< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak, nu identiteit van de als verdachte aangehouden en verhoorde persoon niet met voldoende betrouwbaar en zorgvuldig is vastgesteld. Daarom niet met voldoende mate van zekerheid aan te nemen dat het de persoon van verdachte betreft.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/262244-18

Datum uitspraak: 5 november 2019

Verkort vonnis van de politierechter te Amsterdam, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats]

wonende te [adres 1]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 november 2019. Verdachte was daarbij niet aanwezig. Als raadsvrouw is aanwezig mr. W.P.A. Vos, die verklaart uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging te voeren. De politierechter stemt daarmee in en deelt mee dat de behandeling van de zaak als een procedure op tegenspraak zal gelden.

De politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte en zijn raadsvrouw naar voren is gebracht.

1 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 december 2018 te Amsterdam tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 2, althans een of

meer pinautomaten/betaalautomaten en/of een beamer, merk Hitachi

en/of een printer, merk Dymo Letratag, in elk geval enig goed, dat

geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam hotel] (gevestigd

aan de [adres 2] ), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van

Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 december 2018 te Amsterdam, een goed te weten

2, althans een of meer pinautomaten/betaalautomaten en/of een

printer, merk Dymo Letratag en/of een beamer, merk Hitachi heeft

verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde

van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of

redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof

( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )

2 De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De politierechter is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijsoverweging

3.1

Inleiding

De volgende feiten kunnen als vaststaand worden beschouwd.

Op donderdag 20 december 2018 is namens [naam hotel] aangifte gedaan van een inbraak in het hotel gelegen aan de [adres 2]. Daarbij zijn diverse goederen gestolen, waaronder twee pin-automaten, een beamer en een labelprinter. Er is een verdachte aangehouden. In een proces-verbaal van bevindingen is opgenomen dat verbalisanten hebben waargenomen dat deze persoon een vuilniszak weggooide, waarin goederen zijn aangetroffen die overeenkomen met de goederen die aangever als gestolen heeft opgegeven . De aangehouden persoon is later die dag verhoord door de politie. Bij dat verhoor heeft de verhorende verbalisant die persoon geïdentificeerd als verdachte op basis van een herkenning aan de hand van een foto op een uitdraai die is verkregen uit het SKDB-systeem.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat

het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen is. De officier van justitie baseert zich daarbij onder meer op de aangifte van het [naam hotel] en een verklaring van getuige [getuige] . Verder wijst zij op het proces-verbaal van bevindingen, waarin wordt gerelateerd dat zeer kort na het tijdstip waarop volgens de aangifte de diefstal is gepleegd, gezien wordt dat de verdachte een vuilniszak weggooit. In die vuilniszak worden de weggegooide spullen aangetroffen. Daar komt bij een door verbalisant [verbalisant] opgemaakt aanvullend proces-verbaal, waarin wordt uitgelegd dat verdachte is herkend op basis van een foto. Op 20 december 2018 kwam een auto op hoge snelheid aangereden in de richting van het hotel. De auto is gezien in de straat direct naast het hotel. Verdachte bevond zich als passagier in die auto. De verbalisanten hebben verdachte gevolgd toen hij uit de auto stapte en wegrende. Verdachte is aangehouden vlak bij het hotel, zeer kort nadat de diefstal heeft plaatsgevonden. Vermoedelijk heeft verdachte geprobeerd de gestolen spullen kwijt te zien raken. Dit alles zorgt ervoor dat naar het oordeel van de officier van justitie sprake is van een wettig en overtuigend te bewijzen diefstal. Het gaat om een ernstig strafbaar feit. De gestolen goederen zijn kostbaar. De hoge waarde van de goederen vormt een strafverzwarende omstandigheid. De diefstal is begaan samen met een ander persoon, wat ook leidt tot een hogere strafeis. Daar staat tegenover dat verdachte, hoewel er tegen hem een nog een niet afgedane zaak dient bij de rechtbank in Haarlem, nog niet eerder is veroordeeld en dus moet worden aangemerkt als first offender. Ook houdt de officier van justitie er in het voordeel van verdachte rekening mee dat hij nog jong is, bezig is met het laatste jaar van zijn opleiding en dat zijn moeder in slechte gezondheid verkeert. Verder heb ik er bij de bepaling van mijn strafeis erop gelet dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

De strafeis luidt om verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis, met daarop in aftrek gebracht de dag die verdachte in verzekering is gesteld.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat

verdachte van zowel het primair, als het subsidiair ten laste gelegde feit vrijgesproken moet worden. Redengevend is dat op basis van het procesdossier, inclusief het later toegevoegde aanvullend proces-verbaal, nog altijd niet kan worden vastgesteld dat de aangehouden persoon verdachte betreft. In het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] wordt enkel gesteld dat verdachte de persoon is die is gehoord ter zake van de diefstal. De verbalisant heeft echter verzuimd een onderbouwing te geven voor de herkenning van de aangehouden persoon als zijnde verdachte. Bij de aanhouding van de verdachte persoon zijn de strafvorderlijke regels niet in acht genomen. De wet schrijft voor dat een persoon duidelijk geïdentificeerd moet worden. De vraag is hoe dat in dit geval zou moeten zijn gebeurd. Niet gecontroleerd is of het identiteitsbewijs dat de persoon toonde juist was en dus overeenkwam met de persoon die de verbalisanten voor zich hadden. Ook de vingerafdrukken van de aangehouden persoon zijn niet geverifieerd. Als gevolg van de genoemde omstandigheden concludeert de verdediging dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om aan te nemen dat verdachte de persoon is die door verbalisanten is aangehouden en verhoord op grond van verdenking van de diefstal op 20 december 2018 in [naam hotel] .

3.3

Het oordeel van de politierechter

3.4

De bewezenverklaring

De politierechter zal verdachte vrijspreken en overweegt daartoe als volgt.

Voordat de politierechter toekomt aan de vraag of de door de politie aangehouden persoon verantwoordelijk is te houden voor de tenlastegelegde diefstal of heling, dient te worden bekeken of de door de politie aangehouden persoon verdachte is. Omdat er te dien aanzien twijfels zijn gerezen, is het onderzoek ter terechtzitting op 10 april 2019 geschorst, ten einde verbalisant [verbalisant] in staat te stellen uitleg te geven over hoe hij tot deze conclusie is gekomen. Die nadere uitleg is niet gegeven. Verbalisant [verbalisant] heeft het gelaten bij de enkele mededeling dat hij verdachte herkende.

De politierechter constateert dat van hem nu wordt gevraagd mee te gaan in een herkenning door middel van een vergelijking met een foto. Hoewel dat kan volstaan als wettig bewijs, ontbreekt het de politierechter aan voldoende overtuiging dat het daarmee vaststaat dat het verdachte is geweest die kort na de diefstal is aangehouden. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken.

DE UITSPRAAK

De politierechter verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.H.G. Odink, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. N.B.J. van Hoorn, griffier,

en is uitgesproken op 5 november 2019. [...]


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature