< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

De voormalig directeur van het Slotervaartziekenhuis is veroordeeld voor verduistering van in totaal 1,2 miljoen Euro van dit ziekenhuis. Daarnaast heeft zij t.t.v. haar directeurschap valsheid in geschrift gepleegd.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13-845072-13 [verdachte]

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-845072-13

Datum uitspraak: 25 november 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] ,

[woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 23 november 2017, 9 september 2019, 11 september 2019, 7 oktober 2019 en 25 november 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.P. Kok en van wat verdachte en haar raadsman mr. C.F. Korvinus en mr. A.J.M. van Roy naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

2.1

Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan

1. verduistering in dienstbetrekking van 1 miljoen euro, dan wel diefstal van dit bedrag, dan wel oplichting van het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam;

2. valsheid in geschrift en gebruik maken van een vals of vervalst geschrift;

3. verduistering in dienstbetrekking van € 200.000,-, dan wel diefstal van dit bedrag.

2.2.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en die geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Feiten en omstandigheden

3.1.1.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

3.1.2.

Inleiding

[verdachte] (hierna: verdachte) is met ingang van 23 oktober 2006 benoemd tot directeur en voorzitter van de Raad van Bestuur van Slotervaartziekenhuis B.V. (hierna: het Slotervaartziekenhuis). Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het Slotervaartziekenhuis tot het moment van haar aanstelling als directeur een verlieslijdend ziekenhuis was. Ook heeft zij verklaard dat zij van het Slotervaartziekenhuis een succesvol ziekenhuis wilde maken en dat het haar gelukt is het Slotervaartziekenhuis uit de rode cijfers te halen. Hiertoe heeft zij lange werkdagen gemaakt. Verdachte heeft te kennen gegeven dat zij werd gewaardeerd door de medewerkers van het ziekenhuis en dat hier in het strafrechtelijk onderzoek onvoldoende aandacht aan is gegeven. De waardering van medewerkers is ook gebleken uit diverse verklaringen en aan de rechtbank gezonden e-mailberichten van voormalig medewerkers van het ziekenhuis. De rechtbank heeft geen reden er aan te twijfelen dat verdachte zich voor het ziekenhuis heeft ingezet en daarmee goede resultaten heeft behaald. Dat zij nauw samenwerkte met de heer [naam financier] (hierna: [naam financier] ), volgens verdachte de financier van het Slotervaartziekenhuis, staat in deze strafzaak ook niet ter discussie. Echter, uit het strafdossier is ook naar voren gekomen dat zich met betrekking tot het Slotervaartziekenhuis zaken hebben voorgedaan die hebben geleid tot de verdenkingen tegen verdachte waar de rechtbank nu over moet oordelen.

Verdachte was in het Slotervaartziekenhuis verantwoordelijk voor de algemene bedrijfsvoering (waaronder onderhandelingen met ziektekostenverzekeraars) en de financiën. In januari 2013 zijn de onderhandelingen met ziektekostenverzekeraar Achmea stukgelopen en is er geen zorgovereenkomst tot stand gekomen tussen het Slotervaarziekenhuis en Achmea. Dit is onder meer aanleiding geweest voor de Raad van Commissarissen om verdachte op 19 februari 2013 te schorsen en uiteindelijk op 27 maart 2013 te ontslaan.

3.1.3.

Start strafrechtelijk onderzoek

Rond 3 juli 2013 is in het NRC Handelsblad melding gemaakt van mogelijke malversaties door de voormalig bestuursvoorzitter (lees: verdachte) van het Slotervaartziekenhuis. Deze melding was aanleiding voor de belastingdienst om een onderzoek in te stellen. De bevindingen van de belastingdienst zijn op hun beurt aanleiding geweest voor het strafrechtelijk onderzoek. Het strafrechtelijk onderzoek heeft zich gericht op twee betalingen in 2008 door het Slotervaartziekenhuis aan Simed International B.V. (hierna: Simed) en op de aankoop van aandelen in Drimpy B.V. (hierna: Drimpy) door het Slotervaartziekenhuis in 2012.

3.1.4.

Project Akçay/Altinoluk, betalingen aan Simed

Begin 2005 koopt verdachte samen met [naam financier] het in Turkije gelegen ziekenhuis Altinoluk. In 2006 huurt verdachte het vakantieresort Akçay (hierna: Akçay), dat in de buurt van Altinoluk ligt. In de huurovereenkomst staat dat verdachte als huurder het eerst recht heeft het resort te kopen als dit door de eigenaar zal worden verkocht. Op 18 mei 2008 tekent verdachte een voorlopige koopovereenkomst, waarbij zij het Akçay koopt voor € 9.600.000,-. Van dit bedrag dient € 200.000,- binnen een week op de rekening van verkoper te staan. Daarnaast moet zij ook binnen een week een bankgarantie afgeven van € 800.000,-.

[naam bestuurder 1] , middellijk bestuurder van Simed, schrijft in een e-mail aan verdachte dat ten behoeve van de overdracht van het onroerend goed in Turkije (resort Altinoluk) Simed € 200.000,- zal overmaken op de Turkse bankrekening van verdachte. Ook zal Simed een bankgarantie van € 800.000,- stellen ‘ten behoeve van de door u (lees: verdachte) nog exact aan te wijzen begunstigde ter zekerheid dat u uiterlijk 30 september 2008 het resort Altinoluk overdraagt tegen betaling aan begunstigde van het overeengekomen bedrag van Euro 9.7 mio minus bovenstaande twee ton’. Verdachte moet dan zorgen voor de benodigde cashcover van deze bedragen door in de maanden juni en juli tweemaal een bedrag van € 500.000,- op de rekening van Simed te storten. Op 15 mei 2008 maakt Simed € 200.000,- over op de Turkse bankrekening van verdachte. Op 22 mei 2008 wordt een bankgarantie gesteld door ABN AMRO Bank N.V., waarin is opgenomen dat de bankgarantie is gesteld in opdracht van Simed ten gunste van Oden Insaat Tur.Tic A.S. (hierna: Oden) ter verzekering van de nakoming van de verplichtingen van verdachte uit hoofde van het door haar als koper met Oden als verkoper gesloten contract voor de verkoop en levering van een aantal percelen land.

[naam bestuurder 1] stelt verdachte vervolgens voor een factuur te maken aan het Slotervaartziekenhuis voor € 500.000,-, met als omschrijving: “Voorschot zekerstelling aankoop goederen”. Hierop reageert verdachte met: “Voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling radiologie, lijkt mij een goede omschrijving”, waarna [naam bestuurder 1] een factuur met deze omschrijving en ten bedrage van € 500.000,- laat opmaken. Op deze factuur is referentienummer 28034 vermeld, welk nummer in de boekhouding van Simed is gekoppeld aan ‘project Slotervaart Altinoluk’., , Deze factuur wordt via een spoedbetaling in opdracht van verdachte ten laste van het Slotervaartziekenhuis betaald., Vervolgens stuurt Simed een tweede factuur van € 500.000,- naar het Slotervaartziekenhuis met de omschrijving: “Tweede voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling radiologie”. Deze factuur is gedateerd op 7 augustus 2008. Verdachte geeft op 18 augustus 2008 aan [naam teamleider] , teamleider van de financiële administratie van het Slotervaartziekenhuis, (hierna: [naam teamleider] ) de opdracht deze factuur ‘morgen’ te betalen. De factuur is op 8 september 2008 aan Simed betaald ten laste van het Slotervaartziekenhuis. Simed heeft nooit goederen geleverd voor de afdeling radiologie.

Door het niet nakomen door verdachte van haar verplichtingen onder de koopovereenkomst van het Akçay resort heeft verkoper Oden op 16 oktober 2008 de door Simed gestelde bankgarantie van € 800.000,- ingeroepen.

3.1.5.

Aandelen Drimpy

Op 30 juni 2011 tekent verdachte namens Meromi Participaties B.V. (hierna: Meromi Participaties) een intentieovereenkomst waarin staat dat verdachte voornemens is te investeren en te participeren in Drimpy, waarbij verdachte 42% van de aandelen verwerft voor een uitgifteprijs van € 200.000,- en dat de investering verder zal plaatsvinden door het gefaseerd verstrekken van een achtergestelde lening als aan de daarvoor gestelde doelstellingen is voldaan. Meromi Participaties is een rechtspersoon waarvan verdachte bestuurder is. De aandelen in Meromi Participaties worden gehouden door verdachte en haar kinderen. Op 11 juli 2011 verzoekt verdachte aan [naam teamleider] € 200.000,- over te maken naar de rekening van notaris [naam notaris] onder vermelding van ‘overname aandelen Drimpy’ en aan dat verzoek heeft [naam teamleider] voldaan. Hierna is op 12 juli 2011 een participatie- en aandeelhoudersovereenkomst getekend, waarin is opgenomen dat door Meromi Participaties voor 42% in het geplaatste aandelenkapitaal van Drimpy wordt deelgenomen. Op 31 mei 2012 schrijft [naam bestuurder 2] , middellijk bestuurder van Drimpy, dat Meromi Participaties niet aan haar verplichting tot verstrekking van de lening heeft voldaan en dat hij Meromi Participaties kwalificeert als tekortschietende partij. Hierna volgt een procedure die ertoe leidt dat Meromi Participaties haar aandelen Drimpy verkoopt aan BtheWEB B.V. voor € 200.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Op 23 april 2012 wordt een bedrag van € 201.331,51 bijgeschreven op de rekening van Meromi Participaties met omschrijving ‘spoedbetaling [naam notaris] Partners, aandelenoverdracht Drimpy B.V.’. Diezelfde dag wordt € 200.000,- overgeboekt van de rekening van Meromi Participaties naar de privérekening van verdachte. Van de privérekening van verdachte wordt diezelfde dag € 195.000,- overgeboekt op de rekening van de dan 9-jarige zoon van verdachte.

De rechtbank ziet zich na vaststelling van de hiervoor beschreven feitelijke gang van zaken voor de volgende vragen gesteld:

is er sprake van wederrechtelijke toe-eigening van € 1.000.000,- die betaald is aan Simed?

zijn de twee facturen ten bedrage van € 500.000,- elk van Simed valselijk opgemaakt en gebruikt?

is er sprake van wederrechtelijke toe-eigening van € 200.000,- die gebruikt is voor de aankoop van aandelen Drimpy?

3.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

3.2.1.

Betalingen aan Simed door het Slotervaartziekenhuis en valsheid in geschrift

De officier van justitie heeft zich in haar schriftelijke requisitoir – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte in de periode van 23 juni 2008 tot en met 8 september 2008 € 1.000.000,- heeft verduisterd van het Slotervaartziekenhuis. Verdachte kon in haar hoedanigheid van directeur van het Slotervaartziekenhuis beschikken over dit bedrag. Zij fiatteerde de facturen die door Simed aan het Slotervaartziekenhuis waren gestuurd en gaf opdracht tot betaling van deze facturen. Zij wist dat de omschrijving op de facturen niet juist was en dat de € 1.000.000,- eigenlijk was bedoeld als cashcover voor de betaling door Simed van € 200.000,- respectievelijk het stellen van de garantie van € 800.000,- door Simed ten behoeve van de aankoop van Akçay. Door zo te handelen heeft zij zich deze bedragen wederrechtelijk toegeëigend.

Verdachte heeft de inhoud en omschrijving van de twee facturen mede bepaald en daarmee beide facturen valselijk laten opmaken. Zij heeft aangegeven dat de omschrijving “voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling radiologie” een goede omschrijving was, nadat [naam bestuurder 1] een andere omschrijving had voorgesteld. Verdachte heeft verklaard dat de handtekeningen op de facturen van haar zijn. Ook heeft zij [naam teamleider] opgedragen de facturen te betalen. De omschrijving op de facturen is onjuist en er zijn geen goederen aan de afdeling radiologie geleverd, noch aan het Slotervaartziekenhuis, noch aan het ziekenhuis Altinoluk in Turkije.

3.2.2.

Aandelen Drimpy

Ook heeft verdachte zich een bedrag van € 200.000,- toegeëigend dat aan het Slotervaartziekenhuis toebehoorde. Zij heeft [naam teamleider] opdracht gegeven dit bedrag over te maken aan notaris [naam notaris] voor een investering in het aandelenkapitaal van Drimpy. Deze aandelen werden gehouden in haar persoonlijke vennootschap Meromi Participaties.

Na teruglevering van de aandelen Drimpy aan BtheWEB is het geldbedrag op de rekening van Meromi Participaties gestort. Verdachte stort de gelden vervolgens niet terug op de rekening van het Slotervaartziekenhuis, maar maakt deze over op haar eigen rekening om deze vervolgens over te maken op rekening van haar destijds 9-jarige zoon.

Onder deze omstandigheden is sprake van verduistering. Verdachte heeft zich de gelden waarover zij als directeur rechtmatig kon beschikken, wederrechtelijk toegeëigend. Zij wist dat de aandelen niet door het Slotervaartziekenhuis zouden worden verkregen, maar in haar persoonlijke vennootschap zouden worden ondergebracht.

3.3.

Het standpunt van de verdediging

3.3.1.

Valsheid in geschrift

De verdediging heeft betoogd dat Simed niet alleen onderzoeken zou verrichten om het ziekenhuis in Altinoluk af te bouwen, ook zou Simed in de race zijn voor de aanschaf van röntgenapparatuur voor zowel het ziekenhuis in Altinoluk als voor de afdeling radiologie van het Slotervaartziekenhuis. De voorschotnota’s van Simed van elk € 500.000,- waren bedoeld om ruime financiële mogelijkheden te hebben voor de verrichtte en nog te verrichten activiteiten voor het ziekenhuis in Altinoluk en voor de afdeling radiologie van het Slotervaartziekenhuis. De omschrijvingen op de voorschotnota’s zijn tot stand gekomen op aangeven van verdachte en betroffen daadwerkelijk een voorschot zekerstelling aankoop goederen ten behoeve van de afdeling radiologie. De verdediging verwijst hierbij naar het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 27 november 2013, waarin onder meer is overwogen dat de facturen niet ondeugdelijk of valselijk zijn opgemaakt en dat van onrechtmatig handelen van Simed c.s. geen sprake is.

3.3.2.

Project Akçay/Altinoluk, betalingen aan Simed

Uit de verklaring van mede-raad van bestuurslid [naam bestuurslid] bij de rechter-commissaris blijkt dat hij al in 2006 op de hoogte was van de aankoop van Akçay en het ziekenhuis in Altinoluk. Uit de e-mail van 13 maart 2008 blijkt dat de leiding van het Slotervaartziekenhuis ook zeer betrokken was bij de opzet en uitwerking van de plannen voor een samenwerking tussen het af te bouwen ziekenhuis in Altinoluk, Akçay en het Slotervaartziekenhuis.

Verdachte heeft Akçay gekocht voor € 9.700.000,-. Doordat verdachte haar verplichtingen niet kon nakomen heeft de verkoper de bankgarantie ingeroepen. Simed heeft de bankgarantie ter waarde van € 800.000,- en het overgemaakte bedrag van € 200.000,- intern verrekend met de twee voorschotfacturen van € 500.000,-.

Samenvattend stelt de verdediging dat de betaling van de twee facturen in relatie stond tot de door Simed verrichtte en nog te verrichten werkzaamheden.

De betalingen zijn in eerste instantie geboekt op de rekening-courant van de directie en zouden dus niet voor rekening van het Slotervaartziekenhuis komen. De boekhouder heeft echter zelfstandig de betalingen aangemerkt als initiële investering in röntgenapparatuur en geadministreerd onder de noemer “aanschaf inventaris”. Dit is aan de aandacht van verdachte ontsnapt, die ervan is uitgegaan dat de posten via de rekening-courant directie voor haar rekening zouden komen. Gelet hierop is er dan ook geen sprake van wederrechtelijke toe-eigening, omdat het niet de bedoeling van verdachte was dat de posten voor rekening van het Slotervaartziekenhuis zouden komen. Er is geen sprake geweest van opzet om zich de bedragen wederrechtelijk toe te eigenen, omdat de instructie van verdachte was dat de bedragen op de rekening-courant van de directie moesten worden geboekt. Daarom is er geen sprake van verduistering, noch van oplichting.

3.3.3.

Drimpy

In het document Onderbouwing & ROI wordt berekend hoeveel het Slotervaartziekenhuis in de toekomst met behulp van deze technologische ontwikkeling zou kunnen besparen. Door de aankoop van de aandelen Drimpy zou het Slotervaartziekenhuis enerzijds invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkelingen en anderzijds maximaal kunnen profiteren van en een voorsprong nemen op het terrein van E-health. Het ter beschikking stellen van € 200.000,- uit de begroting van het Slotervaartziekenhuis voor de aankoop van de aandelen Drimpy was dan ook een logisch gevolg van het ingezette beleid. Op verzoek van Drimpy en op aanraden van [naam financier] zijn de aandelen ondergebracht bij Meromi Participaties.

In 2014 gaf Drimpy aan de aandelen terug te willen kopen van Meromi Participaties. Toen was de verstandhouding tussen verdachte en de leiding van het Slotervaartziekenhuis door haar ontslag volledig verstoord. De opbrengst van de verkoop van de aandelen kwamen op de rekening van Meromi Participaties en zijn door verdachte verrekend met haar persoonlijke vorderingen op Meromi Participaties.

Verdachte heeft zich dit bedrag niet wederrechtelijk toegeëigend. De investering had kunnen leiden tot een winstgevende positie als verdachte was aangebleven als bestuursvoorzitter. Door het ontslag van verdachte is de investering een verliespost geworden op de jaarrekening. De aandelen zijn in Meromi Participaties ondergebracht op initiatief van [naam financier] en verdachte ging er vanuit dat [naam financier] een verrekeningsregeling had getroffen met het Slotervaartziekenhuis.

Aangezien de aandelen in 2014 bij Meromi Participaties berustten, is verdachte ervan uitgegaan dat zij bevoegd was om over de aandelen en de opbrengst van de aandelenverkoop te beschikken en heeft zij de opbrengst met haar vorderingen op Meromi Participaties verrekend.

De verdediging concludeert dat verdachte van alle drie de feiten moet worden vrijgesproken.

3.4.

Het oordeel van de rechtbank

3.4.1.

Project Akçay/Altinoluk, betalingen facturen Simed

3.4.1.1. Akçay geen project van het Slotervaartziekenhuis

Bij de stukken van het strafrechtelijk onderzoek bevindt zich een e-mail van 24 april 2008 van verdachte aan [naam financier] (via de e-mail van [naam 1] ). In deze e-mail schrijft verdachte dat zij het resort kan kopen en dat zij de drie kavels heel graag voor haar kinderen wil kopen. Zij vraagt [naam financier] haar 10 miljoen euro te lenen voor de aankoop van het resort. Daarbij hoopt zij dat hij dit haar gunt.

De rechtbank maakt uit deze e-mail op dat de aankoop van Akçay een project was van verdachte persoonlijk en dat zij hierbij haar eigen belang en dat van haar kinderen op het oog had.

Dat het een privéproject van verdachte was blijkt ook uit het volgende.

De koopovereenkomst van het Akçay resort staat op naam van verdachte. Simed maakt € 200.000,- over naar de Turkse bankrekening van verdachte en in de bankgarantie is onder meer opgenomen “that on 18 May 2008, a contract (…) has been concluded between Oden Insaat Tur. Tic, A.S. (…) and [verdachte] (…) for the sale and delivery of certain parcels of land in Turkey (…) as further specified in the contract”. Hier wordt nadrukkelijk gerefereerd aan [verdachte] . Ook indien er van wordt uitgegaan dat, zoals verdachte heeft uitgelegd, dit alles te verklaren is door het feit dat het in die streek in Turkije slechts voor personen met de Turkse nationaliteit mogelijk was om onroerend goed te verkrijgen, is ook buiten deze koop- en betaaltransactie niets vastgelegd over de (financiële) betrokkenheid van het Slotervaartziekenhuis bij dit project en de manier waarop dat vorm zou moeten krijgen.

In de diverse versies van het businessplan van Akçay wordt alleen gerefereerd aan mrs. [verdachte] en Meromi of Meromi Participaties als deelnemende partij (‘project sponsors’). Enige bestaande of toekomstige betrokkenheid van het Slotervaartziekenhuis bij Akçay wordt daarin niet genoemd, anders dan dat in de over verdachte opgenomen informatie is vermeld dat zij daar directeur is.

Verdachte heeft aangevoerd dat de volledige raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis van het project op de hoogte was en dat zowel het ziekenhuis Altinoluk als de plannen voor Akçay zijn besproken in het overleg van de raad van bestuur.

Voormalig medebestuurder [naam bestuurslid] heeft dit bevestigd, maar bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling was dat het project gefinancierd zou worden door het Slotervaartziekenhuis. Ook voormalig medebestuurder [naam medebestuurder] heeft verklaard van het ziekenhuis in Altinoluk en het resort in Akçay af te weten, maar dat er nooit een opdracht vanuit het Slotervaartziekenhuis is geweest om iets in Turkije te gaan doen. Bij de rechter-commissaris heeft hij hier nog aan toegevoegd dat er nooit over is gesproken dat het Slotervaartziekenhuis een financiële bijdrage zou gaan leveren aan het ziekenhuis in Turkije.

3.4.1.2. Wederrechtelijke toe-eigening

Nadat Simed € 200.000,- had betaald aan verdachte en een bankgarantie had gesteld van € 800.000,- moest verdachte van Simed zorgen voor een cashcover voor deze bedragen “middels het op enigerlei wijze storten op rekening van Simed in juni 5 ton en in juli eveneens 5 ton”. De twee facturen van € 500.000,- elk die Simed aan het Slotervaartziekenhuis stuurde werden in opdracht van verdachte van de rekening van het Slotervaarziekenhuis betaald.

[naam medebestuurder] heeft verklaard dat deze betalingen aan Simed nooit binnen het bestuur ter sprake is geweest, er zijn geen bestuursbesluiten over genomen en de betalingen zijn evenmin binnen de RvC en AvA aan de orde gesteld. Zowel [naam bestuurslid] als [naam medebestuurder] hebben verklaard dat zij de facturen van Simed pas hebben gezien nadat deze hen door de mensen van Tri Finance waren getoond.

Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte geld van het Slotervaartziekenhuis heeft gebruikt voor de financiering van de aankoop van het Akçay resort ten behoeve van haarzelf en/of haar kinderen en dat zij dit geld zich wederrechtelijk, namelijk zonder medeweten van de overige leden van de raad van bestuur, heeft toegeëigend.

3.4.1.3. Geen opzet op wederrechtelijke toe-eigening

Verdachte heeft aangevoerd dat het niet de bedoeling was dat de bedragen ten laste zouden komen van het Slotervaartziekenhuis en dat zij opdracht heeft gegeven de bedragen te boeken op de rekening-courant directie, waardoor deze uitgaven ten laste zouden komen van de aan [naam financier] gelieerde vennootschap Delta.

De rechtbank stelt voorop dat ook indien deze kosten als schuld van verdachte dan wel Delta aan het Slotervaartziekenhuis in een rekening-courantverhouding zouden zijn geboekt, dit niets afdoet aan het feit dat verdachte het geld van het Slotervaart heeft gebruikt om deze kosten te betalen. Het zegt hoogstens iets over de bedoeling om dat geld al dan niet via Delta terug te (laten) betalen.

Daarbij komt dat [naam teamleider] heeft verklaard dat hij ten aanzien van drie kleine facturen van Simed van verdachte de opdracht kreeg deze in haar rekening-courant te boeken. De twee facturen van elk € 500.000 (D-007 en D-008) heeft hij op eigen initiatief geboekt onder de post medische inventaris, gelet op de omschrijving “aankoop goederen voor de afdeling radiologie”. Aanvankelijk was de tweede factuur (D-008) geboekt op de rekening-courant van de directie, maar dat is later gewijzigd naar kostenpost 1411010, medische inventaris. Hij kan zich niet herinneren dat verdachte heeft gezegd dat de twee facturen van € 500.000,- moesten worden geboekt op de rekening-courant van Delta. Deze rekening-courant is er ook niet, er is alleen een rekening-courant directie. Ook bij de rechter-commissaris verklaart [naam teamleider] dat hij er vanuit gaat dat verdachte niet heeft gezegd dat de facturen op de rekening-courant directie moesten worden geboekt, anders had hij dat wel gedaan.

Dat verdachte opdracht heeft gegeven de facturen als schuld in haar rekening-courantverhouding met het Slotervaartziekenhuis te boeken is, mede gelet op de consistente andersluidende verklaringen van [naam teamleider] , niet aannemelijk geworden. De rechtbank constateert dat verdachte op dit punt juist wel wisselende en onderling strijdige verklaringen heeft afgelegd. Zo heeft zij in haar tweede verdachtenverhoor verklaard dat de 1 miljoen euro die aan Simed is betaald is verrekend met de overboeking van € 200.000 en de bankgarantie van € 800.000, dat zij deze verrekening heeft geaccordeerd en dat dit moet worden beschouwd als het ondernemingsrisico van het Slotervaartziekenhuis. De rechtbank overweegt dat de verklaring van verdachte over de bedoeling de facturen te laten boeken op een rekening-courant zich niet verhoudt met de e-mails van verdachte aan [naam bestuurder 1] van 26 augustus 2008 waarin zij schrijft: “… heb nog een factuur van je, echt doordrukken lukt mij niet, roept vragen op. Als ik doordruk gaat men teveel vraagtekens krijgen…” en van 18 maart 2009 waarin zij schrijft: “Kreeg net een reminder omdat er een groot bedrag dubbel staat geboekt op radiologie, het is enerzijds betaald aan de leverancier, terwijl er ook voorschotfacturen zijn betaald aan Simed. Mijn verzoek is of dit bedrag gecrediteerd en door Simed terugbetaald kan worden aan Slotervaart en dat ik de komende 2 maanden een oplossing organiseer om dit vervolgens aan jou terug te betalen.”

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte opzettelijk 1 miljoen euro wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. Verdachte heeft dit gedaan uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking als directeur van het Slotervaartziekenhuis en verantwoordelijke voor de financiën van het ziekenhuis.

3.4.2.

Facturen D-007 en D-008

3.4.2.1. Zijn de facturen valselijk opgemaakt?

Verdachte heeft verklaard dat de op de facturen D-007 en D-008 opgenomen omschrijving “Voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling radiologie” en “Tweede voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling radiologie” een juiste omschrijving was, omdat Simed in het Slotervaarziekenhuis het project zou doen met betrekking tot de afdeling radiologie. De twee facturen van elk € 500.000,- zijn geen cashcover voor de 2 ton respectievelijk 8 ton die door Simed zijn betaald voor de aankoop van Akçay.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Door verdachte is in april 2008 een lening gevraagd aan [naam financier] ter financiering van de aankoop van Akçay. Deze lening wordt kennelijk niet verstrekt, want op 15 mei 2008 schrijft [naam bestuurder 1] aan verdachte dat ten behoeve van de overdracht van het onroerend goed in Turkije Simed € 200.000,- zal overmaken op de bankrekening van verdachte en een bankgarantie zal stellen van € 800.000,-. Hiertegenover staat dat verdachte moet zorgen voor de benodigde cashcover van 2x € 500.000,-, in totaal € 1.000.000,-.

Enkele weken later mailt [naam bestuurder 1] dat het het meest voor de hand ligt nu een factuur te maken aan Slotervaart voor 5 ton met als omschrijving “Voorschot zekerstelling aankoop goederen”. Verdachte reageert met: “Voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling radiologie” lijkt mij een goede omschrijving. Hierop geeft [naam bestuurder 1] aan [naam financieel directeur] (financieel directeur van Simed) de opdracht de factuur aan te maken. [naam bestuurder 1] wil een ingescande versie kunnen forwarden. Deze factuur is gedateerd op 24 juni 2008.

Een tweede factuur van Simed aan het Slotervaartziekenhuis wordt opgemaakt op 7 augustus 2008. Kennelijk bereikt deze verdachte niet, want op 18 augustus 2008 stuurt [naam bestuurder 1] verdachte een e-mail met de tekst dat het origineel enige tijd geleden is verstuurd, waarop verdachte zegt dat uiterlijk overmorgen wordt betaald.

[naam bestuurder 1] heeft ten aanzien van de facturen van € 500.000.- verklaard dat hij hierover met verdachte heeft gesproken. Het was de bedoelding dat de overboeking van de € 1.000.000,- in eerste instantie zou zien op de contragarantie ten behoeve van de bankgarantie en de overboeking van € 200.000,- en verder dat, aangezien het de verwachting was dat de bankgarantie niet zou worden ingeroepen, de overboeking zou worden gezien als een aanbetaling ten behoeve van de goederen die Simed zou mogen leveren voor de afdeling radiologie van het Slotervaarziekenhuis. De facturen zien zowel op de contragarantie als op de levering van goederen ten behoeve van de afdeling radiologie. Simed wilde € 1.000.000,- zekerheid hebben van het Slotervaartziekenhuis voor de afgegeven garantie en de betaling van € 200.000,-. Die zekerheid is gegeven op basis van de facturen. De omschrijving is op verzoek van verdachte opgenomen en met haar is overeengekomen dat de € 1.000.000,- in eerste instantie bedoeld was voor de bankgarantie en de overboeking en in tweede instantie ten behoeve van de afdeling radiologie.

In oktober 2008 wordt de bankgarantie getrokken door Oden en wordt € 800.000,- van de rekening van Simed afgeschreven.

Er zijn door Simed geen goederen geleverd aan de afdeling radiologie. De opdracht voor de levering van goederen voor de afdeling radiologie is niet naar Simed gegaan. De € 1.000.000,- die door het Slotervaartziekenhuis is betaald aan Simed is verrekend met de ingeroepen bankgarantie en de overboeking van € 200.000,-.

De hoofdlaborant van de afdeling radiologie, [naam hoofdlaborant] , heeft verklaard dat de aan te schaffen apparatuur voor de afdeling radiologie in 2008 de aanschaf van Bucky apparatuur betrof. Uit een longlist van aanbieders (Carestream Health, General Electric, Oldelft Benelux, Philips Medical Systems BV, Toshiba Medical Systems en Tromp Medical) is een voordracht gemaakt van drie leveranciers, te weten Carestream, Philips en General Electric. Carestream Health BV heeft de opdracht gekregen. In 2008 is er volgens [naam hoofdlaborant] geen project gegund aan Simed en dus ook niet de Buckykamerapparatuur. [naam hoofdlaborant] kent de twee facturen van elk € 500.000,- niet.

Als door de afdeling planning & control bij [naam hoofdlaborant] wordt nagevraagd hoe het komt dat er een groot bedrag dubbel is geboekt in de zin dat het enerzijds betaald is aan de leverancier van de Bucky apparatuur en de anderzijds aan Simed als voorschotfactuur, vraagt verdachte – zoals hiervoor overwogen - aan [naam bestuurder 1] de facturen te crediteren en het bedrag terug te betalen aan het Slotervaartziekenhuis.

De rechtbank stelt vast dat Simed niet in de race was voor de levering van apparatuur voor de afdeling radiologie. De hoofdlaborant van de afdeling radiologie was niet bekend met de voorschotfacturen van Simed en de betaling hiervan. Verdachte heeft de opdracht tot levering van de goederen niet aan Simed gegeven en heeft op dat moment ook niet aangedrongen op terugbetaling van het voorschot. Dit deed zij pas op het moment dat in maart 2009 bij de afdeling radiologie bekend werd dat er een dubbele boeking was voor de aangeschafte apparatuur en [naam hoofdlaborant] dit is gaan uitzoeken. Daarbij komt dat de omvang van de facturen en het verzochte moment van betaling daarvan precies overeenkomen met de voorwaarden waaronder Simed bereid was aan verdachte in totaal 1 miljoen euro te verstrekken, althans daarvoor een garantie te verstrekken. In die opsomming van voorwaarden is door Simed niets opgenomen over dat de gefactureerde bedragen een andere bestemming zouden krijgen als de met het geld van Simed door verdachte ten behoeve van Oden gestelde zekerheid niet zou worden uitgewonnen.

De rechtbank is op grond van voorgaande van oordeel dat de twee facturen van € 500.000,- niets te maken hadden met opdrachten die aan Simed gegund zouden worden maar waren bedoeld als cashcover voor de door Simed betaalde € 200.000,- en de gestelde bankgarantie van € 800.000,- in het kader van de aankoop van Akçay. Nu de omschrijving op de facturen ook niet overeenkomt met het doel van de betaling, namelijk als zekerheid voor de betalingen door Simed, zijn de facturen valselijk opgemaakt. De rechtbank stelt vast dat de omschrijving op de facturen is opgenomen op aangeven van verdachte.

3.4.2.2. Vonnis in de civiele procedures van het Slotervaartziekenhuis tegen [naam bestuurder 1] en Simed

De raadsman heeft in zijn pleidooi betoogd dat de rechtbank Midden-Nederland in zijn vonnis van 27 november 2013 (ECLI:NL:RBMNE:2013:5914) onder meer heeft overwogen dat “de facturen dus niet ondeugdelijk of valselijk zijn opgemaakt en evenmin door het Slotervaartziekenhuis onverschuldigd betaald. Ook volgt uit wat hiervoor is overwogen dat van onrechtmatig handelen van Simed c.s. geen sprake is.” Het hof (de rechtbank begrijpt:) Arnhem-Leeuwarden heeft zich in gelijke zin uitgesproken. De raadsman is dan ook van mening dat ervan uitgegaan moet worden dat met betrekking tot de opgestelde facturen en de daarin opgenomen omschrijving geen sprake is van valsheid in geschrift, noch van de kant van [naam bestuurder 1] /Simed, noch van de kant van [verdachte] .

De rechtbank overweegt hierover als volgt.

De civiele procedure van het Slotervaartziekenhuis tegen [naam bestuurder 1] /Simed Health Care Groep en Simed International betrof de vraag of het Slotervaartziekenhuis de aan Simed betaalde bedragen onverschuldigd had voldaan, wat in die procedure neerkwam op de vraag of Simed er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat verdachte bevoegd was om het Slotervaartziekenhuis te vertegenwoordigen bij de afspraken die verdachte met Simed heeft gemaakt. Deze vraag werd bevestigend beantwoord, waarbij (onder meer) is overwogen dat de facturen betrekking hebben op dekking voor het stellen van een bankgarantie en het verstrekken van gelden voor een project in Turkije door Simed en dat Simed er gerechtvaardigd om mocht vertrouwen dat verdachte in het kader van dat project in Turkije optrad namens het Slotervaartziekenhuis. De rechtbank Midden-Nederland merkt daarbij op dat de door verdachte gevraagde andersluidende omschrijving van de facturen weliswaar vragen oproept, maar dat dat voor Simed geen reden had hoeven te zijn om er aan te twijfelen of verdachte wel namens het Slotervaartziekenhuis optrad. Nu de door verdachte gemaakte afspraken moeten gelden als afspraken van het Slotervaartziekenhuis, zijn de facturen niet ondeugdelijk of valselijk opgemaakt en evenmin onverschuldigd betaald, aldus de rechtbank Midden–Nederland. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in zijn arrest van 31 januari 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:650) dit vonnis bekrachtigd.

Het verschil tussen de onderliggende prestatie – het verstrekken van cashcover – en de omschrijving op de facturen – voorschot voor te leveren goederen – is in deze procedures slechts beoordeeld in het licht van de vraag of dit Simed had moeten doen twijfelen of verdachte in het kader van de voorgenomen aankoop van het Akçay namens het Slotervaartziekenhuis handelde (of namens zichzelf). Dat de rechtbank en het hof die vraag ontkennend beantwoorden zegt niets over de vraag of deze facturen in strafrechtelijke zin vals zijn. Evenmin staat het oordeel in de civiele procedures dat Simed erop mocht vertrouwen dat verdachte in het kader van het aankoop van de projecten in Turkije namens het Slotervaart handelde eraan in de weg dat de rechtbank in deze strafrechtelijke procedure tot het oordeel komt dat verdachte Akçay ten behoeve van zichzelf en/of haar kinderen heeft willen kopen met geld van het Slotervaartziekenhuis. Het gaat er in deze strafzaak immers niet om hoe Simed het handelen van verdachte mocht begrijpen, maar om de vraag of verdachte over het geld van het Slotervaartziekenhuis mocht beschikken zoals zij heeft gedaan.

3.4.2.3. Gebruik valse facturen

Verdachte heeft de valse facturen gebruikt als waren deze echt en onvervalst. Zij heeft op 27 juni 2008 een e-mail doorgestuurd aan [naam teamleider] met in de bijlage de factuur van 24 juni 2008 van Simed ter hoogte van € 500.000,-. De factuur is gericht aan het Slotervaartziekenhuis, ter attentie van de raad van bestuur, mrs. [verdachte] . Verdachte zegt [naam teamleider] deze vandaag te betalen. De omschrijving op de factuur is: “Voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling Radiologie”. Deze factuur wordt op 30 juni 2008 ten laste van het Slotervaartziekenhuis betaald.

Op 18 augustus 2008 stuurt verdachte een e-mail aan [naam teamleider] met het verzoek de factuur morgen te betalen en haar deze alvast te laten aftekenen. Als bijlage bij de e-mail zit de factuur van Simed van 7 augustus 2008 ten bedrage van € 500.000,-, met de omschrijving: “Tweede voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling Radiologie”. Het bedrag wordt uiteindelijk op 8 september 2008 van de rekening van het Slotervaartziekenhuis overgemaakt.

3.4.3.

Drimpy

De vraag die voorligt is of verdachte de € 200.000,- die door het Slotervaarziekenhuis zijn betaald voor de aankoop van aandelen Drimpy, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

3.4.3.1. Toe-eigening

De koopprijs voor de aandelen is betaald door het Slotervaartziekenhuis. Verdachte heeft immers op 11 juli 2011 opdracht gegeven om van de rekening van het Slotervaartziekenhuis € 200.000,- over te maken naar de rekening van [naam notaris] , met de omschrijving “overname aandelen Drimpy volgens overeenkomst”.

Uit de akte van uitgifte blijkt dat Meromi Participaties op 12 juli 2011 18.000 aandelen in het kapitaal van Drimpy heeft verworven voor een bedrag van € 200.000. Dat de aandelen zijn ondergebracht in Meromi Participaties wordt door verdachte erkend. Meromi Participaties is een vennootschap van verdachte en haar kinderen, waarvan verdachte bestuurder is. Van enige vennootschappelijke of contractuele link tussen Meromi Participaties en het Slotervaarziekenhuis is niet gebleken.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de aandelen Drimpy in een aparte entiteit zouden worden ondergebracht. De aandelen in die entiteit zouden worden verdeeld tussen [naam financier] en haar kinderen. Deze nieuwe entiteit is echter niet opgericht en afspraken hierover zijn niet op papier gezet.

De rechtbank overweegt dat eventuele winst uit de aandelen niet ten goede zou komen aan het Slotervaartziekenhuis nu deze in Meromi Participaties gehouden worden. Dat het de bedoeling was dat, zoals verdachte ter zitting heeft verklaard, zij vanuit Meromi Participaties dividenduitkeringen zou doorbetalen aan Slotervaartziekenhuis, wordt nergens door ondersteund.

Dat het Slotervaartziekenhuis zou profiteren van de aankoop van de aandelen in Drimpy is dan ook niet aannemelijk geworden. Dat verdachte althans haar kinderen middels Meromi Participaties daarvan zouden profiteren, is echter evident. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte het bedrag van € 200.000,- zich heeft toegeëigend.

3.4.3.2. Wederrechtelijk

Verdachte heeft in diverse verhoren en ook ter terechtzitting verklaard dat de andere leden van de raad van bestuur op de hoogte waren van de aankoop van de aandelen Drimpy en van de constructie waaronder dat zou gebeuren. Uit de verklaring van [naam bestuurslid] bij de rechter-commissaris maakt de rechtbank op dat hij het e-health-project van Drimpy kent, maar er niets in zag. [naam medebestuurder] heeft verklaard dat hij er pas na het onderzoek van Tri Finance van op de hoogte raakte dat het Slotervaartziekenhuis € 200.000,- had overgemaakt aan notaris [naam notaris] voor aandelen Drimpy en dat het Slotervaartziekenhuis de aandelen niet had verworven, maar dat deze gehouden werden in Meromi Participaties, een privé B.V. van verdachte. [naam lid van de Raad van Commissarissen] , lid van de Raad van Commissarissen, verklaart dat de aankoop van aandelen Drimpy niet aan de Raad van Commissarissen is voorgelegd, terwijl dit wel had gemoeten.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de raad van bestuur of de raad van commissarissen van het Slotervaartziekenhuis van deze aandelenaankoop op de hoogte waren of met de aankoop hebben ingestemd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich het bedrag wederrechtelijk heeft toegeëigend door de aandelen met het geld van het Slotervaartziekenhuis te kopen en te houden in haar privé-vennootschap.

3.4.3.3. Uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking

Verdachte was directeur/voorzitter van de raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis. Zij was verantwoordelijk voor de portefeuille financiën en regelde de betalingen van het ziekenhuis. Vanuit die functie en verantwoordelijkheid kon zij beschikken over de financiële middelen van het Slotervaartziekenhuis. Verdachte heeft de betaling laten verrichten vanuit haar functie als directeur van het ziekenhuis.

3.4.3.4. Pleegdatum of pleegperiode

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich de € 200.000,- wederrechtelijk heeft toegeëigend op het moment dat het bedrag is overgemaakt op de rekening van notaris [naam notaris] , te weten op 11 juli 2011. Zij wist dat het bedrag bestemd was voor de aankoop van aandelen Drimpy en dat deze aandelen zouden worden gehouden door haar persoonlijke vennootschap Meromi Participaties. Op dat moment heeft zij als heer en meester over het bedrag beschikt.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3.1 en 3.4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 23 juni 2008 tot en met 8 september 2008, in Nederland, opzettelijk geldbedragen van in totaal 1.000.000,- Euro, die toebehoorden aan Slotervaartziekenhuis B.V., welke geldbedragen verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (als bestuurder van Slotervaartziekenhuis B.V.), onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

in de periode van 23 juni 2008 tot en met 7 augustus 2008, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,

- een factuur van 500.000,- Euro met de omschrijving "Voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling Radiologie" en

- een factuur van 500.000,- Euro met de omschrijving "Tweede voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling Radiologie"

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft laten opmaken, immers hebben zij, verdachte, en haar mededader opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid op die facturen laten vermelden

- dat aan Simed International B.V. voor goederen tweemaal een voorschot van 500.000 Euro betaald diende te worden door Slotervaartziekenhuis B.V., terwijl in werkelijkheid die op de facturen genoemde goederen niet geleverd zouden worden door of namens Simed International B.V. en

- factuurbedragen op die facturen laten vermelden die in werkelijkheid geen betrekking hadden op door Simed International B.V. te leveren goederen aan de afdeling radiologie van Slotervaartziekenhuis B.V. en

- die facturen voorzien van een handtekening ter goedkeuring van de uitbetaling van die facturen

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken;

en

in de periode van 23 juni 2008 tot en met 7 augustus 2008, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valselijk opgemaakte geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst,

immers hebben zij, verdachte, en haar mededader

- een factuur van 500.000,- Euro met de omschrijving "Voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling Radiologie" en

- een factuur van 500.000,- Euro met de omschrijving "Tweede voorschot zekerstelling aankoop goederen t.b.v. afdeling Radiologie"

verzonden en/of laten verzenden aan Slotervaartziekenhuis B.V. en/of (voor akkoord) ondertekend en/of ter uitbetaling doorgestuurd naar de financiële afdeling van Slotervaartziekenhuis B.V. en/of laten uitbetalen,

bestaande die valsheid hieruit dat op die facturen

- factuurbedragen waren vermeld die in werkelijkheid geen betrekking hadden op door Simed International B.V. te leveren goederen aan de afdeling radiologie van Slotervaartziekenhuis B.V.;

3.

op 11 juli 2011 in Nederland opzettelijk een geldbedrag van 200.000,- Euro dat toebehoorde aan Slotervaartziekenhuis B.V., welk geldbedrag verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking als bestuurder van Slotervaartziekenhuis B.V. onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden. In deze strafeis heeft zij de overschrijding van de redelijke termijn verwerkt.

Ook verzoekt de officier van justitie het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ter hoogte van 1,2 miljoen Euro, inclusief de wettelijke rente. Het Slotervaartziekenhuis kan zelf geen vordering benadeelde partij instellen nu het in staat van faillissement verkeert. Daarentegen is de schadevergoedingsmaatregel wel gepast, gelet op de hoogte van de geleden schade zoals die uit het dossier naar voren komt en de uitlatingen van verdachte in de media dat zij niet van plan is te gaan betalen. Gebleken is dat het Slotervaartziekenhuis wel prijs stelt op vergoeding van de schade, gelet op de civiele procedure en de vordering bij de curator. Verdachte is voor deze schade aansprakelijk. Indien geen volledige betaling of verhaal volgt, dient een vervangende hechtenis te worden toegepast van maximaal 1 jaar. Indien verdachte heeft voldaan aan de betalingsverplichting uit hoofde van een tegen haar gewezen civiel vonnis, dienen de aan het Slotervaartziekenhuis betaalde bedragen in mindering te worden gebracht op de op te leggen schadevergoedingsmaatregel.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, dan dient rekening te worden gehouden met de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn, de persoonlijke omstandigheden van verdachte na haar ontslag als directeur en de omstandigheden waaronder verdachte in het Slotervaartziekenhuis heeft moeten werken. Daarnaast heeft verdachte door toedoen van de erven van [naam financier] grote financiële verliezen geleden en is zij persoonlijk failliet verklaard. Gelet hierop verzoekt de raadsman in geval van bewezenverklaring verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel.

Eventueel is verdachte bereid tot het uitvoeren van een taakstraf.

Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel merkt de raadsman op dat nu verdachte persoonlijk failliet is verklaard, het voor haar onmogelijk is om de eventuele schadevergoedingsmaatregel te voldoen. Dit zou neerkomen op een verkapte strafoplegging. Daar komt bij dat er door het Slotervaartziekenhuis geen aangifte is gedaan en er geen vordering is ingediend bij de curator van verdachte. Hieruit valt op te maken dat het Slotervaarziekenhuis geen prijs stelt op strafrechtelijke schadevergoeding. Om die reden moet de vordering van de officier van justitie dan ook worden afgewezen.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich als bestuurder van het Slotervaartziekenhuis schuldig gemaakt aan verduistering van 1 miljoen Euro door het valselijk laten opmaken van facturen en de op de facturen vermelde bedragen te laten uitbetalen door het Slotervaartziekenhuis. Hiermee creëerde zij de door haar toegezegde cashcover voor de door haar voorgenomen privé-aankoop van een resort in Turkije. Dit bedrag heeft zij nimmer aan het Slotervaartziekenhuis terugbetaald.

Verdachte heeft zich als bestuurder van het Slotervaartziekenhuis ook schuldig gemaakt aan verduistering van € 200.000,-. Dit bedrag heeft zij gebruikt voor de aankoop van aandelen in Drimpy ten behoeve van een rechtspersoon van haarzelf en haar kinderen. Nadat zij de aandelen had verkocht, heeft verdachte de opbrengst hiervan niet terugbetaald aan het Slotervaartziekenhuis, maar via haar privérekening doorgesluisd naar de rekening van haar minderjarige zoon.

De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat zij zichzelf heeft verrijkt met gelden (in totaal 1,2 miljoen Euro) van het ziekenhuis die bedoeld waren voor zorgverlening en deze heeft gebruikt ten behoeve van privébestedingen. Verdachte neemt geen verantwoordelijkheid voor haar handelen. Zij verschuilt zich achter de werkwijze van [naam financier] – een waarin afspraken kennelijk niet werden vastgelegd – en de door haar eerder behaalde successen en wijst op vermeende fouten van anderen. Verdachte geeft ook aan zich niet verplicht te voelen de gelden terug te betalen. Door deze proceshouding geeft verdachte er geen blijk van het laakbare van haar handelen in te zien, in tegendeel.

De rechtbank is – gelet op de wijze waarop verdachte misbruik heeft gemaakt van de verantwoordelijke positie die verdachte bekleedde, de omvang van het benadelingsbedrag en de proceshouding van verdachte – van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie is. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte in het verleden twee keer eerder is veroordeeld voor frauduleus handelen en valsheid in geschrift. Dit ondanks het gegeven dat het ontslag bij het Slotervaartziekenhuis en de daarop gevolgde civiele procedures voor verdachte al grote gevolgen heeft gehad.

Bij de hoogte van de straf heeft de rechtbank tevens gelet op het wettelijk strafmaximum van de overtreden wetsbepalingen en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat in principe een gevangenisstraf van 24 maanden passend is.

De rechtbank overweegt echter dat de bewezenverklaarde feiten oude feiten zijn en dat tussen het plegen van het (oudste) feit en het uitspreken van het vonnis 11 jaar verstreken zijn. Met dit tijdsverloop zal de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening houden, met dien verstande dat zij hiervoor een strafkorting van 4 maanden zal toepassen.

Daarnaast is sprake van schending van de redelijke termijn. Naar vaste rechtspraak moet er bij gemiddelde zaken twee jaar nadat de verdachte weet dat hij vervolgd wordt een einduitspraak zijn, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

Op 8 mei 2014 heeft een huiszoeking plaatsgevonden in de woning van verdachte. Op dat moment was zij ervan op de hoogte dat tegen haar een strafrechtelijk onderzoek plaatsvond en is de redelijke termijn gaan lopen. Op 23 november 2017 heeft een eerste behandeling van de stafzaak plaatsgevonden, drie-en-een-half jaar nadat verdachte op de hoogte was van de strafvervolging tegen haar. Hierbij is de redelijke termijn met anderhalf jaar overschreden. De raadsman heeft op de zitting van 23 november 2017 een verzoek gedaan tot het horen van een groot aantal getuigen, waarvan er vijf zijn toegewezen. De rechter-commissaris heeft de laatste getuige gehoord op 31 oktober 2018. Vervolgens is de strafzaak op 9 september 2019 voortgezet. Het vonnis wordt op 25 november 2019 uitgesproken. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met ruim twee-en-een-half jaar is overschreden en ziet hierin aanleiding een strafkorting van 3 maanden toe te passen.

Naast het opleggen van een vrijheidsstraf zal de rechtbank nog een bijkomende straf opleggen, die gezien de door verdachte ter terechtzitting uitgesproken ambities ingrijpend zal zijn. Daarmee houdt de rechtbank rekening en zal daarom een strafkorting van 2 maanden toepassen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. Zij acht een gevangenisstraf van 15 maanden passend en geboden.

7.4.

Bijkomende straffen

Als bijkomende straf zal de rechtbank verdachte een beroepsverbod opleggen.

Gelet op wat hiervoor met betrekking tot de feiten is overwogen, acht de rechtbank het aangewezen om personen als verdachte, die in de uitoefening van hun beroep delicten plegen die het voor een gezond economisch klimaat noodzakelijke vertrouwen ernstig beschamen, te weren als bestuurder van een rechtspersoon. De rechtbank vreest dat verdachte – indien zij wederom een bestuursfunctie bekleedt – opnieuw haar eigen financiële belangen zal vermengen met of zal laten prevaleren boven die van de rechtspersoon die zij bestuurt. De rechtbank acht daarom een maximale duur van de ontzetting passend. De wet bepaalt dat de duur van de ontzetting de duur van de hoofdstraf ten hoogste vijf jaren te boven gaat. De rechtbank zal verdachte voor de duur van 6 jaar en drie maanden ontzetten van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder, direct of indirect, van een rechtspersoon.

De rechtbank zal tevens de openbaarmaking van dit vonnis gelasten. De openbaarmaking van dit vonnis dient te geschieden door middel van toezending van dit vonnis aan de Kamer van Koophandel. Door registratie van dit vonnis bij de Kamer van Koophandel wordt beoogd voornoemde ontzetting van de verdachte van het recht om (direct of indirect) bestuurder van een rechtspersoon te zijn daadwerkelijk te effectueren. De rechtbank veroordeelt de verdachte hierbij in de kosten die hiertoe in redelijkheid gemaakt dienen te worden. Deze kosten worden voorlopig geschat op nihil.

7.5.

Schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van de vordering van de officier van justitie tot het ambtshalve opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht ten behoeve van het Slotervaartziekenhuis overweegt de rechtbank als volgt.

Door de faillietverklaring heeft verdachte van rechtswege de beschikking en het beheer over haar tot het faillissement behorend vermogen verloren (artikel 23 Faillissementswet). De in het faillissement benoemde curator voert het beheer over verdachtes failliete boedel en gedurende de looptijd van het faillissement kan en mag verdachte geen enkele in het kader van deze strafzaak opgelegde betalingsverplichting voldoen. Reeds op grond hiervan ziet de rechtbank geen aanleiding de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank neemt hierbij tevens in aanmerking dat het niet-nakomen van de betalingsverplichting uit hoofde van de schadevergoedingsmaatregel bedreigd wordt met vervangende hechtenis. Deze vervangende hechtenis zou door de onmogelijkheid van verdachte om aan haar betalingsverplichting te voldoen in werking kunnen treden, hetgeen in een dergelijk geval is op te vatten als het opleggen van een extra straf. Dit is in strijd met de bedoeling van de regeling van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast weegt de rechtbank in dit geval mee dat de curator in het faillissement van het Slotervaartziekenhuis, hoewel hiertoe uitgenodigd, geen vordering tot schadevergoeding heeft ingediend.

Gezien voorgaande overwegingen ziet de rechtbank af van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 28, 31, 57, 225, 321, 322 en 325 van het Wetboek van Strafrecht .

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5. is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 en feit 3

Verduistering, gepleegd door haar die het goed uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden.

Legt als bijkomende straffen op aan de verdachte:

- Ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van zes jaar en drie maanden;

- Openbaarmaking van dit vonnis door toezending ervan aan de Kamer van Koophandel ten behoeve van de effectuering van voornoemde ontzetting.

Veroordeelt de verdachte in de kosten die voor de openbaarmaking van het vonnis in redelijkheid gemaakt dienen te worden, waarbij deze kosten voorlopig worden geschat op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. F. Dekkers en B.M. Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M.M. van Leuven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 november 2019.

Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Indien dit processen-verbaal betreft gaat het daarbij om processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, tenzij anders vermeld. De overige bewijsmiddelen zijn geschriften.

Uittreksel Kamer van Koophandel van 6 mei 2014, D-039, pag. 4/8

Proces-verbaal van verhoor getuige [naam bestuurslid] van 23 april 2014, G02-01, pag. 3/7

Voorlopige koopovereenkomst, D-175 en D-175a

Een e-mail van 15 mei 2008 met als onderwerp “Altinoluk”, D-012

Een bankafschrift ten name van Simed International B.V. van 15 mei 2008, D-009

Een kopie van de bankgarantie van 22 mei 2008, opgemaakt door ABN AMRO Bank N.V., D-019

E-mailberichten van 23 en 24 juni 2008 met als onderwerp “5 ton”, D-037

Een kopie van de factuur (invoice) van Simed van 24 juni 2008 aan het Slotervaartziekenhuis, D-007

Een uitdraai van een grootboekrekening van Simed, D-288

Een e-mail van 27 juni 2008 van verdachte aan [naam teamleider] met als onderwerp “FW factuur Slotervaart”, D-138, pag. 1

Een kopie bankafschrift Postbankrekening Slotervaartziekenhuis van 30 juni 2008, D-049 pag. 1

Een kopie van de factuur van Simed van 7 augustus 2008 aan het Slotervaartziekenhuis, D-008

Een e-mail van 18 augustus 2008 van verdachte aan [naam teamleider] , D-137, pag. 1

Een kopie bankafschrift Postbankrekening Slotervaartziekenhuis van 8 september 2008, D-050 pag. 1

Een proces-verbaal verhoor verdachte van 8 juli 2014, V01-02, pag. 18 derde en vierde alinea

Een e-mail d.d. 6 oktober 2008, D-111, p. 1

Een intentieovereenkomst, gedateerd 30 juni 2011, D-125, p. 1, 2 en 3

Uittreksel Kamer van Koophandel van 19 mei 2014, D-069, p. 1

Afschriften uit het BVR-systeem “raadplegen persoonsrelaties”, D-065, D-066, D-067 en D-068.

Een e-mail van 11 juli 2011 met als bijlage een rekeningafschrift van de ING -rekening van het Slotervaartziekenhuis, D-062, p. 1 en 2

Een getekende participatie- en aandeelhoudersovereenkomst, D-127, p. 2 en art. 13.1, pag. 11.

Een vaststellingsovereenkomst, D-136, p. 2

Een kopie rekeningafschrift ING-rekening Meromi Participaties, D-058

Een kopie rekeningafschrift Rabobank -rekening [naam 2] , D-059

Een e-mail van 24 april 2008, D-080, p. 1 en 2

Een kopie van de voorlopige koopovereenkomst en de vertaling hiervan uit het Turks, D-175/D175a

Een bankafschrift ten name van Simed International B.V. van 15 mei 2008, D-009 en een kopie bankafschrift van de Turkse bankrekening van verdachte van 15 mei 2008, D-097

Een kopie van de bankgarantie van 22 mei 2008, opgemaakt door ABN AMRO Bank N.V., D-019

Draft businessplan van 4 september 2008, D-090, p. 11 en 13, en Akcay Report, Business Plan van 10 september 2008, D-112, p. 14 en 15

Een proces-verbaal verhoor getuige [naam bestuurslid] van 22 april 2014, G03-01, p. 7 en 8

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam bestuurslid] bij de rechter-commissaris, d.d. 8 juni 2018, p. 5 eerste alinea

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam medebestuurder] van 24 april 2014, G02-02, p. 4

Proces-verbaal van verhoor getuige [naam medebestuurder] bij de rechter-commissaris, d.d. 22 mei 2018, pag. 3, vijfde alinea

Een e-mail van 15 mei 2008, D-012

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam medebestuurder] , G02-02, p. 9, tweede alinea van onder

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam medebestuurder] , G02-02, pag. 7, vijfde alinea en een proces-verbaal van verhoor [naam bestuurslid] bij de rechter-commissaris, d.d. 8 juni 2018, p. 5, derde alinea

Een proces-verbaal verhoor getuige [naam teamleider] van 25 april 2014, G04-01, p. 8, 5e alinea

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam teamleider] van 20 augustus 2014, G04-02, p. 2 laatste alinea

Idem, p. 4 onderaan en p. 5 eerste drie alinea’s

Idem, p. 5 onderaan en p. 6 eerste regel

Proces-verbaal verhoor getuige [naam teamleider] bij de rechter-commissaris, d.d. 24 mei 2018, p. 3, vijfde alinea

Proces-verbaal van verhoor verdachte, V01-02, p.18 achtste tot en met tiende alinea

E-mail d.d. 26 augustus 2008, D-013

E-mail d.d. 18 maart 2009, D-032

E-mails d.d. 23 en 24 juni 2008, D-037

Een e-mail d.d. 18 augustus 2008, D-027

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [naam bestuurder 1] d.d. 8 mei 2014, V02-01, p. 8 midden en p. 9, tweede en derde alinea

Een kopie bankafschrift van de ABN AMRO Bank N.V. rekening van Simed International d.d. 16 oktober 2008, D-010

Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 10 juni 2014, V01-02, p. 18, derde en vierde alinea

Idem, p. 18, zevende en achtste alinea

Tussentijdse evaluatie aanschaf traject modaliteiten radiologie van de Werkgroep aanschaf Bucky & C-bogen van mei 2008, D-224, p. 2

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam hoofdlaborant] d.d. 29 september 2014, G20-01, p. 3 onder 3 en p. 4 na punt 11

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam hoofdlaborant] d.d. 29 september 2014, G20-01, p. 7, tweede alinea

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam hoofdlaborant] d.d. 29 september 2014, G20-01, p. 8, vierde alinea

Een e-mail d.d. 18 maart 2009, D-032

Een e-mail d.d. 27-06-2008 met bijlage, D-138, p. 1 en 2

Een rekeningafschrift van de postbankrekening van het Slotervaartziekenhuis van 30 juni 2008, D-049

Een e-mail met bijlage d.d. 18-08-2008, D-137

Een rekeningafschrift van de postbankrekening van het Slotervaartziekenhuis van 8 september 2008, D-050

E-mail van 11 juli 2011 met als bijlage een rekeningafschrift van de ING-rekening van het Slotervaartziekenhuis, D-062, p. 1 en 2

Een afschrift van de akte van uitgifte in het kapitaal van Drimpy BV d.d. 12 juli 2011, D-126, p. 2

BVR-uitdraaien persoonsrelaties Meromi Participaties BV, D-065, D-066, D-067 en D-068

Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2019

Processen-verbaal van verhoor verdachte, V01-01, p. 11, zesde alinea en p. 12, vierde alinea; V01-02, p. 3, laatste alinea; V01-04, p. 12 onderaan; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2019

Proces-verbaal van verhoor getuige [naam bestuurslid] van 8 juni 2018 door de rechter-commissaris, p. 5 laatste alinea

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam medebestuurder] van 24 april 2014, G02-02, p. 13, tweede en vierde alinea

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam lid van de Raad van Commissarissen] van 28 april 2014, G05-01, p. 7, derde alinea


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature