< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vordering tot verklaring voor recht dat gedaagde – voormalig mede-investerende asset manager van eiseres – tekort is geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door schending van de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement. Reconventionele vorderingen betreffen door eiseres in conventie gelegd conservatoir bewijsbeslag.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/597782 / HA ZA 15-1063

Vonnis van 21 december 2016

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

BROOKLAWN CAPITAL LLC,

gevestigd te George Town, Kaaiman Eilanden,

eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMVEST MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Zeist,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. T.R.B. de Greve te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Brooklawn en Amvest genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 30 maart 2016;

de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende wijziging van eis, met producties;

de akte van antwoord inzake wijziging van eis tevens akte uitlating producties;

de op 22 september 2016 gehouden comparitie in de hoofdzaak annex pleidooien in het incident, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken;

de brief, gedateerd 24 oktober 2016, van mr. L.A.F. Hendriksen, advocaat te Amsterdam, namens mr. De Greve.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in de hoofdzaak en in het incident.

2 De feiten

In de hoofdzaak en in het incident

2.1.

Brooklawn kwam eind 2013 in beeld als mogelijke koper van een door twee eigenaren (hierna: de Verkopers), op instigatie van hun banken (hierna: de Banken), te koop aangeboden – uiterlijk op 23 december 2014 over te dragen en te betalen – vastgoedportefeuille (hierna: de WDF-portefeuille). Deze (voorgenomen) transactie zal hierna ook de WDF-transactie worden genoemd.

2.2.

Brooklawn had ter financiering van deze (mogelijke) aankoop een of meer mede-investeerders nodig. Daarnaast had zij een asset manager nodig, een na de (mogelijke) overdracht aantredende beheerder van het betrokken vastgoed, die tevens mede zou investeren.

2.3.

Brooklawn vond als mede-investerende asset manager in beginsel bereid Amvest.

2.4.

Brooklawn vond als mede-investeerder in beginsel bereid Mount Kellett Capital Management (UK) LLP (hierna: Mount Kellett).

2.5.

Brooklawn en Amvest zijn op 17 januari 2014 een schriftelijke overeenkomst met elkaar aangegaan (hierna: de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement). Artikel 6 van de ze overeenkomst bepaalt:

“Governing Law: This Agreement, and all claims or causes of action (whether in contract or tort) that may be based upon, arise out of or relate to this Agreement, or the negotiation, execution or performance of this Agreement shall be governed by, and construed in accordance with the laws of the State of New York without regard to the principles of conflicts of laws in any jurisdiction”.

2.6.

Op 13 augustus 2014 zijn Brooklawn en de Verkopers een schriftelijke overeenkomst met elkaar aangegaan. Die overeenkomst (hierna: de Exclusivity Letter) hield in dat Brooklawn tot 28 oktober 2014 het exclusieve recht had om met de Verkopers te onderhandelen over de (voorwaarden van de) WDF-transactie. De datum 28 oktober 2014 is later met wederzijds goedvinden gewijzigd in 14 november 2014.

2.7.

Bij e-mailbericht van 8 november 2014 hebben de Banken, voor zover hier van belang, aan Brooklawn en Mount Kellett geschreven:

“The exclusivity letter is clear:

a. no re-negotiation of the purchase price.

b. financing of the transaction is not fixed to certain parties or to specific combination of debt/equity.

We kindly ask Brooklawn to confirm ultimately by 9 November 2014 (…) that they will complete the transaction as agreed in the Exclusivity Letter, including the purchase price agreed, failing which we are forced to conclude that there is a breach of the Exclusivity Letter for which we hold the relevant parties involved liable”.

Op diezelfde dag heeft Mount Kellet zich teruggetrokken.

2.8.

Bij e-mailbericht van 10 november 2014 hebben de Banken, voor zover hier van belang, aan Brooklawn geschreven:

“In vervolg op jouw e-mail , hierbij de instemming van de verkoper en de banken voor BLW (Brooklawn; rechtbank) om met [naam 1] (Goldman) en met [naam 2] te gaan spreken. We merken daarbij op dat in eerder stadium [naam 2] is aangedragen als potentiele partij voor de WDF portefeuille door een derde”.

De Banken hebben Brooklawn vervolgens de contactgegevens van [naam 2] (dat wil zeggen Quantum Strategic Partners Ltd., hierna: Quantum) verschaft.

2.9.

Op 14 november 2014 was tussen Brooklawn en de Verkopers geen koopovereenkomst betreffende de WDF-portefeuille tot stand gekomen. De Verkopers waren niet bereid de exclusiviteitstermijn te verlengen, waarop Brooklawn de Exclusivity Letter heeft beëindigd op basis van het financieringsvoorbehoud dat als ontbindende voorwaarde in de overeenkomst is opgenomen.

2.10.

Op 14 en 15 november 2014 heeft Quantum de Banken schriftelijk van haar interesse in de WDF-portefeuille doen blijken.

2.11.

Bij e-mailbericht van 18 november 2014 heeft de advocaat van de Verkopers en de Banken, voor zover hier van belang, aan Brooklawn geschreven:

“On behalf of my clients (…), I herewith respond to your email dated 14 November 2014 (…).

I herewith inform you that after due consideration the Seller (de Verkopers; rechtbank) is not willing to renew or extend any exclusivity of Brooklawn (…) in relation to the Transaction (de WDF-transactie; rechtbank). Both the Seller and the Banks (de Banken; rechtbank) reserve all rights for claiming any damages, including costs, they have suffered as a consequence of the behavior and acts of Brooklawn and Mound Kellett (…) in the transaction process”.

2.12.

Bij e-mailbericht van 23 november 2014 heeft de advocaat van de Verkopers en de Banken, voor zover hier van belang, aan Brooklawn geschreven:

“In previous conversations my clients already expressed their discontent with Brooklawn’s conduct in connection with the WDF-housing portfolio transaction. My clients are of the opinion that, amongst others, Brooklawn did not properly manage relationships with Mount Kellett.

I note that any exclusivity on the part of Brooklawn to negotiate the acquisition of the portfolio terminated on 14 November 2014, the date on which Brooklawn rescinded (ontbond) the exclusivity letter by way of notice regarding the condition subsequent (ontbindende voorwaarde). A request from you to extend such exclusivity period was explicitly rejected. I refer to my e-mail of 18 November 2014. Hence, as from 14 November 2014, Brooklawn has no rights whatsoever to negotiate the acquisition, leave alone to acquire, the portfolio. My clients are free to offer the portfolio to whom they deem fit”.

2.13.

De Verkopers hebben de WDF-portefeuille in december 2014 overgedragen aan Aegon Levensverzekering N.V (hierna: Aegon).

2.14.

Aegon heeft het asset management van de WDF-portefeuille opgedragen aan Amvest Investment Management B.V.

3 De hoofdzaak in conventie

3.1.

Brooklawn vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij – zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaard – vonnis:

primair naar het recht van de staat New York, subsidiair naar Nederlands recht:

( i) voor recht verklaart dat Amvest jegens Brooklawn toerekenbaar is tekort geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door haar verplichtingen uit hoofde van de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement te schenden;

(ii) voor recht verklaart dat Amvest jegens Brooklawn toerekenbaar is tekort geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met het verbod dat is neergelegd in de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement in nauw overleg en samenwerking met Aegon de WDF-portefeuille te kopen, althans deel te nemen aan een transactie gericht op de koop daarvan, al dan niet door met het oog op die transactie direct of indirect als asset manager van de WDF-portefeuille te gaan optreden;

(iii) voor recht verklaart dat Amvest jegens Brooklawn toerekenbaar is tekort geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met het verbod dat is neergelegd in de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement contact te leggen met de Verkopers en/of de Banken over participatie in de WDF-transactie dan wel koop van de WDF-portefeuille door haar, door een aan haar verbonden partij, dan wel door enige andere partij;

(iv) voor recht verklaart dat Amvest jegens Brooklawn toerekenbaar is tekort geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met het verbod dat is neergelegd in de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement contact te leggen met Aegon, andere vennootschappen in de Aegon Groep of enig andere mogelijke koper over de mogelijke koop van de WDF-portefeuille en/of enig andere vorm van participatie in de WDF-transactie;

( v) voor recht verklaart dat Amvest jegens Brooklawn toerekenbaar is tekort geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met het verbod dat is neergelegd in de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement contact te leggen met andere vennootschappen in de Amvest Groep over participatie in de WDF-transactie;

(vi) voor recht verklaart dat Amvest jegens Brooklawn toerekenbaar is tekort geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met het verbod dat is neergelegd in de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement derde partijen te informeren over het feit dat Brooklawn betrokken is geweest bij de koop van de WDF-portefeuille;

(vii) voor recht verklaart dat Amvest jegens Brooklawn toerekenbaar is tekort geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met het verbod dat is neergelegd in de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement vertrouwelijke informatie over de WDF-portefeuille en WDF-transactie te delen met derden;

(viii) voor recht verklaart dat Amvest jegens Brooklawn onrechtmatig heeft gehandeld door opzettelijk in samenspraak met de Verkopers en/of de Banken de leverdatum van de WDF-portefeuille naar voren te halen, in de wetenschap dat jegens Amvest een verbod om te participeren in de WDF-transactie in een spoed kort geding was gevorderd;

(ix) Amvest veroordeelt in de kosten van de procedure.

4 Het incident

4.1.

Brooklawn vordert dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

primair

( i) bepaalt dat Brooklawn inzage krijgt in en door afgifte de beschikking krijgt over hetgeen ingevolge het bewijsbeslag is gekopieerd door de deurwaarder en bij deze in bewaring is gegeven;

(ii) beveelt dat Amvest de onder (i) vermelde inzage dient te gehengen en gedogen;

subsidiair

( i) bepaalt dat Brooklawn inzage of uittreksel verkrijgt van hetgeen ingevolge het bewijsbeslag is gekopieerd door de deurwaarder en bij deze in bewaring is gegeven op een door de rechtbank te bepalen wijze;

(ii) beveelt dat Amvest de onder (i) vermelde inzage dient te gehengen en gedogen;

primair en subsidiair

( i) Amvest veroordeelt tot het betalen aan Brooklawn van EUR 10.000,00 voor de door Brooklawn gemaakte kosten van het bewijsbeslag;

(ii) Amvest veroordeelt in de kosten van de procedure in het incident.

5 De hoofdzaak in reconventie

5.1.

Amvest vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

( i) voor recht verklaart dat het door Brooklawn gelegde conservatoire bewijsbeslag (op grond van het beslagverlof de dato 18 maart 2015) onrechtmatig is;

(ii) voor recht verklaart dat het door Brooklawn gelegde conservatoire bewijsbeslag (op grond van het beslagverlof de dato 18 maart 2015) vervallen is;

(iii) voor recht verklaart dat het door Brooklawn gelegde conservatoire bewijsbeslag (op grond van het beslagverlof de dato 11 september 2015) vervallen is, althans de conservatoire bewijsbeslagen op grond van het verlof van 11 september 2015 opheft;

(iv) de gerechtelijke bewaring op grond van het verlof van 11 september 2015 per direct beëindigt;

( v) Brooklawn veroordeelt om EUR 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2015 tot de dag van algehele voldoening, als deelbetaling althans als voorschot aan Amvest te voldoen;

(vi) Brooklawn veroordeelt om alle (overige) geleden en nog te lijden schade aan Amvest te voldoen, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

(vii) Brooklawn beveelt om binnen 24 uren na betekening van het ten deze te wijzen vonnis en op kosten van Brooklawn:

( a) zowel de betrokken deurwaarders als ook de gerechtelijke bewaarders op rechtsgeldige wijze schriftelijk te instrueren om terstond en in ieder geval binnen voornoemde periode al datgene te doen teneinde de volledige en onherroepelijke vernietiging van alle in bewijsbeslag genomen bescheiden te bewerkstelligen en de gerechtelijke bewaring te beëindigen; en afschrift van voornoemde instructies binnen voornoemde termijn aan de advocaat van Amvest te verstrekken; en

( b) deugdelijk en volledig bewijs aan de advocaat van Amvest te leveren van de volledige uitvoering van voornoemde instructies, zijnde de onherroepelijke vernietiging van alle in bewijsbeslag genomen bescheiden;

( c) het vorenstaande op straffe van verbeurte van een eenmalige dwangsom van EUR 250.000,00 en voorts een periodieke dwangsom van EUR 25.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat enige overtreding geheel of gedeeltelijk voortduurt;

(viii) met veroordeling van Brooklawn in de kosten in reconventie, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de dag waarop het te dezen te wijzen vonnis in reconventie wordt gewezen.

6 De beoordeling in de hoofdzaak in conventie

6.1.

Brooklawn stelt dat Amvest de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement op diverse wijzen heeft geschonden. In haar petitum zijn de diverse gestelde schendingen kort verwoord.

6.2.

Brooklawn stelt dat zij als gevolg van de diverse gestelde schendingen van de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement door Amvest schade heeft geleden, lijdt en zal lijden. Zij vordert echter geen veroordeling van Amvest tot vergoeding van een bepaald bedrag aan schade. Evenmin vordert zij veroordeling van Amvest tot schadevergoeding op te maken bij staat. Brooklawn vordert slechts verklaringen voor recht.

6.3.

De toelaatbaarheid van de vorderingen van Brooklawn dient te worden beoordeeld naar het te dezen toepasselijke procesrecht, het Nederlandse. De rechtbank verwijst in dit verband naar artikel 10:3 Burgerlijk Wetboek (BW). Naar Nederlands recht heeft Brooklawn slechts belang bij haar vorderingen indien de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Bij afwezigheid daarvan dient zij in haar vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:760 ( [partijnamen] ).

6.4.

Aldus spitst het geschil zich allereerst toe op de vraag of Brooklawn aannemelijk maakt dat zij door toedoen van Amvest mogelijk schade heeft geleden, lijdt en/of zal lijden.

6.5.

In dit verband rijst allereerst een vraag van Nederlands internationaal privaatrecht. De vraag namelijk naar welk recht dient te worden beoordeeld of aan de zijde van Brooklawn sprake is, althans kan zijn, van door Amvest te vergoeden schade. Daarbij dient in het oog te worden gehouden dat Brooklawn haar vorderingen zowel op contractuele als op delictuele grondslagen baseert.

6.6.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het antwoord op die vraag, niettegenstaande artikel 10:2 BW, op grond van de zogeheten antikiesregel in het midden blijven. Redengevend is het volgende. Daarbij wordt vooropgesteld dat – naar partijen betogen en de rechtbank ook ambtshalve heeft vastgesteld – slechts het Nederlandse recht en het recht van de staat New York voor toepassing in aanmerking kunnen komen.

6.7.

Brooklawn stelt dat de omstandigheid dat Mount Kellett zich op 8 november 2014 had teruggetrokken en de omstandigheid dat de exclusiviteitsperiode op 14 november 2014 was afgelopen niet wegnamen dat zij, niet alleen wat haarzelf betreft maar ook wat de Verkopers en de Banken betreft, kandidaat bleef voor de WDF-transactie. Zonder Amvests schendingen van de Confidentiality & Non-Circumvention Agreement zou, zo stelt Brooklawn, de WDF-portefeuille aan haar zijn verkocht en overgedragen.

6.8.

In de hiervoor onder 2.11 en 2.12 weergegeven e-mailberichten kan redelijkerwijs niets anders worden gelezen dan dat de Verkopers en de Banken, vanuit discontent over het optreden van Brooklawn, haar na afloop van de exclusiviteitsperiode hebben afgeschreven. Niet alleen waren zij niet bereid de exclusiviteitsperiode te verlengen, zij sloten zelfs alle contacten met Brooklawn over de WDF-portefeuille uit. Een WDF-transactie met Brooklawn behoorde daardoor niet langer tot de mogelijkheden. Een en ander blijkt ook uit de door Amvest als productie 15 bij de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie (en overigens ook door Brooklawn als producties 36 bij de dagvaarding) in het geding gebrachte verklaring, gedateerd 16 december 2014, van de Banken, waarin te lezen staat (bladzijde 2):

“Brooklawn heeft in het weekend volgend op 14 november 2014 een aantal malen (individueel) contact met ons gezocht, waarbij wij steeds de boodschap hebben gegeven dat de overeenkomst geëindigd was en er van een verlenging van exclusiviteit geen sprake kon zijn. Bij email van 18 november 2014 is door onze advocaat (…) nogmaals aan Brooklawn bevestigd dat er geen verlenging van de exclusivity period zou plaatsvinden. In het begin van die week is aan Brooklawn herhaaldelijk medegedeeld dat de banken geen verkooptransactie met Brooklawn meer zouden sluiten. Wij waren zeer teleurgesteld over de gang van zaken. Wij waren uitdrukkelijk op het verkeerde been gezet door Brooklawn en wij wilden met zo’n partij geen overeenkomst meer aangaan. Dit was zonneklaar voor Brooklawn, temeer nu wij Brooklawn in diezelfde periode aansprakelijk hebben gesteld voor alle schade die wij hadden geleden of nog zouden lijden als gevolg van de twijfelachtige handelwijze van Brooklawn”.

Brooklawn stelt hier tegenover dat de Verkopers en de Banken tot de afloop van de exclusiviteitsperiode steeds hebben verklaard dat zij nog altijd bereid waren de WDF-transactie met haar aan te gaan. De Banken hebben dat, zo stelt Brooklawn, bijvoorbeeld nog laten weten in een op 12 november 2014 met haar en Quantum gevoerd telefoongesprek.

Het een laat zich echter heel wel verenigen met het ander. Gedurende de exclusiviteitsperiode waren de Verkopers (en de Banken) aan Brooklawn gebonden en dienden zij daarnaar te handelen. Onmiddellijk na afloop van de exclusiviteitsperiode konden en mochten de Verkopers (en de Banken) Brooklawn echter zonder meer als gegadigde laten vallen. Dat hebben zij kennelijk gedaan.

Brooklawn suggereert nog dat de Verkopers en de Banken haar slechts hebben gediskwalificeerd om Amvest (die aan Aegon gelieerd is) te dekken en daarmee het pad te effenen voor de ook voor Amvest profijtelijke transactie met Aegon. Brooklawn licht die suggestie echter niet voldoende toe.

6.9.

Aldus ontbreekt het naar Nederlands recht vereiste causale verband tussen de door Brooklawn gestelde schade en de gedragingen die zij Amvest verwijt. Brooklawn was door de Verkopers en de Banken eenvoudigweg buiten spel gezet. Daarmee faalt ook het beroep van Brooklawn op zogeheten kansschade. De in dat verband noodzakelijke kans ontbrak eenvoudigweg. Uit de door partijen over en weer in het geding gebrachte opinions van Amerikaanse advocaten blijkt dat het recht van de staat New York hetzelfde – overigens ook voor de hand liggende – vereiste stelt van een causaal verband tussen schade en verweten gedragingen. Dat causaal verband, het zij herhaald, ontbreekt.

6.10.

Brooklawn betoogt nog dat het ontbreken van het hiervoor onder 6.9 bedoelde causale verband niet in de weg staat aan een veroordeling van Amvest tot winstafdracht op de voet van artikel 6:104 BW (Nederlands recht) of tot vergoeding van disgorgement damages (recht van de staat New York). Dit betoog kan niet worden gevolgd, reeds omdat het miskent dat Aegon het asset management van de WDF-portefeuille niet heeft opgedragen aan Amvest maar aan Amvest Investment Management B.V. De vraag of laatstgenoemde vennootschap kan worden vereenzelvigd met Amvest (zoals Brooklawn bepleit) dient naar Nederlands internationaal privaatrecht te worden beantwoord naar Nederlands recht. De rechtbank verwijst in dit verband naar artikel 10:119 BW. Basisregel van het Nederlandse rechtspersonenrecht is dat iedere rechtspersoon zelfstandig drager is van rechten en verplichtingen. De enkele door Brooklawn gestelde verbondenheid van Amvest met Amvest Investment Management B.V. (gemeenschappelijke aandeelhouder, gemeenschappelijke statutair bestuurders, gemeenschappelijke titulair bestuurder, geconsolideerde jaarrekening) kan niet de naar zijn aard en reikwijdte verstrekkende gevolgtrekking dragen dat die basisregel opzij wordt gezet.

6.11.

Na dit alles luidt de slotsom dat zowel naar Nederlands recht als naar het recht van New York niet kan worden geoordeeld dat aan de zijde van Brooklawn sprake is, althans kan zijn, van door Amvest te vergoeden schade. Het antwoord op de vraag naar het toepasselijke recht kan, zoals hiervoor onder 6.6 reeds is aangekondigd, daarmee in het midden blijven.

6.12.

Brooklawn dient, mede gelet op hetgeen hiervoor onder 6.3 is overwogen, in haar vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

6.13.

Brooklawn zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan de zijde van Amvest gevallen kosten. Deze worden begroot op EUR 3.864,00 aan griffierecht en EUR 6.422,00 aan salaris advocaat (twee punten, tarief VIII), in totaal EUR 10.286,00. De door Amvest gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen.

7 De beoordeling in het incident

7.1.

De beslissing in de hoofdzaak in conventie impliceert dat Brooklawn niet tot bewijs zal worden toegelaten. Brooklawn heeft daarom geen belang bij haar incidentele vorderingen. Deze zullen dan ook worden afgewezen.

7.2.

Brooklawn zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan de zijde van Amvest gevallen kosten. Deze worden begroot op EUR 452,00 aan salaris advocaat (een punt, tarief II).

8 De beoordeling in de hoofdzaak in reconventie

8.1.

Brooklawn heeft met het oog op haar vorderingen in conventie ten laste van Amvest bewijsbeslagen op e-mailberichten gelegd, aanvankelijk op basis van een verlof van de voorzieningenrechter van 18 maart 2015, later op basis van een verlof van de voorzieningenrechter van 11 september 2015. De twee verzoeken om verlof zijn gebaseerd op dezelfde gestelde vorderingen. Die vorderingen zijn hiervoor, in de hoofdzaak in conventie, ongegrond bevonden.

8.2.

De rechtbank stelt voorop dat er noch in de stellingen van partijen noch in hetgeen anderszins is gebleken aanleiding is te oordelen dat de gevolgen van ten onrechte gelegde bewijsbeslagen (als de onderhavige) anders zijn dan die van andere ten onrechte gelegde conservatoire beslagen.

8.3.

Amvest heeft bij het gevorderde sub (ii) geen belang omdat Brooklawn erkent dat het op het verlof van 18 maart 2015 gebaseerde beslag van rechtswege is vervallen (conclusie van antwoord in reconventie, nummer 203).

8.4.

Het gevorderde sub (i) dient te worden toegewezen. De door Brooklawn aangevoerde omstandigheid dat het op basis van het verlof van 18 maart 2015 gelegde beslag is vervallen als gevolg van een daarop gevolgd niet-inhoudelijk vonnis doet daaraan niet af. Zoals hierboven onder 8.1 reeds is overwogen, was ook dat beslag gebaseerd op in de hoofdzaak in conventie ongegrond bevonden vorderingen. Daaruit volgt dat ook dat beslag ten onrechte is gelegd.

8.5.

Het eerste deel van het gevorderde sub (iii) kan, gelet op artikel 704 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet worden toegewezen. Dit (afwijzende) vonnis is immers nog niet in kracht van gewijsde gegaan. Het tweede deel van het gevorderde sub (iii) ligt echter voor toewijzing gereed. Het beslag is gebaseerd op ongegrond bevonden vorderingen. Er is geen aanleiding om op grond van een belangenafweging, niettemin, anders te beslissen.

8.6.

Ook het gevorderde sub (iv) ligt, in het verlengde van de toewijzing van het tweede deel van het gevorderde sub (iii), voor toewijzing gereed.

8.7.

Nu Amvest voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de ten onrechte gelegde beslagen tot schade kunnen hebben geleid, ligt het sub (vi) gevorderde eveneens voor toewijzing gereed.

8.8.

Het gevorderde sub (v) zal worden afgewezen. Amvest maakt vooralsnog niet voldoende aannemelijk dat zij als gevolg van de ten onrechte gelegde beslagen schade heeft geleden, lijdt of nog zal lijden tot het door haar gevorderde bedrag.

8.9.

Het gevorderde sub (vii) ligt voor toewijzing gereed, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom wordt afgewezen. Niet, althans niet voldoende, gesteld of gebleken is dat Brooklawn niet vrijwillig aan dit onderdeel van het gevorderde zal voldoen.

8.10.

Nu ieder der partijen deels in het gelijk, deels in het ongelijk is gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in voege als hierna, in het dictum, zal worden vermeld.

9 De beslissing

De rechtbank:

in de hoofdzaak in conventie:

- verklaart Brooklawn niet-ontvankelijk in haar vorderingen;

- veroordeelt Brooklawn in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van Amvest begroot op EUR 10.286,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in het incident:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt Brooklawn in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van Amvest begroot op EUR 452,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak in reconventie:

- verklaart voor recht dat het door Brooklawn gelegde conservatoire bewijsbeslag (op grond van het verlof de dato 18 maart 2015) onrechtmatig is;

- veroordeelt Brooklawn om alle geleden en nog te lijden schade aan Amvest te voldoen, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- heft het door Brooklawn gelegde bewijsbeslag (op grond van het verlof de dato 11 september 2015) op;

- beëindigt de gerechtelijke bewaring (op grond van het verlof de dato 11 september 2015) per direct;

- beveelt Brooklawn om binnen 24 uren na betekening van dit vonnis op haar kosten:

- zowel de betrokken deurwaarders als ook de gerechtelijke bewaarders op rechtsgeldige wijze schriftelijk te instrueren om terstond en in ieder geval binnen voornoemde periode al datgene te doen teneinde de volledige en onherroepelijke vernietiging van alle in bewijsbeslag genomen bescheiden te bewerkstelligen en de gerechtelijke bewaring te beëindigen; en afschrift van voornoemde instructies binnen voornoemde termijn aan de advocaat van Amvest te verstrekken; en

- deugdelijk en volledig bewijs aan de advocaat van Amvest te leveren van de volledige uitvoering van voornoemde instructies, zijnde de onherroepelijke vernietiging van alle in bewijsbeslag genomen bescheiden;

- verklaart dit vonnis, behoudens de verklaring voor recht, tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, mr. Q.R.M. Falger en mr. C. Kraak en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2016.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature