachte heeft onderzocht heeft onder andere geconstateerd dat verdachte een licht verstandelijke beperking heeft. Daardoor heeft hij een verminderde stress en emotie-regulatie en beschikt hij over beperkte coping strategieën. Verdachte is minder goed in staat om de consequenties van zijn eigen handelen te overzien. De problematiek van verdachte zal in aanzienlijke mate van invloed zijn geweest op zijn keuze- en handelingsvrijheid. De psycholoog, die alleen een advies heeft uitgebracht over feit 1 t/m 3, adviseert de rechtbank om feit 1 en 2 verminderd aan verdachte toe te rekenen, als daarvoor tot een bewezenverklaring wordt gekomen. Aan begeleiding en behandeling adviseert de psycholoog woonbegeleiding, een ambulante behandeling en begeleiding op sociaalmaatschappelijk gebied.

De reclassering schrijft in haar rapport onder andere dat verdachte hulp nodig heeft op diverse leefgebieden. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden; een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen, een contactverbod met alle aangevers, schuldhulpverlening, meewerken aan middelencontrole en meewerken aan dagbesteding. Om tot de gewenste gedragsverandering te komen, adviseert de reclassering een toezichtperiode (proeftijd) van drie jaar.

De rechtbank kijkt bij het bepalen van de straf naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarover hebben de rechtbanken landelijke oriëntatiepunten afgesproken. Het zwaartepunt van de bewezenverklaarde feiten ligt qua straf bij het vuurwapenbezit. In Amsterdam zijn de straffen voor vuurwapenbezit hoger dan de landelijke afspraken. Dat komt omdat Amsterdam te maken heeft met veel vuurwapengeweld met grote gevolgen voor de veiligheid in de stad, wat om een stevigere reactie vraagt. Het uitgangspunt voor het voorhanden hebben van een vuurwapen in een woning is volgens de Amsterdamse afspraken een gevangenisstraf van zes maanden.

De rechtbank weegt in straf verhogende zin mee dat het vuurwapen geladen was en dat verdachte ook twee geluiddempers en een grote hoeveelheid munitie had. Met betrekking tot de mishandeling van [slachtoffer 1] weegt de rechtbank mee dat hij de nieuwe vriend van de ex-vriendin van verdachte is. Dit maakt dat het geweld in de relationele sfeer heeft plaatsgevonden en grenst aan huiselijk geweld. Dit geldt ook voor de bedreiging van [slachtoffer 3] . Bovendien heeft verdachte die bedreigingen verricht tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis. Verdachte heeft daarmee ook het contactverbod overtreden dat als schorsingsvoorwaarde was opgelegd. De bedreigingen zijn van een ernstige categorie omdat verdachte heeft gedreigd met vuurwapengeweld, terwijl aangevers wisten dat hij over een vuurwapen beschikte.

De rechtbank weegt in straf verlagende zin mee dat verdachte een licht verstandelijke beperking heeft, waardoor hij een gebrek heeft aan coping mechanismen en de consequenties van zijn gedrag niet goed kan overzien. De psycholoog heeft geadviseerd feit 1 en 2 verminderd aan verdachte toe te rekenen. Omdat een advies over de toerekenbaarheid van feit 4 en 5 ontbreekt, zal de rechtbank ook feit 5, wat te vergelijken is met feit 2, verminderd aan verdachte toerekenen.

De rechtbank vindt een gevangenisstraf van tien maanden in beginsel passend voor de bewezenverklaarde feiten. Gezien de verminderde toerekening en vanwege het belang voor verdachte om intensief en langdurig te worden begeleid, legt de rechtbank daarvan vijf maanden voorwaardelijk op met bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij gemotiveerd is om daar aan mee te werken. De rechtbank neemt ook het advies van de reclassering over de proeftijd over en bepaalt die op drie jaar.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een mishandeling van [slachtoffer 1] en bedreigingen die gericht tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .

Omdat deze feiten alle drie terug te voeren zijn op de relatie met de ex-vriendin van verdachte die ook de moeder van zijn zoon is, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw misdrijven zal begaan waarbij de gezondheid en veiligheid van personen in gevaar is. Daarom vindt de rechtbank het noodzakelijk dat de bijzondere voorwaarden meteen ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn) en niet pas als deze uitspraak onherroepelijk is geworden.

8 Beslag

8.1

Onttrekking aan het verkeer

Onder verdachte zijn twee geluiddempers en diverse patronen in beslag genomen. Omdat verdachte wordt veroordeeld voor het bezit daarvan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer. Ook het airsoftwapen en de patroonhouder worden onttrokken aan het verkeer omdat ze geschikt zijn voor een zelfde soort misdrijf en ook daarvan het bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang.

8.2

Verbeurdverklaring

Onder verdachte is een roségouden iPhone met goednummer 5843823 in beslag genomen.

Het voorwerp behoort aan verdachte toe. Omdat onder andere met dit toestel de bedreigingen van feit 2 zijn verstuurd, wordt dit voorwerp verbeurdverklaard.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 14e, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie .

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1

mishandeling;

Ten aanzien van feit 2

medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Ten aanzien van feit 3

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie , meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 4

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

Ten aanzien van feit 5

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaar vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast als veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast als veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Meldplicht bij reclassering

Betrokkene meldt zich bij Reclassering Nederland op het adres Zoutbranderij 1, 8933 AJ te Leeuwarden. Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

Ambulante behandeling met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname

Betrokkene laat zich behandelen door ’s Heeren Loo of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij een aanleiding die zich kan voordoen, bijvoorbeeld in overmatig middelengebruik ontstaat een grote kans op risicovolle situaties. Dan kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor onder andere crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, wordt betrokkene verplicht zich te laten opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering verantwoord achten.

Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Betrokkene verblijft in ’s Heeren Loo of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo spoedig mogelijk. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

Contactverbod

Betrokkene heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod.

Meewerken aan schuldhulpverlening

Betrokkene werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

Meewerken aan middelencontrole

Betrokkene werkt mee aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.

Andere voorwaarden het gedrag betreffende

Betrokkene werkt mee aan het verkrijgen en behouden van een passende dagbesteding.

Geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Beveelt dat de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1. STK Geluidsdemper

Omschrijving: 5843810

2. 1 STK Patroonhouder

Omschrijving: 584381

3. 1 STK Pistool

Omschrijving: Airsoft wapen met patroonhouder 5843812

4. 1 STK Patroon

Omschrijving: in oranje plastic doos 5843804

5. 6 STK Patroon

Omschrijving: 6 Blauwe Kartonnen Doosjes Met Opschrift 7.65 Mm .32 Auto 5873808

6. 13 STK Patroon

Omschrijving: 5843803

7. 4 STK Patroon

Omschrijving: 5843798

Verklaart verbeurd:

8. 1 STK Telefoontoestel

Omschrijving: 5843823, roségoud, merk: Iphone 7

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.H. Marcus, voorzitter,

mrs. J. Huber en H.E. Hoogendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Drent, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 mei 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature