< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verdachte heeft zijn moeder met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. Gevangenisstraf van 5 maanden.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/117383-19

Datum uitspraak: 4 september 2019

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] ,

gedetineerd in het [detentieplaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 augustus 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A.M. Lobregt, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. V.A. Groeneveld, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 13 mei 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer] te tonen en/of op/in de richting van voornoemde [slachtoffer] te richten en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer] de woorden toe te voegen:

"Ik ga je doodmaken, ik ga je doodschieten, al moet ik tien jaar zitten”

"Ik ga jou en mijn vader vermoorden",

althans (telkens) woorden van een gelijke bedreigende aard en/of strekking.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde, gelet op de verklaring van verdachtes moeder en het proces-verbaal van bevindingen waarin twee verbalisanten verklaren dat zij verdachte op het balkon zagen met een vuurwapen dat hij vervolgens in zijn broeksband stopte.

3.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de verbale bedreiging gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor het gebruik van een vuurwapen heeft hij vrijspraak bepleit. De verklaring van verdachte staat tegenover de verklaring van zijn moeder. Het proces-verbaal van de politie en de verklaring van zijn vader kunnen niet als steunbewijs dienen, nu zij niet bij de bedreiging aanwezig waren. Bovendien moest de politie het voorwerp van een behoorlijke afstand waarnemen.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich tot zijn aanhouding niets kan herinneren. Omdat hij onder invloed van cocaïne en wiet was, denkt hij dat hij de tenlastegelegde woorden gezegd kan hebben. Hij weet zeker dat hij nooit een vuurwapen heeft gehad en denkt dat hij met zijn telefoon zwaaide.

De rechtbank acht het onaannemelijk dat verdachte met zijn telefoon zwaaide en hecht op dit punt meer waarde aan de verklaringen van verdachtes moeder en de politie. Zij waren niet onder invloed van drugs en verklaren een vuurwapen te hebben waargenomen. Op basis van het dossier kan de rechtbank echter niet vaststellen of sprake was van een echt vuurwapen.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte op 13 mei 2019 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer] te tonen en op voornoemde [slachtoffer] te richten en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer] de woorden toe te voegen:

"Ik ga je doodmaken, ik ga je doodschieten, al moet ik tien jaar zitten”

"Ik ga jou en mijn vader vermoorden”.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, gelet op de proceshouding van verdachte, verzocht om een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen. Het begeleidingstraject wat was opgestart, maar nog niet goed op de rails stond, kan worden voortgezet. De detentie valt verdachte erg zwaar. Als je gedetineerd zit voor het bedreigen van je moeder, dan heb je het zwaar in detentie. Er is weer contact tussen verdachte en zijn familie.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zijn moeder met een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bedreigd. De rechtbank acht dit een zeer ernstig feit. Door verdachte zijn handelen, voelde zijn moeder zich niet langer veilig in haar eigen huis en was zij genoodzaakt aangifte tegen hem te doen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatied.d. 23 juli 2019, waaruit blijkt dat verdachte onder meer op 22 januari 2019 nog veroordeeld is voor een bedreiging in de huiselijke sfeer.

De rechtbank ziet aanleiding om bij de strafoplegging acht te slaan op de zogenoemde oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) van de hoven en de rechtbanken. Genoemde oriëntatiepunten dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging. Volgens deze oriëntatiepunten is bij een bedreiging met een (nep)vuurwapen een gevangenisstraf van 4 maanden het uitgangspunt.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. K.A. Brunner, voorzitter,

mrs. B.M. Visser en A. Meester, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.J.M. van der Hooft, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 september 2019.

De jongste rechter is buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature