< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

leeftijdsdiscriminatie, ontslagvergoeding sociaal plan

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 5970034 EA VERZ 17-407.2

beschikking van: 30 september 2019

func.: 245

Beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. H. den Besten

t e g e n

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V.

gevestigd te Amsterdam

verweerster

nader te noemen: ABN AMRO

gemachtigde: mr. M.T.J.M. Keulaerds

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In deze zaak is eerder, op 17 augustus 2017, een beschikking gewezen. Voor het procesverloop tot die (tussen-)beschikking wordt daar naar verwezen. Bij de beschikking is het incidentele verzoek van ABN AMRO afgewezen en is op proceseconomische gronden de (hoofd-)zaak aangehouden in verband met een soortgelijke zaak, die bij het Gerechtshof Amsterdam diende. ABN AMRO is als meest gerede partij verzocht de kantonrechter van het verloop van die zaak op de hoogte te houden.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in die zaak op 25 september 2018 beschikking gewezen, welke beschikking door ABN AMRO aan de kantonrechter is toegestuurd bij brief van 18 oktober 2018. Daarbij heeft ABN AMRO om een nadere aanhouding gevraagd, in verband met een mogelijk cassatieberoep harerzijds. [verzoeker] heeft zich daartegen verzet. De kantonrechter heeft het verzoek tot aanhouding afgewezen en heeft een voortgezette mondelinge behandeling bepaald.

De voortgezette mondelinge behandeling heeft plaats gevonden op 4 februari 2019. Aanwezig waren [verzoeker] met zijn gemachtigde. Namens ABN AMRO was aanwezig [vertegenwoordiger ABN-AMRO] met mr F. Dekker namens de gemachtigde. Beide partijen hebben, mede aan de hand van een pleitnota, een nadere toelichting verschaft en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de zaak aangehouden voor akte aan de zijde van [verzoeker] en antwoord-akte zijdens ABN AMRO.

Daarna zijn nog ingediend: - de akte overlegging producties zijdens [verzoeker] van 8/12 maart 2019,

- de antwoord-akte zijdens ABN AMRO van 3 april 2019.

Vervolgens is nogmaals beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In de eerdere tussenbeschikking van 17 augustus 2017, bij de inhoud waarvan de kantonrechter blijft en waarnaar zij kortheidshalve verwijst, zijn een aantal feiten en omstandigheden vastgesteld. In aanvulling daarop geldt nog het volgende.

Uit de ingebrachte beslissing van het Gerechtshof Amsterdam volgt dat het hof met de kantonrechter in de eerdere zaak van oordeel is dat de in artikel IV.5 Sociaal Plan 2013-2015 neergelegde regeling een - voor zover van belang - direct onderscheid naar leeftijd maakt, dat op zich sprake is van een (overigens wel zeer ruim geformuleerd) legitiem doel, maar dat de aftoppingsregeling niet een passend en noodzakelijk middel is om het door ABN AMRO geformuleerde doel, het bewerkstelligen van een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen onder alle bij het ontslag betrokkenen, te bereiken. Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd, waardoor de werknemer een vertrekpremie kreeg toegewezen tot de hoogte van de pensioenschade en het inkomen, dat hij derft tot zijn AOW-leeftijd, met in achtneming van de toegekende WW-uitkering, en verminderd met het reeds uitgekeerde bedrag.

ABN AMRO heeft nog daarna nog betoogd dat, omdat het Sociaal Plan 2017-2020 voorziet in een bodem-bedrag en dus de aftopping van de ontslagvergoeding niet tot nul gaat, de regeling van artikel 5.2 sub c Sociaal Plan 2017-2020 niet nietig is. Deze stelling wordt door de kantonrechter niet gevolgd. [verzoeker] blijft door de aftopping onevenredig zwaar getroffen in vergelijking met jongere collega’s, die (soms net) niet door de werking van artikel 5.2 sub c Sociaal Plan 2017-2020 worden getroffen, terwijl juist medewerkers van de leeftijd van [verzoeker] slechtere kansen hebben op de arbeids-markt. Daarvoor is geen rechtvaardiging te vinden. Ook de aftoppingsregeling in het Sociaal Plan 2017-2020 is derhalve niet evenwichtig, niet passend en niet noodzakelijk.

Wel blijft de kantonrechter bij haar oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om [verzoeker] een vertrekpremie toe te kennen voor zover die meer bedraagt dan zijn volledige inkomensderving tot aan zijn AOW-gerechtigde leeftijd, vermeerderd met zijn pensioenschade, die hij lijdt als gevolg van het missen van de verdere opbouw tot die leeftijd.

In zijn akte berekent [verzoeker] dat hij aan inkomen mist het bedrag van € 147.426,08 bruto en aan pensioenschade € 3.048,12; derhalve totaal €150.474,20 bruto. Daarin zit een bedrag van € 13.693,75 aan het missen van de voor medewerkers van ABN AMRO openstaande hypotheekkorting besloten.

ABN AMRO heeft bij de berekening van [verzoeker] opgemerkt dat hij bij zijn inkomens-situatie twee keer het vakantiegeld heeft berekend en heeft betwist dat [verzoeker] voor een vergoeding voor het missen van de korting op de hypotheekrente in aanmerking komt, nu alle medewerkers van ABN AMRO gelijkelijk deze korting vergoed krijgen; ook [verzoeker] heeft dat gehad.

In dat verband overweegt de kantonrechter allereerst dat zij met ABN AMRO van oordeel is, dat het wegvallen van de korting op de hypotheekrente niet voor verdere vergoeding in aanmerking komt. Alle medewerkers van ABN AMRO die zijn ontslagen hebben op gelijke wijze compensatie gekregen voor het missen van de hypotheek-rente-korting gedurende vijf jaar. Ook [verzoeker] heeft die compensatie ontvangen, zodat het de kantonrechter redelijk en billijk voorkomt dat [verzoeker] op dat punt niet anders wordt behandeld.

De kantonrechter is voorts van oordeel dat de berekening van ABN AMRO juist is; zowel ten aanzien van het vakantiegeld, dat [verzoeker] dubbel mee telt, als ten aanzien van de pensioenschade, die door [verzoeker] te laag is berekend. De kantonrechter maakt de volgende (bruto) berekening: € 226.436,80 (inkomensschade tot AOW-leeftijd) + € 60.961,40 (pensioenschade) = € 287.399,20 bruto - € 110.819,41 (inkomsten WW en overig) - € 67.082,00 (al ontvangen vertrekpremie) = € 109.497,79 bruto. Dit bedrag zal aan [verzoeker] kunnen worden toegewezen, uit te keren op een door hem aan te geven wijze.

Samengevat impliceert het vorenstaande dat het verzoek tot nietigverklaring van de aftopping van de vertrekpremie als opgenomen in (art 5.2 sub c van) het Sociaal Plan 2017-2020 zal worden toegewezen wegens leeftijdsdiscriminatie, waarbij zal worden bepaald dat [verzoeker] recht heeft op een (aanvullende) vertrekpremie van € 109.497,79 bruto.

ABN AMRO wordt als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

bepaalt dat de aftopping van de stimuleringsregeling als opgenomen in art 5.2 sub c van het Sociaal Plan 2017-2020 nietig is wegens leeftijdsdiscriminatie;

veroordeelt ABN Amro om aan [verzoeker] € 109.497,79 bruto aan aanvullende vertrekpremie te betalen, uit te keren op een door hem aan te geven wijze, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2017 tot aan de voldoening;

veroordeelt ABN Amro in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 470,- aan griffierecht en € 2.943,50 (3,5 punten à € 841,00) aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;

veroordeelt ABN Amro tot betaling van € 60,00 aan nasalaris, te verhogen met € 68,00 en de kosten van betekening onder de voorwaarde dat ABN Amro niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis nadien heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

Griffier kantonrechter


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature