< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Echtscheiding , Huwelijksvermogensrecht. Toepasselijk recht huwelijksvermogensrecht van Quebec. Family patrimoy.

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/568183 / FA RK 14-4993 (veve)

Beschikking van 14 december 2016

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende, tevens verwerende partij,

hierna mede te noemen de vrouw,

rolgemachtigde mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam van

advocaat mr. D.A.J. Sturhoofd te Amsterdam,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende, tevens verzoekende partij,

hierna mede te noemen de man,

advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Bij beschikking van 9 juli 2014 is onder meer tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en is de behandeling en beslissing van de verzoeken met betrekking tot de afwikkeling van het huwelijkse vermogen van partijen aangehouden. In de beschikking is bepaald dat op het huwelijksvermogensregime van partijen Canadees recht van toepassing is. De rechtbank beschouwt de inhoud van deze beschikking, voor zover van toepassing, als hier herhaald en ingelast.

1.2.

De procedure is telkens, op verzoek van partijen, aangehouden in afwachting van nader bericht van partijen of zij in onderling overleg overeenstemming hebben bereikt dan wel een schriftelijke uitlating van partijen over de inhoud van het Canadees recht. Bij brief en tevens bij faxbericht ingekomen ter griffie op 12 april 2016 van de zijde van de vrouw is de rechtbank geïnformeerd dat partijen niet tot een schikking zijn gekomen en heeft de vrouw zich uitgelaten over de inhoud van het volgens haar toepasselijk huwelijksvermogensrecht van Quebec. Bij faxbericht van 8 juni 2016 heeft de man gereageerd op het standpunt van de vrouw. Naar aanleiding daarvan is een nadere mondelinge behandeling bepaald op 27 september 2016. Op 16 september 2016 is ingekomen van de zijde van de vrouw een formulier verdelen en verrekenen met toelichting en bijlagen.

1.3.

De onderhavige zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren op 27 september 2016. Bij deze behandeling zijn gehoord: partijen en hun advocaten.

2 De feiten

2.1.

De vader van de vrouw is in 1996 overleden.

2.2.

De vrouw heeft op 20 september 1999 een bedrag van € 340.335,16 gestort gekregen op haar rekeningnummer met nummer [rekeningnummer] .

2.3.

De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum] 2002 te Montréal (Québec, Canada).

2.4.

De vrouw heeft op 9 juli 2004 een bedrag van € 170.000,- gestort gekregen op haar rekeningnummer met nummer [rekeningnummer] .

2.5.

De vrouw heeft in 2005 een appartement gekocht in Israël, met als doel tot echtelijke woning te dienen, welke woning kort na de aankoopdatum op beider naam van partijen is gesteld. Na verkoop van die woning hebben partijen in 2007 gezamenlijk een woning gekocht, wederom dienend als echtelijke woning. Deze laatstbedoelde woning is op 12 juni 2011 verkocht. De verkoopopbrengst is integraal gestort op een bankrekening die op beider naam van partijen staat, hierna te noemen: de gemeenschappelijke bankrekening.

2.6.

De vrouw heeft, na de storting van de verkoopopbrengst op de gemeenschappelijke bankrekening, een bedrag van € 304.990,- vanaf de gemeenschappelijke rekening overgemaakt ten behoeve van de aankoop van een woning op haar naam in Amstelveen. Het saldo op de gemeenschappelijke rekening bedroeg op 30 oktober 2013 € 395.559,- en is sedertdien geblokkeerd.

2.7.

De vrouw heeft op 16 juli 2013 bij deze rechtbank een echtscheidingsverzoek ingediend. Bij beschikking van 9 juli 2014 van deze rechtbank is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken.

3 Verzoeken en verweren

3.1.

De vrouw verzoekt, voor zover nog aan de orde, en na wijziging van haar aanvankelijke verzoek zoals blijkt uit de toelichting bij het formulier verdelen en verrekenen, te bepalen dat het saldo van de gemeenschappelijke bankrekening aan haar wordt toebedeeld.

3.2.

De man verweert zich tegen het verzoek van de vrouw.

4 De verdere beoordeling

4.1.

Met partijen is de rechtbank van oordeel dat, hoewel in de echtscheidingsbeschikking van 9 juli 2004 gesproken wordt over toepasselijkheid van het Canadees recht, in het onderhavige geval het huwelijksvermogensrecht van Quebec van toepassing is, zodat de rechtbank in zoverre op haar eerdere overwegingen terugkomt en voor wat betreft het nog aan de orde zijnde verzoek uit zal gaan van de toepasselijkheid van het recht van Quebec.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat conform het toepasselijke huwelijksvermogensrecht van Quebec tussen partijen het wettelijk stelsel van partnership of acquest geldt, nu zij geen daarvan afwijkende keuze notarieel hebben vastgelegd. Ingevolge artikel 414 van de Civil Code of Quebec brengt een huwelijk waarop dit stelsel van toepassing is mee dat er, naast het bestaan van privévermogen en verkrijgingen (acquests), een family patrimony wordt gevestigd bestaande uit in de Civil Code of Quebec omschreven bepaald bezit van echtgenoten, onafhankelijk van de vraag wie eigenaar is van dat bezit. Ingevolge artikel 415 van de Civel Code of Quebec behoort tot een family patrimony onder meer de gezinswoning, die in het bezit is van (één van de) echtgenoten. Verder blijkt uit de Civil Code of Quebec dat bij echtscheiding de netto waarde van de family patrimony tussen de echtgenoten gelijkelijk wordt verdeeld. Op de nettowaarde wordt ingevolge artikel 418 van de Civil Code of Quebec – voor zover hier van belang – in mindering gebracht het ingebracht vermogen van (een van de) echtgenoten gedurende het huwelijk ten behoeve van de aankoop of verbetering van het desbetreffende bezit dat tot de family patrimony behoort, indien dat vermogen verkregen is uit een erfenis of gift, alsmede de waardevermeerdering ontstaan vanaf het moment van de inbreng naar verhouding van dat ingebracht vermogen. De rechtbank leest artikel 418 van de Civil Code of Quebec zo dat ook voorhuwelijks vermogen in mindering wordt gebracht op de netto waarde van de family patrimony.

4.3.

De vrouw legt deze bepaling aldus uit dat, nu zij het totale bedrag van de aankoop van de eerste woning met haar privé vermogen (naar zij stelt verkregen uit erfenis) heeft voldaan, de totale opbrengst bij verkoop (dus inclusief waardevermeerdering) van die woning alleen aan haar toekwam en, aangezien met die opbrengst de tweede woning in Israël is gekocht, terwijl zij daarnaast nog een bedrag uit haar privé vermogen (naar zij stelt verkregen uit schenking) heeft voldaan voor de aankoop van die woning, de totale waarde bij verkoop (dus inclusief waardevermeerdering) van die tweede woning eveneens slechts aan haar toekomt en daarom niet met de man behoeft te worden gedeeld. Volgens de vrouw is het gegeven dat de stortingen afkomstig waren van haar privé rekening reeds voldoende om tot die conclusie te komen. Zij meent daarom dat het restant van de opbrengst, te weten het thans geblokkeerde saldo op de gemeenschappelijke rekening, niet met de man behoeft te worden gedeeld. Dat zij de eerste woning kort na aankoop op beider naam heeft doen zetten en ervoor gekozen heeft de tweede woning op beider naam aan te schaffen, komt voort uit de gedachte dat wanneer haar iets zou overkomen, de woonruimte voor de man en de kinderen veilig zou zijn gesteld, aldus de vrouw. Ter zitting heeft de vrouw aangeboden om, indien haar verzoek slechts kan worden toegewezen als vast staat dat de door haar geïnvesteerde bedragen verkregen zijn uit erfenis of schenking, zulks te bewijzen. In dat kader heeft zij gesteld bereid te zijn de successieaangifte over te leggen, waaruit het vermogen van haar vader blijkt ten tijde van zijn overlijden, alsmede de akte van verkoop van het door haar en haar zus geërfde onroerend goed, en inzichtelijk te maken op welke rekening die verkoopopbrengst is gestort.

4.4.

De man meent dat het verzoek van de vrouw dient te worden afgewezen. Hij stelt zich primair op het standpunt dat de vrouw met het kort na de aankoop op beider naam doen zetten van de eerste woning en het gezamenlijk aanschaffen van de tweede woning, duidelijk afstand heeft gedaan van de helft van de waarde, hetgeen maakt dat partijen ieder recht hebben op de helft van de totale verkoopopbrengst van de tweede verkochte woning. Dit wordt in zijn visie nog ondersteund door het feit dat de verkoopopbrengst is gestort op de gemeenschappelijke rekening. De bewering van de vrouw dat zij de woning op beider naam heeft laten zetten zodat in geval van haar overlijden de woning voor de man en de kinderen was veilig gesteld is door de vrouw niet aannemelijk gemaakt, waarbij de man er nog op wijst dat als dat de werkelijk gedachte was geweest van de vrouw - die zij destijds aan hem niet kenbaar heeft gemaakt - er andere meer voor de hand liggende mogelijkheden waren geweest om de woning voor hem en de kinderen veilig te stellen.

Bovendien betwist de man dat de woningen volledig door de vrouw zijn gefinancierd. Daarbij wijst hij erop dat de betalingen voor de aankoop van de woningen werden gedaan vanaf de gemeenschappelijke bankrekening van partijen. Dat de vrouw ten tijde van de verkoop van het eerste appartement van haar privérekening een bedrag heeft gestort op de gemeenschappelijke rekening acht hij niet relevant. Daarnaast betwist de man bij gebrek aan wetenschap dat de vrouw voor het huwelijk een erfenis heeft ontvangen en dat er een testament was met uitsluitingsclausule, althans dat het overgelegde testament het laatste testament was. Verder betwist hij dat in de tweede woning ook gelden zijn geïnvesteerd afkomstig van de moeder van de vrouw en dat het zou gaan om een schenking of een voorschot op de erfenis. De door de vrouw op zitting gedane bewijsopdracht acht hij tardief.

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat het totale aankoopbedrag voor de eerste woning is voldaan vanaf de gemeenschappelijke bankrekening van partijen, dat de opbrengst na verkoop van die eerste woning is gestort op de gemeenschappelijke bankrekening van partijen en vervolgens is aangewend voor de verkoop van de tweede woning en dat de totale opbrengst na verkoop van de tweede woning wederom op de gemeenschappelijke bankrekening is gestort. Voorts is door de man niet (langer) betwist dat ten behoeve van de aankoop van de tweede woning door de vrouw een bedrag van € 150.000,- rechtstreeks van haar privé rekening is gestort.

4.6.

De man verzet zich tegen toewijzing van het verzoek van de vrouw om het totale saldo van de geblokkeerde gemeenschappelijke rekening aan haar toe te wijzen, omdat hij – zo begrijpt de rechtbank – van mening is dat de integrale verkoopopbrengst van de tweede woning als gemeenschappelijk vermogen dient te worden beschouwd. De vrouw heeft deze stelling gemotiveerd betwist, met verwijzing naar de door haar overgelegde juridische opinies van J.A. Talpis (doctor of laws en attorney at law gevestigd te Montréal, Quebec, Canada) en het Internationaal Juridisch Instituut.

De rechtbank zal dit meest verstrekkende verweer van de man dat, wat er ook zij van de herkomst van het geld , hem de helft van de thans resterende waarde van de woning toekomt, aangezien het geld door de wijze van aanschaf van de woningen (op beider namen/geld van en op gezamenlijke bankrekeningen) is geacht aan hem te zijn geschonken, eerst bespreken. Blijkens artikel 418 van de Civil Code of Quebec heeft een partij die voorhuwelijksvermogen dan wel vermogen uit een erfenis of schenking in de family patrimony heeft geïnvesteerd, recht op verrekening van zijn inbreng op de netto waarde. Naar het oordeel van de rechtbank is door de man, in het licht van de betwisting van de vrouw, onvoldoende gesteld dat de enkele omstandigheden dat de woningen op beider naam zijn gezet en dat de stortingen in verband met de aankoop en de verkoop zijn geschied vanaf en op de gemeenschappelijke rekening, maken dat de desbetreffende bepalingen ten aanzien van de verdeling van family patrimony in het onderhavige geval niet van toepassing zijn en dat deze inbreng van de vrouw dient te worden gekwalificeerd als een schenking aan de man. Gezien de gemotiveerde betwisting van de vrouw, had het op weg van de man gelegen zijn stelling nader te motiveren. Nu hij dat heeft nagelaten, paassert de rechtbank zijn stelling.

4.7.

De rechtbank is, met inachtneming van de hiervoor kort weergegeven relevante bepalingen van de Civil Code of Quebec, van oordeel dat de drie woningen waarin partijen tijdens het huwelijk gezamenlijk hebben gewoond, dus zowel de twee woningen in Israël als die in Amstelveen, alsmede het totaal van het geblokkeerde saldo op de gemeenschappelijke bankrekening ontstaan uit de verkoop van de woning, waarin partijen in Israël laatstelijk woonden, tot de family patrimony behoren. Dit brengt mee dat, indien en voor zover door partijen in de family patrimony ingebracht vermogen voorhuwelijksvermogen betreft dan wel is verkregen uit erfenis of gift, dit op de netto waarde van de family patrimony in mindering dient te worden gebracht, alvorens tot verdeling bij helfte kan worden overgegaan.

4.8.

Aan de vrouw is het om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij vermogen heeft ingebracht in de family patrimony, nu zij zich beroept op het rechtsgevolg dat haar (al) het geld van de verkoop van de woningen toekomt. Voor zover de vrouw stelt dat al het vermogen dat zij ooit heeft gehad en nog heeft, wel afkomstig moet zijn uit de erfenis van haar vader dan wel voor huwelijksvermogen en uit een gift van haar moeder omdat zij niet over ander vermogen beschikte of heeft kunnen opbouwen, acht de rechtbank, gelet op de betwisting van de man, onvoldoende. Zo heeft de vrouw haar stelling dat zij geld heeft gekregen uit een erfenis en de hoogte hiervan niet onderbouwd, heeft zij geen overzicht verstrekt van hetgeen partijen aan privé-vermogen hadden ten tijde van de huwelijksvoltrekking en heeft zij evenmin een volledig overzicht van het verloop van haar privé rekeningen verstrekt.

4.9.

Met betrekking tot de vermeende erfenis heeft de vrouw een testament overgelegd waaruit blijkt dat zij erfgenaam is van haar vader en waarin een zogeheten uitsluitingsclausule is opgenomen. De vrouw stelt dat zij in verband met de erfenis op 20 september 1999 een bedrag van € 340.335,16 en op 9 juli 2004, na verkoop van geërfd onroerend goed, een bedrag van € 170.000,- gestort kreeg op haar privé rekening. Ter onderbouwing heeft zij een overzicht overgelegd van deze privérekening waaruit de desbetreffende stortingen op de genoemde data blijken. Uit de door de vrouw overgelegde stukken blijkt evenwel geen rechtstreeks verband tussen een erfenis van haar vader en de storting van de door de vrouw genoemde bedragen op haar privé rekening. Maar zelfs al zou vast komen te staan dat de in 1999 en 2004 op haar privé rekening gestorte bedragen afkomstig waren uit de erfenis, hetgeen de vrouw heeft aangeboden te bewijzen, dan staat daarmee nog niet vast dat de nadien – en met betrekking tot de storting in september 1999 zelfs zes jaar later - , op 21 oktober 2005, op 24 januari 2006 en op 24 maart 2006, vanaf die privé rekening gedane overboekingen op de gemeenschappelijke rekeningen eveneens afkomstig zijn uit die erfenis, temeer nu onvoldoende inzicht in het verloop van de privé rekening(en) van de vrouw is gegeven. Immers valt uit de door de vrouw overlegde stukken niet af te leiden dat de desbetreffende privé rekening in de van toepassing zijnde periode enkel en alleen zou zijn gevoed door uit erfenis afkomstig vermogen dan wel voorhuwelijksvermogen. De vrouw heeft weliswaar een stuk overgelegd met een gedeeltelijk verloop van bankrekeningnummer [rekeningnummer] , maar dat verloop ziet slechts op de periode tussen 20 september 1999 en 13 juli 2000 alsmede op de periode tussen 7 juli 2004 en 16 mei 2006 (productie 7 bij haar stuk van 2 mei 2014) zodat niet inzichtelijk is wat er met het geld is gebeurd tussen juli 2000 en juli 2004 en daarmee evenmin inzichtelijk is wat de hoogte van de rekening was ten tijde van de huwelijksvoltrekking.

Daar komt bij dat binnen twee maanden na storting van het bedrag van € 340.335,16 op 20 september 1999 een bedrag van € 175.000,- is gestort naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] , waarvan niet duidelijk is wie het saldo op die rekening toekomt, alsmede binnen vier maanden een bedrag van ruim € 148.000,- is gestort naar andere onbekende rekeningnummers, zodat evenmin is aangetoond dat, ondanks deze afschrijvingen, het bedrag van € 340.335,16 ten tijde van de aanschaf van de eerste woning nog immer beschikbaar was en ook is aangewend ten aanschaf van die eerste woning.

Ook de stelling van de vrouw dat de financiering van de eerste woning is gedaan met het bedrag van € 170.000,- dat in juli 2004 uit erfenis zou zijn verkregen, is onvoldoende komen vast te staan. Dat een bedrag van € 170.000, - in juli 2004 is gestort (waarvan de herkomst de rechtbank thans in het midden laat) blijkt uit het rekeningoverzicht. Dat juist dit bedrag is aangewend voor de aanschaf van de woning heeft de vrouw echter onvoldoende onderbouwd, gezien het feit dat er op die rekening in de periode juli 2004- maart 2006 (de periode waarop de vrouw wijst ten aanzien van de door haar gedane overboekingen) ook bedragen van in totaal ruim € 217.800,- zijn gestort. Dat de rekening alleen door de erfenis is gevoed, welke stelling is betwist, is hiermee onvoldoende komen vast te staan.

Evenmin is door de vrouw, terwijl zulks op haar weg lag, inzicht gegeven in het verloop van de gemeenschappelijke rekening, zodat ook in dat opzicht onvoldoende is komen vast te staan dat er een rechtstreekse relatie is tussen de op 21 oktober 2005, 24 januari 2006 en 24 maart 2006 gedane stortingen van de vrouw op de gemeenschappelijke rekening en de inbreng van vermogen in de family patrimony

Gelet op de betwisting van de man lag het op de weg van de vrouw om haar stellingen aan te tonen. Voor zover de vrouw hiertoe een bewijsaanbod heeft gedaan, dient dit aanbod als onvoldoende uitdrukkelijk, concreet en gespecificeerd te worden gepasseerd.

4.10.

Ten aanzien van de vermeende schenking verwijst de vrouw naar een tussen haar en haar moeder overeengekomen schuldbekentenis, die door haar en haar moeder op respectievelijk op 10 en 14 november 2007 is ondertekend, waarin door de vrouw is verklaard wegens in de maand juli 2007 ter leen te hebben ontvangen som van € 150.000,- schuldig te zijn aan haar moeder. Daarnaast zijn de vrouw en haar moeder in die overeenkomst onder meer een rentebetaling overeengekomen en de mogelijkheid voor de moeder om de verschuldigde som te allen tijde op te eisen met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste drie maanden. De vrouw stelt dat zij het bedrag van € 150.000,- heeft ontvangen bij wijze van voorschot op de erfenis. De vrouw heeft een overzicht overgelegd van haar privé rekening waaruit blijkt dat op 27 juni 2007 een bedrag van € 150.000,- is overgemaakt naar Horizon Gold, de projectontwikkelaar van de tweede woning.

4.11.

Hoewel door de man niet wordt betwist dat de vrouw vanaf haar privé rekening een bedrag van € 150.000,- rechtstreeks heeft overgemaakt naar een projectontwikkelaar ten behoeve van de aankoop van de tweede woning, bestrijdt de man wel dat dit vermogen afkomstig zou zijn uit een schenking.

4.12.

De rechtbank constateert, anders dan de vrouw die immers stelt dat zij een bedrag van € 150.000,- - als voorschot op de erfenis - geschonken heeft gekregen van haar moeder, dat uit de door de vrouw overgelegde schuldbekentenis niets blijkt van een gift, doch dat zij met haar moeder een leningsovereenkomst heeft gesloten. Dat er door de vrouw een schenking is ontvangen van haar moeder, is door haar daarom – mede in het licht van de betwisting van de man – onvoldoende gemotiveerd gesteld. Reeds om die reden dient aan de stelling van de vrouw, en het rechtgevolg dat zij daaraan verbindt, te worden voorbijgegaan. Dit laat onverlet dat deze lening ingevolge artikel 417 van de Civil Code of Quebec dient te worden meegenomen bij het vaststellen van de netto waarde van de woning.

4.13.

Uit al het voorgaande concludeert de rechtbank dat het verzoek van de vrouw dient te worden afgewezen. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan, als reeds hiervoor behandeld dan wel niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.

4.14.

Aangezien partijen gewezen echtelieden zijn, zal de rechtbank de kosten tussen partijen compenseren.

BESLISSING:

De rechtbank:

- wijst het verzoek van de vrouw, te bepalen dat het saldo van de gemeenschappelijke bankrekening aan haar wordt toebedeeld, af;

- bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Troost, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. T.E.D.M. Zijlmans, griffier, op 14 december 2016.

Artikel 418 Civil Code of Quebec. Once the net value of the family patrimony has been established, a deduction is made from it of the net value, at the time of the marriage, of the property then owned by one of the spouses that is included in the family patrimony; similarly, a deduction is made from it of the net value of a contribution made by one of the spouses during the marriage for the acquisition or improvement of property included in the family patrimony, where the contribution was made out of property devolved by succession or gift, or its reinvestment.

Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en door de verschenen wederpartij binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking;- door de niet-verschenen wederpartij binnen drie maanden na de betekening van de beschikking in persoon of binnen drie maanden nadat deze beschikking op andere wijze is betekend en overeenkomstig art. 820, lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature