< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Poging zware mishandeling. Geldboete en schadevergoeding. Aanwijzing bijstand van tolken en vertalers bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Getuige zonder tolk gehoord. De getuigenverklaring wordt toch voor het bewijs gebruikt.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/701926-17

Datum uitspraak: 18 september 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1978,

wonende op het adres [adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

1.1.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 september 2018.

1.2.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en van wat de (gemachtigde) raadsvrouw van verdachte, mr. T.C. ten Rouwelaar-Hoogland, naar voren heeft gebracht.

1.3.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het schriftelijke verzoek tot schadevergoeding van [slachtoffer] .

2 Tenlastelegging

2.1

Aan verdachte is primair ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 3 juni 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of meermalen

aan het haar van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of

(vervolgens) het haar en/of het hoofd van die [slachtoffer] naar beneden heeft gedrukt en/of

(vervolgens) in/op/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd, van die [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt en/of

(vervolgens) in/op/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd, van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of

(vervolgens) in/op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt,

terwijl die [slachtoffer] op de grond lag.

2.2.

Subsidiair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 3 juni 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door een of meermalen

aan het haar van die [slachtoffer] te trekken en/of

(vervolgens) het haar en/of het hoofd van die [slachtoffer] naar beneden te drukken en/of

(vervolgens) in/op/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd, van die [slachtoffer] te schoppen en/of te trappen en/of

(vervolgens) in/op/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd, van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of

(vervolgens) in/op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te schoppen en/of te trappen en/of te slaan en/of te stompen,

terwijl die [slachtoffer] op de grond lag.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.

3.2

Standpunt van de verdediging

3.2.1.

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit verdachte vrij te spreken van in elk geval het primair ten laste gelegde; verdachte heeft verklaard dat hij alleen maar naar de woning van [slachtoffer] is gegaan om te praten. [slachtoffer] is toen begonnen met duwen. Hij en verdachte zijn vervolgens samen van de trap gevallen. Onderaan de trap is de boel geëscaleerd. Verdachte is dus niet begonnen met vechten. Hij had dan ook geen opzet om [slachtoffer] (zwaar) te mishandelen.

3.2.2.

Het incident heeft om 07.00 uur plaatsgevonden. [slachtoffer] en [getuige] hebben om respectievelijk 10.30 uur en 11.00 uur een verklaring bij de politie afgelegd. Zij hebben dus alle tijd gehad om hun verklaringen op elkaar af te stemmen.

3.2.3.

De getuigenverklaring van [getuige] kan bovendien niet worden gebruikt omdat zij de Nederlandse taal niet machtig is en zonder tolk is gehoord, aldus de raadsvrouw.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de aangifte van [slachtoffer] en de getuigenverklaring van [getuige] . Mede omdat [slachtoffer] kort na het incident een verklaring heeft afgelegd aan de ter plaatse gekomen politie (proces-verbaal van bevindingen pagina 3 en 4 van het dossier) die overeenkomt met zijn aangifte. Daar komt bij dat de bevindingen van de politieagenten die verdachte hebben aangehouden, aansluiten bij de verklaring van [slachtoffer] . De desbetreffende politieagenten hebben gerelateerd dat zij verdachte in het portiek van [adres 2] hebben zien staan en dat er voor hem een man ( [slachtoffer] ) op de grond lag die onder het bloed zat (proces-verbaal van bevindingen pagina 10).

3.3.2.

Hoewel het getuigenverhoor van [getuige] op grond van de ‘Aanwijzing bijstand van tolken en vertalers bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten’ had moeten plaatsvinden met bijstand van een tolk omdat [getuige] de Nederlandse taal niet machtig is, zal de rechtbank haar verklaring toch voor het bewijs gebruiken. De raadsvrouw heeft niet gezegd waar het aan schort, noch de verklaring inhoudelijk betwist, en heeft evenmin verzocht [getuige] als getuige te (laten) horen.

3.3.3.1. Wat betreft het opzet van verdachte overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier zwaar lichamelijk letsel – aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

3.3.3.2. Uit het dossier blijkt dat verdachte [slachtoffer] , terwijl die op de grond lag, met geschoeide voet meermalen in diens gezicht en tegen het hoofd heeft geschopt. [slachtoffer] heeft in zijn aangifte meer specifiek verklaard dat hij op enig moment – terwijl hij op de grond onder de brievenbussen lag – voelde dat verdachte hem tegen zijn achterhoofd aan trapte en dat hij op enig moment eveneens voelde dat hij tegen zijn neus werd geschopt en een hevige pijnscheut door zijn neus voelde gaan. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij meerdere malen door verdachte tegen zijn hoofd is geschopt. Het hoofd van [slachtoffer] zat na het voorval onder het bloed en ook de schoenen van verdachte waren bebloed. Het met kracht schoppen tegen een kwetsbaar lichaamsdeel als het hoofd, vormt reeds voldoende grond om aan te nemen dat de verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer] zodanig tegen het hoofd zou raken dat deze daardoor zwaar lichamelijk letsel op zou lopen. Het schoppen in het gezicht van [slachtoffer] door verdachte kan naar zijn uiterlijke verschijningsvorm – behoudens contra-indicaties waarvan niet is gebleken – worden aangemerkt als zo zeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans hierop bewust heeft aanvaard. Dat dit gevolg niet is ingetreden, is uitsluitend te danken aan omstandigheden buiten de wil van verdachte.

3.4.

De rechtbank heeft op grond van de feiten en omstandigheden die in de hierna weergegeven bewijsmiddelen staan de overtuiging gekregen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat verdachte op 3 juni 2017 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of meermalen in/op/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd, van die [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt terwijl die [slachtoffer] op de grond lag.

4 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

1. Het proces-verbaal met nummer PL1300-2017115985-l van 3 juni 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (pagina 12 tot en met 14).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:

Op 3 juni 2017 was ik samen met mijn vriendin [getuige] op [adres 2] in Amsterdam, dit is een portiekwoning op de eerste etage. Op een gegeven moment hoorde ik de deurbel bij de buren gaan. Een moment later hoorde ik opeens gebonk op mijn voordeur. Ik zag door het kijkgat in mijn voordeur een onbekende man staan. Ik heb de deur open gedaan. Ik zag dat de man mijn woning binnen wilde lopen. Ik hield hem tegen door hem terug richting het portiek te duwen. De man probeerde zich naar binnen te worstelen. Ik zag en voelde dat de man nog steeds naar binnen probeerde te komen. Ik zag dat de man al voorbij mijn voordeur was. Er ontstond een worsteling tussen mij en de man. Tijdens de worsteling op de galerij voelde ik dat de man mij richting de trap trok. Ik hield de man vast en toen zijn wij samen van de trap af naar de begane grond gevallen. Ik kwam onderop terecht. De man had schoenen aan. Ik zag en voelde dat de man mij tegen mijn hoofd aan trapte en sloeg. Ik voelde dat de man mij op mijn achterhoofd sloeg met zijn vuisten. Ik voelde dat de man mij op mijn achterhoofd trapte. Ik zag en voelde dat ik op mijn neus werd geschopt. Ik voelde een hevige pijnscheut door mijn neus gaan. Deze worsteling heeft zeker een paar minuten geduurd. Gedurende deze minuten bleef de man mij tegen mijn hoofd aan slaan en schoppen. Op een gegeven moment kwam mijn vriendin ertussen. Ik heb pijn over mijn hele gezicht en lijf. Dit komt door alle verwondingen die ik aan dit incident heb overgehouden. Ik heb twee blauwe opgezwollen ogen, overal bulten op mijn hoofd en schrammen in mijn gezicht. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

Noot verbalisant: Ik zie dat de aangever twee opgezwollen blauwe ogen heeft.

2. Het proces-verbaal met nummer PL1300-2017115985-11 van 3 juni 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (pagina 18 tot en met 19).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [getuige] , zakelijk weergegeven:

Vandaag, 3 juni 2017 werd er aangebeld. [slachtoffer] deed de deur open. Ineens hoorde ik [slachtoffer] schreeuwen. Ik ben naar de voordeur gerend. Ik zag dat [verdachte] meermalen in zijn gezicht sloeg. Ik zag dat hij [slachtoffer] daarna in het gezicht schopte toen hij op de grond lag.

3. Het geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring van de forensisch arts A. Beijering, werkzaam bij GGD Amsterdam Forensische Geneeskunde van 7 juni 2017 (pagina 39 tot en met 41).

Deze verklaring houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Medische informatie betreffende: [slachtoffer]

Datum maken letselbeschrijving: 7 juni 2017

Opgegeven toedracht: Ex van vriendin stond in de vroege ochtend voor de deur te schreeuwen. Slachtoffer heeft uiteindelijk de deur geopend. Hierop stormde de man naar binnen waarop slachtoffer hem vastpakte en naar buiten werkte. Toen zijn ze gezamenlijk van de trap gevallen waarbij het slachtoffer waarschijnlijk onder lag. Beneden heeft slachtoffer nog trappen en slagen gekregen.

Het letsel past goed bij de opgegeven toedracht.

Lichaamsdeel: hoofd

Beschrijving: onder beide ogen een zeer donker blauwpaarse verkleuring met een gele rand. Doorlopend langs de binnenkant van het oog naar boven. Aan de linkerzijde wat groter dan rechts. Grootte links is ongeveer 4 bij 3 cm, halvemaan vormig. Grootte rechts is ongeveer 3 bij 2 cm, tevens halve maan vormig.

Soort: bloeduitstorting

Lichaamsdeel: hoofd

Beschrijving: bovenzijde van de linkeroorschelp en verkleuring, blauwpaars, in de bovenste punt van het oor. Totale grootte ongeveer 3 bij 1,5 cm.

Soort: bloeduitstorting

Het geconstateerde letsel kan goed passen bij de door de onderzochte persoon aangegeven toedracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,- (vierduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vijftig dagen hechtenis.

7.2

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte niet degene is die is begonnen.

7.3

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte is in de ochtend van 3 juni 2017 naar de portiekwoning van [slachtoffer] gegaan omdat hij ervan uitging dat zijn vrouw daar op dat moment met een andere man zou zijn. Hij heeft daar om 07.00 uur aangebeld en op de deur staan bonken. Nadat [slachtoffer] had opengedaan, wilde verdachte naar binnen gaan, maar dat kon [slachtoffer] beletten. Vervolgens heeft er voor de woning een worsteling tussen hen plaatsgevonden en zijn zij van de trap gevallen. Verdachte heeft daarna [slachtoffer] , die op de grond lag, onder meer tegen zijn hoofd geschopt en in zijn gezicht getrapt. [slachtoffer] heeft pijn geleden en letsel opgelopen. Verdachte is de agressor geweest en heeft in de vroege ochtend langdurig staan aanbellen bij [slachtoffer] . Hij heeft weliswaar een duw gekregen toen [slachtoffer] hem zijn woning uit probeerde te krijgen, maar de rechtbank acht de strafwaardige situatie vooral hetgeen onderaan de trap heeft plaatsgevonden.

Strafmodaliteit

De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf of een groot aantal uren taakstraf in beginsel een passende reactie is op een poging zware mishandeling. Zeker als die heeft plaatsgevonden in of nabij de woning van het slachtoffer. Iedereen zou zich veilig moeten weten in zijn eigen woning. Slachtoffers van geweld in of nabij hun woning worden dagelijks geconfronteerd met het – vaak langdurige – gevoel van onveiligheid in hun eigen woonomgeving.

Aangezien verdachte een zoon heeft in Hongarije voor wie hij (financieel) moet zorgen en hij momenteel op de Filipijnen aan het werk is, zal de rechtbank geen gevangenisstraf of taakstraf opleggen. Zij is, gelet op de ernst van de zaak, van oordeel dat verdachte wel een forse straf moet krijgen. De enige strafmodaliteit die resteert, is het opleggen van een geldboete. Verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 2.000,- (tweeduizend euro). De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het feit dat verdachte ook zal worden veroordeeld tot het vergoeden van de schade van het slachtoffer.

8 De vordering benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

8.1.

[slachtoffer] heeft een vordering tot vergoeding van de door hem geleden schade ingediend. Hij vordert € 600,- immateriële-schadevergoeding en € 95,- voor de behandeling door een orthomanueel therapeut.

8.2.

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat [slachtoffer] de materiële schade mogelijk door zijn zorgverzekeraar vergoed heeft gekregen en dat dit gedeelte van de vordering daarom dient te worden afgewezen. In de schriftelijke onderbouwing van de vordering staat echter dat de behandeling door de manueel therapeut niet door de verzekering wordt vergoed. Die stelling is niet betwist.

8.3.

Aangezien vaststaat dat aan [slachtoffer] door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks zowel materiële als immateriële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.4.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

8.5.

In het belang van [slachtoffer] wordt, als extra waarborg voor betaling aan hem, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 23, 24c, 36f, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht . Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Poging tot zware mishandeling.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 2.000,- (tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht op de geldboete in mindering gebracht zal worden, naar de maatstaf van € 50,00 (vijftig euro) per dag.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , toe tot een bedrag van € 695,- (zeshonderdvijfennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 juni 2017) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer] het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door [slachtoffer] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen de som van € 695,- (zeshonderdvijfennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (3 juni 2017) tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van de voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,

mrs. A.P. Sno en I. Mannen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 september 2018.

De oudste rechter is buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature